Acht, misschien negen blokken van tien jaar. Een mensenleven. Voor mij een fors deel in het verleden en hopelijk nog een aanzienlijk deel in de toekomst. De aanleiding voor deze eerste zin is het paaltje dat ik nu voor me zie. Het getal 70 staat er prominent op, met een pijltje dat naar links wijst.
Aangezien ik een paar weken geleden zestig ben geworden, moest ik bij die zeventig meteen aan leeftijden denken. Aan de komende tien jaar dus eigenlijk. Wat zullen ze brengen? Nog meer periodes van lockdown? Of -laten we het positief formuleren- nog vaker heropeningen van terrassen? We zullen het zien. Eerst maar eens gewoon deze zondag doorkomen…
Dat pijltje naar links is natuurlijk gewoon de richting waar routenummer 70 naar verwijst. Maar was het wel een leeftijdsindicatie geweest, dan had ik gelukkig nog tien jaar lang ook gewoon naar rechts gemogen. Ik wil maar zeggen, het kan nog alle kanten op. Dus laat ik inderdaad maar niet te veel vooruitkijken.
Een korte impressie van dit moment. De zon in de rug, de wind op de kop. Een lekkere combi. De wind brengt het geluid van kerkklokken mee. Het zou Castenray kunnen zijn. Op de T-splitsing van de Grensweg met de Molengatweg is dat de dichtstbijzijnde kerk die met deze wind hoorbaar is, denk ik.
Afijn, na vandaag al een fietsgedichtje te hebben gedeeld, wilde ik dit ook nog even kwijt. Het is net 18.00 uur geweest. Zes uur. Misschien daarom wel de klokken? Of vanwege Pinksteren? Whatever. Het wordt ook wel weer 19.00 uur. En dan nóg later. Voor dat we het in de gaten hebben is het maandag 12.00 uur.
Zou het morgen druk zijn op het terras? Ik hoop wel dat het rood-witte lint weggehaald wordt. Dat vind ik zo deprimerend. Waar zouden de meeste mensen het morgen over hebben? Maar goed dat het weer live aan terrastafetjes kan. Dan hoeft er minder gezeurd te worden op social media over de verkeersmaatregelen op het Wilhelminaplein.
Zouden er echt mensen zijn die menen dat die maatregelen er alleen maar zijn om hen te pesten? Ik zou hen zestig, nee, zeventig keer achter elkaar willen zeggen…
Zo. In de Schaak. Op een plek waar volgens mij veel wandelaars, hardlopers en mountainbikers voorbij gaan komen. Aan de Gussenweg. Na een ronde fietsen, met de bedoeling om ergens te gaan schrijven, hier neergestreken. Tien uur vanmorgen thuis vertrokken en nu, 50 minuten later, al schrijvende aan het afkoelen aan een picknicktafel in de schaduw van de Schaak. Tot nu toe nog niemand gesignaleerd. Enfin. Maakt ook niet uit. Wel zojuist wat beestjes van mijn hand af moeten blazen.
Toen ik een uur geleden thuis wegging, ben ik door het centrum gefietst. Op straat waren opzichtige witte pijlen aangebracht. En op twee plekken -bij de ingang en bij de uitgang van het centrum- waren levensgroot twee witte menssymbooltjes op het wegdek gespoten, met de mededeling dat we ‘rekening met elkaar moesten houden’. Alle terrassen waren afgezet met rood-wit lint. Alsof er ook rekening gehouden moest worden met een ingelaste landelijke jaarbijeenkomst van het Rode Kruis. Of een soortgelijke happening met een rampentintje. Vreemde gewaarwording. Maar wel begrijpelijk.
Overmorgen mogen de terrassen open. En ook in de cafés zijn dan weer gasten welkom. Allemaal op basis van het ‘nieuwe normaal’, wat per definitie inhoudt dat het dat nog lang niet is. Nieuw wel, maar normaal? Nee, lijkt me niet. En bovendien een contradictio in terminis, als je het mij vraagt. Want als iets nieuw is, dan kan het toch nooit al normaal zijn? Maar ik wil me daar niet al te druk over maken. Want voor je het weet heb je er een probleem bij.
Het ‘nieuwe normaal’ lijkt in deze fase namelijk steeds meer een beladen semantische woordstrijd te worden. Rutte, als verpersoonlijking van het landelijke beleid, zou het niet meer zo moeten noemen, vinden tegenstanders, omdat het suggereert dat het nooit meer anders kan worden dan dat het nu is. Wie er in deze discussie gelijk heeft, laat ik met liefde in het midden. Om dezelfde reden dat ik even alle andere complottheorieën buiten beschouwing laat.
Maar wat ik wel vind, is dat taal mag leven. Taal is veranderlijk. Kneedbaar. En dat we om die reden zaken niet zo letterlijk moeten nemen. Of principieel over moeten doen. Wat vandaag ‘gewoon’ taalgebruik is, is morgen passé. Het ‘nieuwe normaal’ is net zo abnormaal als dat het ‘nieuwe abnormaal’ normaal is. En andersom. Als je beiden maar lang genoeg herhaalt, is het nieuwe er zo van af en blijft er gewoon normaal of anders abnormaal over.
Alles is een hele poos anders geweest en straks wordt hopelijk alles weer gewoon. Daar zit wat tijd tussen, die we ieder op onze eigen manier moeten zien te overbruggen. Het zal best wat ongewoon zijn als straks alles weer normaal is. Net zo goed dat het misschien in de toekomst wel heel gewoon wordt dat er zich nieuwe abnormale omstandigheden gaan voordoen.
Ik blaas voorzichtig nog een beestje van mijn toetsenbordje, vouw het op en duw het in mijn tas. Mijn normale toetsenbord ligt thuis. Dit opvouwbare is nieuw. Daar kun je mee in de Schaak schrijven. Voor sommige hardlopers misschien wel een abnormaal beeld. En toch kan het. Gewoon anders.
Ik twijfel of ik er iets van moet zeggen. Maar iets in mij zet me aan om het wel te doen. Iets te zeggen, namelijk, over meningen die mensen kenbaar maken. Vooral sociale media, zoals Twitter en Facebook, staan er vol mee. In mijn geval is het vooral Facebook (Twitter gebruik ik alleen maar passief), waarin mij regelmatig meningen worden voorgeschoteld, die afkomstig zijn van mijn Facebookvrienden. Dat is niet zo vreemd. Het is inherent aan dat platform en ik maak er tenslotte vrijwillig deel van uit. Vrijheid van meningsuiting en zo. Daar kun je toch niet op tegen zijn…
Klopt. En toch. Ik vraag me steeds vaker af wat iemand er mee opschiet, met het delen van zijn of haar mening. Maar vooral, wat de diepere motivatie of onbedwingbare drang is van iemand om zijn expliciete mening over wat dan ook via Facebook kenbaar te maken. En wat me ook bezighoudt, gaat over de manier waarop de meningen vaak geformuleerd zijn. Wát is het dat mij raakt, in een uitgebreid verhaal over de visie van vriend x of de tegenovergestelde visie van vriend y, of wat stoot me daarin juist af? En misschien nog wel belangrijker: Wat zegt dat over mij? Want het dilemma van dit alles: Is wat ik hierover opschrijf eigenlijk ook niet slechts een mening? Dus vandaar mijn twijfel. En toch de stap om hier iets over te zeggen.
Associaties
Als ik er over nadenk, dan komen er een aantal woorden bovendrijven. ‘Twijfel’, ‘vooringenomenheid’, ‘invoelingsvermogen’, ‘acceptatie’, ‘verzet’, ‘zekerheid’ en ‘begrip’. En vóór al die woorden zou ik ‘te weinig’ of ‘te veel’ willen zetten, om aan te geven wat me raakt in veel meningen die ik langs zie komen. Te weinig twijfel bij te veel vooringenomenheid. Te weinig invoelingsvermogen voor andere meningen, of te weinig acceptatie dat die andere opvatting er ook mag zijn. Te veel verzet en te weinig begrip. Of teveel begrip bij te weinig zekerheid. Want ónder veel meningen staan weer meelevende reacties waarvan ik niet altijd de indruk heb dat ze gebaseerd zijn op gedegen zelfonderzoek of gefundeerde eensgezindheid met de vertolker van de mening.
Maar ja, wat moet ik er verder mee? Maakt het uit wat ik er van vind? Is tenslotte ook maar een mening. Nou wil het toeval (…) dat ik net twee boeken van Eckhart Tolle (*) gelezen heb, die daarin spreekt over de waarde van het Nu en het zijn in het moment. Hij heeft het over het ego, dat leven in het Nu juist wil voorkomen en het Nu daarom vooral gebruikt als springplank naar de toekomst, al dan niet gebruikmakend van het verleden. Sinds dat ik het tweede boek bijna uit heb, gaat er steeds vaker een zinnetje door mijn hoofd, waar ik nog een keer iets mee wil doen: ‘Eckhart Tolle, ik begrijp hem nog niet ten volle..’. Maar ik herken en constateer wel dat veel meningen hun oorsprong vinden in het verleden of gericht zijn op de toekomst.
Besef
Verstand, gevoel en argumenten vechten vervolgens om het gelijk. Het lijkt een zich alsmaar herhalende en verhardende strijd over oorzaken in het verleden en gevolgen voor de toekomst. Maar wat ik steeds meer besef, is dat hoe uitgesprokener meningen zijn, hoe minder ze bijdragen aan oplossingen. Omdat die het vooral moeten hebben van samenwerking en harmonie. En nog meer ligt die oplossing mogelijk vooral in jezelf. Kwalificaties als ‘complotgekkies’ of zinnen als ‘wie dat niet snapt, spoort niet’, werken polariserend en verharden de standpunten. Wat minder expliciet, maar juist daardoor misschien nog wel meer misleidend zijn de verfijnd in de tekst verweven kwalificaties van de ander of de andere mening en de verstopte retorische vragen, die geen ruimte laten voor alternatieve antwoorden.
Er is meer dan slechts één mening. Als je toch vasthoudt aan die éne mening en je voelt de drang om die vervolgens met mij te delen, weet dan dat ik er niet per definitie op reageer met eens of oneens. Ik kijk wel naar het moment. En waarschijnlijk twijfel ik dan of ik er iets van moet zeggen. Maar wacht even, misschien is het dat wel! Dat vrijheid van meningsuiting te weinig wordt gezien als het gewoon even niet uiten van je mening? Of -zonder dubbele ontkenning- en niet als een retorische vraag verhuld, geponeerd als slotstelling: Vrijheid van meningsuiting wordt teveel gezien als het móeten uiten van je mening… Het is een drang waar ik in ieder geval niet aan zou willen toegeven. Dat laatste is een doel, geen mening. We leren elke dag bij. Maar dat is wel weer een mening. Denk ik…
Foto van Unspash.com | Michelle Bonkosky
(*) 1.Eckhart Tolle: Een nieuwe aarde (de uitdaging van deze tijd) 2. Eckhart Tolle: De kracht van het Nu (Gids voor een bewust en gelukkig leven)