De eerste woorden van weer een nieuw verhaal. De regelmatige lezer zou er moedeloos van kunnen worden. Houdt het dan nooit op? Nee, ik denk het niet, bij leven en welzijn. Ik vraag me zelf ook wel eens af waar mijn schrijfdrang vandaan komt. Waarom vang ik op willekeurige tijdstippen mijn gedachten in lopende zinnen? Het eerste antwoord dat in me opkomt, is te vangen in één woord: zelfbehoud. Tegelijk twijfel ik over dat antwoord. Omdat het ook weer vragen oproept.
Ik heb het gevoel dat mijn innerlijke stem voortdurend aan het woord is. Soms spontaan, vanuit een eigenwijs eigen willetje, maar ook heel vaak omdat die aangesproken wordt door alle indrukken van buiten. Of, met andere woorden, ik zit nogal veel ‘in mijn hoofd’. Zoals gezegd, spontane gedachten, maar steeds vaker ook gedachten die aangewakkerd worden door indrukken van buiten. Gedachten die dan als een soort van lopend vuurtje door mijn hoofd gaan. Aangewakkerd door de wind van associaties. Een voorbeeld.
Bij het woord ‘aangewakkerd’ begint mijn innerlijke stem als uit het niets over de bosbranden aan de oostkust van Australië. Omdat mijn innerlijke stem daar vervolgens lang niet het fijne van weet, help ik haar en tik ‘bosbrand’ in op mijn iPhone. Een miljoen hectare bos is daar al in vlammen opgegaan. Ik lees het in het eerste recente artikel dat ik krijg voorgeschoteld. Uit de NRC, van Annemarie Kas. Insteek van haar verhaal: De Australische overheid doet de verkeerde dingen om de branden te voorkomen.
Zij gaat niet verder in op de vier doden die er al zijn gevallen of op de honderden huizen die al zijn uitgebrand. En dat is uiteraard haar goed recht. Haar insteek is ook een interessante. Ze heeft onderzoeker Paul Read geïnterviewd, die van mening is dat politici te weinig kijken naar de oorzaken van de branden. Annemarie laat Paul daar een hele serie verklaringen voor geven. Prima en informatief artikel, voor zover ik dat kan beoordelen, maar uit zelfbehoud (!) laat ik het daarbij en richt me weer op mijn eigen verhaal.
Mijn schrijfdrang dus. En het aanwakkeren van gedachten door indrukken van binnen en buiten. In feite mijn drang om telkens een klein deel van die gedachten vast te leggen in een verhaal of column. Het schrijven dwingt me om over die gedachten na te denken. Ze in een logische volgorde te zetten, zodat ikzelf en ook anderen door al die bomen het bos kunnen blijven zien. Maar wat maakt dan dat bos zo interessant, dat ik denk dat anderen daar überhaupt de bomen van willen zien? Mijn innerlijke stem blijft de aandacht opeisen…
Ik realiseer me dat ik jou als lezer niet te lang moet vermoeien. En zeker niet met vragen waar ik zelf het antwoord grotendeels op schuldig moet blijven. Hoe dan ook. Mijn vraag over ‘schrijfdrang’ heeft je al tot hier gebracht. Dan kunnen die laatste zinnen ook nog wel. Zelfbehoud dus, door gericht nadenken, structureren en vastleggen. Voor een deel verklaart dat mijn drang om te schrijven. Heb ik daar iets aan? Ja, dat denk ik wel. Heeft de lezer daar iets aan? Geen idee. Ik hoop van wel.
Eigenlijk zou ik dat best wel willen weten. Zeker op een regenachtige maandagmiddag, waar je de verveling uit zelfbehoud bij de kladden grijpt door het schrijven van een verhaal. Schrijven, simpelweg als aangenaam tijdverdrijf. Net zoals lezen dat kan zijn… Oftewel, zou een leesdrang een verklaring voor mijn schrijfdrang kunnen zijn? Wie het weet mag het zeggen!






Zaterdagmiddag vertelde Mees me dat hij de afgelopen week via Spotify herhaaldelijk naar een album van Mike Posner had geluisterd. ‘A Real Good Kid’ was de titel. Terwijl hij de muziek al aan het opzoeken was, vertelde Mees dat de zanger het album geschreven had om onder andere de dood van zijn vader te verwerken. In het eerste nummer viel prominent de zin op ‘the day my daddy died, i became a man’. Zo nu en dan tussen de nummers hoorde je korte gesprekken die de zanger met zijn vader had gevoerd. ‘I love you, dad’. ‘I love you too’. Mooie overgangen.






Het duurt twee alinea’s voordat de eerste wandelaar via de noordpoort richting de zuidpoort loopt. Bijna tegelijkertijd komt er een buitenlands gezin de kerk uit gewandeld. Vader, moeder en hun kinderen. Sri Lanka is het land dat in me opkomt, maar ik kan dat totaal nergens aan staven. Geen lange gewaden of gezichtbedekkende doeken. Europees gekleed, zal ik maar zeggen, maar evengoed die associatie. Maakt ook niet uit. Ze lopen samen de winkelstraat in.
En misschien moet ik het hier ook wel bij laten. Met al dat geschuif zit ik nu vlakbij de hoofdingang van de kerk. De rust van het Atrium, midden in de drukte van het centrum van Horst, geeft een mooi contrast. Het carillon meldt me dat het twaalf uur is. De grote kerkklok bevestigt dat in een twaalfdelige monotonie. De zon draait sneller dan dat ik mijn verhaal kan afronden. Een foto ter bevestiging en dan is het zover. Mijn eerste bijdrage binnen de muren van de kerk. Ik trakteer mezelf zometeen nog even op de geur van wierook. Ik zit er tenslotte vlakbij.
