Het is Allerheiligen, 1 november. Vier dagen geleden bezocht ik het graf van mijn ouders op het kerkhof in Horst. Zo nu en dan stop ik daar even op een wandeling en sta even stil bij hun kruis. Ik lees hun namen en kijk naar de jaartallen. Mijn moeder is 48 jaar geleden begraven en mijn vader 32 jaar geleden. Ze liggen tamelijk vooraan op het kerkhof.
’s Ochtends had ik in de krant een artikel gezien over de bouw van het Horster Kapelletje. Ik besloot ook daar even te gaan kijken. Een mooi wit gebouwtje met zijbeuken. Een glazen deur en een in de muur opengewerkt kruis. Het toeval wilde dat ik daar toen ook Leo Gebe trof. Hij is de initiator van deze nieuwe kapel. Ik had dat gelezen in de krant en complimenteerde hem met het resultaat. ‘Het is nog niet helemaal af’, zei hij, ‘maar wil je misschien even binnenin kijken?’ Hij haalde de sleutel uit zijn binnenzak en spontaan kreeg ik in het indrukwekkende bouwwerk een complete uitleg van het ontstaan ervan en van de werkzaamheden die nog verricht moesten worden.
‘Er komen nog ramen in’, vertelde Leo, ‘die zijn gemaakt door een kunstenares uit Horst. Ben even haar naam kwijt. En links en rechts komen panelen van St. Lambertus en St. Norbertus, de twee patroonheiligen van Horst. En er komt een altaar in, waar mensen straks een kaars kunnen aan maken. En aan die kant en aan de andere kant komen bankjes, zodat de bezoekers tegenover elkaar kunnen zitten. Want, ja, als je naast elkaar zit, dan praat je niet zo gemakkelijk. En dat is wel de bedoeling. Het moet ook voor verbinding tussen mensen zorgen.’
Uit alles was duidelijk dat Leo heel goed had nagedacht over zijn idee. En hij had anderen bereid gevonden om daar hun medewerking aan te verlenen. De stichting ‘Het Horster Kapelke’ werd opgericht. Jan Nabben (wie anders) werd voorzitter en Wim van de Munckhof werd verantwoordelijk voor o.a. de financiën. Chiel Martens werd gevraagd om als architect een ontwerp te maken. Contacten werden verder gelegd met bedrijven en vrijwilligers en het idee kreeg steeds meer vorm.
Het enthousiasme van Leo was aanstekelijk. Hij vertelde dat zondag 1 november de kapel officieel zou worden ingezegend door Deken Wilson Varela. De stichting zou de kapel dan formeel overdragen aan het kerkbestuur. Ik vertelde hem dat het graf van mijn ouders nu voortaan uitkeek op de kapel en dat ik dat wel een mooi gegeven vond. Ik bedankte hem en we namen afscheid van elkaar. Ik nam me voor om op 1 november de inzegening bij te wonen.
Die inzegening was dus vandaag. En er waren meer mensen die zich hadden voorgenomen om die plechtigheid bij te wonen. Op één plek op het kerkhof werd iedereen ontvangen. Het werd druk. Er was gezorgd voor koffie en thee. Klokslag 14.30 uur trapte Jan Nabben af. Hij verwelkomde iedereen en gaf daarna het woord aan de initiatiefnemer Leo Gebe. Leo sprak over verbinding tussen mensen. Ik moest denken aan zijn verhaal, een paar dagen eerder, over de tegenover elkaar geplaatste bankjes in de kapel. Hoe concreet kun je ‘verbinding’ maken..
Na Leo volgde Chiel Martens, die de architectonische aspecten toelichtte. Ook daarin kwamen goed doordachte associaties aan bod. Toen kwam de kunstenares, waar Leo afgelopen woensdag even de naam van kwijt was, Ellen Geerts, aan het woord, die haar kunstwerk ‘Hortus Vitae’ van uitleg voorzag. De ‘tuin van het leven’, zo legde ze uit, had haar geïnspireerd tot het beschilderen van de vier ramen in de sfeer van de vier seizoenen. Elk seizoen gekenmerkt door eigen kleuren en een specifieke bloem. Mooi hoe ook in haar verhaal verbindende aspekten aan bod kwamen.
Marion Vervoort, die dagen eerder spontaan had aangeboden een lied te zingen voor deze gelegenheid, deed dat overtuigend. Zichzelf begeleidend op gitaar zong ze woorden, die in gecombineerd Horster- en Americaans dialekt ook vertelden over samen zijn en elkaar meenemen in wat er ook gebeurt. Na haar sprak burgemeester Ryan Palmen de aanwezigen kort toe en tenslotte kwam Deken Varela aan het woord.
Het was mooi hoe iedereen vanuit zijn eigen invalshoek over de kapel sprak. De deken bedankte de stichting dat ze hem ‘bouwpastoor’ hadden gemaakt. Het was zóveel eer, vertelde hij, dat hij nu eigenlijk wel zou kunnen sterven. Daar meteen met een blik naar boven aan toevoegde: ‘Onze Lieve Heer, dat was maar een grapje’. En weer richting de aanwezigen: ‘Voor de duidelijkheid, dat Hij me niet verkeerd begrijpt, want ik wil nog wel even hier blijven‘. Prachtig, die relativering. Maar daarna ook van hem hele mooie, toepasselijke woorden.
Wim van de Munckhof kreeg het woord. Hij las de officiële overdrachtsakte voor, die daarna door Leo Gebe en de deken werd ondertekend. De overdracht was een feit. De deken nodigde iedereen vervolgens uit om de inzegening bij de kapel zelf bij te wonen. Daar blies een koperensemble van de koninklijke Harmonie van Horst al wat sfeervolle tonen. Bij de kapel nodigde de deken, na de inzegening, steeds iemand van de aanwezige familie uit van inwoners die dit jaar waren overleden en op het kerkhof waren begraven. Zij maakten in de kapel een kaarsje aan voor hun dierbaren.
Ik was onder de indruk van het gebeuren. Net zoals ik dagen daarvoor onder de indruk was van Leo’s spontane uitleg van zijn idee dat drie jaar geleden was ontstaan. Een idee over verbinding en over mensen die elkaar ontmoeten. Die er voor elkaar zijn en die elkaar konden steunen bij leven en bij sterven. Een idee, dat vandaag, op Allerheiligen, werkelijkheid was geworden. Ik keek naar de zojuist aangemaakte kaarsjes in de kapel en dacht aan de kaarsen die we ‘s avonds op de Lichtjesavond bij Camping Landgoed De Gortmeule zouden gaan ontsteken. Ik mocht daar wat voorlezen en ook Marion zou daar weer zingen.
Terwijl er in de kapel kaarsjes werden ontstoken, keek ik zo af en toe naar de plek waar mijn ouders lagen begraven. Op zichtafstand van de zojuist ingezegende kapel. En ik dacht aan een volgende wandeling. Waar ik opnieuw hun namen zou lezen en de jaartallen zou verbinden met het moment dat ik daar zou staan. Maar waar ik dan ook een kaars zou kunnen opsteken voor hen. Waar kaarsen zouden kunnen branden, in elk seizoen van het jaar, voor heel veel anderen, die rondom de kapel hun rustplek hadden gekregen of gingen krijgen.
Vier dagen eerder had Leo me al geïnspireerd. Ik heb na onze ontmoeting, diezelfde middag een gedicht gemaakt, dat ik hem heb geappt. Vandaag is die inspiratie alleen maar toegenomen. Na alle betekenisvolle woorden die ik vandaag vanuit verschillende invalshoeken hoorde, wil ik dat gedicht er tot slot nog aan toevoegen.
Witte kapel…
dichtbij, al tweeëndertig jaar
liggen zij er samen bij elkaar
zo nu en dan, meestal alleen
komt het er van, ga ik er heen
hun namen, zacht in grijze steen
steeds daar herdacht, stil en sereen
nu, bij hun kruis, wel jaren oud
is een witte kapel gebouwd
gewoon, voor alle mensen daar
een eerbetoon voor hem en haar
heb ik hun namen straks bekeken
kan ik voortaan een kaars opstekenen op een bank in de kapel
zie ik -wie weet- ook jou nog wel…GvdM | 281026
