Eiken en beuken…

Recht boven de houten bank, onder aan een stevige tak van de 200-jarige eik, zie ik ze zitten. Een nest eikenprocessierupsen. Ik had al zo’n vermoeden dat ze er zouden zitten, omdat ik van een vorige schrijfsessie onder de eik, nietsvermoedend een jong eikenprocessierupsje mee naar huis had genomen.

Een paar dagen geleden stond er een artikel over in de krant. Niet zozeer wat er aan de overlast van de rupsen te doen was, maar vooral de constatering dat we er maar aan moesten wennen. Het stadium van oplossen waren we al gepasseerd, aldus de schrijvers van het artikel.

Sterker nog, we moesten ons maar alvast voorbereiden op dennenprocessierupsen, die vanuit de Ardennen, zich al aan de grens aan het verzamelen waren. Samen met de reuzenteek zouden ze bij aanhoudend warme zomers ons land net zo overspoelen, als dat de eikeprocessierups dat had gedaan.

Op dit moment zit ik in de schaduw van drie beuken en ga ik er voor het gemak en mijn gemoedsrust van uit dat beukenprocessierupsen nog niet bestaan. Het is wat. Ik vraag me af hoe het zo ver heeft kunnen komen met de eikenprocessierups. Of zou die 200 jaar geleden het eikje van toen ook al hebben lastig gevallen?

Zou best kunnen. Misschien hingen er toen ook trossen rupsen aan de bomen en wisten de mensen uit die tijd dat je daar gewoon van af moest blijven. Net zoals je van brandnetels af moest blijven, omdat die prikten. Tenzij je een lollige oom had die jou als jong ventje wijsmaakte dat sommige brandnetels niet prikten en dat illustreerde door van onder af in een stoere beweging de bladeren van de netel te stropen.

Toen wij gerustgesteld die brandnetels ook vastpakten, leerde je de pijnlijke les dat brandnetelbladeren alleen aan de onderkant niet prikken. Hij had het ons ook gewoon kunnen vertellen, maar zo schepte hij er blijkbaar meer genoegen in. Afijn, een ervaring uit mijn jeugd, die ik mijn leven lang bij me zal dragen. Er zijn altijd minimaal twee kanten aan een zaak, waarvan er één kan prikken…

Zojuist op mijn telefoon een kort filmpje bekeken over de dennenprocessierups. Die blijkt in de rupsfase dus echt in een processie, in een hele lange stoet, achter elkaar aan te kruipen, om zich vervolgens in te graven om onder de grond te verpoppen. Waarschijnlijk doet de eikenprocessierups ook zoiets. Toch eens opzoeken, wanneer ik weer onder de eik kan gaan zitten. Tot zo lang hou ik het even bij beuken.

…de vraag is: waar gaat die eerste naar toe…

Troostwoorden…

Een verhaal schrijven over een afscheidsdienst waar ik bij aanwezig ben. Dat doe ik zo nu en dan. Zeker wanneer het overlijdensbericht me raakt en ik de overledene of een van de nabestaanden ken. Waar vaak vooraf en tijdens zo’n dienst condoleances worden uitgesproken, merk ik dat ik de indrukken graag achteraf pas, in alle rust en vol respect, op papier wil zetten. Als een verhaal van troost voor de nabestaanden. Maar ook een verhaal voor mezelf. Woorden van medeleven, omdat ik het afscheid mocht mee-beleven.

Het verdriet tijdens zo’n dienst raakt de aanwezigen en raakt mij. De emoties zijn hoorbaar, zichtbaar en voelbaar. De gesproken woorden, heel persoonlijk gericht aan de dierbare overledene, belichten tegelijk een universele kant van ieders bestaan. Er is herkenning. Echtheid. Ontroering. Het verdriet dat in een ieder van ons verborgen ligt, wordt er even door aangeraakt en komt aan de oppervlakte. Het uit zich in vloeibare erkenning van de eindigheid. Even. En dan gaan we weer door.

Want juist dat verdriet gaat vaak gepaard met een ode aan het leven in al zijn facetten. Dan wordt het een allesomvattende mix van emoties, die louterend werkt. Die kracht geeft om door te gaan. Die na storm en regen weer zon en warme wind laat voelen. Die ook laat zien dat het allemaal tijdgebonden is, waardoor vreugde en verdriet elkaar voortdurend zullen blijven afwisselen. Meestal onverwacht en zonder enige regelmaat, maar met de zekerheid van het moment.

Die momenten in een dienst zijn daarom zo waardevol. Leven staat nergens dichter bij de dood dan daar, bij het afscheid. Waar de een gaat, daar komen de anderen. Ze laven zich aan de herinneringen en zetten daarmee het leven voort. Het afscheid is onherroepelijk ook een welkom aan alles wat daarna komt. En daar woorden aan mogen geven, voelt als een eerbetoon aan het leven. Aan het leven van degene die er niet meer is. Een leven, dat vanaf dat moment onderdeel wordt van het leven van hen die er nog wel zijn.

Telkens weer. Steeds opnieuw. Woord voor woord.

Gedeelde beleving die zinnen verzet
Middels woorden die raken, in tranen gebed

Leven en dood in een vreedzaam ballet
Laten zout zoeter smaken, in een innig duet

Verbindt zo akkoorden, tot refrein en couplet
En dan vind je de woorden, in tranen gebed

Jurgen

Er stond een Munckhof-touringcar te wachten bij de Mèrthal. Voor Pinkpopgangers las ik toen ik er aan voorbij liep. Daar zou Jurgen ongetwijfeld veel liever zijn ingestapt, was mijn eerste gedachte. Maar zo was het niet. Hij moest in de Mèrthal zijn. Voor het laatst. Zijn overlijdensbericht, een paar dagen eerder in het weekblad, sprong er uit door de blauwe lucht in de achtergrond.

Dat die lucht niet altijd blauw is, was vanochtend tijdens de openingswoorden van Lucie Geurts in de Mèrthal te horen. De wind van buiten wilde naar binnen leek het, op hetzelfde moment dat Jurgen naar binnen werd begeleid. Zijn vrouw, Jacqueline, en hun kinderen liepen naast de witte kist. Ze droegen Jurgen naar zijn plek op het podium. ‘Heaven rocks‘ las ik op de kist. Met drie kruisjes en de naam Jacq.

Diezelfde Jacq stond als eerste naast Jurgen op het podium. Haar woorden beschreven hun gezamenlijke levensverhaal. Hoe ze elkaar hadden ontmoet, hoe ze samen het leven hadden omarmd en hoe zeer ze dat ging missen. Dat ze daar stond ‘was niks voor haar’, zo was ze haar verhaal begonnen. Maar de kracht van elk woord en elke zin was nadrukkelijk aanwezig. De wind was het met haar eens.

Misschien was dat wel de ‘papa-lucht’, zoals zijn dochter Liv dat in haar persoonlijke boodschap aan haar vader beschreef. Een strakblauwe lucht was voor haar vader en haar meestal het teken geweest om van de zon te gaan genieten. En zo’n helderblauwe hemel hadden ze ‘papa-lucht’ gedoopt. Haar woorden en die van haar twee broers Max en Sid kregen spontaan applaus van de vele aanwezigen. In de stilte daarna hoorde je opnieuw de wind. Papa-lucht?

Mooi om in de herinneringen van Max en Sid zo duidelijk hun vader terug te horen. ‘Waat flikte geej meej nouw’ waren zijn eerste woorden geweest toen Max hem verteld had dat hij op jongens viel. Meteen gevolgd door: ‘Wette jông, geej môt doon wao geej gelukkig vaan werd’. En dan Sid, die in zijn jeugd blijkbaar vaker de confrontatie met zijn vader was aangegaan. Misschien wel juist omdat hij in zoveel opzichten op hem leek. Ze waren sterk, Max, Sid en Liv. Met Jacq. Bij Jurgen.

Het was te vroeg. En het was oneerlijk. Maar het was zoals het was. Zijn vriend Hans Lenssen las een persoonlijke brief voor waaruit hun diepe vriendschap bleek. Wat vaak niet of te weinig was uitgesproken, benoemde Hans nu met nadruk, met een voorbeeld uit het verleden, bij de Stones op Pinkpop. Ook muzikaal werd die vriendschap bekrachtigd. De band Karloff, waar Jurgen vroeger deel van uitmaakte, legde de wind in de Mèrthal even het zwijgen op.

Wiel, de oudste broer van Jurgen, kon zich nog de dag van diens geboorte herinneren. Ook uit zijn verhaal klonk de vanzelfsprekende liefde. Liefde die meestal niet in woorden werd uitgedrukt, maar er gewoon was, in het er voor elkaar zijn. In het samen delen van het leven. In liefde en in vriendschap. Ieder op z’n eigen manier. In wonen, werk en welzijn. De emotie in het verhaal van Albert Vermeulen, Jurgens werkgever en vriend, was tekenend. Vriendschap. Door weer en wind.

Woorden die niet gesproken werden, klonken door in de muziek. Karloff speelde als afscheid het favoriete nummer van Jurgen: ‘Heaven rocks’. Dezelfde woorden op de witte kist leken mee te bewegen op het ritmische meeklappen van nagenoeg alle aanwezigen. Daarna kon iedereen persoonlijk afscheid nemen om vervolgens aan het laatste verzoek van Jurgen gehoor te geven: ‘een flesje Grolsch heffen op het leven’.

En dat deden er veel. Het geluid van tegen elkaar klinkende groene flessen klonk bijna net zo ritmisch als het klappen van een paar minuten eerder. Je voelde en zag de ontroering. En die werd mogelijk nog groter toen de familie zelf ook aanschoof, mét de witte kist in hun midden. Jurgen was er bij. Zijn laatste feestje, dat hij graag had willen missen, maar waarbij hij van het begin tot het eind zo nadrukkelijk aanwezig was.

Buiten waaide het nog. De wind duwde wat grijze wolken opzij om het blauw te laten zien. In het gedachtenisprentje las ik de woorden van Sid: ‘Aas iets liefs oow verlut, blieft de liefde oaver. Op 4 juni ziede weggevloage…’. Gedragen door de wind, op weg naar de zon. Lekker liggend in de lucht. ‘Papa-lucht’… Blauw met hier en daar een witte wolk.

Ook op Pinkpop, zag ik ‘s middags in een filmpje. Er is niet altijd een Munckhof-bus nodig om ergens te komen… Jurgen was erbij. Daar en hier. En dat zal zo blijven. Proost!

 

Voor Jacqueline, Max en Freek, Sid en Anne-Fleur, Liv

Jurgen Spreeuwenberg

Geworteld…

Iemand heeft wortels gepoot, vlakbij het bankje onder de tweehonderd jaar oude eik. En het lijkt alsof er nog een ander gewas tussen de wortels is uitgezaaid. Mogelijk vanwege een goed doordachte en verantwoorde ecologische reden. Dat zou wel passen bij deze plek die traditie ademt en eeuwenoude ervaring uitstraalt.

Ik ben geen tuinder en ik kan het dus heel goed mis hebben. Voor het zelfde geld is het allemaal onkruid dat nog net iets weliger tiert dan de wortels. Maar het zet me wel aan het denken. Als het bewust bij elkaar is gezaaid, dan is dat een mooie metafoor van hoe er naast elkaar geleefd kan worden. Sterker nog, hoe twee verschillende soorten elkaar kunnen helpen om zich allebei verder te ontwikkelen.

Zelfs als het wel onkruid is tussen de wortels, dan nog zou je daar een diepere boodschap uit kunnen halen. Het naast elkaar leven gaat nog steeds op, want beide planten staan er frisgroen bij. De wortels lijken in rijtjes te staan, voor zover ik dat vanaf mijn bankje kan beoordelen. De andere planten -onkruid of niet- hebben daartussen nog ruimte gevonden. Naast elkaar leven én elkaar de ruimte gegeven.

Volgens een aantal weerapps wordt het de heetste 2e juni ooit. Ik heb ergens het jaartal 1947 voorbij zien komen, toen het op 2 juni 29,5 graden was. Als het vandaag warmer wordt, dan hebben we een record te pakken. De heetste 2e juni ooit gemeten. Zou iemand vandaag de wortels water komen geven, vraag ik me af? Want sinds 1947 hebben worteltjes het nog nooit zo heet gehad op deze dag.

Ik voel de neiging opkomen om één worteltje uit de grond te trekken. Nieuwsgierig naar hoe ver ze al zijn. Ik weet van vroeger dat je dat voorzichtig moet doen want anders heb je het groene loof in je handen en blijft de wortel eigenwijs in de grond achter. Ik doe het toch maar niet. Ik wil de jonge wortel en mijzelf niet teleur stellen.

Laat ik het houden op de boodschap die wortels en andere planten mij deze ochtend hebben ingefluisterd, onder de tweehonderd jaar oude eik. Groei naast elkaar en geef elkaar de ruimte. Deel het water, mocht je dat op de heetste dag van je leven gegeven worden. Leen de schaduw van de zon en deel de koelte van de wind. Waar je ook geworteld bent, gun dat ook de ander. Groei samen!

Mooie plek hier…

Zoek de zonnezij!

foto zoek de zon zij1‘Zoek de zon zij’. Vier woorden die de moeder van mijn vrouw in de vorige eeuw op een schaal geschreven heeft. Vlakbij schilderde haar vader een zon om die woorden kracht bij te zetten. Onder de zon schilderden haar beide ouders samen nog een landelijk tafereeltje. Toen ze daarmee klaar waren, tekenden ze op een tweede schaal foto zoek de zon zij2nog een andere situatie uit hun gezamenlijke herinnering. Beide schalen zijn daarna afgebakken door een keramiste, niet geheel toevallig ook de zus van mijn vrouw. De schalen waren namelijk bedoeld als huwelijkscadeau van hun ouders voor ons.

We kregen de schalen op onze trouwdag in 1991. Ik herinner me de ontroering van mijn vrouw toen de eerste schaal uit de verpakking kwam en ze de tekeningen van haar ouders daar op herkende. Die ontroering mondde uit in tranen toen op de tweede schaal heel prominent de spreuk ‘Zoek de zon zij’ te zien was. De gele zon en daaronder het leven, getekend in al zijn pracht en eenvoud. Haar moeder, die bescheiden het uitpak-ritueel had gevolgd, herkende de ontroering en in de omhelzing vermengden zich hun tranen.

foto zoek de zon zij328 jaar geleden is dat nu. De schalen zijn er nog steeds. Dat de spreuk toen zoveel losmaakte, kwam ook omdat die jaren eerder al onderdeel uitmaakte van het poezieversje dat haar moeder in mijn vrouw’s eerste poeziealbum had geschreven. Dat was in haar vroege kindertijd. Het versje eindigde met de regel: ‘Kindlief, zoek de zonnezij’.
In de schalen waren die jaren van ouder en kind liefdevol ingebakken. ‘Zoek de zon zij’. Het waren de woorden die haar ouders ons meegaven op onze levensreis. Misschien wel omdat hún ouders, een generatie eerder, dat ook hadden gedaan.

En nu sta ik hier. Een paar dagen geleden heb ik de schalen weer eens opgepoetst. ‘Zon’ foto zoek de zon zij4is het thema van deze herdenkingsdienst en in de voorbereiding van dit verhaal, dacht ik aan de schalen en aan de spreuk die ons als levenswijsheid cadeau was gedaan. De moeder van mijn vrouw heeft die zonnezij op haar eigen manier al opgezocht en gevonden. De tekening van haar leven was in 2011 helemaal voltooid. Vijf jaar later dan haar man, die in 2006 zijn reis naar de zon en de sterren al was begonnen. Mijn ouders hebben hen daar bij aankomst misschien wel welkom geheten, omdat zij al in 1979 en 1994 afscheid namen. En nog helemaal niet zo lang geleden, in 2016, vertrok mijn zus voor haar laatste reis, nadat ze kort daarvoor in Hospice Doevenbos te gast was.

U allen bent hier, omdat u in het afgelopen half jaar soortgelijke ervaringen heeft gehad. Uw ouders, uw broer of zus of een ander familielid of kennis heeft afscheid genomen. Op weg naar een plek, waar wij nog geen weet van hebben. In ieder geval een plek in uw hart en, wie weet, ook een plek dichtbij de zon. Als het verdriet over hun vertrek langzaam plaats maakt voor het besef dat uiteindelijk iedereen zijn of haar bestemming zal vinden, dan worden regendagen vanzelf weer zonnig. Geef het tijd.

foto zoek de zon zij5Want na regen komt weer zonneschijn. Iedereen weet het, maar we staan er misschien niet altijd bij stil. Op de schaal is de zon tussen de wolken getekend. Soms drijven de wolken voor de zon. Toch ligt het er maar net aan vanuit welke kant je er naar kijkt. Vanaf beneden bedekken grijze wolken vaak de zon. Maar bezie je het van boven, dan staat de zon onmiskenbaar vooraan. De diepere zin van de spreuk ‘Zoek de zon zij’ ligt dan ook in de dubbele betekenis ervan. Ten eerste omdat die refereert aan een plek, waar de mensen waarvan we afscheid moesten nemen, misschien wel hun warme hemel hebben gevonden. En in praktische zin is het een houvast voor ons, om na alle verdrietige gebeurtenissen en donkere wolken, toch telkens weer op zoek te gaan naar de zonnezij van het leven.

Dat wens ik u allemaal toe. Indachtig de spreuk op de schaal, 28 jaar geleden opgeschreven en jaren daarvoor al in een poezieversje verwoord. Met die éne zin wil ik dit verhaal dan ook besluiten. Voor hén, én voor u: Kindlief, zoek de zonnezij!

Advocaatje met slagroom…

22 graden. Eerste warme dag sinds weken voor mijn gevoel, dus goed moment om weer onder de 200-jarige eik wat gedachten op papier te zetten. Het is drie uur in de middag en ik denk aan vanochtend. Een liedje van Nicole uit 1982 zoemt nog steeds door mijn hoofd. Vanochtend op Hof te Berkel een klein uur ge-orgeld en gezongen met de bewoners. Het was in een besloten woongroep op de eerste etage, maar van een woongroep op de begane grond waren ook twee dames aanwezig. Ik trof hen al in de lift.

Op één zat men er klaar voor. De twee dames van beneden mengden zich moeiteloos in het gezelschap aan tafel. Eén van de twee zong al voordat ik me met mijn buikorgel goed en wel geïnstalleerd had. En daarna bleef ze zo goed als bijna alle liedjes meezingen. Links van mij lag een mevrouw in een bed. Ik denk dat het haar man was die naast haar aan haar bed zat. Liefdevol lepelde hij voorzichtig steeds wat eten naar haar mond.

De bewoners aan tafel kregen allemaal een advocaatje met slagroom voor gezet. En ondertussen werd de muziek en elk liedje dankbaar in ontvangst genomen. Het voelde goed. Zelfs de mevrouw in bed bewoog bij een aantal liedjes haar lippen ritmisch mee. Ook voor haar werd een advocaatje met slagroom klaargemaakt. Dankzij haar man genoot ze daar zichtbaar van.

Hoe zou die situatie bij ons straks zijn? Het schoot door mijn hoofd, terwijl ik het liedje ‘Ein bisschen Frieden’ van Nicole speelde en zong. Ik keek naar het aandoenlijke tafereel van de man die zijn vrouw lepeltje voor lepeltje liet genieten van een advocaatje met slagroom. Een fase in een mensenleven, realiseerde ik me, die ik nu als zingende toeschouwer gadesloeg, maar ook een fase die -wie weet- over hopelijk pas een groot aantal jaren ook mijn eigen situatie zou kunnen zijn. Of misschien zat ik dan wel aan tafel, mee te zingen. Verrast en in verwondering genietend van het moment.

‘Is ie d’r al?’, hoorde ik de man aan de begeleidster van de woongroep vragen. Er was een taxi besteld, waarmee hij hoogstwaarschijnlijk naar huis zou worden gereden. Naar het huis waar zijn vrouw het grootste deel van haar leven ook had gewoond, bedacht ik. Ik probeerde me een voorstelling te maken hoe dat was. Je partner telkens opnieuw te moeten achterlaten. Weliswaar in de vertrouwde handen van de zorg, maar toch. Door leeftijd en aftakeling noodgedwongen van elkaar gescheiden. ‘…und dass die Menschen nicht so oft weinen’ hoorde ik mezelf zingen…

Hij stond op toen de taxi er was, nam afscheid van zijn vrouw en liep, ietwat verstijfd van het zitten, voorbij aan de nog steeds blij zingende mevrouw van de begane grond. Hij groette iedereen vriendelijk, zette zijn gevlochten strohoed op en vertrok. Net als ik, na mijn afsluitende liedje. Zonder strohoed, maar met een lieve glimlach als cadeau, van de mevrouw in het bed. ‘Hoie wah’ zei ze.

In mezelf neuriend ben ik naar huis gewandeld. ‘Ein bisschen Frieden, ein bisschen Liebe’, heeft die middag nog een hele tijd door mijn hoofd geklonken. En nu het hier allemaal op papier staat, zwelt het weer een beetje aan…

(1982) Ein Bisschen Frieden – Nicole

Wie eine Blume am Winter beginnt
Und so wie ein Feuer im eisigen Wind
Wie eine Puppe, die keiner mehr mag
Fühl’ ich mich am manchem Tag
Dann seh’ ich die Wolken, die über uns sind
Und höre die Schreie der Vögel im Wind
Ich singe aus Angst im Dunkel mein Lied
Und hoffe, dass nichts geschieht

Onverschilligheid…

Over iets meer dan een uur zijn de meesten van ons twee minuten stil. Dodenherdenking, samengebald in twee minuten zwijgzaamheid. Stil zijn en er bij stil staan dat vrijheid en vrede niet vanzelfsprekend zijn. Dit jaar en volgend jaar is het 75 jaar geleden dat Nederland in zijn geheel bevrijd werd. 2019 is ook het jaar dat het algemeen kiesrecht 100 jaar bestaat. Ook daar is strijd voor gevoerd, met name door arbeiders en vrouwen.

Ik haal die informatie uit de jaarthematekst van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, dit jaar geschreven door tweede kamer voorzitter Khadija Arib. De titel van haar tekst: ‘Democratie komt met een verantwoordelijkheid’. Haar verhaal begint heel indringend met de beschrijving van een foto die gemaakt is op een warme zomerdag, om precies te zijn op 20 juni 1943.

Op de foto zie je honderden joden op het Olympiaplein in Amsterdam. Ze waren verplicht om zich daar te melden, zonder echt te weten waarom. Gekleed in dikke jassen, droegen ze zoveel mogelijk van hun eigendommen met zich mee. Hun gezichten stonden bezorgd, onwetend wat de toekomst hen zou brengen. Tegelijkertijd, beschrijft Arib, wordt er op een sportveld dichtbij gewoon doorgespeeld. De wachtende Joden konden dat zien en horen. Of de spelers op dat veld de wachtende Joden ook gezien hebben?

Arib haalt Elie Wiesel aan. Als overlever van Auschwitz heeft hij veel geschreven over het gevaar dat schuilt in zwijgen en wegkijken. Hij schrijft: ‘Het tegenovergestelde van liefde is niet haat, maar onverschilligheid. En het tegenovergestelde van vrede is onverschilligheid jegens zowel vrede als oorlog.’
Twee minuten stilte is eigenlijk veel te weinig om de impact van die wijsheid te doorgronden.

Want het mag dan wel 75 jaar geleden zijn dat we bevrijd zijn, maar zwijgen en wegkijken doen we nog steeds. De onverschilligheid die hoogtij viert, biedt juist aan extremen alle ruimte. Daarom raakte het schrijven van Arib me zo. Met name het indrukwekkende begin van haar verhaal met de beschrijving van een situatie, 76 jaar geleden. Een voorbeeld in de geschiedenis waarvan we de herinneirng levend willen houden. Onder andere door elk jaar op 4 mei twee minuten stil te zijn met elkaar. Maar is dat genoeg?

Arib sluit haar verhaal krachtig af. Ze spreekt een wens uit voor onze democratie en onze vrije, open samenleving. Ik citeer: ‘Dat we er heel bewust onderdeel van zijn. Dat we niet wegkijken, niet onverschillig zijn, nooit meer wennen aan een beeld van een groep mensen -ondanks de felle zomerzon in dikke truien en jassen- met de angst op hun gezicht, wachtend op deportatie’.

4 en 5 mei. Ik lees haar verhaal. Ik ben straks twee minuten stil en weet dat het morgen bevrijdingsdag is. Een dag, waarop er helemaal niet zo ver van ons af, nog steeds groepen mensen staan, in dikke truien en jassen. En wij zien ze wel, maar blijven daar over het algemeen vrij onverschillig onder. Juist daardoor bieden we de extremen opnieuw een podium.

Twee minuten stil. Straks ook op het Moulin Blues Festival, waar ik op dit moment aanwezig ben. Niet live in de studio aanwezig dus, maar ik wilde dit verhaal wel hardop naar u uitspreken en heb het daarom afgelopen donderdagmiddag al opgenomen. Omdat stilte niet ten alle tijde vanzelfsprekend is. Net zo min als onverschilligheid.

Column uitgesproken op 4 mei 2019. Voorafgegaan door ‘Walk Away’ van Tom Waits en afgesloten met ‘Ze zijn terug’ van de Jazzpolitie. Column start op 2:44 (tot 7:10)

De ‘kroon’ van Kronenberg…

Nooit een tweede kans voor een eerste indruk. De titel en eventueel de eerste zin moet meteen binnenkomen om je als lezer te bewegen om verder te lezen. Of dat gelukt is kan ik nu nog niet beoordelen. In ieder geval ben je al tot hier gekomen. Dus wat let je om gewoon door te lezen. Het gaat over sfeer en over inzet. En over trots.

Aanleiding is de ontmoeting zaterdagochtend van gedecoreerden in multifunctioneel centrum de Torrekoel in Kronenberg. De ooit eerder gedecoreerden, plus de nieuw-gedecoreerden van een dag eerder en het voorafgaande jaar krijgen traditioneel een uitnodiging om samen met de burgemeester te toosten op de Koning en op elkaar. Liefst driehonderd hadden er gehoor gegeven aan de uitnodiging.

Ervaring leert dat de eerste genodigden vaak meer dan een uur voor aanvang aanwezig zijn. Zaterdag 27 april in de Torrekoel was dat niet anders. Maar opmerkelijk was dat een twintigtal vrijwilligers uit Kronenberg nóg eerder aanwezig waren en al druk in de weer waren geweest om die eerste bezoekers meteen een gevoel van welkom te geven. Tot in de puntjes waren ze voorbereid op de komst van de driehonderd gasten.

Van één van de vrijwilligers hoorde ik dat men al een dag eerder met velen de handen uit de mouwen had gestoken. Hij vertelde erbij dat er bij de Torrekoel bijna zestig vrijwilligers actief waren. Je zag de trots in zijn ogen, toen hij dat aantal noemde. Maar je zag het die ochtend ook aan de andere vrijwilligers, die gemotiveerd bezig waren om de laatste puntjes op de i te zetten.

Tafelschikking

Het was duidelijk dat men trots was op het werk dat men vrijwillig in de Torrekoel verrichtte. En aan alles was zichtbaar dat men een goede indruk wilde maken op de gasten. Met bijna militaire precisie waren de tafels schematisch ingedeeld en waren de taken verdeeld, volgens een toepasselijke kleurcodering van rood, wit, blauw en oranje. Keurig ingedekt stond voor elke gedecoreerde al een oranje gebakje klaar. Het snoepvlaggetje op de slagroomtoef was op 312 plekken bewust naar voren gedraaid, zodat het meteen goed opviel.Soepplan

Genodigden bleven binnen stromen. Koffie en thee werd voortdurend in- en bijgeschonken omdat iedere vrijwilliger zijn eigen kleur tafel met vriendelijke discipline goed in de gaten hield. Toen ik om elf uur de bijeenkomst wilde gaan openen om aandacht te vragen voor de toespraak van de burgemeester, zag je dat alle vrijwilligers geïnstrueerd waren om niet meer tussen de aanwezigen door te lopen. Volop aandacht creërend voor het programma dat volgde.

Onjeklonje

De officiële toespraak van burgemeester Ryan Palmen, de muzikale aubade van de plaatselijke fanfare Monte Corona, een gezamenlijke toost met oranjebitter of jus d’orange en na de pauze een muzikaal intermezzo van Onjeklonje. Alles droeg die ochtend bij aan een speciale sfeer. Maar wat er zeker aan bijdroeg was de inzet en vriendelijkheid van de vrijwilligers. Er was een gevoel van verbondenheid. Je voelde dat men bij elkaar hoorde.

En het was niet alleen de ridderorde op revers of mantelpak die de aanwezigen aan elkaar bond. Het was vooral de inzet en trots die tot de onderscheidingen had geleid. Diezelfde inzet en trots zag je bij de vrijwilligers van de Torrekoel. Het was de manier hoe zij de genodigden zaterdag in de watten legden. Voelbaar en merkbaar. Het was het speciale ingrediënt, te proeven aan de zelfgemaakte tomatensoep en je zag het aan de met liefde vers gesmeerde luxe broodjes, die niet op leken te raken.

Kortom, een zeer geslaagde bijeenkomst. Dankzij alle aanwezige gedecoreerden, maar zeker ook door het personeel van de Torrekoel en het grote aantal vrijwilligers uit Kronenberg. Nooit een tweede kans voor een eerste indruk? Als dat zo is, dan is er maar één conclusie mogelijk: Geslaagd met vlag en (oranje) wimpel! Misschien wel een verklaring voor het woord ‘kroon’ in Kronenberg?

dankwoord aan de vrijwilligers
Burgemeester Ryan Palmen bedankt na afloop  alle vrijwilligers

 

Paasgedachte

Er schuilt een mooi verhaal in mij,
dat ik nog niet kan duiden.
Dus ondertussen doe ik niets
en luister naar geluiden.

Er schuilt een mooi verhaal in mij,
dat ik nog niet kan schrijven.
ik voel het wel, maar er zit iets
dat denkt, ik wil hier blijven.

Er schuilt een mooi verhaal in mij,
dat mensen nog nooit hoorden.
dus wat ik doe: ik pak de fiets
en ga op zoek naar woorden.

Een gedichtje vloeit uit de pen. Spontaan. En net zo spontaan handel je er naar. Op de fiets en rechtstreeks naar de plek waar ik al vaker schreef. Onderweg zie ik versteende lammetjes in een omheinde tuin, bij een tehuis waar ook mijn tante begeleid woont. Associaties met dementie, versteende gedachten en stilstaan schieten door mijn hoofd.

Misschien een onderwerp voor mijn verhaal, bedenk ik, terwijl ik er al voorbij ben. Het is Pasen. De zon schijnt en ik fiets bijna over een dood vogeltje. Een staartmeesje lijkt het, maar het ligt er zo verkreukeld bij, dat ik dat niet met zekerheid kan zeggen. Zal ik er een foto van maken? Het fragiele van de dood op een onverwachte plek. Net als stenen schaapjes een voorbije illusie van leven?

Op de plek waar ik van plan ben te gaan schrijven, hoor ik het leven. Een hommel zo groot als een paaseitje zoemt om me heen. Vogelgeluiden. Auto’s op afstand. Twee wandelaars, een man en een vrouw, met een grote herdershond en twee kleine hondjes, lopen me pratend voorbij en komen ook meteen weer terug. Zouden ze hier hebben willen zitten, onder de schaduw van de oude eik?

Op dit moment ben ik hier alleen, met mijn gedachten. Toen ik hier een half uurtje geleden aankwam, mijn kussen op de bank legde en er op plaats nam, overviel me even een intens gevoel van droefheid. Van het dode vogeltje? De stenen schaapjes? Mijn tante? Mijn broer, die ik sinds heel lang gisteren weer had bezocht? Leed in het algemeen? Op de dag van de verrijzenis?

In de stilte van alle geluiden om me heen, hoor ik de kerkklok twaalf uur slaan. Ik zie een mier kruipen over mijn mouw, span mijn middelvinger achter mijn duim en geef het beestje waarschijnlijk z’n eerste vluchtervaring. Ik maak nog een foto van verse gele paardebloemen, realiseer me dat die over een tijdje grijs zijn maar dat ik dan alles weg mag blazen voor een wens!

Zijn er eigenlijk al echte lammetjes? Want er schuilt nog steeds een mooi verhaal in mij…

Passion

Met vuur gemusiceerd,

met passie uitgevoerd.

Gepakt, geboeid, geëmotioneerd,

tot tranen toe geroerd.

Met krachten, waar filosofie,

zich prachtig in verschool.

Zo hoor ik nog Gethsemane,

Hosanna en Ruht wohl.

Dus namasté en compliment,

voor al en iedereen!

Wat een prestatie, ongekend,

en ik, ik mocht er heen…