Op maandag ging het gerucht al. Zoals zovaak gepaard met ongeloof. Er was nog hoop maar het gevoel overheerste, dat het ook wel eens goed mis zou kunnen gaan. En op vrijdag de bevestiging. Woensdag 30 mei overleden lees ik bij de familieberichten. Mia. Van Wim.
Bij sommige mensen heb je dat. Niet omdat je ze door en door kent, maar wel net genoeg om de emotie te voelen van hen die achterblijven. Je hart knijpt een beetje samen als je zwart op wit leest dat wat je niet hoopte, toch is gebeurd. Mia. Van Marjo, Yvonne en Hannie.
Het gebeurt bij zovelen. En het zal blijven gebeuren. Maar zo nu en dan treft het iemand uit je kennissenkring. Elke keer wanneer een dergelijk bericht rondzingt en er vervolgens dagen later een definitieve bevestiging komt, is dat gevoel van toen weer terug. De pijn van het definitieve afscheid. Ineens, bijna zonder bericht vooraf. Wat er was, is niet meer.
Vaak zag je ze samen op het terras. Wim en Mia. Jaren ging Wim voorop en volgde Mia. De laatste tijd was het steeds meer Mia voorop, leek het, en volgde Wim. Regelmatig in het bijzijn van Marjo, Yvonne of Hannie of een van de kleinkinderen. En misschien nog wel vaker zo goed als allemaal samen, met de mannen erbij, Hans, Ger of Hennie. Met carnaval een vaste waarde van gezelligheid.
Wim vlinderde dan van de een naar de ander en vertelde aan ieder zijn anecdotes uit het verleden. Mia luisterde dan en lachte. Steeds opnieuw en telkens weer. Soms op korte afstand, maar aanwezig. Ik hoor in gedachten de intensiteit van haar lach en ik herinner me op hoeveel manieren ze daarbij kon kijken. Haar blik was dan ondubbelzinnig over Wim’s soms ondeugende dubbelzinnigheden. Zo vulden ze elkaar aan en lieten ze elkaar, ook op afstand, niet los. Tot woensdag.
‘Afgeloëpe woensdàg ovverleed mien lieve, lieve vrouw’ lees ik vrijdag in de Limburger. In dialekt. ‘En zörgzame, fijne mam’, ‘en laeveslustige, gezellige oma’ en ‘en grötse superoma’. Zorgzaam en fijn, levenslustig en gezellig, trots en super. Dubbele kwalificaties voor wat ze was en wie ze was. Niet voor niets staat ook ‘lieve’ er ondubbelzinnig dubbel in.
Het gebeurt bij zovelen. En het zal blijven gebeuren. Een definitief afscheid terwijl het leven doorgaat. Dat voelt dubbel. En lijkt soms zo onzinnig. Toch is het dat niet. Niet dat ik het zeker weet, maar ik voel dat het zo is. Ondubbelzinnig. Ik heb er ook geen verklaring voor. Maar iets in mij zegt dat het komt door ‘lieve, lieve’…
Voor Wim, Marjo en Hans, Yvonne en Ger, Hannie en Hennie en kun kinderen en voor iedereen die Mia heeft gekend.
Zaterdag 2 juni voorgedragen in het programma Wiekentpraot van Radio Reindonk en hieronder te beluisteren. Voorafgegaan door ‘Fly’ van Celine Dion en afgesloten met een liedje van Ramses Shaffy: ‘Kom lieve, lieve’.
Wekenlang een komen en gaan van kleurige pracht. Mooi in alle fases van ontwikkeling. Van stevig piepend en nog groen,
tot fragiel, bijna vervallen maar des te feller gekleurd.
Steeds als er weer een bloemblad wordt losgelaten, lijkt het alsof de tulp tegelijk iets verder doorbuigt, als wilde ze de grond kussen waar alles begon.
Met zorg en aandacht heeft Thea de tulpenbollen vóór de winter in de tuinaarde gepoot. Er is een koudeperiode nodig om de bollen onder de grond te laten ontkiemen. Eerst kou om in een latere fase de warmte op te kunnen zoeken. In de zomer, rond deze tijd, verlaten ze een voor een voorzichtig de duisternis van de aarde en gaan gericht op zoek naar de warmte van het licht. En daar zijn ze mooi, in elke fase van hun groei.
Ik schreef ooit dat wanneer mensen komen te overlijden, ik me kan voorstellen dat ze een nieuwe fase ingaan. Wat ik dan een troostrijke gedachte vind, is dat je als nabestaande de ziel van je dierbare in de dingen om je heen kunt zien. In een fladderende vlinder bijvoorbeeld, of een golvend voorbijvliegende groene specht in een schaduwrijk bos. Waarom zou een voltooid mensenleven dan niet geprojecteerd kunnen worden in de prachtige kleuren van een tulp.
De thema’s van deze herdenkingsdienst zijn niet voor niets ‘tulp’ en ‘nieuw leven’. Lucie heeft u daarover al verteld. En nu ik naar de vaas op tafel kijk,
zie ik het nog duidelijker. Elk felgekleurd vallend blad, elke buigende bloem, heeft woorden van troost in zich verborgen. Een hele tuin van tulpen is zo elk seizoen weer een stille symfonie van medeleven.
Elke tulp, eerst vriendelijk wuivend in de wind, wil straks gehoord worden als u ze in de vaas zet.
Terwijl haar leven zich naar het einde toe boog, gaf haar ziel nog meer kleur aan de dingen om ons heen.
zo gaf zij ons de levende herinnering aan wat altijd zal duren en overal kan zijn. In een fladderende gele vlinder. Of in een vliegende groene specht.
Maar zeker ook in een vallend tulpenblad. Want als een tulp al haar bloembladeren heeft laten vallen, dan zie je pas goed hoe mooi de kern eigenlijk is.
De kern waar toch weer leven in zit.



