Het afscheid van Frans..

Toen ik zijn foto zag, kwamen de herinneringen boven. Ik weet bijna zeker dat hij er ook bij was. Ik was een jaar of 16, 17 en zou met vrienden voor het eerst naar Bar de Saloon op het Wilhelminaplein gaan. Spannend, maar wij vonden onszelf stoer genoeg om dat te wagen. Er bleek een stevig feest gaande. Ik herinner me een rock & roll-sfeer. Stoere kerels stonden buiten al te vieren. We dachten ze te kunnen passeren, maar ze maakten ons onmiskenbaar duidelijk, dat we alleen met een vetkuif naar binnen mochten. 

Daar hadden ze een emmer water voor klaar staan, waar we ons hoofd in moesten dompelen. De grootste lol, kan ik me herinneren, toen ik dat weigerde. Want dat vonden ze ook prima. Maar ik kwam er vervolgens niet in. Ik meen me sommige van hen nog voor de geest te kunnen halen. En het zou me niet verbazen als ik daar Frans voor het eerst heb gezien.

Frans Houben. Hij was waarschijnlijk toen al vaste klant bij de Saloon. En toen die overging in ‘D’n Toepert’ zal hij daar mogelijk ook vaste klant geweest zijn. ‘D’n Toepert’ werd later ook ons stamcafé. Prachtige middagen en avonden hebben we daar doorgebracht, samen met eigenaar Jack Beerens. Volgens mij heeft Frans in die Toepert-periode daar wel eens achter de tap gestaan. En mogelijk heeft hij van Jack Beerens in die tijd wel Taekwondo-training gehad.

Jack Beerens kwam vanmiddag, vrijdag 23 januari, als laatste binnen in de grote zaal van ‘t Gasthoês. Hij had waarschijnlijk op Nu Horst aan de Maas de overlijdensadvertentie gelezen van Frans. Zijn vroegere klant, vriend en medewerker. Net als heel veel anderen wilde hij Frans de laatste eer komen bewijzen. Het was enorm druk. 

Op 14 januari was Frans in het ziekenhuis overleden. Een dag later belde Bob Noten of ik de afscheidsdienst wilde begeleiden. Van Frans Houben, las ik die avond, ongehuwd en geen kinderen. Zijn neef Guido regelde zijn afscheid en hem zou ik een dag later spreken. Hem alleen dacht ik, eventueel met zijn partner Viviënne..

Maar tot mijn verbazing trof ik een zeer uitgebreide familie delegatie aan. Frans z’n oudere broer, zijn twee zussen, een ervan met aanhang, dochters van een van de zussen, de weduwe van zijn overleden broer, twee kinderen van Els met hun partners. Els was de jaren eerder al overleden partner van Frans. En tussendoor liep er een kleine peuter rond, die zo nu en dan beziggehouden kon worden door de zoon van Guido, maar die ook duidelijk een eigen willetje had en zich zo nu en dan meldde aan de grote tafel, waaraan wij allemaal zaten.

Een zeer gemêleerd gezelschap dus, waarbij ik vanaf het eerste moment aangenaam getroffen werd door hun sterke onderlinge verbondenheid. Misschien wel door een gezamenlijk gevoelde verslagenheid. Want wat was er nou precies gebeurd? Frans, die twee weken eerder na wat aandringen toch maar zijn huisarts had bezocht. De diagnose was snel gesteld. Longontsteking én een nierbekkenontsteking. Een antibioticakuur moest meteen worden gestart.

Guido haalde de medicijnen op. Frans gaf hem nog zijn bankpasje mee én zijn pincode. Een dag later kreeg Guido geen gehoor bij Frans en gingen hij en Vivienne poolshoogte nemen. Ze vonden Frans thuis, verward en met gebaren wijzend naar zijn hoofd. Maar echt contact leek al niet meer mogelijk. Via 112 en de huisartsenpost zorgde een ambulance voor vervoer naar het ziekenhuis. Nog zwaardere medicijnen, omdat er na verder onderzoek ook sprake bleek van een hersenvliesontsteking. Dagen gingen voorbij, en in plaats van beter ging het steeds slechter met Frans. Op het eind bleef er medisch gezien maar één optie over: stoppen met de behandeling. Er was geen enkele levensverwachting meer.

Zou Frans het bij de huisarts al hebben aangevoeld, toen hij daar met klem had aangegeven niet naar een verpleegtehuis te willen? En niet gereanimeerd wilde worden, mocht het ooit zover komen. 

14 januari dus. En 23 januari namen we afscheid van hem. Op de bühne van het Gasthoes stond een prachtig gereviseerde Ford Mustang. Zijn eerste Ford Mustang, die hij in 1972 al had opgeknapt en tot in de puntjes steeds in tiptop conditie had gehouden. Buiten, vóór het Gasthoes stonden nog vier Ford Mustangs te wachten om Frans na het afscheid naar het crematorium te vergezellen. 

Alles viel op z’n plek. De liefde van Frans voor Frankrijk werd bij binnenkomst al benadrukt door franse orgeldeuntjes op de achtergrond. Meteen al anders dan anders en dat paste wel bij Frans, had ik uit de gesprekken begrepen. Bij het welkom heten van alle gasten was er ineens duidelijk het gekakel van kippen te horen. Een verrassende mobiele ringtone waarvan de eigenaar zelf meende dat ze haar mobiel toch echt uit had gezet. Zou Frans misschien…

Na het welkom heb ik de levensloop voorgelezen, die samen met de grote familiedelegatie tot stand was gekomen. Daarna hield zijn oudste broer Jan een emotionele toespraak. Hij noemde onder andere de partner van Frans, Els, die jaren eerder overleden was. Op de rouwkaart van Frans stond het duidelijk: Frans is nou wèr na zien Elske. De jaren met Els waren Frans zijn mooiste jaren. Zijn zus liet dat nog extra optekenen in de levensloop en Jan bevestigde dat nog een keer in zijn verhaal.

Na Jan sprak Vivienne, namens Guido en zichzelf. Toen Rick, die herinneringen van hem en zijn zus Loes beschreef. En de laatste spreker was de buurvrouw van Frans, Mischa, die namens de Loevestraatbuurt sprak. Na elke spreker waren er foto’s te zien, op muziek van Frans. Foto’s die zonder woorden precies dat lieten zien wat de sprekers over Frans verteld hadden. Ik mocht het afscheid besluiten met een gedicht, waarna iedereen persoonlijk afscheid kon nemen van Frans. De eerste 6.22 minuten met het prachtige nummer van Pink Floyd, Comfortably numb. 

Buiten vormde men een erehaag, vóór het Gasthoês en vóór de vier indrukwekkende Ford Mustangs. Toen Frans voor zijn laatste rit langzaam in een oldtimer rouwauto de erehaag naderde, startte één voor een de Ford Mustangs. Sommige met een indrukwekkend gebrul van de motor, anderen met een meer ingetogen zoemen. Ze volgden de rouwauto op zijn tocht naar het crematorium. Het leek alsof Ford Mustang zelf afscheid van Frans kwam nemen.

Het huilen van de Mustangmotoren overstemde even het stille verdriet van velen. Het applaus waaide Frans nog achterna. Sommigen gingen naar café de Beurs om nog meer herinneringen met elkaar te delen. Anderen gingen naar huis, waar ze misschien de gedachteniskaart nog een keer bekeken hebben, met daarop aan de ene kant foto’s van Frans en aan de andere kant steekwoorden die hem beschreven. 

Elke keer opnieuw ben ik onder de indruk hoe nabestaanden elkaar vinden en omgaan met hun verdriet. Ieder op zijn of haar manier, ook in de manier van voorbereiding naar het definitieve afscheid. De eerstvolgende zomerbrunch van de familie Houben zal Frans opnieuw gemist worden, net als bij de Kerstbrunch die in december al gepland staat. Met de hele familie Houben en iedereen die daar op een natuurlijke manier bij is aangesloten. Frans zal er in gedachten steeds bij zijn. Misschien dat hij de komende tijd nog wel ergens een aardige ringtone kan laten afgaan…

Hieronder nog het gedicht, waarmee ik de afscheidsdienst mocht besluiten.

Frans,

geej waart en bitje aas oow Mustangs
en sort vaan ruwe bolster, blanke pit
vá boete degelijk, sterk, en bitje kranks
má wao vaan binne hiel veul liefde zit

aaltiëd bezig en steeds haart gewaerkt
mit ut vakmanschap daat ow eige waor
ok toen geej ut zelluf waat minder köst
stoongde nag vur iederiën aaltied klaor

geej maakte moeie dinge meij
genoot vaan waat ut laeve bood
ge voongt hiël lichtig oowen dreij
ma ut ging neet aaltied aeve good

ierst Christine, möste verleeze
en daonao Els, ok vul te gauw
wiënig is oow zoë bespaard gebleve
ma ge bleeft oow zelluf aaltied trouw

geej praotte gaer, haat fantasie
en aal waas ut daan neet aaltied waor
ma vaan oow verhale woorte blie
en ge bleefs ze halde, oow wilde haor

tot ôp ut laatst hedde gestreje
ma tevurgefs, ut ging ni miër
zoë ziede vaan ôs weggegleje
zoonder oow môtte weej nou wiër

in ôs laatste minute, da wiëte we ut pas
stiët dur misschien ennen engel aan ôs bed 
aas daat zoë is, en daat môt waal has
haet oow familie, má ok Els ôp oow gelet…

Spoken…

als je in de donkere nacht
opnieuw je spoken weer verwacht
dan zul je zien, ze zijn er

demonen, eerst beklemmend groot
gaan met de zon een beetje dood
zijn overdag veel kleiner

dus kijk je spoken ‘s avonds aan
vertel ze dat het licht der maan
de zon steeds al laat zien

demonen krimpen dan gestaag
net als de knopen in je maag
en je zult zien, da’s fijner

Twan en Petra…

Ontmoetingen op afstand. Herinneringen terughalen naar het nu. Na een uur wandelen met een podcast op mijn oren, strijk ik neer bij Gember voor een chai masala. Het is zaterdag 27 december. Terwijl ik mijn handen warm aan de chai, overdenk ik zo’n beetje wat ik het afgelopen uur gehoord heb. Terwijl ik terloops naar buiten kijk, zie ik daar Twan Huys met zijn vrouw en kinderen voorbij komen. Meteen gaan mijn herinneringen terug naar het moment dat ik hem ooit mocht interviewen in Griendtsveen. 

En ik heb het nog niet gedacht, of ik zie zijn zus Petra, waarschijnlijk ook met man en kinderen, achter hem aan komen. Ook nu ontstaat er spontaan een gedachte in mijn hoofd. Nog niet zo lang geleden verscheen er een foto op mijn tijdlijn van mijn eindexamenklas van 1979. Een aantal gezichten daarop herkende ik en ik kon er zelfs nog een naam aan koppelen. Rechts van mij stond Petra Huys. Zij is één of twee jaar ouder dan Twan en waarschijnlijk een jaar jonger dan ik. Het was mijn tweede examenjaar.

Vreemd hoe dat met mijn geheugen werkt. De foto vertelt mij dat Petra en ik dus in dezelfde klas zaten van scholengemeenschap Jerusalem in Venray. Had ik die foto niet gezien, dan had ik het antwoord schuldig moeten blijven op de vraag of ik ooit bij Petra in de klas heb gezeten. Ik ken haar wel van andere momenten van vroeger en daarom herkende ik haar ook meteen. En nu ik haar zie, moet ik aan die foto denken. Zou zij die foto ook hebben, vraag ik me af. Herinneringen. 

Volgens mij wonen ze allebei niet meer in Horst aan de Maas. Ze zijn er wel geboren, in Sevenum volgens mij. Maar op jonge leeftijd zijn ze naar Horst verhuist. Ze zaten op dezelfde lagere school als waar ik zat. Niet zo lang geleden heb ik Twan en Petra ook samen met hun gezinnen in Horst gezien. Volgens mij omdat hun vader was overleden. Ik ben nog naar zijn afscheidsdienst in het Gasthoês geweest. Zo rijgt de ene associatie zich aan de andere in mijn hoofd. Ik denk weer aan de podcast van zojuist ..

Die heeft als overkoepelende titel: ‘Filosofie is makkelijker als je denkt’. Dat alleen al vond ik prachtig. Nu ik bij Gember aan de chai zit, zoek ik er wat informatie over terug. Coen Simon, hoofdredacteur van Filosofie Magazine, maakt de podcast. Hij gaat daarin ‘samen met een meedenker op zoek naar antwoorden op onoplosbare vragen’. De podcast is voor ‘iedereen die weet dat hij niets weet’, lees ik verder in de beschrijving. Mooi, dat komt goed uit…

De meedenker deze keer is Liesbeth Woertman. Zij is emeritus hoogleraar psychologie aan de Universiteit Utrecht en schrijver van het boek ‘Zeg me wie ik ben’. De onoplosbare vraag deze keer is: Wie is die ik die over zichzelf praat? Het gesprek gaat over identiteit en wat het nou eigenlijk is, dat iemand zichzelf ‘ik’ noemt. Geconstateerd wordt dat het geheugen daarin een grote rol speelt. En de uitspraak van Descartes -cogito, ergo sum- (ik denk, dus ik ben) vind Woertman een zware overschatting van het denken.

Interessant, onder andere die link met het geheugen. Ze noemt als voorbeeld dementie. Door het afbrokkelende geheugen vervagen herinneringen. In een vergevorderd stadium lijkt de ik-jij relatie helemaal verdwenen en zou je kunnen zeggen dat die persoon zijn eigen ‘ik’ ook kwijt is geraakt. Het ‘ik’ is in de ogen van Woertman een niet op zichzelf staand construct, maar is altijd verbonden met iets of iemand.

Zo verbindt nu een foto me met Petra en een interview in Griendsveen me met Twan. Ontmoetingen op afstand. Herinneringen naar het nu. Momenten tussen allerhande andere herinneringen en gedachten in. Ik denk, dus zij bestaan. Zoiets.

Als ze dit lezen, dan wens ik hen en hun gezinnen hele fijne feestdagen toe en het allerbeste voor de jaren die gaan komen. Eigenlijk wens ik dat aan iedereen die tot hier gekomen is met het lezen van mijn gedachten. Well done! 

Petra, achterste rij middenin. Ik sta links van haar.

PS Mocht je het moment met Twan in Griendtsveen willen teruglezen, klik dan hier

NB Heel kort na de publicatie van het bovenstaande hoor en lees ik de reden van hun aanwezigheid in Horst. Op 23 december jl. is ook hun moeder overleden. Op 91-jarige leeftijd. Behalve de beste wensen, bij deze ook heel veel sterkte gewenst..

Meerdere levens…

‘Méér levens leiden dan je zelf leidt’. Coen Verbraak zegt het in een podcast, waarin hij door Eus Akyol wordt geïnterviewd. Coen verklaart daarmee zijn nieuwsgierigheid, die de drijfveer is bij al zijn interviews. Nieuwsgierig zijn naar de levens van anderen. De uitspraak zet me aan het denken. Nieuwsgierig zijn naar mensen en naar hun verhalen. Méér levens willen leiden. Waar komt dat vandaan? Is nieuwsgierigheid bij mij ook de drijfveer om verhalen van mensen op te tekenen? Hun levensverhalen te willen vastleggen? 

In mijn werk als ritueelbegeleider hoor en schrijf ik vaak levensverhalen. Soms hoor ik die van de mensen zelf, in de laatste fase van hun leven. Vaker hoor ik de verhalen van de nabestaanden, in de dagen die aan het afscheid voorafgaan. Ik denk dat nieuwsgierigheid zeker een rol speelt in het ontstaan van dat uiteindelijke levensverhaal. Naast een aantal andere voorwaarden, waaronder medeleven, empathie en vaak ook herkenning. Maar ik vraag me af of ‘méér levens willen leiden dan je eigen leven’ daarin ook een -al dan niet onbewuste- rol speelt. 

Wandelend door de vrieskou op 1e kerstdag denk ik er over na. Méér levens willen leiden dan je eigen leven. Het impliceert dat je aan één leven niet genoeg zou hebben. Wordt dat misschien veroorzaakt door een voortdurend zoeken naar betekenisvolle invulling die je niet altijd in je eigen leven lijkt te kunnen vinden? En dat je je daarom spiegelt aan anderen, in een poging om op die manier je eigen leven meer inhoud te geven?. Of nieuwe inhoud te geven? Nieuws-gierigheid, letterlijk als ‘gierig’ of begerig naar nieuwe ervaringen?

In mijn ‘vorige’ leven was ik logopedist. Daar leerde ik dat nieuwsgierigheid een belangrijke basisvoorwaarde is voor de taalontwikkeling van kinderen. Nieuwsgierigheid in combinatie met contact met de omgeving, met anderen, b.v. de ouders of verzorgers. Vanuit een gevoel van veiligheid samen de wereld steeds meer ontdekken, en daar woorden aan geven. In de ontwikkelingspsychologie had men het over ‘joint action and joint attention’. Ik meen dat het ontwikkelingspsycholoog Jerome Bruner was, die dat daarmee kernachtig samenvatte. Samen dingen doen en daar met elkaar aandacht voor hebben. Zo ontwikkel je je. Zo ontstaat taal. 

Onlangs las ik iets interessants. Er is een onbevangenheid bij hele jonge kinderen die compleet kunnen opgaan in hun spel van ontdekkingen. Die onbevangenheid neemt echter af naarmate ze meer taal tot hun beschikking krijgen. Als een ding een ‘naam’ heeft, verliest het zijn intrinsieke waarde. Onbevangen leven wordt een talig leven. Is het steeds blijven zoeken naar de essentie van je eigen leven, te wijten aan de beperktheid van de taal waarmee je je leven kan beschrijven? En is dáárom één leven niet genoeg?

Ik heb de hele 2e kerstdag en de rest van dit jaar nog, om daarover na te denken… Maar nu heb ik zojuist ook gelezen dat je je eigen gedachten niet in taal uit kunt drukken. En zo kom ik toch weer uit bij de filosoof Ludwig Wittgenstein, die onder andere schreef dat je moet zwijgen waarover je niet kunt spreken. ‘Het leven is een gedoetje’, zei ooit een andere filosoof (René Gude). Laat staan méérdere levens…

Stilte horen…

Een schrijfretraite in het Dominicanenklooster in Huissen. Vorige week heb ik mezelf daar weer eens een keer op getrakteerd. Van woensdag tot en met vrijdag, begeleid door Pauline Weseman, schrijven rondom een overkoepelend thema. Fijn om daar alle tijd aan te kunnen besteden. De retraite had als titel ‘Leven vanuit mijn ziel’. Middels een aantal stadia die Dante in zijn ‘Goddelijke Komedie’ uitgebreid heeft beschreven, nam eenieder -we waren met z’n veertienen- zijn of haar eigen leven al schrijvend onder de loep. 

Dat leverde interessante inzichten op. Voor mezelf maar ook door de herkenning in wat de anderen beschreven en in groepjes of plenair teruggaven. Verrassend hoe verschillend uitkomsten kunnen zijn van geleide schrijfopdrachten. En wat me tijdens deze schrijfretraite weer opviel, is dat er -al schrijvende- hele mooie volzinnen ontstaan. Zinnen, die los van de geschreven context van waaruit ze komen, zouden kunnen leiden tot prachtige, nieuwe schrijfsels. Inspirerend.

Eén voorbeeld. ‘Laat anderen naar jouw stilte luisteren’, las ik terug in mijn geschreven tekst na een schrijfopdracht. Die opdracht luidde ongeveer als volgt: ‘Schrijf een verhaal rondom het onderwerp van je frustratie. De hoofdpersoon van je verhaal kent die frustratie, maar ziet misschien ook dingen die jij over het hoofd ziet.’ Een schrijfopdracht eerder had ik als frustratie ‘twijfel’ gekozen. Het verhaal moest beginnen met ‘ik snap je frustratie helemaal…’ en als je eenmaal begon met schrijven, mocht je je pen niet meer van het papier halen. Je kreeg er 5 minuten voor.

Dit is wat er op papier kwam.

Ik snap je frustratie helemaal. Ik bèn je twijfel waar jij over twijfelt. Soms moet ik met bewondering kijken naar je twijfel. Terwijl jij zoekt naar argumenten, zie ik dat jouw argumenten ook steekhoudend zijn. Juist, door geen argumenten te gebruiken, ontstaat er een openheid, waar menigeen zijn of haar voordeel mee zou kunnen doen. De stilte van niet beargumenteren biedt zoveel mogelijkheden. Maar dan moet je je zelf daar niet schuldig om voelen. Want dan is je stilte heel relatief. Dan is er herrie in je hoofd. Anderen horen je niet, maar je wordt doof van jezelf. Luister eens naar dat lawaai en ga er in je hoofd eens een stukje vanaf staan. De afstand die je neemt, laat het aantal decibellen afnemen, zul je zien. Of horen eigenlijk. De twijfel tussen positief of negatief, de neutraliteit die jij verkiest, geeft je de ruimte om juist dat te doen, waar je je goed bij voelt. Twijfel niet over je twijfel. Laat het er zijn. Sterker nog, laat het anderen merken, die op de barricades tegenover elkaar staan. Laat hen naar jouw stilte luisteren. Of naar datgene dat jij vanuit de stilte aan hen wil meegeven. De stilte draagt heel ver. Veel verder dan alle harde geluiden. Laat anderen naar jouw stilte luisteren!

Als ik het nu teruglees, is er van alles van te vinden. Heb ik zelfs de neiging om hier en daar te gaan ‘verbeteren’. Maar die zin:.Laat anderen naar jouw stilte luisteren. Die vind ik nog steeds prachtig. 

Ik moest er zondagmiddag in ‘t Gasthoes even aan terugdenken. Maar dan aan een soort afgeleide variant ervan. Ik zat in het publiek bij ‘Verhalen achter een verhaal’. Een nieuw onderdeel van het OP-festival, waarbij vijf lokale schrijvers waren uitgenodigd om over het ontstaan van hun boek(en) te komen vertellen. Ik was één van die schrijvers en zou als vierde worden geïnterviewd door Martijn Schraven, broer van organisator Gitta Schraven. Tijdens het interview van nummer drie ging er vlak voor me een mobiele telefoon af.

Het was zó leuk om te zien wat er toen ‘in stilte’ en in een hele korte tijd allemaal gebeurde. Je zag de eerste schrik en meteen daarna de herkenning. Vervolgens het ongemak bij de persoon in kwestie, die de ringtoon zo snel mogelijk wilde onderdrukken. De mobiel moest eerst uit een tas worden gefrommeld. Eenmaal in de hand werd er in stille paniek op allerlei knopjes gedrukt. Toen de beltoon verstomde werd de telefoon snel weer in de tas gestopt. Met een verontschuldigende blik links en rechts leek het voorval opgelost, toen er uit de tas een bedompt ‘hallo?… hallo?… klonk. Niet lang, maar lang genoeg om de hilariteit wat mij betreft tot een hoogtepunt te brengen. Te leuk om er last van te hebben..

Ik heb er tijdens het interview nog even naar gerefereerd. De persoon in kwestie zat niet meer in het publiek, maar het voorval riep bij hen die er nog wel waren veel herkenning op. Het zal je maar gebeuren. In allerlei opzichten. Ik vond het vooral heel erg vermakelijk. En als de persoon zich in het bovenstaande herkent, weet dan dat iedereen je al vergeven heeft, zeker na de moeite die je je getroostte. Een prachtig voorbeeld van met hoeveel inzet je anderen naar jouw stilte kon laten luisteren…

Zondagochtend…

Motregen en een koude wind. Grijs. De herfst op een zondagochtend. Een dappere poging om een grote ronde te gaan wandelen, is na 10 minuutjes gestrand bij Liesbeth’s Grandcafé. Hete thee voor m’n neus en begonnen aan deze sfeerimpressie in woorden. Hier is het lekker warm.

Een gezin, met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid afkomstig van één van de twee vakantieparken, zit aan een uitgebreid ontbijt. Harde g’s bij de zachte broodjes. Vader praat volop. En vooral. De rest van het gezin luistert. Mes- en vorkgeluiden.

Buiten een dichtgeklapte parasol. Troosteloze aanblik. Alsof de moed is opgegeven. De chinees bereidt zich al voor op wat opnieuw een drukke dag zal worden. Boven de ingang zie ik de historie: post- en telegraafkantoor. Toen pakjes, nu zakjes. Van stempels naar tempels. Ach..

Weinig volk op straat. Binnen wordt het drukker. Achter me ingetogen gepraat over alles wat zich voordoet en waar niks aan te doen is. De stem van vader met de harde g gaat meer en meer op in het toenemende zondagochtendgeroezemoes.. 

Op de achtergrond zingt U2 ‘In the name of love’. Een moeder loopt buiten met een overdekte kinderwagen. Iemand uit het gezelschap achter me, ziet buiten een bekende op de fiets voorbijkomen. Met handschoenen aan. Hij zwaait. Zonder te zien naar wie. Ik groet hem terug met een knikje. Ook dat ziet hij niet.

Of alles gesmaakt heeft, wordt het gezin gevraagd. Drie keer ja van pa en de opmerking dat een van hen thuis altijd drie broodjes eet. Nu blijkbaar niet. Voor hetzelfde bedrag. Vriendelijk wordt geluisterd, geglimlacht en tegelijk afgeruimd. Alles moet gewoon doorgaan. Of ze nog wat willen drinken? Dat willen ze.

Het gezelschap achter me is aan het weer toegekomen. Het vriest niet. Nee, maar het motregent nog wel, zie ik. Mensen lopen nog steeds onder een paraplu. Ik hoor dat er kleingeld over de tafel geschoven wordt. Mijn tweede thee is op. Ik ga ook afrekenen. Herfst op een zondagochtend. Ach…

Herfstzon…

op een bankje
in de zon…

de herfst meent
dat het lente is

ik zie dat
een gevallen blad
zelfs terug wil
in de boom

wat valt er
nog te wensen
als de mensen
van mijn leeftijd
ouder lijken
dan ik ben

ja, zelfs de zon
die voelt zich zen

de herfst meent
dat het lente is…

1 november: Lichtjesavond

Vorig jaar was ik er voor het eerst. Misschien ben ik toen gevraagd omdat ik er vaker heb gezeten. Bij de oude eik, vlakbij Landgoed de Gortmeule. De plek waar ik vaker gedachten beschrijf die ik daarna op verschillende manieren deel. Nu ben ik er weer, vroeg op een heldere novemberavond.

Het is zaterdagavond, 1 november. Ik wandel in een groep vanuit de Gortmeule naar de oude eik. Even daarvoor heeft eenieder rondom een knapperend `houtvuurtje een kaars ontstoken om een dierbare te herdenken. Zo lopen we over het pad naar de eik. Pascal van Landgoed de Gortmeule heeft het pad om de zoveel meter van sfeervol kaarslicht voorzien. 

Het is de lichtjesavond, die Toon Emonts samen met Anja Damhuis heeft georganiseerd. Toon, vanuit Lotgenoten Horst, en Anja vanuit Synthese. Samen zitten ze in de werkgroep Zingeving. De lichtjesavond is één van de activiteiten die zij organiseren. Zo’n dertigtal geïnteresseerden zijn aanwezig om met elkaar te herdenken.

We staan onder de brede takken van de oude eik. Al tweehonderd jaar biedt deze boom beschutting en rust. Een plek om even stil bij te staan. Of te gaan zitten. Het kruisbeeld en het bankje bij de eik vertellen ieder hun eigen verhaal. Een verhaal van geloof, van stilte en van herinnering. Maar net als de eik zelf, bieden ze ook een gevoel van aanwezigheid, van iets dat blijft, zelfs als zoveel andere dingen voorbijgaan.

Iedereen in de groep draagt zijn eigen verhaal mee, zijn eigen herinneringen, dierbare momenten met iemand die er niet meer is. En toch, hier onder deze boom, zijn we samen. Misschien is dat het troostende: weten dat je niet de enige bent. Er is ruimte om te delen, en er is ruimte om gewoon te zijn, zonder woorden als dat nodig is. Dit is een plek waar verleden en heden elkaar ontmoeten, waar steun gevonden kan worden in wat blijft, in elkaar, en in de kleine dingen die ons raken.

Bij deze eik mag ik mijn gedicht delen, dat past bij de wandeling die we samen lopen. Een wandeling waarbij je in gedachten ook samenloopt met degene die je moet missen. Die met jou samen liep toen hij of zij er nog was. Het gedicht is in zijn of haar naam geschreven, passend bij gelegenheden waar, door een samenloop van omstandigheden, samen herdenken aan de orde is en steun geeft.

Samenloop

de diagnose 
wordt gesteld
en dan ineens
is het een feit
een donderslag 
die met geweld
een einde maakt 
aan zekerheid

je lichaam 
laat je in de steek
al wat er is
dat raak je kwijt
is het een jaar 
of maar een week
je leven lijkt 
beperkt in tijd

de dag verandert 
in een nacht
in elke traan 
proef je het zout
maar ondanks alles 
put je kracht 
uit iedereen 
die van je houdt

jouw weg die 
loop je niet alleen
hoe moeilijk 
elke stap ook is
je komt er samen 
wel doorheen
omdat elke stap 
er eentje is

het vuur wordt 
met elkaar beleefd 
in elke vlam 
brandt iets van hoop
dat is wat je 
de ander geeft
dat is de kracht 
van samenloop

PS Pascal en Sandra, dankjewel voor de gastvrijheid! En Marion Vervoort, voor het spontane optreden.