Mia

Op maandag ging het gerucht al. Zoals zovaak gepaard met ongeloof. Er was nog hoop maar het gevoel overheerste, dat het ook wel eens goed mis zou kunnen gaan. En op vrijdag de bevestiging. Woensdag 30 mei overleden lees ik bij de familieberichten. Mia. Van Wim.

Bij sommige mensen heb je dat. Niet omdat je ze door en door kent, maar wel net genoeg om de emotie te voelen van hen die achterblijven. Je hart knijpt een beetje samen als je zwart op wit leest dat wat je niet hoopte, toch is gebeurd. Mia. Van Marjo, Yvonne en Hannie.

Het gebeurt bij zovelen. En het zal blijven gebeuren. Maar zo nu en dan treft het iemand uit je kennissenkring. Elke keer wanneer een dergelijk bericht rondzingt en er vervolgens dagen later een definitieve bevestiging komt, is dat gevoel van toen weer terug. De pijn van het definitieve afscheid. Ineens, bijna zonder bericht vooraf. Wat er was, is niet meer.

Vaak zag je ze samen op het terras. Wim en Mia. Jaren ging Wim voorop en volgde Mia. De laatste tijd was het steeds meer Mia voorop, leek het, en volgde Wim. Regelmatig in het bijzijn van Marjo, Yvonne of Hannie of een van de kleinkinderen. En misschien nog wel vaker zo goed als allemaal samen, met de mannen erbij, Hans, Ger of Hennie. Met carnaval een vaste waarde van gezelligheid.

Wim vlinderde dan van de een naar de ander en vertelde aan ieder zijn anecdotes uit het verleden. Mia luisterde dan en lachte. Steeds opnieuw en telkens weer. Soms op korte afstand, maar aanwezig. Ik hoor in gedachten de intensiteit van haar lach en ik herinner me op hoeveel manieren ze daarbij kon kijken. Haar blik was dan ondubbelzinnig over Wim’s soms ondeugende dubbelzinnigheden. Zo vulden ze elkaar aan en lieten ze elkaar, ook op afstand, niet los. Tot woensdag.

‘Afgeloëpe woensdàg ovverleed mien lieve, lieve vrouw’ lees ik vrijdag in de Limburger. In dialekt. ‘En zörgzame, fijne mam’, ‘en laeveslustige, gezellige oma’ en ‘en grötse superoma’. Zorgzaam en fijn, levenslustig en gezellig, trots en super. Dubbele kwalificaties voor wat ze was en wie ze was. Niet voor niets staat ook ‘lieve’ er ondubbelzinnig dubbel in.

Het gebeurt bij zovelen. En het zal blijven gebeuren. Een definitief afscheid terwijl het leven doorgaat. Dat voelt dubbel. En lijkt soms zo onzinnig. Toch is het dat niet. Niet dat ik het zeker weet, maar ik voel dat het zo is. Ondubbelzinnig. Ik heb er ook geen verklaring voor. Maar iets in mij zegt dat het komt door ‘lieve, lieve’…

Voor Wim, Marjo en Hans, Yvonne en Ger, Hannie en Hennie en kun kinderen en voor iedereen die Mia heeft gekend.

Zaterdag 2 juni voorgedragen in het programma Wiekentpraot van Radio Reindonk en hieronder te beluisteren. Voorafgegaan door ‘Fly’ van Celine Dion en afgesloten met een liedje van Ramses Shaffy: ‘Kom lieve, lieve’.

 

Burning blues…

Bluesmuziek van de Cornfeds op de koptelefoon. Onlangs heb ik ze gezien en gehoord op Moulin Blues. Samen met Peter en Hay was ik daar drie dagen ondergedompeld in de sfeer van blues en lettin’go. Relaxte sfeer. ‘Wenn i need to be alone for a while’ hoor ik de zanger van de Cornfeds nu zingen.

Het is zaterdagavond, de dag voor Pinksteren. Ik heb de Cornfeds via Spotify opgezocht, omdat ik even toe was aan wat anders. Soms heb je van die momenten dat het goed is om je gedachten even een andere kant op te sturen. De Cornfeds doen dat goed. ‘And now i wait for better days’ hoor ik.

Vanmorgen heb ik zelf muziek gemaakt op een gesloten afdeling van Hof te Berkel. Nederlandstalige liedjes gezongen, die de bewoners konden meezingen. Maar ook duitse, engelse en italiaanse deuntjes uit mijn buikorgel gedraaid. Regelmatig zijn er dan momenten van herkenning, die een paar tellen later weer vervaagd lijken. ‘She is real forgetfull, can’t find everything’ zingen de Cornfeds.

De titel van die bluessong is ‘Got a women like that’. Strak tempo. ‘Nothing will bring me down’ is er een tekstregel van. Het roept associaties op met vanochtend en het gevoel dat me vanavond parten speelt. Ik merk dat de verbanden die ik in mijn hoofd leg, de ietwat negatieve gedachten wat positiever inkleuren. ‘Ain’t nothing you can do, you told me and now i ‘m telling you’.

‘I will miss you, my dearest friend’. Big Old C heet het nummer. Oud, dat waren de bewoners vanochtend ook. Een van hen stond op, liep de woonkamer uit en kwam even later trots terug met een mondharmonica. Misschien had de orgelmuziek hem aangezet om zijn eigen instrument op te halen. Even speelden we tegelijk en waren we een duo. Ik zag blijdschap en vrolijkheid in zijn ogen…

Vanavond denk ik daar aan terug en lijkt dat moment van vreugde zo kort, vergeleken bij al de tijd, waarvan ik vanavond het gevoel heb dat die zo verschrikkelijk ongemerkt en nutteloos voorbij gaat. ‘It’s just to bad, to bad, I would never last a day’ hoor ik de Cornfeds zingen. Daar denk ik even over na terwijl de Cornfeds verder gaan. Het is even wachten op een zin, die relativeert… ‘I tell them to start living..’. Mooi! Toch? ‘Here we go again… a conversation ends, the moment just past… a new one begins’.

Yep. Daar doen we het mee. Iets eindigt omdat het moment voorbij is als een nieuw moment begint. ‘Now i wait for better days, i know there are better ways’ vult dat eigenlijk wel heel aardig aan.

Lekker, zo lukraak de blues opzoeken en naar eigen inzicht verweven met alles waarvan ik vanavond niet wist hoe ik het moest verwoorden. ‘I gave you ten years, ten seconds you were gone’. Ach, het is allemaal zo relatief. Je brandt zo maar niet af als het al 58 jaar meezit. Of toch? Hoe dan ook: ‘Tonight i’m gonna feel better’…

Tulp

Bij ons in huis staan elk jaar tulpen uit eigen tuin. Thea teelt ze zelf. In allerlei soorten en kleuren volgen ze elkaar op in de vazen die her en der op tafels staan. 01Wekenlang een komen en gaan van kleurige pracht. Mooi in alle fases van ontwikkeling. Van stevig piepend en nog groen, 02tot fragiel, bijna vervallen maar des te feller gekleurd. 03Steeds als er weer een bloemblad wordt losgelaten, lijkt het alsof de tulp tegelijk iets verder doorbuigt, als wilde ze de grond kussen waar alles begon. 04Met zorg en aandacht heeft Thea de tulpenbollen vóór de winter in de tuinaarde gepoot. Er is een koudeperiode nodig om de bollen onder de grond te laten ontkiemen. Eerst kou om in een latere fase de warmte op te kunnen zoeken. In de zomer, rond deze tijd, verlaten ze een voor een voorzichtig de duisternis van de aarde en gaan gericht op zoek naar de warmte van het licht. En daar zijn ze mooi, in elke fase van hun groei. 05Ik schreef ooit dat wanneer mensen komen te overlijden, ik me kan voorstellen dat ze een nieuwe fase ingaan. Wat ik dan een troostrijke gedachte vind, is dat je als nabestaande de ziel van je dierbare in de dingen om je heen kunt zien. In een fladderende vlinder bijvoorbeeld, of een golvend voorbijvliegende groene specht in een schaduwrijk bos. Waarom zou een voltooid mensenleven dan niet geprojecteerd kunnen worden in de prachtige kleuren van een tulp. 06De thema’s van deze herdenkingsdienst zijn niet voor niets ‘tulp’ en ‘nieuw leven’. Lucie heeft u daarover al verteld. En nu ik naar de vaas op tafel kijk, 07zie ik het nog duidelijker. Elk felgekleurd vallend blad, elke buigende bloem, heeft woorden van troost in zich verborgen. Een hele tuin van tulpen is zo elk seizoen weer een stille symfonie van medeleven. 08Elke tulp, eerst vriendelijk wuivend in de wind, wil straks gehoord worden als u ze in de vaas zet.

Twee jaar geleden vertelde ik hier, vanaf deze plek, over mijn zus, een van de eerste gasten van het Hospice. Twee dagen slechts duurde haar verblijf. Als een mooie tulp in haar laatste fase, verloor ze in korte tijd blad voor blad. 09Terwijl haar leven zich naar het einde toe boog, gaf haar ziel nog meer kleur aan de dingen om ons heen.

Natuurlijk, eerst was er de kou van het verdriet. Maar misschien wel dankzij die kou, werd het ook weer zomer, en liet ze ons zien dat er niets verloren gaat. Net zoals een tulp haar gevallen bladeren gul teruggeeft aan de aarde, diezelfde aarde van waaruit alles ooit begon, 10zo gaf zij ons de levende herinnering aan wat altijd zal duren en overal kan zijn. In een fladderende gele vlinder. Of in een vliegende groene specht.11Maar zeker ook in een vallend tulpenblad. Want als een tulp al haar bloembladeren heeft laten vallen, dan zie je pas goed hoe mooi de kern eigenlijk is. 12De kern waar toch weer leven in zit.

Blues

Zaterdag 5 mei is deze column voorgedragen tijdens een uitzending van Wört, onderdeel van het programma Wiekendpraot op Radio Reindonk. Voorafgegaan en afgesloten met een blues-nummer. Over het waarom leest u hieronder. Even terug in het (heel nabije) verleden. En mocht u de muziek en de column willen horen, klik dan hieronder.

Een bluesnummer. Als u dat zojuist heeft gehoord, weet dan dat ik er op dit moment middenin zit. Afgelopen donderdag vertrokken naar Ospel, met twee vrienden, naar het Moulin Blues festival. De dag daarvoor, woensdagavond, schreef ik deze column, dus eigenlijk luistert u op dit moment naar het verleden. Daar hoeft u niet al te lang bij stil te staan. Op TV gebeurt niks anders. Want zeg eens eerlijk: hoe vaak heeft u ‘The Sound of Music’ gezien? Of ‘Sisi’? Geen voorbeelden van actualiteit toch? Dan valt drie dagen geleden eigenlijk nog best mee. Bijna actueel zou je kunnen zeggen.

Maar wat kan ik op woensdag vertellen, dat zaterdagavond nog actualiteitswaarde heeft? Dat het nu, als u live meeluistert, 5 mei is. Bevrijdingsdag. En dat er daarom gisteren, op vrijdag 4 mei, om 20.00 uur twee minuten lang geen blues te horen was. Alleen… dat laatste weet ik niet zeker. Want, zoals gezegd, ik schrijf dit op woensdag 2 mei. Dan is er nog geen dode herdacht en zijn we, bij wijze van spreken, nog niet bevrijd. Een dilemma?

Ach, dat valt eigenlijk wel mee. Als ik voor mezelf spreek dan kan ik met grote eerlijkheid zeggen dat ik door het jaar heen ook wel eens een dode herdenk. Misschien niet meteen iemand met een verzetsverleden of een slachtoffer van de tweede wereldoorlog, maar evengoed. Met een wat bredere kijk op de materie van leven en dood is de stelling verdedigbaar dat de meeste levenden zich verzetten tegen de dood en daar zo goed en zo kwaad als het kan tegen strijden. In die zin is iedereen een verzetsstrijder en uiteindelijk een slachtoffer.

Begrijp me goed, ik wil dodenherdenking op 4 mei niet bagatelliseren. Eigenlijk integendeel. Ik pleit ervoor om op andere dagen van het jaar ook bij tijd en wijle in stilte te herdenken. En in het verlengde daarvan, ook op meerdere dagen de vrijheid te voelen, die op 5 mei zo manifest gevierd wordt. Op die andere dagen van het jaar liggen er zoveel kansen om te herdenken of te vieren, dat het zonde zou zijn om daar geen gebruik van te maken. Als het ware de blues te voelen van het leven.

Heeft u vrijdagavond de kranslegging op TV gezien of was u, ergens op locatie, live een stille getuige van een plaatselijke herdenking? Op beide vragen moet ik in ieder geval nee antwoorden. Ik voelde de blues in Ospel. En toch voorspel ik nu, op woensdagavond terwijl ik dit opschrijf, dat ik op het bluesfestival in Ospel vrijdag 4 en zaterdag 5 mei mijn eigen herdenkingsmomenten zal hebben ervaren en de vrijheid zal hebben gevoeld. Op de klanken van de blues, herdenken en vieren. Op het geluid van de muziek -the sound of music- bewust zijn van het moment. Met vrienden die je een ‘sisi’ gunt maar een biertje mee drinkt.

Dat wil ik u, vanuit het verleden van drie dagen geleden ook toewensen voor alle dagen die nog gaan komen. En om in bluessfeer te blijven, een prachtig nummer tot slot.

Actuele update op 7 mei: Het was twee minuten nagenoeg stil… Indrukwekkend.

Weemoed…

Een uitverkocht Cambrinus. Vanuit ’n plek in de verre hoek heb ik nog net uitzicht op de pianokruk en op pakweg twee octaven pianotoetsen in het midden van het klavier. Ik schat in dat ik zo Egbert prima kan zien spelen zometeen. Egbert Derix geeft een soloconcert. Het op één na laatste concert dat er in muziekcafé Cambrinus gegeven gaat worden. In het laatste seizoen. Ik heb het Jan bij een aantal vorige concerten al vaker horen vertellen. En ook nu weer is zijn introductie er een, waar weemoed doorheen klinkt.

Als je een café gaat beginnen, vertelt hij, krijg je tientallen adviezen hoe dat moet. “De helft van die adviezen hebben we op onze manier opgevolgd en de andere helft soms misschien wat eigenwijs naast ons neergelegd”. In een sfeervol mengsel van trots en melancholie gaat Jan nog even door. Het traditionele viltje, waar hij op het laatste moment nog altijd wat opschrijft, voordat hij een artiest aankondigt, trilt een beetje tussen zijn vingers. Als je met een café gaat stoppen, vertelt hij, blijken de adviezen daarover achterwege te blijven. Dat is iets dat je na 25 jaar helemaal zelf moet doen. En dat valt niet mee. Zeker niet wanneer het aftellen op een punt is beland, dat je bij de één na laatste bent…

Egbert zit al die tijd aan de vleugel. Tot zijn verrassing krijgt hij van Jan een antiek bierreclamebord, met de opdruk JAZZ, waaraan het woord ‘stout’ is toegevoegd. Uit 1929, als ik het goed onthouden heb. Die twee woorden, toen bedoeld om de biersmaak te omschrijven, staan nu, volgens Jan synoniem voor de muziek en een deel van Egbert’s karakter. Bovendien blijkt er voor het concert van Egbert geen poster te zijn gemaakt, zoals dat in de historie van het muziekcafé meestal wel het geval is. Geen halszaak, want het concert was in no-time uitverkocht.

Maar toch, een tweede cadeau volgt. Alsnog een poster met de aankondiging van het concert van Egbert. Passend in het betoog van Jan, die uitgebreid uit de doeken doet -je bent muziek-missionaris of je bent het niet- dat vanmiddag een dame uit Canada (who cares…) op de bühne had kunnen staan, maar dat tot Jan’s vreugde haar noodgedwongen afzegging eigenlijk maar één logische vervanger kende: Egbert Derix. En die zat klaar. Wachtend tot hij ‘stout’ zijn ‘jazz’ ten gehore mocht brengen.

Vanaf de eerste toetsaanslagen voelde ik de weemoed in de lucht. Bij elk nummer heb ik me afgevraagd, muziekleek als ik ben, wat de klanken nu precies bij me teweeg brachten. Eigen herinneringen uit vervlogen tijden. Dan, rondkijkend, de constatering van een uitverkochte zaal, die voor de één na laatste keer allemaal dezelfde kant op keken. En dezelfde kant op luisterden, als je dat zo kunt zeggen. Jarenlang heb ik de spreuk op het bord zien staan, dat je een muzikant nooit je rug moet toekeren omdat je oren dan verkeerd zitten. Vanmiddag heb ik de spreuk niet gelezen, maar zag en voelde ik het live.

We luisterden naar de voorbodes van de herinnering. Bij sommige passages maakte een milde droefheid zich van mij meester. De muziek liet mijmeren. De uitleg van Egbert bij de gespeelde nummers wakkerden de melancholie soms nog verder aan. Bijvoorbeeld door een muziektekst over nevel in januari. Dat riep herinneringen op aan zijn vader Jan, die een aantal jaren geleden overleden was in die maand. De herkenning, ongetwijfeld, bij zijn moeder en zijn broer.  Weemoed. Gedragen door gevleugelde klanken. Muziekvrienden genoten en één stel werd zelfs beloond voor hun in Cambrinus opgedane levenslange liefde.

Niet vreemd dat op het eind van het concert het applaus voor Egbert -die op indrukwekkende wijze zijn 61e (!) concert van de afgelopen 25 jaar in Cambrinus had afgerond- naadloos overging in een staande ovatie voor Jan en Henny. De weemoed die voor mijn gevoel al de hele middag in de lucht hing, vond zijn weg in de tranen van Henny. Jan stond op dat moment iets verder van me weg, maar ik weet bijna zeker dat de melancholie van de muziek ook hem tot op het bot geraakt heeft.

Weemoed dus. Een woord dat uit twee delen bestaat. ‘Wee’ als in pijn voelen bij een afscheid. Maar ook ‘moed’ als een drijvende kracht om door te gaan. Een ‘trip down memory lane’ hoorde ik iemand uit het publiek na afloop van het concert als verklaring geven voor zijn gevoelde emotie. Dat herkende ik. Maar het bevestigde mij ook in het besef dat herinneringen alleen maar dán ontstaan als er in het nu geleefd wordt. ‘C’est la vie’ rijmt best mooi op ‘melancholie’.

Misschien dat ik daar een andere keer iets over op papier zet. Maar nu alvast even dit. Met dank aan de muze, aan Egbert en aan Jan en Henny, waarmee ik zometeen voor één van de laatste keren in café Cambrinus een biertje ga drinken. Het mooie is, realiseer ik me tot slot, dat op al die andere plekken waar ik Jan en Henny straks nog ga tegenkomen, overal toch een beetje Cambrinus zal zijn. Dat geeft de burger moed. Weemoed voor even. Maar vooral moed voor het leven.

Evy’s broertje…

Meestal klik ik ze weg. De oproepen via Facebook of mail om een goed doel te steunen. Ook al zijn de verhalen nog zo schrijnend en de foto’s nog zo confronterend. Het zijn er gewoon teveel. Bovendien heb ik mijn gemoedsrust structureel gesust met een automatische 3-maandelijkse incasso-donatie aan Artsen zonder Grenzen. Volgens MijnING doe ik dat al vanaf januari 2009. 37x vanaf toen tot vandaag, lees ik. Verder terugkijken dan 1 januari 2009 is niet mogelijk, volgens de bank die onlangs nog eieren voor haar geld koos en de hoogste chef, Ralph Hamers, niet anderhalf miljoen méér jaarsalaris gaf.

Ralph ligt daar zelf misschien niet eens wakker van. Hij houdt tenslotte nóg anderhalf miljoen per jaar over. Per kwartaal is dat € 375.000,-. En wie weet, heeft hij ook wel een automatische incasso lopen voor Artsen zonder Grenzen. Als het bedrag dat hij doneert in dezelfde verhouding tot zijn salaris staat, als het bedrag dat bij mij om de drie maanden wordt afgeschreven, dan denk ik dat ze bij Artsen zonder Grenzen toch enthousiaster worden van de bijdrage van Ralph. Alles is zo relatief, wat dat aangaat.

Vanmorgen, na het rennen, las ik een facebookbericht van Anita. Zij maakte mij en haar volgers er op attent dat er in haar buurt een jongetje woont, Ian, die de ziekte van Duchenne heeft. Vorig jaar zag ze hem, schrijft ze, fietsend op een driewieler, maar toch de grootste lol makend met de andere kinderen uit de buurt. Nu, bijna een jaar verder, krijgt Ian een nieuwe rolstoel. Dat is er een met elektrische ondersteuning op de wielen, zodat hij met zijn afnemende spierkracht toch nog zelfstandig naar buiten kan. Want daar zijn straks de andere kinderen ook weer.

Anita’s inleidende verhaal raakte me. En de link naar de site waar de ouders van Ian de situatie beschreven maakte nog meer indruk. Zijn zus, Evy, had een tekening gemaakt, waarop duidelijk te zien was waarover het ging. Er moest een bus komen om de nieuwe rolstoel -en dus Ian!- te kunnen blijven vervoeren. Al was het maar om zijn veelvuldige ziekenhuisbezoek mogelijk te blijven maken, zodat hij kon blijven meedoen aan een onderzoek voor een nieuw medicijn. Ze had de bus getekend, haar ouders, Ian en zichzelf. Het tekstballonnetje boven haar hoofd was duidelijk: ‘een rolstoelbus voor mijn broertje omdat hij een ziekte heeft’.

evy's tekening

Deze oproep heb ik vanochtend niet weggeklikt. Integendeel. Ik heb gebruik gemaakt van optie 1 van de kleine webwinkel die de ouders samen met familie en vrienden hebben opgezet. De CD van optie 2 en de kralenarmband van optie 3 beveel ik echter van harte aan! En hoe mooi zou het zijn als Ralph Hamers, los van zijn 3-maandelijkse automatische incasso voor Artsen zonder Grenzen, verhoudingsgewijs ook een bijdrage zou doen? Ik zal hem alvast taggen. Wie weet, zorgt Facebook ervoor (met hulp van ons allemaal) dat dit verhaal uiteindelijk ook bij Ralph gaat landen? Zou Mark Zuckerberg trouwens nederlands kunnen lezen? Pakt hij z’n kans om te laten zien dat Facebook niet alleen dingen laat lekken maar ook laat lukken? Je weet het nooit. Ik tag hem.

Ralph, je kunt hier klikken om bij de webwinkel te komen. Laat zien dat het je niet om de knikkers gaat en bestel een kralenarmband. Dat is optie drie. Maar zonder gekheid. Mocht je dit lezen, dan hoop ik dat je voor optie 1 gaat. Met een paar procent van mijn salaris, samen met een paar procent van jouw salaris kan Evy’s wens snel in vervulling gaan.

And Mark, in English because i’m not sure if you can read Dutch. When you’re done explaining the Facebookleaks to the American Congres, please take the opportunity to support Ian. I think it fits your goal to end, cure or manage all disease by the year 2100. When you do, i think Evy will make a nice drawing for you too.

 

De radiouitzending terugluisteren? Na de introductie eerst een nummer van  The Freelance Band van de CD ‘Out of the calaboose’: Good Work. Op 5:07 begint de column, tot 9:43. Ter afsluiting een nummer van Gerard van Maasakkers van de CD ‘Lijflied’: Ik kom wa later.

Voor het eerst… anders

Eerste paasdag. Twee woorden, waarvan het eerste (jawel..) me laat realiseren dat ik vandaag twee dingen voor het eerst in mijn hele leven heb gedaan. Het ene vanmorgen en een deel van de middag. Het andere nu, op het moment van schrijven van deze tekst.

Om met dat tweede te beginnen: ik heb via spotify de Mattheüs Passion op mijn koptelefoon gezet. Honderddrie nummers, lees ik. En het geheel duurt twee uur en vierendertig minuten. Die nummers variëren nogal in lengte. Van tientallen seconden tot enkele minuten. Ik laat het gebeuren. Geen dag zonder Bach, heb ik een paar dagen geleden nog ergens gelezen (dankjewel Harme). Dat moet ook ooit begonnen zijn met één dag mét Bach…

Het eerste dat ik vandaag voor het eerst in mijn leven heb gedaan, is van een heel andere orde. Ik mocht mee naar voetbalstadion De Koel in Venlo. Daar speelde VVV thuis tegen FC Twente. Het feit dat ik daar nog nooit geweest ben, geeft misschien al aan dat de reden van mijn bezoek niks met voetbal te maken had. Ook het niveau van het spel had daar weinig mee te maken trouwens, voor zover ik dat kan beoordelen.

Funny en Koelie

Funny in de Koel

Nee, mijn bezoek had te maken met een alleraardigste afspraak die er was gemaakt om Funny, de mascotte van het Funpop-festival, vóór de wedstrijd en in de pauze, te laten kennismaken met de mascotte van VVV: Koelie. Een stukje PR, waar van te voren nog nooit over nagedacht was, maar zo zie je maar. Creativiteit (én een goed netwerk) kent geen grens. Met dank aan Pieter, Thijs, Ron, Karen en vooral Bo. Zij zat in de zachtpaarse Funpop-mascotte. Leuk dat de FC Twente aanhang vanuit de supporterskooi bij aanvang die mooie Funpopkleur met een toepasselijke rookbom nog eens extra onder de aandacht bracht…

Afijn. Van FC Twente supporters terug naar Bach. Ook iets met passie…

Het schrijven van een column met de Mattheüs Passion tussen de oren is, nu ik er zo over nadenk, eigenlijk een derde ding dat ik nog nooit in mijn hele leven heb gedaan Een paar minuten geleden, schrok ik zelfs even toen het stereo-effect mij van rechts het hele koor in één keer het oor induwde, terwijl links een sopraan en een alt heel rustig waren begonnen.

Voor de kenners: dat was bij de aria ‘So ist mein Jesus nun gefangen’. En dat koor is, als de informatie op de digitale CD-hoes juist is, het ‘Boys Choir of Sacraments-Church Breda’. Niet echt een brabants klinkende naam, lijkt me. Maar tegelijk is Ton Koopman ook niet echt een Brits aandoende naam. En wat BWV 244 voor elk van de 103 titels betekent is me ook een raadsel. Niet vreemd, al die vragen bij dingen die je voor het eerst in je leven doet. Gewoon nemen zoals het komt. Komt tijd, komt raad.

Dingen die je het eerst van je leven doet. Een gedachte opschrijven, terwijl je schrikt van wat Johann Sebastian Bach jaren geleden heeft bedacht. De aria ‘Geduld’ klinkt op dit moment. Laat ik die synchroniciteit maar aangrijpen om een slot te breien aan dit hersenspinsel op Eerste Paasdag. ‘Geduld’ is een eigenschap die het mogelijk maakt dat alles wat je voor het eerst doet, misschien ooit nóg wel een keer voorbij zal komen. En zo niet, er dan in ieder geval voor zorgt dat het hoe dan ook voorbij zal gaan. Zoals het komt zo gaat het ook. En dat brengt me toch weer bij de Mattheüs Passion…

‘Erbarme dich’ hoor ik. Had die aria ook niet Harme’s voorkeur? De cirkel is rond. Nu stoppen met schrijven…

Maandagen en inktvissen

octo-2
Ceramic artist Keiko Masumoto is intensely interested in the intersection of art and craft, whether a craft object can simply be decorative or if an artistic work can still remain functional. Her questions have resulted in a series of traditional ceramic plates, bowls, and vases embedded with unlikely objects from wriggling octopi to entire buildings. You can explore a bit more in her online portfolio and at Spoon & Tamago.

Maandag. Sinds het begin van dit jaar heb ik die dag beschikbaar om werk te doen, enkel en alleen omdat ik zelf bepaal dat ik dat werk doe. Je zou kunnen zeggen, alleen mezelf als ‘opdrachtgever’. Óf -en dat voelt ook prima- wel een ander als opdrachtgever, maar dan met een directe link naar hem of haar over de opdracht. Geen toeters. Geen bellen. Geen bureaucratie. Alleen al om de eenvoudige reden dat ik thuis geen bureau heb. ‘Just me’ dus, of ‘just us’. En in dat laatste geval een 1-op-1-relatie tussen degene die mij vraagt iets voor hem of haar te betekenen.

Ik heb even getwijfeld of ik ‘werkrelatie’ zou schrijven in plaats van ‘relatie’. Toch gekozen voor dat laatste, omdat ik denk dat op de eerste plaats de relatie essentieel is voor wat motiverend werkt. Heel snel daarna het werk zelf maar wel in die volgorde. Dan ‘werkt’ werk volgens mij het beste en is vooral om die reden naar twee kanten toe succesvol. Vind ik. De reacties en tevredenheid van mijn ‘maandag-opdrachtgevers’ bevestigen voor mij dat beeld. Tot nu toe. Laat ik bescheiden en voorzichtig blijven.

Verschillende maandagen die nu achter me liggen, heb ik zo al kunnen vullen. En, zoals gezegd, dat voelde prima. Toch waren er ook maandagen dat ik even niks om handen had. Net als vandaag. Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik dan toch soms de telefoon van mijn ‘dinsdag-tot-vrijdag-werk’ scan en zo nu en dan een mailtje, aan mij gericht, beantwoord. Maar ach, die flexibiliteit moet kunnen vind ik. Want ook op dat werk, waar ik overigens wél een -weliswaar flexibel- bureau heb, spelen relaties een wezenlijke rol.

Gisteren heb ik een boek besteld van René ten Bos. ‘Bureaucratie is een inktvis’ is de titel. Ik ben benieuwd naar de inzichten over bureaucratie van deze filosoof en ‘denker des vaderlands’. Wat me triggerde om dit boek te bestellen was de werktitel van een seminar dat hij hier over gaat geven: ‘Bureaucratie in organisaties. Mogen we eindelijk gewoon ons werk doen?’. De vraag die hij daarin stelt, is de vraag die mij bij tijd en wijle ook wel eens bezig houdt op mijn echt wel leuke werk op dinsdag tot en met vrijdag. En nu dus bezighoudt op maandag. Moet kunnen.

Ik merk dat ‘de maandagen’ me de ruimte bieden en de energie geven om op zoek te gaan naar het completere plaatje van mezelf. Dat ik ‘de maandagen’ tussen aanhalingstekens zet, is omdat het zoeken natuurlijk niet op een specifieke dag gepind is. Het is vooral de tijd in het algemeen die je jezelf gunt om dichter bij jezelf te komen.Want alleen dan, denk ik, kun je vervolgens ook dichter bij anderen komen. Anderen die zich, net als René ten Bos, misschien wel eens afvragen: ‘Mogen we eindelijk gewoon ons werk doen?’. Ik ben heel benieuwd naar het boek. Volgens Pip komt het misschien vandaag al. Op maandag. Volgens een op zondag (!) gekregen mailtje van de Bruna-organisatie wordt dat dinsdag. Aan huis bezorgt door de DHL-organisatie. Twee bedrijven met vertakkingen door het hele land. Als inktvissen?

Strafbaar

Het is weer zo’n zaterdag. Eén dag voordat we er zomaar een uur bij krijgen. Komende nacht om twee uur is het ineens drie uur. Daar merk je dus helemaal niks van, tenzij je dan nog volop in het uitgaansleven zit. Daar waar de sluitingstijd regulier op twee uur staat, ben je dan in één milliseconde ineens al een uur lang strafbaar.

Zou de politie daar vanavond op letten? Het zou een uur lang een goeie bron van inkomsten kunnen zijn. € 280,- per klant, als je als diender net na twee uur de kroeg binnenstapt en na het ‘wat zijn wij hier aan het doen’ registreert dat de klanten na sluitingstijd zijn binnengekomen. In het kader van omgekeerde bewijslast moeten zij nog maar eens aantonen dat ze er vóór twee uur al zaten. Volgens mij is dat kassa.

Maar zonder gekheid. Dat extra uur in de zomer. Levert dat eigenlijk nog wel wat op? Iets zinvols, bedoel ik. Had dat bij de invoering niet iets met energiebesparing te maken? Dat je in de winter met een uur minder overdag, ’s avonds eerder binnen de kachel en de lampen aanmaakt en dat je die teveel gebruikte energie dan in de zomer met een uur meer overdag dan weer terug verdient? Zoiets was het toch?

Maar ik ben het kwijt. Dat komt misschien ook omdat mijn digitale apparaten die tijdswisseling al jaren automatisch voor mij doorvoeren. Dat apparaat kan er ook niks aan doen. Iemand die destijds hopelijk wel wist waarom het handig was om een winter- en een zomertijd in te programmeren, heeft dat toen voor mij bepaald. En ik ben dat in de loop van de tijd vanzelfsprekend gaan vinden.

Alleen nu realiseer ik me, in een vlaag van zaterdagmelancholie, dat juist die vanzelfsprekendheid misschien wel de grootste ‘milieu-belasting’ met zich meebrengt. Zelfs Mark Zuckerberg lijkt zich daar langzaamaan van bewust te worden als ik de krant van vandaag mag geloven. Toch denk ik dat we hem niet de schuld kunnen geven van alle ‘vervuiling’ om ons heen.

Nee, bedacht ik me, tikkend op mijn ipadje, het is juist de vanzelfsprekendheid die ons de das omdoet. En voor nu vind ik die constatering wel even voldoende. Ik zit tenslotte nog in de wintertijd. Morgen, met een uur extra, kijk ik wel even verder. Zie ik dan wel wat ik met mijn facebookaccount doe. Misschien geef ik mijn ‘nee’ op het sleepwet-stembiljet wel een persoonlijk vervolg. Misschien…

Verzoening

Zijn optreden raakte me met kracht. En mij niet alleen. Toen ik de zaal in keek, zag ik verschillende mensen net iets vaker met de ogen knipperen dan je normaal zou verwachten. Ik had hem zojuist aangekondigd bij de voorronde van de Funfactor. Freek Felet. Hij kwam het podium opgereden in zijn rolstoel met een souplesse die in schril contrast stond met zijn lichamelijke gesteldheid. Freek was overduidelijk spastisch.

Ik had dat in de pauze al gezien, toen hij binnenkwam en ik hem welkom heette. Bij het voorstellen kostte het hem zichtbaar kracht en moeite om zijn hand te laten bewegen in de richting van mijn hand. Ook zijn spraak was duidelijk beïnvloed door zijn spasmes. Dat weerhield hem niet om recht op zijn doel af te gaan. Na het zeggen van zijn naam was zijn eerste vraag ‘Wie doet hier de muziek?

Toevallig dat Ron, van de begeleidingsband FEZZ, net voorbij kwam. De vraag van Freek kon snel worden beantwoord. In de laatste minuten van de pauze haalden hij en zijn begeleider nog een broodje bij de studenten van de Gildeopleidingen.

Hij stond tweede op het lijstje van optredens na de pauze. Toen ik zijn naam noemde, kwam hij handig het podium opgereden. Hij bediende een speciale rolstoel, die hij desgevraagd ook even demonstreerde op het podium. Dansend bijna draaide hij een paar rondjes en kwam toen weer soepel naast me staan. Het aangeven van de microfoon liet hetzelfde beeld zien als met het handen geven bij het welkom. Hij wilde wel, maar het leek alsof zijn hand daar een eigen mening over had. Dat duurde even maar Freek won..

Met de microfoon stevig in zijn knuist geknepen, werd de muziek gestart. ‘De verzoening’ van Liesbeth List. Meteen vanaf het eerste gezongen woord werd ik gegrepen door Freeks vertolking van dat lied. Spasme en passie verzoenden zich daarin. Hij zong met een intensiteit en een overtuiging die niets aan twijfel overliet. Hier zong een artiest die de luisteraar raakte. Elk woord van het lied waren de woorden van Freek. Elke emotie uit het lied waren ook zijn emoties.

‘Heb dit lichaam lief’ hoorde ik Freek zingen. Terwijl hij zijn hand dwong om de microfoon bij zijn mond te houden, bleef die zin even bij me hangen. ‘Het was een onbekende weg, die ik heb afgelegd’. Daar begon hij mee. Hij zong over ‘het harnas van spijt’. Elke zin was doordrenkt van een onuitgesproken waarheid die de mooie tekst over liefde en verzoening een hele waardevolle extra dimensie meegaf: die van een verzoening met een situatie die misschien mocht zijn zoals die was, maar die hem hoe dan ook niet kon weerhouden om te doen wat hij het liefste deed: zingen.

Wat zou ik zijn vertolking van die middag graag nog een keer terughoren, was mijn gedachte ’s avonds. Op goed geluk tikte ik zijn naam in, in de zoekbalk van Google. Zou het misschien… dacht ik, toen ik op ‘video’s’ drukte… en warempel. Freek had een groot aantal van zijn vertolkingen openbaar op YouTube gezet. Ik voelde me blij worden. Daar zag ik het staan: ‘De Verzoening’ van Freek Felet. Ik heb er nu al een vijftal keren naar geluisterd. En het blijft me raken. Daarom wil ik het heel graag hier delen. Bij deze.

In 2016 deed Freek een oproep in een filmpje waarin hij zijn grootste wens uitspreekt: ‘Geen kind meer’ zingen met Karin Bloemen bij het Knoopgala. Ik weet niet of die wens al in vervulling is gegaan. Mocht dat niet zo zijn, dan hoop ik van ganser harte dat op wat voor manier dan ook, deze wens ooit vervuld gaat worden. Hij verdient het. ‘De verzoening’ van vanmiddag is wat mij betreft zijn geloofsbrief en vrijbrief tegelijk. Ondanks, of misschien wel dankzij, zijn ‘harnas van spijt’. Ik ben nog steeds onder de indruk en wil dat graag hier delen. Dus nogmaals, bij deze…