Vijf jaar hospice Doevenbos

Op de kop af vijf jaar geleden. Zaterdag, 1 mei 2016, opende buurtzorghuis hospice Doevenbos haar deuren. Mijn zus Trudy was op 11 mei 2016 één van de eerste gasten. Twee dagen heeft ze daar min of meer bewust beleeft. Op de eerste dag zag ze nog de groene waas van het pas ingezaaide gras en bewonderde ze de magistrale kastanjebomen. Ze zag de rode stenen van het pad wat feller opkleuren, door de regendruppels die er op vielen. Op de tweede dag waren we aanwezig bij haar overlijden. Een onvermijdelijk einde van een progressief ziekteproces.

Hoe pijnlijk en emotioneel ook, tegelijk was het een gebeurtenis die op een andere manier grote indruk op me maakte. Naast de waardige ambiance waarin ze afscheid nam, was het vooral de manier waarop het verpleegkundig personeel en de vrijwilligers haar en ons die twee dagen begeleidden. Met heel veel respect en dankbaarheid denk ik daar aan terug. Aan die twee dagen waarin ik zelf het vakmanschap en medeleven mocht ervaren, maar ook aan al die momenten dat anderen, in de afgelopen vijf jaar, ongetwijfeld dezelfde indrukken hebben opgedaan. Het waren gedachten die afgelopen zaterdag 1 mei door mijn hoofd gingen. Namens de Vrienden van Hospice Doevenbos mocht ik aanwezig zijn bij het lustrum-moment waar die middag op gepaste wijze bij werd stilgestaan.

Het pas ingezaaide gras van toen was een volwaardig grasveld geworden. De kastanjebomen wuifden net als toen in alle rust naar de wolken en de zon. José Hoebers, vijf jaar geleden een van de initiatiefnemers en betrokken vanaf het eerste moment, sprak een kort woordje van dank en trots uit naar de aanwezige verpleegkundigen en noemde daarin ook alle vrijwilligers van Hospice Doevenbos. Op het gras hadden Nienke Wijnhoven, Petri Vullings en Geert Keijsers zich opgesteld om het lustrum-moment muzikaal te onderstrepen. Sommige gasten genoten vanaf hun eigen terras mee van de muziek, anderen kregen het in hun eigen kamers mee, door de open tuindeuren.

Vijf jaar hospice Doevenbos. Boven de ingang hebben vrijwilligers in vijf grote cirkels het getal vijf versierd. Tussen een aantal bomen bij het hospice wapperen slingers van kleine kleurige vlaggetjes in de wind. Op die vlaggetjes staan mooie spreuken of speciale gedachten geschreven. Stuk voor stuk momenten van bezinning, die één voor één het speciale van deze plek benadrukken. Momenten die misschien wel situaties beschrijven van de afgelopen vijf jaar. Maar tegelijk een vooruitblik kunnen zijn naar momenten die de komende tijd onvermijdelijk nog gaan spelen.

De slinger van vlaggetjes gaat het komende jaar namelijk groeien. Op 30 april 2022 zitten we nog net in het vijfde lustrumjaar. Het idee is om het lustrum dan de aandacht te geven die het verdient. Maar tot die tijd, en zolang corona dat nog van ons vraagt, kunnen alle herinneringen en gedachten al worden opgetekend op de vlaggetjes, die daar speciaal voor klaarliggen. De slinger wordt langer door alle herinneringen en gedachten die al bestaan of nog gaan komen. En zo, groeiend met elkaar en bewogen door de wind, markeren ze steeds indrukwekkender de plek waar hospice Doevenbos vijf jaar geleden is begonnen.

Want het is dezelfde wind, die de kastanjebladeren toen liet ritselen, die zaterdagmiddag de vlaggetjes liet dansen. Dezelfde wind die de muzikale klanken naar de gasten van het hospice blies en hen liet genieten van het moment. Dezelfde zon die dat zo nu en dan warm bescheen. Net als vijf jaar geleden. Op die mooie en bijzondere  plek, waar het leven dan misschien wel eindig is, maar evengoed toch altijd ook doorgaat. 

Doevenbos, bedankt en proficiat!

Dichtbij…

ik‌ ‌hoor‌ ‌de‌ ‌klokken‌ ‌van‌ ‌de‌ ‌kerk‌ ‌
voortdurend‌ ‌auto’s‌ ‌ver‌ ‌van‌ ‌mij‌ ‌
hoefijzers‌ ‌tikken‌ ‌op‌ ‌beton‌ ‌
wellicht‌ ‌op‌ ‌weg‌ ‌naar‌ ‌eigen‌ ‌wei‌ ‌

een‌ ‌houtduif‌ ‌klapwiekt‌ ‌vlot‌ ‌voorbij‌ ‌
een‌ ‌vink‌ ‌slaat‌ ‌steeds‌ ‌van‌ ‌wietewiet‌ ‌
drie‌ ‌kauwen‌ ‌spelen‌ ‌met‌ ‌de‌ ‌wind‌ ‌
ik‌ ‌ben‌ ‌er‌ ‌bij‌ ‌en‌ ‌ook‌ ‌weer‌ ‌niet‌ ‌

het‌ ‌weinige‌ ‌is‌ ‌al‌machtig veel‌ ‌
en al die pracht hoort‌ ‌ook‌ ‌bij‌ ‌mij‌ ‌
ik‌ ‌ben‌ ‌een‌ ‌deel‌ ‌van‌ ‌één‌ ‌geheel‌ ‌
ja,‌ ‌afstand‌ ‌is‌ ‌hier‌ ‌heel‌ ‌dichtbij‌…

Zonder woorden…

jouw blik
zei meer dan woorden
en toch…
bleef ik ze zoeken

heb al die woorden
-niet gezegd-
gezocht
in open boeken

waar nooit
gestelde vragen
de antwoorden
niet
kregen

en toch…
was er dan nog
die blik
die zei
wat was verzwegen

Het antwoord in de vraag | foto Unsplash.com – ilkka karkainen

Belofte…

het even niet meer weten
met twijfel in je hoofd
het liefst zou je vergeten
al wat je niet gelooft

en toch, de vogels fluiten
het groen, de bloemen, ooft
er is geen twijfel buiten
wat het leven je belooft

Groen gras en gele bloemen, belofte voor nog meer…

Getouwtrek…

Ik probeer te accepteren wat er is. Me niet druk te maken over dingen waar ik niks aan kan doen. Me te onthouden van het hebben van een mening over zaken waar ik te weinig van af weet. Tegelijk zie ik steeds vaker om me heen dat veel mensen daar anders mee omgaan.

Het lijkt alsof steeds meer mensen niet meer accepteren wat er is. Zich druk maken over dingen waarvan ze denken dat ze er op die manier iets aan kunnen doen. Ze hebben een mening over zaken waar ze klaarblijkelijk voldoende over menen te weten. Het vreemde is dat mensen met een tegengestelde mening er net zo zelfverzekerd instaan.

Ik merk dat ik daar steeds meer moeite mee heb. Niet zozeer met die tegengestelde meningen maar met mijn positie tussen die extremen. Hun ‘strijd’ voelt als touwtrekken met een bungee-jump-koord. Ik ben het vlaggetje in het midden van het koord. Links en rechts zie ik dat de hakken in het zand zijn gezet. Verbeten gezichten met maar één doel: bij het eerste signaal de tegenpartij met kracht omver trekken. Niemand beseft echter dat dit koord volkomen elastisch is.

Het signaal klinkt. Een fluitje, een virus, een functie elders. Alles is een startsein. Meteen wordt er aan beide kanten fanatiek getrokken. Beide partijen voelen duidelijk dat ze terrein winnen en worden alsmaar zekerder van zichzelf. Jutten elkaar op om vol te houden, want het kan niet anders of ze zijn er bijna. Toch? Maar het vlaggetje blijft in het midden hangen. Nog wel…

Want als het elastiek maximaal gespannen is, als aan beide kanten niemand ook nog maar één pas in zijn eigen richting kan verzetten, dan ontstaat de meest gevaarlijke situatie. Een situatie die onoplosbaar lijkt. Er is geen partij die los wil laten, want men is ervan overtuigd dat het de overwinning betekent voor de tegenstander. Dat kan niet. Tegelijk wordt men zich bewust van de striemende pijn wanneer de anderen het elastieken koord zouden loslaten. Het vlaggetje boven het midden kan niets doen dan gespannen afwachten…

De enige manier om dit tot een goed einde te brengen, is om van beide kanten in gelijke tred stap voor stap weer naar elkaar toe te lopen. Langzaam nader tot elkaar te komen. Met begrip en respect vóór elkaar weer náár elkaar. Alleen zo gaat die laatste anderhalve meter ook nog wel lukken. Als het ooit zover komt kan de vlag uit.

Negen rozen…

…gezien op Stille zaterdag…

Gisteren zag ik ze weer. Ietwat verlept maar nog steeds in een mooie driehoek naast elkaar. Vorige week zondag waren ze er neer gelegd, wist ik. Negen prachtige rode rozen. De punt van de driehoek gaf de plek aan waar het om ging. 

Een dag eerder, op zaterdag, zat ik in de buurt van die plek, op een bankje. Zoals altijd genietend van de rust en de stilte. Rechts van mij, in het kleine stukje groen, viel me op dat er een heuveltje zand lag. In de landelijke omgeving met velden en akkerbouw niet echt een ongewoon beeld, maar speciaal op die plek was het toch wel opvallend. Net toen ik me begon af te vragen wat er daar toch in de grond moest komen, hoorde ik van de andere kant een auto langzaam naderen.

Het was een statige zwarte auto, die stopte ter hoogte van het heuveltje zand. Twee mannen stapten uit. We groetten elkaar en terwijl de een naar het heuveltje liep, legde de ander uit wat ze kwamen doen. Hun vader was een jaar geleden gestorven, vertelde hij. Zijn laatste wens was dat zijn as op deze mooie plek zou worden begraven. Niet alléén, maar samen met de as van zijn vrouw. Hun moeder, die -als ik het goed onthouden heb- al in 2016 overleden was.

Een van de twee broers haalde een blauw doosje uit de auto. ‘Even kijken of het past’ zei hij. ‘Morgen komen we hier met de andere broers en zussen bij elkaar, om aan de laatste wens van vader tegemoet te komen. En dan moet het natuurlijk wel goed gaan’, legde de ander uit. Zijn broer probeerde ondertussen of hun voorwerk zou voldoen voor het gebeuren een dag later. Dat bleek het geval. ‘En moeder past er prima bij’, concludeerde hij. Het blauwe doosje was van afbreekbaar materiaal, legde hij uit. Speciaal bedoeld om as van overledenen op een verantwoorde manier terug te geven aan de aarde.

Ik vond het een speciale ontmoeting, die zaterdagmiddag. De plek werd voorzichtig afgedekt met een houten plaat die met zand en een steen op zijn plaats werd gehouden. We namen afscheid en zacht zoemde de auto van me vandaan. Een dag later, zo tegen een uur of drie ‘s middags, ben ik langs dezelfde plek gefietst en zag ik de negen rozen liggen. Precies daar waar gisteren nog het heuveltje zand lag, markeerden de rozen nu de plaats waarvan ik me voorstelde dat eerder negen kinderen opnieuw afscheid hadden genomen van hun ouders. Maar niet alleen afscheid. De negen rozen wezen ook naar de plek waar twee mensen die al zo lang samen waren geweest weer bij elkaar kwamen. Behalve afscheid dus ook een soort ontmoeting. Een weerzien.

Nu, een week later op Paaszondag, denk ik er aan terug. Op de dag van de verrijzenis stel ik me voor dat de as van deze twee mensen straks, als het blauw om hen heen hen vrijlaat en teruggeeft aan de aarde, diezelfde aarde zich met hen vermengd. De aarde die hun as vervolgens laat meereizen met de wortels van de bloemen en het gras, om -eenmaal boven de aarde- het blauw van de hemel weer te zien. Een verrijzenis die zo een reis wordt, die altijd maar doorgaat. Een reis waar negen kinderen uit zijn ontstaan, die ieder met een roos verbonden blijven met de plek, waar hun ouders sinds vorige week hun reis hebben voortgezet. 

Misschien omdat ‘verrijzenis’ ook ver reizen is…

Witte bloesem…

drie kwartier
gewandeld
inplaats van
met de fiets
maar toch weer
hier geland en
denk ik vooral
aan niets

steeds weer
op deze plek
die iets wakker
in me kust
waar de oude eik
vast op z’n stek
bovenal
in stilte rust

wat was en
wat nog wacht
verbonden
in het heden
in witte bloesem
zit de kracht
van toekomst
en verleden

Molenbeek…

vasthouden aan de blauwe lucht
vertrouwen op wat is
meestromen met de Molenbeek
zonder benauwde zucht

want elke bang benauwde zucht
vervreemdt je van vertrouwen
vergrijst zelfs helderblauwe lucht
neemt, waar je op kunt bouwen

niet in de ik van eigenwijs
niet in, kijk mij, ik weet het wel
in samenhang ligt het bewijs
geeft grijs wat meer dat blauwe

Niet voorbij…

familieberichtje in de krant
een naam die je goed kent
op slag een beeld voor ogen
nu jij er niet meer bent

je lach, je stem
de dingen die je zei
dat alles zie en hoor ik nu
en is dus niet voorbij

wat blijft is de herinnering
je lach, je stem, je zijn
ik blijf het horen en het zien
en dat verzacht de pijn

Iets anders…

Ik werd vanochtend wakker met een herinnering in mijn hoofd. Een helder beeld uit 1994. We woonden toen op de eerste verdieping, boven Zeeman en onze dochter Pip was net geboren. Daarom weet ik het jaartal nog. Ze had een eigen kamertje, want er waren veel kamers op die bovenverdieping. Vroeger woonde er de familie Slots, die beneden een kledingzaak hadden, als ik me niet vergis. Ik zag in mijn herinnering de woonkamer weer voor me. Die keek uit op de Kerkstraat en als je heel dicht bij het raam ging staan dan kon je ook sportzaak Meulendijks zien liggen.

Ik probeerde me de andere ruimtes voor de geest te halen. Dat lukte vrij aardig. In gedachten liep ik door de lange gang en opende links en rechts de deuren van vroeger. Elke kamer zag ik weer voor me. En elk beeld leidde naar een andere visuele herinnering. Zo ben ik in gedachten kamer voor kamer ingewandeld en het verbaasde me een beetje dat ik, liggend in bed met mijn ogen dicht, nog zoveel details voor me zag.

Nou weet ik dat er een gigantisch grote zolderverdieping boven al die kamers lag. Het vreemde was, dat ik mij niet meer kon herinneren hoe we daar vanuit de eerste verdieping konden komen. Dat intrigeerde me. Het zal ook een deur zijn geweest die naar een trap leidde, maar dat beeld in mijn geheugen bleef zwart. Ik heb daar verder niet al te veel aandacht aan besteed, maar ik nam we wel voor om dat hiaat in mijn geheugen, door mijn vrouw te laten completeren.

Het feit dat ik zo gedetailleerd beelden in mijn hoofd kan produceren die 27 jaar geleden in een jaar tijd zijn ontstaan, vind ik opmerkelijk. Maar de missende link naar een van die beelden, de zolder, verbaast me nog meer. Tegelijk realiseer ik me, dat juist het ontbreken van een herinnering veel meer past bij de kwaliteit van mijn geheugen. Waar vrienden moeiteloos details uit hun hele leven, met jaar en dag, namen en rugnummers kunnen reproduceren, blijft mijn geheugen in dat soort situaties altijd oorverdovend stil.

Wel losse beelden. Fragmenten uit mijn leven die zich soms als in een film in mijn hoofd afspelen. Af en toe met, maar heel vaak ook zonder geluid. Registraties van toen. Het camerastandpunt van al die beelden ben ik altijd zelf, realiseerde ik me vanochtend. Het zijn shots, vanuit mezelf gemaakt. Via de lenzen van mijn ogen. Maar zonder duidelijk script, blijkbaar.

Hoe zou dat bij anderen werken, vraag ik me af. Zouden mijn vrienden bij het maken van hun levensfilm bij elke scène ergens in hun hoofd ook een soort van storyboard hebben? Waarop tijdstip en gebeurtenis staan vermeld, zodat beelden allemaal geïndexeerd bewaard blijven? Een eigenschap die in mijn genen niet ingebakken is?

Ach ja, alleen beelden is ook heel mooi. En gevoelens trouwens. Ook die herinner ik me vaak heel goed. Maar die deur naar de zolder…

Zojuist mijn vrouw gevraagd. Wat denk je? Zij kon zich alles herinneren. Alles, behalve… die deur naar de zolder!
Nu is er nog maar één hoop. Dat nazaten van de familie Slots mij laten weten waar die deur zit. Of wacht, we bellen er een keer aan en vragen het de huidige bewoners. Vinden ze misschien wel leuk en ontstaat er een leuk gesprek. ‘n Keer wat anders dan corona…