Richting…

Een waardeloos richtingsgevoel. Maar wat maakt het uit. Nu zittend op de plek waar de Broekhuizerdijk overgaat in de Horsterweg. Vlak voor me staat een gigantisch blauw buizenkunstwerk, waar me nu pas van opvalt, dat elke buis voorzien is van een plaatsnaam: Broekhuizen, Broekhuizenvorst en Horst.

Vanochtend van thuis uit weggefietst, in de bedoeling het gisteren geopende fietspad van Broekhuizen naar Blitterswijck te gaan bewonderen. Dat is gelukt, via Melderslo en het Schuitwater. Bekende weg naar Broekhuizen. En daar inderdaad een nieuw fietspad opgefietst, langs de Maas. Mooi, maar allemaal nog wel heel nieuw. Wordt wel wat.

Omdat het zo nieuw is, staan er nog nergens richtingwijzers. De hele tijd in de veronderstelling gefietst dat ik in Blitterswijck zou uitkomen. Nog even gepauzeerd bij een mooi watertje, waar Staatsbosbeheer een bord bij had gezet: ‘t Sohr’. Opnieuw de fiets op, richting Blitterswijck en toen ineens, tadaaaa…. In Swolgen..

Nog heel even gedacht, dat als ik dan door zou fietsen, ik aan mijn rechterhand de afslag naar Blitterswijck zou krijgen. En als ik rechtdoor zou gaan ik in Wanssum uit zou komen. Die gedachte duurde tot het moment dat ik een bord zag dat ik naar Hayberries kon en in de gaten kreeg dat de volgende plaats van aankomst Broekhuizenvorst zou zijn. Daar was ik smorgens al zo goed als aan voorbij gefietst…

Hm. Zoals gezegd, waardeloos richtingsgevoel. Maar soit. Route bijgesteld en bij Hayberries op het terras een thee en een pannenkoek met bosbessenconfiture, slagroom en verse bessen besteld. Het was tenslotte bijna middag. Niet al te veel woorden aan vuil maken. De prijs-kwaliteitverhouding viel in de categorie ‘eigen schuld’. Zag er mooi uit, maar dat mag ook wel, voor dat geld…

En nu dus op een bankje op de hoek Broekhuizerdijk, Meerlosebaan. Ik besluit om die Meerlosebaan te gaan fietsen, om dan via Tienray weer naar Horst te peddelen. Zou heel goed kunnen dat ik daar dan op een terras ergens in het centrum een laatste, uitgebreide pauze inlas. Wie weet, tot daar?

‘Aluhoedjes’

‘Aan alle aluhoedjes’ is de titel van een column die ik gisteren las. Van Jan Dijkgraaf. Een column van een paar maanden geleden al. ‘Briefje van Jan’ heet zijn rubriek en daarin schrijft hij over zaken die hij actueel vindt. Hij schrijft in zijn rubriek een open brief naar mensen die hem zijn opgevallen omdat ze over die zaak iets hebben gezegd of er iets van vonden of vinden. Vaak brieven naar bekende nederlanders.

Zijn schrijfstijl is niet bepaald zachtzinnig. Het is humor die recht voor z’n raap is. Sarcastisch en op het cynische af. Ik houd daar wel van. In ‘Aan alle aluhoedjes’ hekelt hij de complotdenkers die in deze tijd een podium hebben gemaakt van social media. Daar waar ze vroeger, zoals Jan schrijft, hun ‘wanen’ alleen in een plaatselijk café kwijt konden. Eén alinea uit zijn column ter illustratie:

“Dat Elvis leeft, de aarde plat is en elke bewegende ster een UFO was, konden jullie vroeger hooguit kwijt in de plaatselijke kroeg, waar jullie in het beste geval werden genegeerd en in het slechtste, als de clientèle het zat en zelf zat was, in elkaar werden geslagen. Maar toen kwam internet. En Facebook. En YouTube. En nu kunnen jullie je wanen de hele wereld over schreeuwen.”

Heerlijk. Ongenuanceerd? Ja, maar uit mijn hart gegrepen. Jan Dijkgraaf omschrijft zichzelf onder andere als een ‘professioneel buttkicker’. En dat is wat hij doet in zijn columns: kick some butt. Verder blijkt hij een journalistieke achtergrond te hebben, is eindredacteur bij verschillende media geweest en was in 2016 lijsttrekker van GeenPeil.nl. Een partij die met een dikke 4000 stemmen toen niet in de tweede kamer is beland.

Puur op basis van zijn columns ben ik me (iets) meer in hem gaan verdiepen. Het bovenstaande is een greep uit wat ik over hem vond. Niet met hetzelfde aantal uren studie en onderzoek als dat Doutzen Kroes er in steekt om zich een onderbouwde mening te vormen, maar toch voldoende om me één ding opnieuw te realiseren: Het is nagenoeg ondoenlijk alle ins en outs te kennen om tot een eenduidig oordeel over iets of iemand te komen. Dus hou ik het in het geval van Jan Dijkgraaf nu op zijn columns onder de noemer ‘Briefje van Jan’.

Er viel me een mededeling op, onder zijn columns. Je kunt Jan financieel steunen. Of eigenlijk, zijn creativiteit kun je financieel waarderen door middel van een donatie. Via de site backme.org wordt dat geregeld. Een interessant concept, waar ik me via het Doutzen-principe wat meer in ga verdiepen. En ondertussen ben ik ook donateur geworden van Jan Dijkgraaf. Of dus eigenlijk, van zijn creativiteit.

Ik heb, na ‘Aluhoedjes’, nog een aantal columns van hem beluisterd. Hij spreekt ze namelijk ook uit in een Veronica-radioprogramma. Ik merk dat ik niet van alle columns even enthousiast wordt, mocht dat überhaubt al een doel zijn. En dat hoeft ook niet. Ook is Jan zelf al gestopt als columnist van dat radioprogramma. Voor wie wil weten waarom: klik hier.

Wel enthousiast werd ik van ‘Aan alle aluhoedjes’. Voor wie die column helemaal wil lezen, hier is de link daar naar toe. Als je wil, mag je me laten weten wat jij ervan vindt. Wat iemand van iets vindt, zegt namelijk ook wel iets van hoe iemand is. Tenminste, hoe ik denk dat iemand is, die iets vindt… voor wat dat waard is.

Zonnekracht…

een grijze wolk duwt lomp
de zon wat uit het zicht
ineens een beetje kouder
en ook wat minder licht

wie zou het winnen, wolk of zon
je ziet de wolk iets wijken
maar als de zon de winnaar wordt
dan kun je niet meer kijken

jammer, want juist de zon
is wat je ‘t liefste ziet
gelukkig is de warmte er
maar de zon, die zie je niet

de warmte van de zon
maakt grijze wolken witter
en als je het ook soms niet ziet
dan nog: die kracht die zit er…

Achter de wolken…

Geen schaduw…

Met een wat bedrukt gemoed begin ik aan mijn maandagcolumn. Geen duidelijke reden voor mijn stemming, maar fietsend op weg naar een van mijn schrijfplekjes is dat gevoel er. Een beetje maandagblues misschien? Het begin van een tweede coronagolf? De waarom-vraag bij alles wat er speelt en waar meestal geen antwoord op te geven is?

Aan de plek waar ik nu zit kan het niet liggen. Zoveel wilde kleurenpracht bij elkaar zie je niet zo vaak. En dan ook nog met een picknicktafel die nu, voorzien van een uitklapbaar toetsenbordje en een iPhone-schermpje, perfect dienst doet als flexplek. Ik merk dat wanneer ik schrijf, mijn gedachten wat wegtrekken van dat lastig te duiden, ietwat bezorgde gevoel.

Het trekt open. Fel blauw en zonlicht doorklieven steeds opdringeriger het grijs van de wolken. Op die momenten tekent de zon de contour van mijn hoofd als strakke schaduw op de tafel. Ik weet dat wanneer de zon continue gaat schijnen, ik het hier niet ga volhouden. Ik houd van de zon vanuit de schaduw. Maar het trekt open.

Net als mijn gedachten.

Het zal wel de aard van het beestje zijn, dat m’n gedachten zo vaak met me op de loop gaan. Door er woorden aan te geven probeer ik er wat richting in te krijgen. Sturing naar de wat lossere, meer zorgeloze kant van het bestaan. Het zien van het blauw tussen het grijs van zonet, overkomt me op het juiste moment. De zon geeft ongevraagd antwoord op het waarom.

Die verandering van het weer gebeurt dagelijks. En meestal zonder dat je er bewust bij stil staat. Het regent. Het is bewolkt. Of de zon schijnt. Het is zoals het is en verandert zoals het verandert. De menselijke eigenschap is dan om dat vanzelfsprekende te willen duiden. De ‘waarom-vraag’ beantwoord te willen zien. We willen weten wanneer het bewolkt is, wanneer de zon schijnt en wanneer het regent.

Net zoals ik blijkbaar wil weten waarom mijn gedachten zo nu en dan grijs zijn. Terwijl het best wel eens zou kunnen zijn dat die gedachten in essentie alleen maar veranderen omdát ze veranderen. Niet meer en niet minder. Nét als het weer. De verklaring zoeken voor de kleur van de gedachten is mogelijk juist de oorzaak van de kleur grijs.

Laat ik het daar voor deze maandag maar even bij houden. Zonder een gedefinieerd antwoord op het waarom maar juist daarom misschien wel afdoende.

De zon blijft schijnen. Geen schaduw meer. Voor nu…

Heen en weer…

Een plekje aan de Maas. Bij het pont van Broekhuizen naar Arcen. Een keer wat anders. Zien welke inspiratie daar uit de bodem komt. Terwijl ik ‘een keer wat anders’ opschrijf, is het pont net aan mijn kant. Het valt me op dat er dan ineens een heleboel leven bijkomt aan deze kant. En dat terwijl ik me nèt daarvoor aan het afvragen was, of er een interessant schrijfonderwerp zou zitten in het telkens weer op en neer gaan over de Maas.

Ondertussen is er een jeep gestopt achter me. Waarschijnlijk nóg een of twee auto’s die er bij horen, want ineens staan er zes mannen en vier vrouwen aan de kade links van mij. ‘Een ideale plek’, hoor ik een van de mannen zeggen. In no-time staan de zes mannen ieder met een vishengel in de handen. De vrouwen installeren zich op klapstoeltjes. Spontaan bereid, lijkt het, om het komende visspektakel te aanschouwen.

‘Appelsap of meteen aan het bier?’, hoor ik een van de dames zeggen, met een dialekt, dat meer verbinding heeft met de plek waar de Maas de Noordzee in stroomt dan met deze plek in Broekhuizen. Toeristen, is mijn conclusie, én visliefhebbers, die deze mooie plek in de volle lengte nu gebruiken voor hun hobby. En de mannen gaan niet voor de appelsap, zie ik.

Het tafereel heeft wel iets gezelligs. Benieuwd naar de ontlading wanneer één van hen de eerste vis uit de Maas hengelt. Dan rijdt één van hun auto’s het pad op naar Hoëg. Geen idee wat daar de bedoeling van is, want ze hebben ongetwijfeld gezien, dat het pad voor auto’s doodlopend is. Al snel gaan de achteruitrijlichten dan ook aan en komen ze in omgekeerde richting weer terug rijden.

Dat brengt me bij mijn eerste gevoel. Vooruit gaan en weer terug. Of, net als het pont, telkens op en neer gaan, tussen de ene en de andere oever en de zin daarvan. Er zit een aardige metafoor in, die ik echter niet meteen kan duiden. Ik zoek naar een terugkerend patroon, dat ondanks voortdurende herhaling toch zin blijft houden. Opstaan en naar bed gaan bijvoorbeeld. Of werk en vrije tijd. Of nog meer hoog over: geboren worden en dood gaan.

Hier, aan een picknicktafel aan de Maas, hoor ik dat de vakantiegangers hun situatie ter plekke bespreken. Dat kan ook best onder het vissen, want gevangen is er nog niks. Nog een keer wordt het perfecte van de plek benadrukt. Het gesprek gaat verder over de camping waar ze verblijven, de geluiden die ze daar horen en de producten die niet in de campingwinkel te verkrijgen zijn. Over slaapapneu, samen in een tent slapen, verwachtingen van de avond. ‘Iemand nog bier?’. ‘Wijn! Wijntje, wijntje…’.

Hoe heet een voyeur die niet kijkt maar luistert? Hoewel, ik zat hier natuurlijk wel eerst, verontschuldig ik mezelf. Toch stap ik op en besluit om bij Hoëg nog wat te gaan eten. Ook zoiets, dat altijd maar weer terugkomt. Telkens opnieuw, elke dag weer. Eten. En drinken, om steeds maar door te kunnen gaan.

De vissers krijgen op dit moment broodjes bij het bier. De zin van herhaling? Dat is simpelweg doorgaan, bedenk ik me nu. Dat heeft zin. Ook als je niks vangt.

Nog meer zin in een broodje nu. Op naar Hoëg.

Tijd…

Het is wat met tijd. Gisteren op het terras met Karen en Ron over gesproken. Over hoe je tijd op verschillende manieren kunt ervaren. Allereerst en het meest voor de hand liggende, de tijd als gegeven van de klok. Seconden, minuten, uren, dagen, weken enzovoorts. De doortikkende tijd. We constateerden dat je die tijd alleen in het nu kunt ervaren. Tijd die voorbij is gegaan, is weg. En tijd die nog moet komen, die is er domweg nog niet. Een soort van lineaire tijd, waar je als het ware voortdurend met het ‘nu’ méé schuift. Tijd die niet alleen met jou mee schuift, maar met de hele wereld en alles daaromheen. Met alles dat onderdeel uitmaakt van het nu.

We spraken over die lineaire tijd. Over wat was of wat er nog moest komen. Herinneringen en toekomst. Weliswaar alleen in het nu ‘live’ te bespreken. Zoals we dat gisteren deden, op het terras. Maar daar constateerden we ook dat er nóg een vorm van tijd is. De ‘tijd’ in jezelf. Het is tijd die geen vat lijkt te hebben op wie ‘ik’ nu ben. Namelijk dezelfde ‘ik’ die ik toen was. Die er steeds was en ervaringen opdeed op verschillende momenten in het leven. Mijn ‘innerlijke stem’ die altijd geklonken heeft zoals die nu klinkt. Die wel geleerd heeft van de lineaire tijd, maar die op een of andere manier daar los van lijkt te staan.

Welke tijd is dat, waarbij de ‘ik’ die er tien, twintig of nog meer jaar geleden al was, nu nóg is. Die ‘ik’ die in de kern niet anders is dan de ‘ik’ van nu. Tenminste, zo voelt het. Die ‘ik’ die weliswaar op alle momenten met de lineaire tijd verbonden is, maar op verschillende momenten in het leven dingen beleefde, die daar los van lijken te staan. Anders dan herinneringen in de lineaire tijd. Terwijl ik dit opschrijf, luister ik naar Spotify, waar het bluesnummer ‘Bad to the bone’ klinkt. Ik laat het Mees horen, die er meteen zijn gitaar bij haalt en de bluesakkoorden meespeelt.

Terwijl we samen luisteren hoe het muzikale samenspel klinkt, voel ik tegelijk herkenning. Hoe ik vroeger aan mijn vader toonde wat ik met een bal kon en zijn bewondering voelde. Of mijn neef een goocheltruc liet zien en genoot van zijn verbazing. Het zijn voorbije momenten op de lineaire tijdlijn, maar de ‘ik’ die nu geniet van het gitaarspel, is dezelfde ‘ik’ die ooit in een vergelijkbare situatie iets deelde met een ander. Soortgelijke momenten van toen, door mij verweven met het nu. Als ik er een naam aan zou moeten geven, dan zou het ‘gevoelstijd’ zijn.

Gisteren hadden we het ook over de tijd als een illusie. Voor welke van de twee zou dat gelden? Voor gevoelstijd? Voor lineaire tijd? Voor allebei? En als het voor geen van beide geldt, is er dan nog een derde soort van tijd die wel een illusie is? Is dat de tijd waar we het over hebben als we ‘stippen op de horizon’ zetten? Is het de lineaire tijd waarin we onze agenda’s laten bepalen dat we ‘geen tijd’ hebben? Is het de gevoelstijd die juist de gedenkwaardige momenten van het leven bepaalt?

De bluesband zingt nu ‘Well, I got to leave you baby, it’s time for us to part’. Hetzelfde ‘nu’ dat in een niet te benoemen fractie van de tijd ook weer weg is. En waarvan je je dus kunt afvragen of het toch niet allemaal illusie is…

Het is wat met tijd… maar wát dan?

Iets in mij voelt toch de blues…

Foto | John Baker (Unsplash.com)

Besluiteloos…

Het gras in de weilanden is gemaaid. Dat is niet alleen te zien maar ook te ruiken. De frisse lentegeur is er vanaf. Afgesneden en steeds meer uitgedroogd, bereidt het zich voor op z’n nieuwe staat van zijn: hooi. Voedsel voor periodes dat er weinig gras is. De zon doet z’n werk en verkleurt wat groen is langzaam naar geel.

De zon. Ze schijnt op deze vroege zaterdagmiddag door dikke dotten wolk. In de schaduw van de grote eik voel ik de aangewarmde wind langs mijn gezicht gaan. Op afstand hoor ik zo nu en dan stemmen, maar ik kan niet verstaan wat er wordt geroepen. Ik blaas een klein groen spinnetje van mijn hand.

Vlinders fladderen af en aan, over allerlei bontgekleurde bloemen. Witte en paarse klaver, klaproos, korenbloem en nog veel meer soorten die ik niet bij naam ken. Alles met wortels in de grond beweegt mee met de golven van de wind. Alleen de vlinders lijken dwars door dat ritme heen te bewegen. In een soort van drukke besluiteloosheid landen ze op plekken van waar ze bijna meteen ook weer opvliegen.

Het is een sfeer van laat maar waaien. Zoals zo vaak te voelen op deze plek, waar ik, net als de vlinders, in een soort van besluiteloosheid zojuist ben geland en straks weer zal vertrekken. Onderdeel van een groter geheel. Niet meer en niet minder. Als ik niet beter zou weten zou ik ook de klaproos, een witte wolk of een groen spinnetje kunnen zijn. Maar ik weet wel beter.

Ik hoor een vliegtuig in de lucht. En ik heb vanochtend in de krant gelezen dat er in Limburg en Brabant meer varkens wonen dan mensen. Dat er mensen zijn die dat totaal niet zien zitten en dat er mensen zijn die daar totaal niet mee zitten. Ik lees dat er in Birmingham onderzoekers zijn die een link leggen tussen corona en al dat vee. En dat er vervolgens weer mensen zijn die dat wel, en mensen die dat totaal niet geloven.

Er is even een grote wolk voor de zon geschoven. Het lijkt alsof de vlinders wachten tot die wolk weer weg is, want er fladdert er niet één meer over de bloemen. Hebben ze dan toch een gezamenlijk besluit genomen, ingegeven door de natuur? O nee, één witte vlinder bewijst meteen het tegendeel. Besluiteloosheid blijft dus troef.

Terwijl de wolk de zon weer vrijgeeft, denk ik na of er iets is dat mensen misschien van vlinders kunnen leren. Of van klaprozen, van witte wolken of van groene spinnetjes. Hoe zou het trouwens met het zeldzame pimpernelblauwtje gaan? Er zijn mensen, die besluiten bermen met beschermde flora en fauna te maaien. Maar vanmorgen stond ook in de krant dat er mensen zijn die heel snel weer grote pimpernelplanten gaan terug planten. Een citaat uit dat artikel: ‘Het is niet hopeloos, maar het wordt wel nog een heel stuk moeilijker.’

Misschien is dat wel de belangrijkste overkoepelende conclusie van dit moment. Het is niet hopeloos maar het wordt wel steeds moeilijker. Ik stap maar weer eens op, iets minder besluiteloos.

Een Pimpernelblauwtje. (Foto: Rita van den Broek / Hollandse Hoogte)

Arnol’s stem…

Vier jaar lang heb ik in Eindhoven gestudeerd. En vier jaar lang kwam ik hem in het centrum van Eindhoven tegen. Vaak op het kruispunt, voor de ingang van V&D. Tenminste, ik meen dat het de V&D was. Gek dat ik dat niet helemaal zeker meer weet, maar dat ik me hem nog goed kan herinneren. Toen geen idee hoe hij heette, maar zijn markante verschijning is me altijd bijgebleven. Nu zie ik dat hij Arnol Kox heet.

Hij riep met luide stem de mensen toe dat ze Jezus moesten volgen. In prachtige one-liners vatte hij zijn boodschap overtuigend samen. Ik deed in Eindhoven de logopedie-opleiding en ik weet nog dat ik zijn stem zo bijzonder krachtig vond. In 1986 heb ik mijn studie in Eindhoven afgerond. Zo vaak als ik er tijdens mijn studie kwam, zo weinig kwam ik er sindsdien.

Vandaag verschijnt een bericht op mijn mobiel. De kop: ‘Eindhoven brengt een laatste ode aan overleden stadsprediker Arnol Kox’. Ik kijk naar de foto en door de grijze baard en grijze haren heen, herken ik zijn gezicht en hoor ik zijn stem weer. Meer dan 34 jaar geleden voor het laatst live gehoord en toch kan ik de klank nu nog in mijn herinnering roepen.

Er is een filmpje bij het bericht van het Eindhovens Dagblad gevoegd. Bekende en minder bekende Eindhovenaren reageren op zijn, toen nog op handen zijnde maar snel verwachte overlijden. De burgemeester spreekt en enkele ondernemers komen aan het woord. Als ik zijn naam intik op Google verschijnen er nog meer verhalen. De laatste jaren predikte Arnol vanuit zijn rolstoel. Vaker op plaatsen waar men hem liever niet zag. Sterker nog, stadswachten, BOA’s en politie stuurden hem blijkbaar regelmatig weg.

Ik zie ook dat er dit jaar nog een Facebook-doneeractie voor hem is opgestart. De initiatiefnemer wilde geld ophalen om de boetes van Arnol te betalen. Streefbedrag was € 1500,- maar uiteindelijk is er maar € 120,- opgehaald. Ik kan niet zien wanneer die actie is opgestart, maar het maakt nu ook niet meer zoveel uit. Ergens anders lees ik dat hij in een scootmobiel reed, vóórdat hij noodgedwongen vanuit de de rolstoel predikte. De scootmobiel was door de gemeente Eindhoven in beslag genomen. Daar zal best reden voor zijn geweest. Ik ken de achtergrond verder niet.

Wat duidelijk wordt, is dat Arnol bijna 40 jaar lang onlosmakelijk verbonden is geweest met het stadsbeeld van Eindhoven. Ook duidelijk is dat hij in die lange tijd niet iedereen tot zijn vrienden mocht rekenen. Er zijn rechtszaken tegen hem gevoerd, maar ik lees dat Arnol steeds als winnaar uit de rechtszaal kwam. Hij bleef doen wat hij dacht dat hij moest doen. Nu hij vandaag is overleden, stromen de reacties via allerlei kanalen binnen. Zelfs de NOS wijdt er een bericht aan. Nu hij er niet meer is, is hij ineens even overal.

Wat me vooral raakt, is de volharding waarmee hij al die jaren zijn overtuiging aan de man en vrouw heeft gebracht. Een man met een missie. Van 1982 tot 1986 heeft hij herhaaldelijk met z’n stem indruk op me gemaakt. En vandaag doet hij dat heel stil opnieuw. Binnenkomend via allerlei soorten van media. Ik hoop van ganser harte dat wat hij 40 jaar lang geloofde en nadrukkelijk verkondigde, voor hem nu ook werkelijkheid is geworden.

Wim Daniëls, schrijver, spreker, acteur en inwoner van Eindhoven, heeft daar in een twitterbericht iets heel moois over geschreven. Vind ik.

Twitterbericht, vandaag van Wim Daniëls
Zoals ik me hem herinner… Net als waarschijnlijk driekwart van Nederland (foto uit 1992| René Manders DCI Media)

Net buiten Meterik

bloemen, vlinders,
rondom prachtig
wilde tuin
godallemachtig

de vlinders kussen
duizend bloemen
het is te mooi
om te benoemen

een prima plek
om te verblijven
en met respect
over te schrijven

rondom raast heel
de wereld door
terwijl ik hier
ook stilte hoor

Negen en één…

Eergisteren zou mijn moeder 91 jaar zijn geworden. Toen ik daar die ochtend bij stil stond, realiseerde ik me dat ze op een paar jaar na bijna net zo lang dood is als dat ze heeft geleefd. Mei 1978 is ze overleden, ongeveer een maand voor haar 49e verjaardag. Ik was toen net 18 geworden. 42 Jaar geleden, afgelopen donderdag 9 juli.

Op diezelfde dag, in de vroege avond, hebben Dion Stoop en ik bij het houten beeld ‘Infinity’ een gedicht geplaatst, uitgestanst in staal. Het beeld is gemaakt door Roel van Wylick, die (zieke) bomen omtovert tot ware kunstwerken. Het beeld ‘Infinity’ staat bij de ingang van hospice Doevenbos. Een zieke eik leende daar zijn stam voor een tweede leven.

Bij dat beeld is dus nu mijn gedicht geplaatst. Speciaal gemaakt voor het Hospice en passend bij het beeld van het oneindigheidsteken. Maar toevallig nu net geplaatst op de verjaardag van mijn moeder. Ik hou wel van de symboliek en de samenloop van omstandigheden. Er zijn weinig jaren voorbij gegaan dat ik op haar verjaardag niet even aan haar gedacht heb. Maar nog nooit zijn mijn woorden op die dag in staal gevangen en bij de oneindigheid geplaatst.

‘Er is één lettertje niet helemaal gelukt’, vertelde Dion. Hij bedoelde dat de smalle dwarsverbindingen naar de binnenrondjes van gesloten letters overal heel verfijnd waren aangebracht. Op één lettertje na. Een ‘g’ miste z’n binnenrondje. Geen probleem. Met wat fantasie zou je er zelfs een 9 in kunnen zien. Één negen, tussen al die woorden. Van één en negen kun je ook het getal 91 maken. Ja, ik hou wel van de symboliek en van de samenloop van omstandigheden. Omdat ze jarig had kunnen zijn en 91 zou zijn geworden… het gedicht ook voor haar

de eindigheid voorbij
waar tranen
kunnen drogen

daar vliegt een duif
van jou naar mij
tot achter regenbogen

daar waar de zon
de regen raakt
zal ik nog naar je kijken

oneindig ver
maar toch dichtbij
tot waar mijn ogen reiken

van her naar der
van jou naar mij
oneindig ver
en nooit voorbij