Huub

‘The sun goes down’. Het nummer van Thin Lizzy stond prominent genoemd rechtsboven in de hoek van de overlijdensadvertentie, afgelopen woensdag in de Limburger. Ik las zijn naam en meteen zag ik hem voor me. Zijn lach en z’n pretogen als markante herkenningspunten in de herinnering die ik van hem heb. Huub. Achter zijn naam stond tussen haakjes nog: ‘vaan ’t Träpke’. Daaraan terugdenkend zag ik hem staan achter het buffet. In het beeld van die herinnering waren het precies diezelfde lach en dezelfde pretogen die opvielen. Zaterdagochtend hoorde ik dat hij er 10 jaar lang de zaak gerund had. Tijdens zijn afscheidsbijeenkomst in de Mèrthal, bleek dat zijn glimlach en z’n pretogen niet alleen in mijn herinnering onlosmakelijk met hem verbonden zijn. Integendeel.

‘The sun goes down’ was zaterdagochtend als welkomstlied voor Huub en alle aanwezigen te horen. Via spotify heb ik het opgezocht en ik luister er nu opnieuw naar. ‘But when all is said and done, the sun goes down’ hoor ik. De afscheidsbijeenkomst was in de Mèrthal, omdat elke andere locatie waarschijnlijk niet het aantal mensen had kunnen herbergen dat afscheid van hem kwam nemen. Huub vond het belangrijk dat iedereen na het afscheid ook nog een kop koffie of thee bleef drinken. De bijeenkomst was namelijk niet alleen bedoeld om verdriet te delen, maar vooral om het leven te vieren. Een mooie gedachte die Huub ons posthuum mee wilde geven. ‘He comes and goes… the sun goes down’.

Alle foto’s die op het grote scherm verschenen, lieten afwisselende maar ook confronterende beelden zien. Aan de ene kant zijn positieve kijk op het leven in allerlei facetten en aan de andere kant de steeds negatievere werkelijkheid die het leven hem de laatste jaren te bieden had. De behandelingen die hij zes jaar lang onderging vergden veel van hem. Lichamelijk teerde hij in. Op de ene foto nog rond en stralend in Gambia, gevolgd door een foto waar het verval en de aftakeling onmiskenbaar zichtbaar waren. Ik zag hoe de ziekte hem ouder had gemaakt dan hij was. Zijn glimlach werd wat vager. Maar in de verhalen hoorde ik dat tot aan z’n laatste dagen zijn ogen de twinkeling hadden behouden.

Een ontmoeting met Huub staat me nog goed bij. Het was in het ziekenhuis in Venlo. Ik was daar met m’n zus en hij was daar, gewoon omdat hij daar heel vaak was. Hij bleek toen al vier jaar ernstig ziek. Die ontmoeting is alweer twee jaar geleden. Ik herinner me zijn positieve levensinstelling. Misschien toen al wel onuitgesproken tegen beter weten in. Maar hij deed er alles voor om gezond te worden. Want hij was nog met zoveel dingen bezig. En hij wilde nog zoveel doen. Voor de achttiende keer naar Gambia gaan bijvoorbeeld. Medisch gezien een enorme uitdaging. Maar hij wilde daar wel voor gaan. Het leek hem energie te geven. En weer zie ik zijn pretogen en die glimlach voor me.

Zijn nichtje Kim sprak namens de andere neven en nichten. Met ontroering in haar stem vertelde zij over haar ervaring met Huub tijdens zijn laatste dagen in het hospice. Zijn glimlach en zijn pretogen zou ze nooit meer vergeten, vertelde ze. Voordat ze weer plaatsnam tussen de andere neven en nichten, knuffelde ze Marian stevig. Vanaf de plek waar ik zat, zag ik vervolgens aan de lichaamstaal van Kim dat elke andere herinnering die daarna over Huub werd gedeeld, bij haar steeds momenten van herkenning opriep. Bijvoorbeeld bij de emotionele toespraak van een bestuurslid van de stichting CASA-Gambia. Een stichting waar Huub, aan het begin van zijn ziekte, spontaan zijn medewerking aan had toegezegd.

Na afloop, bij de koffie, kwam de afgevaardigde van CASA-Gambia een moment aan de tafel staan. Ze vertelde hoe Huub haar destijds spontaan had aangeboden iets voor Gambia te willen betekenen. Hij was zelf al 17 keer in het land geweest en deelde de passie van de stichting om de inwoners van dat land te helpen. Vanaf dat moment was een indrukwekkende samenwerking ontstaan. Niet vreemd dat Huub nog graag een keer naar Gambia had willen gaan. Een wens die door zijn ziekte helaas niet te vervullen bleek. Maar zijn drive om iets voor het land en haar inwoners te betekenen, bleef tot het allerlaatst en oversteeg zelfs zijn afscheid.

HuubIn gedachten was hij er bij toen ik bij de koffie voor het eerst kennis maakte met de mensen achter de Gambia-stichting. Ter nagedachtenis aan Huub wil ik daarom dit ‘in memoriam’ besluiten met het noemen van de website van de stichting die Gambia in woord en daad blijft ondersteunen: www.casa-gambia.org. Op de foto’s die daarover zaterdagochtend en -middag op de muziek van Thin Lizzy werden getoond waren het opnieuw zijn glimlach en pretogen die de constante factor vormden. Ik hoop dat alle achterblijvers troost putten uit die herinnering. Een herinnering die niet alleen glimt en lacht, maar ook zorgt voor een vervolg van al datgene waar Huub voor stond. Tijd gaat snel voorbij. De kracht van ogen die twinkelen is echter tijdloos. The sun goes down, maar dankzij mensen zoals Huub, gaat die ook altijd weer op.

Nog meer info over de stichting? Klik hier

Terrassen op maandag

Onder een parasol, die zelf onder een grote eik staat. Met de rug naar het water van de Kasteelse bossen. Een zojuist spontaan ontstane situatie, omdat het tafeltje waar ik net zat niet beschermd was tegen een regenbuitje. Hier onder de parasol gaat dat prima. Een roodborstje landt vlakbij op de leuning van een stoel rechts van mij. Voorzichtig wil ik er een foto van maken, maar dan vliegt het vogeltje naar een plek links van mij. Als ik daar een foto van wil maken lijkt het net alsof ik de twee jonge dames, die links van me onder de parasol zijn gaan zitten, wil fotograferen. Dat is niet zo, maar ik weet zeker dat zij het roodborstje niet hebben gezien. En ik voorzie dat zij zich behoorlijk ongemakkelijk zouden gaan voelen bij mijn goed bedoelde fotopoging. Niet doen dus en ondertussen is het vogeltje trouwens ook al gevlogen…

Een wat langere intro dan bedoeld. Een fietstochtje op maandag – mijn ‘schrijversdag’- kent een stopplaats op het terras van Boscafe het Maasdal. De ‘locals’ hadden dat misschien al afgeleid van de foto’s. De dames links van mij hebben het over hun ervaringen in de zorg. Ouderenzorg en misschien zelfs nog wel in opleiding, leid ik af uit de ongewild in mijn linkeroor binnenkomende gespreksstof. Ik schat in dat ze beiden werkzaam zijn op een geriatrische afdeling. Van een zorginstelling of ziekenhuis. Ze hebben misschien hier afgesproken om in een prettige ambiance een ‘ bilateraal’ te houden. Er zijn vervelendere plekken. Het roodborstje trippelt weer eigenwijs voorbij. Misschien heb ik straks nog een mogelijkheid om het beestje te fotograferen. Of nu..

Op de stoel in het midden…

Het regent al even niet meer. Een paar wandelaars vinden een rustplek op het terras. Een groepje van vier kiest ook een buitenplek om te eten. Een vader haalt streng zijn twee zoontjes naar binnen. Een daarvan heeft nog een fopspeen in de mond en loopfietst op een plastic vierwielertje. Zijn broertje is iets ouder maar niet veel. Terecht dat ze naar binnen worden gehaald. Er is wel heel veel water in de buurt om deze koters onbewaakt buiten te laten spelen. Toch zie ik even later de fopspeen weer naar buiten wandelen. Hij staat stil, kijkt rond en loopt via een tweede ingang weer naar binnen. Uit de eerste ingang verschijnt zijn vader. Een kat-en-muis-spel dat toch wel wat herinneringen oproept.

De bediening heeft het nog rustig. Straks zal dat wel anders zijn, want de tapas van het restaurant trekt volgens mij normaalgesproken best veel klandizie. Ik ga daar niet op wachten. Als ik even naar rechts kijk, zie ik het roodborstje weer heel dichtbij zitten. Een nieuwe poging voor een close-foto, maar weer zonder succes. En dat terwijl ik heel slim de iPhone of ‘reverse-fotograferen’ heb gezet om het beestje niet de indruk te geven dat ik het wil vereeuwigen. Maar het roodborstje is slimmer en opnieuw vertrokken. Ga ik ook doen. Even binnen mijn drankje betalen en mijn fietstocht vervolgen. Genoeg letters voor een maandag.

En dan ineens…

Daar is ie toch!

Mensen kijken…

Het duurt meestal niet lang voor er een tafeltje vrij komt. Je moet wel blijven opletten, want de animo om buiten te zitten, onder de parasols, is groot. Ik zit in afwachting van zo’n ideaal plekje op de overgang van binnen naar buiten. Ook niet verkeerd, maar helemaal buiten geniet je toch net iets meer van een fris windje. Afwisselend wordfeud ik wat op mijn telefoon, nip van mijn cappuccino, en houd het verloop aan de tafeltjes in de gaten. Zoals gezegd, meestal duurt het niet lang. Al snel verkas ik met mijn cappuccino naar een heerlijk plekje op het buitenterras. Laat de rest van de middag maar komen.

57DBEB2F-1426-4A89-AD13-FF1513211106Een halve liter alcoholvrije Franciscaner is een prima begin van een aantal uurtjes mensen kijken. Het hele terras zit vol. Allemaal verschillende mensen. Jongere stellen, oudere echtparen, vriendengroepen, dameskransen, van alles door elkaar. Een enkele eenling die, net als ik, geniet van het opgaan in een mengelmoes van gezellig rumoer en prettige bedrijvigheid. Tenminste, dat neem ik aan. Want ik realiseer me dat het genieten van eenieder uiteraard niet vanzelfsprekend is. Wat zou er omgaan in al die hoofden? Praten ze over onderwerpen die hen echt bezig houden, of is het vooral oppervlakkige terraspraat? Het mooie van terrassen in je eentje is dat je van alles wel wat mee krijgt.

Een tafel verderop strijken twee Duitse stellen neer. Al wat ouder, zo rond de zestig, schat ik. De mannen bestellen halve liters witbier van het merk Prael. Hun dames beginnen wat bescheidener. Een kleurig drankje met een rietje voor de een en een flesje alcoholvrij voor de ander wordt niet veel later neergezet. Een ‘spielerisch’ viertal blijkt, want al snel komt er een beker met zes dobbelstenen te voorschijn en heeft ieder van hen een pen en een velletje papier voor zich. Om beurten gooien, opschrijven en elkaar ‘high fives’ gevend als er blijkbaar iets bereikt is. Een ‘freundlich’ tafereeltje. Er hoeft niet heel erg diep bij te worden nagedacht is mijn inschatting. ‘Würfeln, Weissbier und wer macht uns was’. Herzlich wilkommen in der Niederlände! Hebben de Duitsers trouwens al gevoetbald, of doen die net als wij ook niet mee?

Aan een andere tafel zitten een jonge vader en moeder. Uit eten met hun twee jonge kinderen. Opnieuw een schatting: vier en zes jaar. Goed gebekt, die kids. Mam en pap doen het niet verkeerd, voor zover ik daar een mening over mag hebben. In goed overleg wordt spelenderwijs zelfstandigheid geoefend. Het enthousiasme van de kids komt herhaaldelijk tot uiting in hun stemvolume. En hoewel ik dat totaal niet als hinderlijk ervaar -terwijl mijn tafeltje grenst aan het hunne- denken mam en pap daar anders over. Ze lijken er vooral op gebrand om het aantal decibellen bij hun eigen tafeltje te houden. Herhaaldelijk wordt in fluistertoon uitgelegd dat het niet zo hard hoeft. Dat werkt. Eventjes. Het enthousiasme laat zich gelukkig niet temperen. Straks misschien, met de tosti’s en de frietjes.

Hoe zal het al deze mensen de komende tijd vergaan, mijmer ik. Ik weet van sommigen dat ze een ziekte onder de leden hebben. Anderen zijn al behoorlijk op leeftijd. Er staan rolstoelen aangeschoven bij sommige tafels. De bediening loopt af en aan met drankjes en hapjes. Zelf bestel ik nog een champignonsoepje en een tweede ‘Franziskaner’. Een duits merk, valt me nu op, terwijl ik de dobbelstenen hoor rollen. Opnieuw een ‘hohe fünf’. ‘Orgasmus spontanus’ hoor ik een van de mannen zeggen. Het is blijkbaar een heel leuk spel. Glück muss man haben…

IMG_2804

Ik had de iPad meegenomen om op het terras een column te gaan schrijven. Dat is er niet van gekomen. Ter plekke in ieder geval niet. Wel heb ik een foto gemaakt. Panorama, om alle mensen van dat moment even te vangen in één beeld. Hoe zal het hen allen vergaan? Een aantal van hen zal ik met grote zekerheid nooit meer tegenkomen. Anderen met grote waarschijnlijk nog veel vaker en weer anderen wat minder vaak. Ook dan is het een momentopname in de tijd. Net als vandaag op het terras. Met champignonsoep, een alcoholvrij Duits Weissbier en een hoofd vol gedachten over wat nog komen gaat.

pip en JorisIn de familieapp verschijnt een mooie foto van Pip en Joris met het onderschrift ‘cheeeese’ gevolgd door een rood hartje. Hun moment is nu op Pinkpop. Zo te zien genieten ze. Zouden daar ook dobbelende Duitsers zijn? En mensen in rolstoelen of met rollators? Van een tafeltje verderop hoor ik dat het gisteren op Pinkpop met 70.000 bezoekers zó druk was, dat het halen van een pilsje een uur duurde. En dat men voor een eenvoudige pleister om een blaar af te plakken een consumptiebon vroeg… Achteraf nog in een urenlange file gestaan. Maar wél Pearl Jam gezien en dat was gelukkig heel mooi geweest. Hoe zou het Eddie Vedder zijn vergaan? Deze keer geen stagedive, zoals in 1992, lees ik. Maar blijkbaar wel in hetzelfde groene t-shirt. Dat ook weer nat van het zweet was. De geschiedenis herhaalt zich in onderdelen. Net zo lang tot de toekomst op is. En dat voelt best lekker op dit moment, hoe het ons ook zal vergaan. Proost.

Vluchtig en luchtig…

Even de tijd nemen om op te schrijven wat ik kwijt wil. Maar wat wil ik kwijt? Misschien dat ik me zaterdag opnieuw van een karaktertrek bewust ben geworden, die ik als kind vaker bij mijn vader heb gezien. Wanneer er een finale gespeeld was en de emoties van winnaar of verliezer werden in beeld gebracht, dan pinkte mijn vader steevast een traantje weg. Zaterdag won Simone Halep haar eerste grandslamfinale van de Amerikaanse Sloan Stephens. Blijdschap en teleurstelling waren te zien en te horen tijdens het interview meteen na de wedstrijd. Ik voelde hun emotie, mijn eigen ontroering en herinnerde me die van hem jaren geleden.

Of wil ik wat kwijt over de jongste zus van mijn vader die onlangs in een verzorgingstehuis is komen te wonen. Jarenlange zelfstandigheid verliest het uiteindelijk van lichaam en tijd. Zaterdagochtend fietste ik langs haar nieuwe verblijf aan de Gebroeders van Doornelaan. Ik nam me voor om daar binnenkort eens op bezoek te gaan. Misschien dat ik er op gezette tijden een uurtje muziek kan gaan maken, voor haar en haar medebewoners. Onlangs nog een uurtje gespeeld en gezongen op een van de gesloten verzorgingsappartementen van Hof te Berkel. Een van de bewoners aldaar kende ik nog van zijn tijd in het Melderslose vrijwilligersleven. ‘Het gaat goed met me, maar ik heb geen idee hoe ik hier gekomen ben..’.

Hij zat op een gemakkelijk ogende drie-zitsbank. Naast hem zat een medebewoonster, ietwat onderuitgezakt, te slapen. Het antwoord op mijn vraag hoe het met hem ging, klonk allervriendelijkst. We praatten nog wat. Hij bleef vriendelijk en toch meende ik iets van wanhoop in zijn ogen te zien. Een blik die ik vaker zie wanneer ik bij bewoners in soortgelijke omstandigheden ben. Een uurtje muziek leidt hen hopelijk even af van het kille gegeven dat je je voortdurend moet afvragen waar je eigenlijk bent. Ik kan die gedachte maar moeilijk van me afzetten. En tegelijk wil ik er ook niet te lang bij stilstaan. Respect en bewondering voor de verpleging en vrijwilligers die deze mensen begeleiden in hun dagelijkse verloren zijn.

Misschien is het juist dat wat ik kwijt wil. Dat het deze emoties, deze gedachten zijn, die me zo nu en dan wat somber stemmen. In die stemming is een etentje met je medebestuursleden van de stichting ‘Vrienden van hospice Doevenbos’ maar een hele kleine pleister op de wonde. Zeker wanneer je daar te horen krijgt met welke ellende anderen weer geconfronteerd worden. Ziekte, aftakeling, pijnlijke herinneringen en daarmee gepaard gaande emoties. ‘Het gaat goed met me, maar ik heb geen idee hoe het allemaal gekomen is’… Zoiets.

Soms weegt het allemaal net even te zwaar en moet je zoeken naar positieve tegenhangers om de balans te herstellen. Bijvoorbeeld door die zaken even van je af te schrijven. Op ‘papier’ zetten, ook al is dat slechts digitaal. En dus vluchtig, net als het leven zelf. Maar evengoed ook luchtig, omdat je weer even kunt doorademen. Toch wel een essentiële bezigheid. Dat wil ik vooral even kwijt, denk ik. Adem in. Adem uit. Yoga met toetsenbord en vingers. En opgedragen aan iedereen die zich hierdoor ook maar enigszins aangesproken of gesteund voelt.

 

 

 

Mia

Op maandag ging het gerucht al. Zoals zovaak gepaard met ongeloof. Er was nog hoop maar het gevoel overheerste, dat het ook wel eens goed mis zou kunnen gaan. En op vrijdag de bevestiging. Woensdag 30 mei overleden lees ik bij de familieberichten. Mia. Van Wim.

Bij sommige mensen heb je dat. Niet omdat je ze door en door kent, maar wel net genoeg om de emotie te voelen van hen die achterblijven. Je hart knijpt een beetje samen als je zwart op wit leest dat wat je niet hoopte, toch is gebeurd. Mia. Van Marjo, Yvonne en Hannie.

Het gebeurt bij zovelen. En het zal blijven gebeuren. Maar zo nu en dan treft het iemand uit je kennissenkring. Elke keer wanneer een dergelijk bericht rondzingt en er vervolgens dagen later een definitieve bevestiging komt, is dat gevoel van toen weer terug. De pijn van het definitieve afscheid. Ineens, bijna zonder bericht vooraf. Wat er was, is niet meer.

Vaak zag je ze samen op het terras. Wim en Mia. Jaren ging Wim voorop en volgde Mia. De laatste tijd was het steeds meer Mia voorop, leek het, en volgde Wim. Regelmatig in het bijzijn van Marjo, Yvonne of Hannie of een van de kleinkinderen. En misschien nog wel vaker zo goed als allemaal samen, met de mannen erbij, Hans, Ger of Hennie. Met carnaval een vaste waarde van gezelligheid.

Wim vlinderde dan van de een naar de ander en vertelde aan ieder zijn anecdotes uit het verleden. Mia luisterde dan en lachte. Steeds opnieuw en telkens weer. Soms op korte afstand, maar aanwezig. Ik hoor in gedachten de intensiteit van haar lach en ik herinner me op hoeveel manieren ze daarbij kon kijken. Haar blik was dan ondubbelzinnig over Wim’s soms ondeugende dubbelzinnigheden. Zo vulden ze elkaar aan en lieten ze elkaar, ook op afstand, niet los. Tot woensdag.

‘Afgeloëpe woensdàg ovverleed mien lieve, lieve vrouw’ lees ik vrijdag in de Limburger. In dialekt. ‘En zörgzame, fijne mam’, ‘en laeveslustige, gezellige oma’ en ‘en grötse superoma’. Zorgzaam en fijn, levenslustig en gezellig, trots en super. Dubbele kwalificaties voor wat ze was en wie ze was. Niet voor niets staat ook ‘lieve’ er ondubbelzinnig dubbel in.

Het gebeurt bij zovelen. En het zal blijven gebeuren. Een definitief afscheid terwijl het leven doorgaat. Dat voelt dubbel. En lijkt soms zo onzinnig. Toch is het dat niet. Niet dat ik het zeker weet, maar ik voel dat het zo is. Ondubbelzinnig. Ik heb er ook geen verklaring voor. Maar iets in mij zegt dat het komt door ‘lieve, lieve’…

Voor Wim, Marjo en Hans, Yvonne en Ger, Hannie en Hennie en kun kinderen en voor iedereen die Mia heeft gekend.

Zaterdag 2 juni voorgedragen in het programma Wiekentpraot van Radio Reindonk en hieronder te beluisteren. Voorafgegaan door ‘Fly’ van Celine Dion en afgesloten met een liedje van Ramses Shaffy: ‘Kom lieve, lieve’.

 

Burning blues…

Bluesmuziek van de Cornfeds op de koptelefoon. Onlangs heb ik ze gezien en gehoord op Moulin Blues. Samen met Peter en Hay was ik daar drie dagen ondergedompeld in de sfeer van blues en lettin’go. Relaxte sfeer. ‘Wenn i need to be alone for a while’ hoor ik de zanger van de Cornfeds nu zingen.

Het is zaterdagavond, de dag voor Pinksteren. Ik heb de Cornfeds via Spotify opgezocht, omdat ik even toe was aan wat anders. Soms heb je van die momenten dat het goed is om je gedachten even een andere kant op te sturen. De Cornfeds doen dat goed. ‘And now i wait for better days’ hoor ik.

Vanmorgen heb ik zelf muziek gemaakt op een gesloten afdeling van Hof te Berkel. Nederlandstalige liedjes gezongen, die de bewoners konden meezingen. Maar ook duitse, engelse en italiaanse deuntjes uit mijn buikorgel gedraaid. Regelmatig zijn er dan momenten van herkenning, die een paar tellen later weer vervaagd lijken. ‘She is real forgetfull, can’t find everything’ zingen de Cornfeds.

De titel van die bluessong is ‘Got a women like that’. Strak tempo. ‘Nothing will bring me down’ is er een tekstregel van. Het roept associaties op met vanochtend en het gevoel dat me vanavond parten speelt. Ik merk dat de verbanden die ik in mijn hoofd leg, de ietwat negatieve gedachten wat positiever inkleuren. ‘Ain’t nothing you can do, you told me and now i ‘m telling you’.

‘I will miss you, my dearest friend’. Big Old C heet het nummer. Oud, dat waren de bewoners vanochtend ook. Een van hen stond op, liep de woonkamer uit en kwam even later trots terug met een mondharmonica. Misschien had de orgelmuziek hem aangezet om zijn eigen instrument op te halen. Even speelden we tegelijk en waren we een duo. Ik zag blijdschap en vrolijkheid in zijn ogen…

Vanavond denk ik daar aan terug en lijkt dat moment van vreugde zo kort, vergeleken bij al de tijd, waarvan ik vanavond het gevoel heb dat die zo verschrikkelijk ongemerkt en nutteloos voorbij gaat. ‘It’s just to bad, to bad, I would never last a day’ hoor ik de Cornfeds zingen. Daar denk ik even over na terwijl de Cornfeds verder gaan. Het is even wachten op een zin, die relativeert… ‘I tell them to start living..’. Mooi! Toch? ‘Here we go again… a conversation ends, the moment just past… a new one begins’.

Yep. Daar doen we het mee. Iets eindigt omdat het moment voorbij is als een nieuw moment begint. ‘Now i wait for better days, i know there are better ways’ vult dat eigenlijk wel heel aardig aan.

Lekker, zo lukraak de blues opzoeken en naar eigen inzicht verweven met alles waarvan ik vanavond niet wist hoe ik het moest verwoorden. ‘I gave you ten years, ten seconds you were gone’. Ach, het is allemaal zo relatief. Je brandt zo maar niet af als het al 58 jaar meezit. Of toch? Hoe dan ook: ‘Tonight i’m gonna feel better’…

Tulp

Bij ons in huis staan elk jaar tulpen uit eigen tuin. Thea teelt ze zelf. In allerlei soorten en kleuren volgen ze elkaar op in de vazen die her en der op tafels staan. 01Wekenlang een komen en gaan van kleurige pracht. Mooi in alle fases van ontwikkeling. Van stevig piepend en nog groen, 02tot fragiel, bijna vervallen maar des te feller gekleurd. 03Steeds als er weer een bloemblad wordt losgelaten, lijkt het alsof de tulp tegelijk iets verder doorbuigt, als wilde ze de grond kussen waar alles begon. 04Met zorg en aandacht heeft Thea de tulpenbollen vóór de winter in de tuinaarde gepoot. Er is een koudeperiode nodig om de bollen onder de grond te laten ontkiemen. Eerst kou om in een latere fase de warmte op te kunnen zoeken. In de zomer, rond deze tijd, verlaten ze een voor een voorzichtig de duisternis van de aarde en gaan gericht op zoek naar de warmte van het licht. En daar zijn ze mooi, in elke fase van hun groei. 05Ik schreef ooit dat wanneer mensen komen te overlijden, ik me kan voorstellen dat ze een nieuwe fase ingaan. Wat ik dan een troostrijke gedachte vind, is dat je als nabestaande de ziel van je dierbare in de dingen om je heen kunt zien. In een fladderende vlinder bijvoorbeeld, of een golvend voorbijvliegende groene specht in een schaduwrijk bos. Waarom zou een voltooid mensenleven dan niet geprojecteerd kunnen worden in de prachtige kleuren van een tulp. 06De thema’s van deze herdenkingsdienst zijn niet voor niets ‘tulp’ en ‘nieuw leven’. Lucie heeft u daarover al verteld. En nu ik naar de vaas op tafel kijk, 07zie ik het nog duidelijker. Elk felgekleurd vallend blad, elke buigende bloem, heeft woorden van troost in zich verborgen. Een hele tuin van tulpen is zo elk seizoen weer een stille symfonie van medeleven. 08Elke tulp, eerst vriendelijk wuivend in de wind, wil straks gehoord worden als u ze in de vaas zet.

Twee jaar geleden vertelde ik hier, vanaf deze plek, over mijn zus, een van de eerste gasten van het Hospice. Twee dagen slechts duurde haar verblijf. Als een mooie tulp in haar laatste fase, verloor ze in korte tijd blad voor blad. 09Terwijl haar leven zich naar het einde toe boog, gaf haar ziel nog meer kleur aan de dingen om ons heen.

Natuurlijk, eerst was er de kou van het verdriet. Maar misschien wel dankzij die kou, werd het ook weer zomer, en liet ze ons zien dat er niets verloren gaat. Net zoals een tulp haar gevallen bladeren gul teruggeeft aan de aarde, diezelfde aarde van waaruit alles ooit begon, 10zo gaf zij ons de levende herinnering aan wat altijd zal duren en overal kan zijn. In een fladderende gele vlinder. Of in een vliegende groene specht.11Maar zeker ook in een vallend tulpenblad. Want als een tulp al haar bloembladeren heeft laten vallen, dan zie je pas goed hoe mooi de kern eigenlijk is. 12De kern waar toch weer leven in zit.

Blues

Zaterdag 5 mei is deze column voorgedragen tijdens een uitzending van Wört, onderdeel van het programma Wiekendpraot op Radio Reindonk. Voorafgegaan en afgesloten met een blues-nummer. Over het waarom leest u hieronder. Even terug in het (heel nabije) verleden. En mocht u de muziek en de column willen horen, klik dan hieronder.

Een bluesnummer. Als u dat zojuist heeft gehoord, weet dan dat ik er op dit moment middenin zit. Afgelopen donderdag vertrokken naar Ospel, met twee vrienden, naar het Moulin Blues festival. De dag daarvoor, woensdagavond, schreef ik deze column, dus eigenlijk luistert u op dit moment naar het verleden. Daar hoeft u niet al te lang bij stil te staan. Op TV gebeurt niks anders. Want zeg eens eerlijk: hoe vaak heeft u ‘The Sound of Music’ gezien? Of ‘Sisi’? Geen voorbeelden van actualiteit toch? Dan valt drie dagen geleden eigenlijk nog best mee. Bijna actueel zou je kunnen zeggen.

Maar wat kan ik op woensdag vertellen, dat zaterdagavond nog actualiteitswaarde heeft? Dat het nu, als u live meeluistert, 5 mei is. Bevrijdingsdag. En dat er daarom gisteren, op vrijdag 4 mei, om 20.00 uur twee minuten lang geen blues te horen was. Alleen… dat laatste weet ik niet zeker. Want, zoals gezegd, ik schrijf dit op woensdag 2 mei. Dan is er nog geen dode herdacht en zijn we, bij wijze van spreken, nog niet bevrijd. Een dilemma?

Ach, dat valt eigenlijk wel mee. Als ik voor mezelf spreek dan kan ik met grote eerlijkheid zeggen dat ik door het jaar heen ook wel eens een dode herdenk. Misschien niet meteen iemand met een verzetsverleden of een slachtoffer van de tweede wereldoorlog, maar evengoed. Met een wat bredere kijk op de materie van leven en dood is de stelling verdedigbaar dat de meeste levenden zich verzetten tegen de dood en daar zo goed en zo kwaad als het kan tegen strijden. In die zin is iedereen een verzetsstrijder en uiteindelijk een slachtoffer.

Begrijp me goed, ik wil dodenherdenking op 4 mei niet bagatelliseren. Eigenlijk integendeel. Ik pleit ervoor om op andere dagen van het jaar ook bij tijd en wijle in stilte te herdenken. En in het verlengde daarvan, ook op meerdere dagen de vrijheid te voelen, die op 5 mei zo manifest gevierd wordt. Op die andere dagen van het jaar liggen er zoveel kansen om te herdenken of te vieren, dat het zonde zou zijn om daar geen gebruik van te maken. Als het ware de blues te voelen van het leven.

Heeft u vrijdagavond de kranslegging op TV gezien of was u, ergens op locatie, live een stille getuige van een plaatselijke herdenking? Op beide vragen moet ik in ieder geval nee antwoorden. Ik voelde de blues in Ospel. En toch voorspel ik nu, op woensdagavond terwijl ik dit opschrijf, dat ik op het bluesfestival in Ospel vrijdag 4 en zaterdag 5 mei mijn eigen herdenkingsmomenten zal hebben ervaren en de vrijheid zal hebben gevoeld. Op de klanken van de blues, herdenken en vieren. Op het geluid van de muziek -the sound of music- bewust zijn van het moment. Met vrienden die je een ‘sisi’ gunt maar een biertje mee drinkt.

Dat wil ik u, vanuit het verleden van drie dagen geleden ook toewensen voor alle dagen die nog gaan komen. En om in bluessfeer te blijven, een prachtig nummer tot slot.

Actuele update op 7 mei: Het was twee minuten nagenoeg stil… Indrukwekkend.

Weemoed…

Een uitverkocht Cambrinus. Vanuit ’n plek in de verre hoek heb ik nog net uitzicht op de pianokruk en op pakweg twee octaven pianotoetsen in het midden van het klavier. Ik schat in dat ik zo Egbert prima kan zien spelen zometeen. Egbert Derix geeft een soloconcert. Het op één na laatste concert dat er in muziekcafé Cambrinus gegeven gaat worden. In het laatste seizoen. Ik heb het Jan bij een aantal vorige concerten al vaker horen vertellen. En ook nu weer is zijn introductie er een, waar weemoed doorheen klinkt.

Als je een café gaat beginnen, vertelt hij, krijg je tientallen adviezen hoe dat moet. “De helft van die adviezen hebben we op onze manier opgevolgd en de andere helft soms misschien wat eigenwijs naast ons neergelegd”. In een sfeervol mengsel van trots en melancholie gaat Jan nog even door. Het traditionele viltje, waar hij op het laatste moment nog altijd wat opschrijft, voordat hij een artiest aankondigt, trilt een beetje tussen zijn vingers. Als je met een café gaat stoppen, vertelt hij, blijken de adviezen daarover achterwege te blijven. Dat is iets dat je na 25 jaar helemaal zelf moet doen. En dat valt niet mee. Zeker niet wanneer het aftellen op een punt is beland, dat je bij de één na laatste bent…

Egbert zit al die tijd aan de vleugel. Tot zijn verrassing krijgt hij van Jan een antiek bierreclamebord, met de opdruk JAZZ, waaraan het woord ‘stout’ is toegevoegd. Uit 1929, als ik het goed onthouden heb. Die twee woorden, toen bedoeld om de biersmaak te omschrijven, staan nu, volgens Jan synoniem voor de muziek en een deel van Egbert’s karakter. Bovendien blijkt er voor het concert van Egbert geen poster te zijn gemaakt, zoals dat in de historie van het muziekcafé meestal wel het geval is. Geen halszaak, want het concert was in no-time uitverkocht.

Maar toch, een tweede cadeau volgt. Alsnog een poster met de aankondiging van het concert van Egbert. Passend in het betoog van Jan, die uitgebreid uit de doeken doet -je bent muziek-missionaris of je bent het niet- dat vanmiddag een dame uit Canada (who cares…) op de bühne had kunnen staan, maar dat tot Jan’s vreugde haar noodgedwongen afzegging eigenlijk maar één logische vervanger kende: Egbert Derix. En die zat klaar. Wachtend tot hij ‘stout’ zijn ‘jazz’ ten gehore mocht brengen.

Vanaf de eerste toetsaanslagen voelde ik de weemoed in de lucht. Bij elk nummer heb ik me afgevraagd, muziekleek als ik ben, wat de klanken nu precies bij me teweeg brachten. Eigen herinneringen uit vervlogen tijden. Dan, rondkijkend, de constatering van een uitverkochte zaal, die voor de één na laatste keer allemaal dezelfde kant op keken. En dezelfde kant op luisterden, als je dat zo kunt zeggen. Jarenlang heb ik de spreuk op het bord zien staan, dat je een muzikant nooit je rug moet toekeren omdat je oren dan verkeerd zitten. Vanmiddag heb ik de spreuk niet gelezen, maar zag en voelde ik het live.

We luisterden naar de voorbodes van de herinnering. Bij sommige passages maakte een milde droefheid zich van mij meester. De muziek liet mijmeren. De uitleg van Egbert bij de gespeelde nummers wakkerden de melancholie soms nog verder aan. Bijvoorbeeld door een muziektekst over nevel in januari. Dat riep herinneringen op aan zijn vader Jan, die een aantal jaren geleden overleden was in die maand. De herkenning, ongetwijfeld, bij zijn moeder en zijn broer.  Weemoed. Gedragen door gevleugelde klanken. Muziekvrienden genoten en één stel werd zelfs beloond voor hun in Cambrinus opgedane levenslange liefde.

Niet vreemd dat op het eind van het concert het applaus voor Egbert -die op indrukwekkende wijze zijn 61e (!) concert van de afgelopen 25 jaar in Cambrinus had afgerond- naadloos overging in een staande ovatie voor Jan en Henny. De weemoed die voor mijn gevoel al de hele middag in de lucht hing, vond zijn weg in de tranen van Henny. Jan stond op dat moment iets verder van me weg, maar ik weet bijna zeker dat de melancholie van de muziek ook hem tot op het bot geraakt heeft.

Weemoed dus. Een woord dat uit twee delen bestaat. ‘Wee’ als in pijn voelen bij een afscheid. Maar ook ‘moed’ als een drijvende kracht om door te gaan. Een ‘trip down memory lane’ hoorde ik iemand uit het publiek na afloop van het concert als verklaring geven voor zijn gevoelde emotie. Dat herkende ik. Maar het bevestigde mij ook in het besef dat herinneringen alleen maar dán ontstaan als er in het nu geleefd wordt. ‘C’est la vie’ rijmt best mooi op ‘melancholie’.

Misschien dat ik daar een andere keer iets over op papier zet. Maar nu alvast even dit. Met dank aan de muze, aan Egbert en aan Jan en Henny, waarmee ik zometeen voor één van de laatste keren in café Cambrinus een biertje ga drinken. Het mooie is, realiseer ik me tot slot, dat op al die andere plekken waar ik Jan en Henny straks nog ga tegenkomen, overal toch een beetje Cambrinus zal zijn. Dat geeft de burger moed. Weemoed voor even. Maar vooral moed voor het leven.

Evy’s broertje…

Meestal klik ik ze weg. De oproepen via Facebook of mail om een goed doel te steunen. Ook al zijn de verhalen nog zo schrijnend en de foto’s nog zo confronterend. Het zijn er gewoon teveel. Bovendien heb ik mijn gemoedsrust structureel gesust met een automatische 3-maandelijkse incasso-donatie aan Artsen zonder Grenzen. Volgens MijnING doe ik dat al vanaf januari 2009. 37x vanaf toen tot vandaag, lees ik. Verder terugkijken dan 1 januari 2009 is niet mogelijk, volgens de bank die onlangs nog eieren voor haar geld koos en de hoogste chef, Ralph Hamers, niet anderhalf miljoen méér jaarsalaris gaf.

Ralph ligt daar zelf misschien niet eens wakker van. Hij houdt tenslotte nóg anderhalf miljoen per jaar over. Per kwartaal is dat € 375.000,-. En wie weet, heeft hij ook wel een automatische incasso lopen voor Artsen zonder Grenzen. Als het bedrag dat hij doneert in dezelfde verhouding tot zijn salaris staat, als het bedrag dat bij mij om de drie maanden wordt afgeschreven, dan denk ik dat ze bij Artsen zonder Grenzen toch enthousiaster worden van de bijdrage van Ralph. Alles is zo relatief, wat dat aangaat.

Vanmorgen, na het rennen, las ik een facebookbericht van Anita. Zij maakte mij en haar volgers er op attent dat er in haar buurt een jongetje woont, Ian, die de ziekte van Duchenne heeft. Vorig jaar zag ze hem, schrijft ze, fietsend op een driewieler, maar toch de grootste lol makend met de andere kinderen uit de buurt. Nu, bijna een jaar verder, krijgt Ian een nieuwe rolstoel. Dat is er een met elektrische ondersteuning op de wielen, zodat hij met zijn afnemende spierkracht toch nog zelfstandig naar buiten kan. Want daar zijn straks de andere kinderen ook weer.

Anita’s inleidende verhaal raakte me. En de link naar de site waar de ouders van Ian de situatie beschreven maakte nog meer indruk. Zijn zus, Evy, had een tekening gemaakt, waarop duidelijk te zien was waarover het ging. Er moest een bus komen om de nieuwe rolstoel -en dus Ian!- te kunnen blijven vervoeren. Al was het maar om zijn veelvuldige ziekenhuisbezoek mogelijk te blijven maken, zodat hij kon blijven meedoen aan een onderzoek voor een nieuw medicijn. Ze had de bus getekend, haar ouders, Ian en zichzelf. Het tekstballonnetje boven haar hoofd was duidelijk: ‘een rolstoelbus voor mijn broertje omdat hij een ziekte heeft’.

evy's tekening

Deze oproep heb ik vanochtend niet weggeklikt. Integendeel. Ik heb gebruik gemaakt van optie 1 van de kleine webwinkel die de ouders samen met familie en vrienden hebben opgezet. De CD van optie 2 en de kralenarmband van optie 3 beveel ik echter van harte aan! En hoe mooi zou het zijn als Ralph Hamers, los van zijn 3-maandelijkse automatische incasso voor Artsen zonder Grenzen, verhoudingsgewijs ook een bijdrage zou doen? Ik zal hem alvast taggen. Wie weet, zorgt Facebook ervoor (met hulp van ons allemaal) dat dit verhaal uiteindelijk ook bij Ralph gaat landen? Zou Mark Zuckerberg trouwens nederlands kunnen lezen? Pakt hij z’n kans om te laten zien dat Facebook niet alleen dingen laat lekken maar ook laat lukken? Je weet het nooit. Ik tag hem.

Ralph, je kunt hier klikken om bij de webwinkel te komen. Laat zien dat het je niet om de knikkers gaat en bestel een kralenarmband. Dat is optie drie. Maar zonder gekheid. Mocht je dit lezen, dan hoop ik dat je voor optie 1 gaat. Met een paar procent van mijn salaris, samen met een paar procent van jouw salaris kan Evy’s wens snel in vervulling gaan.

And Mark, in English because i’m not sure if you can read Dutch. When you’re done explaining the Facebookleaks to the American Congres, please take the opportunity to support Ian. I think it fits your goal to end, cure or manage all disease by the year 2100. When you do, i think Evy will make a nice drawing for you too.

 

De radiouitzending terugluisteren? Na de introductie eerst een nummer van  The Freelance Band van de CD ‘Out of the calaboose’: Good Work. Op 5:07 begint de column, tot 9:43. Ter afsluiting een nummer van Gerard van Maasakkers van de CD ‘Lijflied’: Ik kom wa later.