Witte wegwijspieten…

Zwarte zwijgpieten zullen dit jaar hun opwachting maken, naast witte wegwijspieten. Over beiden is veel te vertellen, maar de gevoeligheid van de materie noopt tot zorgvuldige formulering. Een misverstand is zo geboren. Te zwart-wit is al vaker oorzaak geweest van onbegrip en heftige discussie. Nuancering is bij dit heikele onderwerp dus op zijn plaats.

Een zwijgpiet heeft daarom slechts één opdracht. Hij moet zijn mond houden. Het is een opdracht die de zwijgpiet zichzelf heeft opgelegd. Hij moet niks. Hij wil het zelf. En zoals een pakjespiet verantwoordelijk is voor pakjes en alleen daarop kan worden aangesproken, zo is de zwijgpiet dit jaar verantwoordelijk voor de stilte. Daar kan hij ook op worden aangesproken, maar dat heeft normaalgesproken weinig zin, omdat een goede zwijgpiet niet zal ingaan op hetgeen hem wordt gevraagd of toegeroepen. Hij zwijgt. En hij is zwart.

Een wegwijspiet wijst de weg. Dat was vroeger al een taak van wegwijspieten, maar toen waren ze nog zwart. Nu niet meer. De zwarte hebben zonder enige terughoudendheid, rancune of twijfel de witte wegwijspieten ingewerkt. Ze zijn blij dat het wegwijzen voortaan wit kan gebeuren. De zwarte wegwijspieten zijn omgeschoold tot zwijgpieten. Daar zijn ze, na jarenlang zwart wegwijzen ook wel aan toe. Te lang al hebben ze tevergeefs uitgelegd waar men moest zijn. Niemand wil echter nog de weg weten, is hun ervaring. Pakjes, daar wil men wèl van weten, maar de weg, ho maar. Dat is vaak heel frusterend. Zelfs zo frusterend dat ze soms van bittere ellende gewoon hun mond houden. De stap naar zwijgpiet is dus slechts een hele kleine. En ze zijn toch al zwart. Dus dat komt goed uit.

Die nieuwe witte wegwijspieten, die zijn nog vers en fanatiek. Die gaan er nog voor. Ook zij zullen tevergeefs de weg wijzen, is de algemene opinie, maar soit. Dingen gaan zoals ze gaan. Er zijn gelukkig zoveel witte wegwijspieten gerecruteerd, dat het niet zoveel uitmaakt als de één perongeluk verkeerd de weg naar rechts wijst, omdat de andere dat waarschijnlijk ook perongeluk naar de weg links zal doen. Beide wegen worden dan door de pakjespieten bezocht, weliswaar op verkeerde gronden, maar net zo goed is daar dus geen probleem te verwachten. Drie keer links is ook rechts, is het credo dat de zwarte wegwijspieten, de witte op het hart hebben gedrukt. Die begrijpen dat nog niet helemaal, maar ze geloven de zwarte wel. Die kunnen het tenslotte weten.

Verder houden ze er hun mond over. Past ook bij hun nieuwe functie. Die van zwarte zwijgpiet. En ze zijn er bovendien op vooruit gegaan. Maar daar hoor je ze verder niet over. Want de illusie van de juiste weg hebben ze lang geleden al losgelaten. Eigenlijk tegelijk met het vertrek van Aart Staartjes, in 2001, toen die voor de laatste keer de echte Sinterklaas heeft binnengehaald. Vanaf dat moment zijn we met z’n allen een beetje de weg kwijtgeraakt. Die echte Sinterklaas, dat was Bram van der Vlugt, maar daar hoor je tegenwoordig niemand meer over. Bram was trouwens een oud klasgenoot van Aart, op de toneelschool, maar dat terzijde. Want voor je het weet zit je op een zijpad, raak je de weg kwijt en ben je verdwaald. En dan zal je net zien, dat het daar barst van de zwarte zwijgpieten, maar er niet één witte wegwijspiet te vinden is…of nog erger, juist heel veel. Dan kan je het helemaal schudden.

(heel vrij vertaald naar Wittgenstein: ‘Wovon man nicht sprechen kann, darüber muss mann schweigen’.)

Stilte is geen optie…

Stil zijn is geen optie. Ook niet als het maar één minuut is. Die ene minuut stilte, door miljoenen, gaat zwijgend verloren in het lawaai van miljarden. En ik maak er deel van uit, van zowel de stilte als van het lawaai. Waar een stil eerbetoon op zijn plaats is, uit respect voor de slachtoffers en de nabestaanden, klinkt tegelijkertijd schreeuwend luid de veroordeling. Maar van wie? Want ook de schuldigen zijn een minuut stil. En zij die veroordelen zelf niet allemaal onschuldig.

En ik? Ik zie veertig lijkwagens op tv. Ik zie duizenden mensen op viaducten staan. Ze strooien bloemen over de langzaam rijdende zwarte stoet. Ik word getroffen door die man van Rijkswaterstaat, die uit zijn vrachtwagentje stapt om die bloemen meteen weer van het wegdek te verwijderen. Was dat zijn opdracht? Eigen initiatief? Het is een hopeloze missie, want de stoet moet door en de bloemen te talrijk. Ik zie het, omdat de helicoptercamera dit moment voor mij heeft vastgelegd. Per ongeluk, denk ik, en zeker niet bewust, want snel ben ik vanuit grote hoogte weer deelgenoot van de schrijnende werkelijkheid. Met zovelen ben ik onder de indruk. Stille getuige op afstand… van getuigenissen dichtbij.

De tv neemt mij mee naar de traan van Maxima. De zorgvuldig buiten beeld gehouden nabestaanden. De omhelzing van Timmermans. De vastberadenheid van Rutte. Bijna tegelijkertijd lees ik over nalatigheid, over gespeelde betrokkenheid van BN’ers, over slappe inzet van onze regering en over slecht gemaakte herdenkingsliedjes van een enkeling. De Telegraaf die in chocoladeletters kopt over ‘inzet commando’s” waar ik vanochtend in de Limburger nog las over ‘ongewapende marechaussee’… Zoveel lawaai, daar waar ook respect en stilte had kunnen zijn.

Maar stilte is geen optie meer. Dat vergt namelijk ook afstand en die is er niet. We staan er met z’n allen te dicht op en kunnen helaas niet anders. Iedereen mag doen wat hij of zij meent te moeten doen. We zijn met teveel om het samen eens te zijn. En met te weinig om een enkeling te willen begrijpen en respectvol te bejegenen. We hebben de middelen en we gebruiken ze. Goedschiks en kwaadschiks. De een ruimt plichtsgetrouw de bloemen op die de ander respectvol heeft uitgestrooid… Je zou er stil van worden. Maar helaas is dat geen optie meer.

Gekte

Morgen is het de 11de van de 11de. Traditioneel een datum dat de gekte los mag barsten. Het begin van een periode die uitmondt in drie dagen anders mogen zijn. Drie dagen iemand zijn, die je 362 dagen niet bent. Dat zou louterend werken is de algemeen erkende zienswijze in het zuiden. Rare gedachte eigenlijk. En begrijpelijk dat er vanuit de noordelijke provincies zo nu en dan met een gezonde portie scepsis naar gekeken wordt.

Zoals zo vaak zal de waarheid wel ergens in het midden liggen. Daar waar de meningen ver uit elkaar liggen is het goed om er eerst even tussenin te bivakkeren, voordat je een kant kiest. Áls je dat al zou willen, dat kiezen. Soms is gewoon even stil zijn en niets doen ook heel bevrijdend. Alleen, in deze tijd dat iedereen gehoord wil en vooral ook kán worden, is stilte heel zeldzaam. Afgelopen week weer voorbeelden te over.

Obama wordt herkozen en reikt in zijn krachtige overwinningsspeech symbolisch de hand aan Romney. Waar eerst de campagnes miljoenenverslindend gericht waren op het keihard onderuit halen van elkaar, is er na het optrekken van de verkiezingsrook, blijkbaar in één keer plaats voor verzoening. Vreemd. Waren het dan maandenlang boze maskers die men ophad? Een soort omgekeerde carnaval? Was het niet beter geweest om gewoon even stil te zijn en te luisteren, inplaats van elkaar tijdens de campagnes boven de enkels af te zagen en van alles wat verderfelijk is, te betichten?

Een twintigjarige jongen pleegt zelfmoord nadat hij zijn ouders in een brief uitlegt waarom. Een hele diepe stilte zou op zijn plaats zijn, maar het verdriet is zo groot dat de ouders besluiten een daad te stellen. Het overlijdensbericht wordt een stille aanklacht tegen de mogelijke oorzaak van de dood van hun zoon. Een droevige boodschap, die laatste ongehoorde woorden van Tim. Media nemen de stille aanklacht over maar vergroten die binnen no-time uit tot een lawaaierige kakafonie van medeleven en morele verontwaardiging. Een paar dagen lang zijn we allemaal tegen pesten. Natuurlijk. Niemand uitgezonderd. Iedereen doet mee. Totdat de maskers weer af gaan en bij deze en gene bewust of onbewust de ware aard weer boven komt. En opniéuw doen we allemaal mee. 362 dagen lang. Waarom? Om ons weer op te laden voor ‘drie dagen anders zijn’.

Sommigen slaan door in dat anders zijn, vinden we. Een Metro-columnist is daar een voorbeeld van. Hij schrijft ongevraagd in naam van een hoofdredactrice van een katholiek nieuwsblad een column en gebruikt Tim en diens familie als lijdende voorwerpen. Grote verontwaardiging bij alles en iedereen. Voors zowel als tegens. De rechtvaardiging van de columnist om zijn mening als die van haar te verkondigen is in feite een totale ontkenning van de ander. Het ultieme pesten. Daarmee doet hij precies hetzelfde als wat hij haar verwijt. En houdt hij tegelijk ons allemaal een spiegel voor.

Want ook wij hebben onze meningen meteen klaar. Vinden niet kunnen wat hij doet, over de rug van zelfvermoorde onschuld, maar vinden ook niet goed wat zij doet, onder het mom van katholieke onfeilbaarheid. Een paar dagen lang bestoken we elkaar dan met onze meningen. Op álle manieren die in deze tijd maar denkbaar zijn. Geen moment is het stil.

Of toch wel? Jawel. Want terwijl wij nog naar elkaar roeptoeteren wat we van alles en iedereen vinden, wordt ergens in besloten kring Tim in stilte begraven. Loopt een stoet Citaverde-leerlingen ingetogen langs hetzelfde spoor, waar een week eerder één van hen op is gaan staan. Een stilzwijgend afscheid en niemand weet waarom.

Om stil van te worden, een dag voor de elfde van de elfde…