Ik heb het gedicht ‘Germa en Fred’ voorgelezen, zoals ik Germa beloofd had. Voorgelezen op vrijdagavond 6 februari 2026, tijdens de presentatie van carnavalskrant de Klos. Het gedicht schreef ik op 7 december 2025 voor haar, met het voornemen om het in de Klos te laten publiceren. Dat voornemen en het gedicht heb ik haar geappt. Bijna per kerende post kreeg ik een appje terug, dat me ontroerde: ‘Geert, het is prachtig! Ik ben je zo dankbaar, zo ben ik er toch nog een beetje bij..’. Fred, haar partner, stuurde me een filmpje waarin Germa het gedicht zelf voorlas aan haar vriendin Laura. Ook bij het bekijken van dat filmpje voelde ik weer tranen prikken..
‘Dan ben ik er toch een beetje bij’.. Germa bedoelde de komende carnaval, waarvan ze wist dat ze dat feest niet meer zou halen. De eerste chemokuur om haar maagkanker en uitzaaiingen te bedwingen had niet het gewenste effect opgeleverd. Integendeel, ze was er eigenlijk alleen maar zieker van geworden. Toen de artsen een tweede chemokuur voorstelden, die enkel levensverlengend zou kunnen zijn, besloot Germa voor kwaliteit van leven te gaan inplaats voor kwantiteit.
Vanaf dat moment pakte Germa de regie op de tijd die haar nog restte. Ze legde contact met Bob Noten Uitvaartverzorging en maakte afspraken met haar huisarts. Ik sprak Germa en Fred voor het eerst op 2 december vorig jaar, nadat Astrid van Rens, medewerker van Bob Noten, mij daarvoor benaderd had. ‘Ze kent jou’, had Astrid gezegd, ‘van het trommelen met carnaval’. Mijn vermoeden om wie het zou gaan werd bevestigd, toen ik Germa zag. Elke carnaval was er wel een moment dat we elkaar tegenkwamen. Zij kwam dan steevast vragen of ze even mocht trommelen. Vorige carnaval bleek de laatste keer te zijn geweest.
Germa had haar afscheidsdienst op papier al helemaal uitgewerkt. Haar levensverhaal had ze op twee manieren uitgeschreven. Puntsgewijs en als een lopend verhaal. De foto’s die ze graag getoond wilde hebben bij haar afscheid had ze al uitgezocht. De muziek die ze mooi vond, stond op een memorystick. Ze vertelde over haar wensen, staande en af en toe lopend, zichzelf enigszins ondersteunend aan een verrijdbare morfinestandaard. In overleg met Fred en haar huisarts werd een definitieve datum bepaald, waarop Germa haar lijden beëindigd wilde zien. Omdat ze geen afscheid wilde nemen op de verjaardag van Fred werd die datum over een weekend heen getild. Maar of ze die datum zou gaan halen, was nog maar de vraag. Germa leek het antwoord te kennen. Zij had de regie.
Ik ben diezelfde avond aan de slag gegaan, wetende dat haar gezondheid heel broos was. Ik wist ook dat ze nog wel heel graag de complete inhoud van haar afscheidsdienst zelf wilde kennen. Allereerst zette ik de door haar uitgekozen foto’s samen met haar muziek in een vijftal presentaties. Een dag later hebben we die samen bekeken. Als je zelf de foto’s van je leven op muziek voorbij ziet komen, dan is dat een diep emotionele ervaring. Foto’s van haar kindertijd, met haar vriendinnen, de momenten met Fred en zijn kinderen. De foto’s van carnaval. We spraken daar samen nog over. Die zaterdagavond schreef ik een gedicht, dat ik weer een dag later met haar en Fred kon delen. Het gedicht dat haar afscheidsdienst op 15 december 2025 zou besluiten…
Germa,
natuurlijk ging het veel te vlug, maar misschien kijk je nu wel met ons mee
en heb je je ouders daar teruggezien vloog je met hen al over zee
hoe is het daar waar je nu bent? is carnaval er ook bekend?
stel dat je daar ook trommels ziet waarop je hemels los kunt gaan
ja dan, zal ons verdriet van nu straks zeker ook weer overgaan…
Ze was er blij mee, schreef Germa. Het gaf troost, zei Fred. En het is altijd fijn wanneer zo’n afsluitend gedicht, gebaseerd op het verhaal van degenen waarvoor het geschreven is, ook resoneert bij de betrokkenen.
Maar Germa’s situatie liet me niet los. Diezelfde dag schreef ik een tweede gedicht over onze carnavals- en trommelontmoetingen. Dat gedicht heb ik vrijdag 6 februari, aan het begin van de Klospresentatie voorgelezen voor een 500-tal aanwezigen. Zoals ik haar en Fred had beloofd. En wie weet, was Germa er inderdaad ook een beetje bij. In ieder geval in gedachten.
Germa en Fred…
ik heb mien tróm ál bes wát jaor en heb dur hiël veul óp gehouwd en aalt, ás ik dán urges waor, dá vulde dát ál gauw vertrouwd
zütjes beginne, ni te hárt en bitje spienze, niemus kwaod? dá langzaam vlotter, volle vaart geconcentreerd en in de maot
hiël duk zaog ik eur ál vá wiet dá waas ut áltied vaste prik ur stilzwiegend ‘leuk dát ge dur ziet’ má in eur oege stoong: móg ik?
ze lüsterde iërs vur ze begós en sloog dá langzaam ritmies mei en hürde ze dát ut sneller mós dá goof ze ‘t tempo ennen drei
helaas môs zeej vur áltiëd gaon ut lot stook dur en stökske veur ma ás ik ôp miën tróm goj slaon is iëne roffel straks vur eur…
Gisteren condoleerde ik zijn zoon Stefan via de mail.
Hallo Stefan,
Ik had het gerucht in Horst al opgevangen maar las net de overlijdensadvertentie van je vader op Nu Horst aan de Maas. Mooie foto van hem, die jullie daar gekozen hebben.
Ik wil je bij deze van harte condoleren. Ik heb je vader heel vaak door Horst zien wandelen. Er heeft wat mij betreft altijd een soort mooie onaantastbaarheid rondom hem heen gehangen.
We zijn elkaar een paar keer tegengekomen bij Gember, maar daar zag ik hem ook regelmatig alleen binnenkomen en plaatsnemen. Bedachtzaam en erudiet. Mooie man…
Heel veel sterkte gewenst, vrijdag bij het afscheid.
Groet,
Geert van den Munckhof
Die vrijdag van het afscheid was vandaag, 6 februari. Op mijn vaste dagelijkse wandeling besloot ik een route te lopen die langs het huis van Walter ten Brink zou leiden. Als een soort stil eerbetoon aan de man, die de route van zijn huis naar het centrum van Horst zelf ook zo vaak gelopen had. Die ochtend was volgens de rouwbrief het besloten afscheid. Toen ik het pad naar zijn huis voorbij wandelde, zag ik al een paar mensen buiten met elkaar in gesprek. Het lange, mooie pad naar zijn huis. Ik heb daar ooit al wat over geschreven.
Dat ik er toen over schreef, en er ook een gedicht over maakte, had alles te maken met het gegeven dat zijn vrouw Hanni toen net overleden was. Over haar ziekteproces en over Hanni zelf heb ik ook ooit geschreven.
Die twee verhalen zijn tot stand gekomen op de plek, waar ik vaker schrijf, bij de oude eik en het kruis bij de Gortmeule. En ook vandaag besloot ik daar voorbij te wandelen. Ik herinnerde me momenten dat ik er op het bankje zat en dat Walter ten Brink me tegemoet liep, vriendelijk knikte, vertelde dat hij dat rondje vaker maakte, ter afscheid me een goededag wenste, en weer verder schreed. Met diezelfde mooie, vriendelijke onaantastbaarheid.
Nu zag ik van een afstand een auto bij de eik geparkeerd staan. Er stonden een paar fietsen en er waren drie personen bezig. Toen ik hen voorbij liep, sprak een van hen me aan. We raakten aan de praat en ze vertelden me waar ze mee bezig waren geweest. Laat ik het zo samenvatten, dat ze op die mooie plek een hele eervolle rituele handeling hadden verricht, die te maken had met de as van hun ouders.
Terwijl we spraken, kwamen Ton en Fien van de Gortmeule aangefietst. Ze stopten even omdat ze in een van de drie mannen een bekende zagen. Een kort gesprekje volgde. Ton en Fien bleken op weg te zijn naar het afscheid van Walter ten Brink, dus vervolgden hun weg. Ook ik liep verder en dacht na over de dingen die gebeurden. Over levenspaden die bewandeld werden. Paden waar ik nu zelf ook over liep. Letterlijk en figuurlijk. Gebeurtenissen die ‘op je pad’ komen.
Over het pad naar huize Ten Brink, waar Hanni ooit samen met Walter liep. Het pad, waar Hanni, na haar overlijden een laatste keer begeleid is door Walter en hun zoons Stefan en Guido met aanhang. Met in gedachten waarschijnlijk ook hun kinderen die ze bij leven al hadden moeten missen: Claudia, Maurits en Judith. En vandaag zou ook Walter over dat pad zijn laatste reis gaan maken. Het gezin zou hem daarin begeleiden, stond op de rouwkaart van Walter. Naar zijn laatste rustplaats bij Hanni op de begraafplaats in Horst.
Het gezin. Ik vergeleek de rouwkaart van Hanni, die 26 juni 2020 overleed, met die van Walter en zag dat ‘het gezin’ in zes jaar tijd ‘gegroeid’ is. Bij Hannie las ik Claudia(†), Stefan en Jenny, Luc en Martijn, Maurits(†), Claudia, Thomas, Judith(†), Guido en Mirjam, Casper en Amber. Op de rouwkaart van Walter had Martijn er een Sietske bij, Claudia een Kevin, Thomas een Loïs, Casper een Lieke en Amber een Arvind. Walter was volgens de kaart pa, schoonvader en ook trotse opa. Zoals Hanni destijds ma, schoonmoeder en trotse oma was. Weliswaar toen van iets minder ‘kleinkinderen’.
Hanni en Walter. Allebei in hun leven markante persoonlijkheden in Horst en ver daarbuiten. Hanni’s kleinkinderen, zes jaar geleden, zijn iets minder kleine kleinkinderen nu. Zij bewandelen hun eigen levenspaden. Daar was Walter trots op. En ik denk dat iets van die trots ook altijd heeft doorgeschenen in die mooie onaantastbaarheid die over hem heen hing, als je hem zag wandelen. Omdat hij begreep dat levenspaden weliswaar eindig zijn, maar toch altijd doorlopen…
Toen ik zijn foto zag, kwamen de herinneringen boven. Ik weet bijna zeker dat hij er ook bij was. Ik was een jaar of 16, 17 en zou met vrienden voor het eerst naar Bar de Saloon op het Wilhelminaplein gaan. Spannend, maar wij vonden onszelf stoer genoeg om dat te wagen. Er bleek een stevig feest gaande. Ik herinner me een rock & roll-sfeer. Stoere kerels stonden buiten al te vieren. We dachten ze te kunnen passeren, maar ze maakten ons onmiskenbaar duidelijk, dat we alleen met een vetkuif naar binnen mochten.
Daar hadden ze een emmer water voor klaar staan, waar we ons hoofd in moesten dompelen. De grootste lol, kan ik me herinneren, toen ik dat weigerde. Want dat vonden ze ook prima. Maar ik kwam er vervolgens niet in. Ik meen me sommige van hen nog voor de geest te kunnen halen. En het zou me niet verbazen als ik daar Frans voor het eerst heb gezien.
Jack Beerens kwam vanmiddag, vrijdag 23 januari, als laatste binnen in de grote zaal van ‘t Gasthoês. Hij had waarschijnlijk op Nu Horst aan de Maas de overlijdensadvertentie gelezen van Frans. Zijn vroegere klant, vriend en medewerker. Net als heel veel anderen wilde hij Frans de laatste eer komen bewijzen. Het was enorm druk.Â
Op 14 januari was Frans in het ziekenhuis overleden. Een dag later belde Bob Noten of ik de afscheidsdienst wilde begeleiden. Van Frans Houben, las ik die avond, ongehuwd en geen kinderen. Zijn neef Guido regelde zijn afscheid en hem zou ik een dag later spreken. Hem alleen dacht ik, eventueel met zijn partner Viviënne..
Maar tot mijn verbazing trof ik een zeer uitgebreide familie delegatie aan. Frans z’n oudere broer, zijn twee zussen, een ervan met aanhang, dochters van een van de zussen, de weduwe van zijn overleden broer, twee kinderen van Els met hun partners. Els was de jaren eerder al overleden partner van Frans. En tussendoor liep er een kleine peuter rond, die zo nu en dan beziggehouden kon worden door de zoon van Guido, maar die ook duidelijk een eigen willetje had en zich zo nu en dan meldde aan de grote tafel, waaraan wij allemaal zaten.
Zou Frans het bij de huisarts al hebben aangevoeld, toen hij daar met klem had aangegeven niet naar een verpleegtehuis te willen? En niet gereanimeerd wilde worden, mocht het ooit zover komen.
14 januari dus. En 23 januari namen we afscheid van hem. Op de bühne van het Gasthoes stond een prachtig gereviseerde Ford Mustang. Zijn eerste Ford Mustang, die hij in 1972 al had opgeknapt en tot in de puntjes steeds in tiptop conditie had gehouden. Buiten, vóór het Gasthoes stonden nog vier Ford Mustangs te wachten om Frans na het afscheid naar het crematorium te vergezellen.
Alles viel op z’n plek. De liefde van Frans voor Frankrijk werd bij binnenkomst al benadrukt door franse orgeldeuntjes op de achtergrond. Meteen al anders dan anders en dat paste wel bij Frans, had ik uit de gesprekken begrepen. Bij het welkom heten van alle gasten was er ineens duidelijk het gekakel van kippen te horen. Een verrassende mobiele ringtone waarvan de eigenaar zelf meende dat ze haar mobiel toch echt uit had gezet. Zou Frans misschien…
Na het welkom heb ik de levensloop voorgelezen, die samen met de grote familiedelegatie tot stand was gekomen. Daarna hield zijn oudste broer Jan een emotionele toespraak. Hij noemde onder andere de partner van Frans, Els, die jaren eerder overleden was. Op de rouwkaart van Frans stond het duidelijk: Frans is nou wèr na zien Elske. De jaren met Els waren Frans zijn mooiste jaren. Zijn zus liet dat nog extra optekenen in de levensloop en Jan bevestigde dat nog een keer in zijn verhaal.
Na Jan sprak Vivienne, namens Guido en zichzelf. Toen Rick, die herinneringen van hem en zijn zus Loes beschreef. En de laatste spreker was de buurvrouw van Frans, Mischa, die namens de Loevestraatbuurt sprak. Na elke spreker waren er foto’s te zien, op muziek van Frans. Foto’s die zonder woorden precies dat lieten zien wat de sprekers over Frans verteld hadden. Ik mocht het afscheid besluiten met een gedicht, waarna iedereen persoonlijk afscheid kon nemen van Frans. De eerste 6.22 minuten met het prachtige nummer van Pink Floyd, Comfortably numb.
Elke keer opnieuw ben ik onder de indruk hoe nabestaanden elkaar vinden en omgaan met hun verdriet. Ieder op zijn of haar manier, ook in de manier van voorbereiding naar het definitieve afscheid. De eerstvolgende zomerbrunch van de familie Houben zal Frans opnieuw gemist worden, net als bij de Kerstbrunch die in december al gepland staat. Met de hele familie Houben en iedereen die daar op een natuurlijke manier bij is aangesloten. Frans zal er in gedachten steeds bij zijn. Misschien dat hij de komende tijd nog wel ergens een aardige ringtone kan laten afgaan…
Hieronder nog het gedicht, waarmee ik de afscheidsdienst mocht besluiten.
Frans,
geej waart en bitje aas oow Mustangs en sort vaan ruwe bolster, blanke pit vá boete degelijk, sterk, en bitje kranks má wao vaan binne hiel veul liefde zit
aaltiëd bezig en steeds haart gewaerkt mit ut vakmanschap daat ow eige waor ok toen geej ut zelluf waat minder köst stoongde nag vur iederiën aaltied klaor
geej maakte moeie dinge meij genoot vaan waat ut laeve bood ge voongt hiël lichtig oowen dreij ma ut ging neet aaltied aeve good
ierst Christine, möste verleeze en daonao Els, ok vul te gauw wiënig is oow zoë bespaard gebleve ma ge bleeft oow zelluf aaltied trouw
geej praotte gaer, haat fantasie en aal waas ut daan neet aaltied waor ma vaan oow verhale woorte blie en ge bleefs ze halde, oow wilde haor
tot ôp ut laatst hedde gestreje ma tevurgefs, ut ging ni miër zoë ziede vaan ôs weggegleje zoonder oow môtte weej nou wiër
in ôs laatste minute, da wiëte we ut pas stiët dur misschien ennen engel aan ôs bed aas daat zoë is, en daat môt waal has haet oow familie, má ok Els ôp oow gelet…
Ontmoetingen op afstand. Herinneringen terughalen naar het nu. Na een uur wandelen met een podcast op mijn oren, strijk ik neer bij Gember voor een chai masala. Het is zaterdag 27 december. Terwijl ik mijn handen warm aan de chai, overdenk ik zo’n beetje wat ik het afgelopen uur gehoord heb. Terwijl ik terloops naar buiten kijk, zie ik daar Twan Huys met zijn vrouw en kinderen voorbij komen. Meteen gaan mijn herinneringen terug naar het moment dat ik hem ooit mocht interviewen in Griendtsveen.
Vreemd hoe dat met mijn geheugen werkt. De foto vertelt mij dat Petra en ik dus in dezelfde klas zaten van scholengemeenschap Jerusalem in Venray. Had ik die foto niet gezien, dan had ik het antwoord schuldig moeten blijven op de vraag of ik ooit bij Petra in de klas heb gezeten. Ik ken haar wel van andere momenten van vroeger en daarom herkende ik haar ook meteen. En nu ik haar zie, moet ik aan die foto denken. Zou zij die foto ook hebben, vraag ik me af. Herinneringen.
Volgens mij wonen ze allebei niet meer in Horst aan de Maas. Ze zijn er wel geboren, in Sevenum volgens mij. Maar op jonge leeftijd zijn ze naar Horst verhuist. Ze zaten op dezelfde lagere school als waar ik zat. Niet zo lang geleden heb ik Twan en Petra ook samen met hun gezinnen in Horst gezien. Volgens mij omdat hun vader was overleden. Ik ben nog naar zijn afscheidsdienst in het Gasthoês geweest. Zo rijgt de ene associatie zich aan de andere in mijn hoofd. Ik denk weer aan de podcast van zojuist ..
Die heeft als overkoepelende titel: ‘Filosofie is makkelijker als je denkt’. Dat alleen al vond ik prachtig. Nu ik bij Gember aan de chai zit, zoek ik er wat informatie over terug. Coen Simon, hoofdredacteur van Filosofie Magazine, maakt de podcast. Hij gaat daarin ‘samen met een meedenker op zoek naar antwoorden op onoplosbare vragen’. De podcast is voor ‘iedereen die weet dat hij niets weet’, lees ik verder in de beschrijving. Mooi, dat komt goed uit…
De meedenker deze keer is Liesbeth Woertman. Zij is emeritus hoogleraar psychologie aan de Universiteit Utrecht en schrijver van het boek ‘Zeg me wie ik ben’. De onoplosbare vraag deze keer is: Wie is die ik die over zichzelf praat? Het gesprek gaat over identiteit en wat het nou eigenlijk is, dat iemand zichzelf ‘ik’ noemt. Geconstateerd wordt dat het geheugen daarin een grote rol speelt. En de uitspraak van Descartes -cogito, ergo sum- (ik denk, dus ik ben) vind Woertman een zware overschatting van het denken.
Interessant, onder andere die link met het geheugen. Ze noemt als voorbeeld dementie. Door het afbrokkelende geheugen vervagen herinneringen. In een vergevorderd stadium lijkt de ik-jij relatie helemaal verdwenen en zou je kunnen zeggen dat die persoon zijn eigen ‘ik’ ook kwijt is geraakt. Het ‘ik’ is in de ogen van Woertman een niet op zichzelf staand construct, maar is altijd verbonden met iets of iemand.
Zo verbindt nu een foto me met Petra en een interview in Griendsveen me met Twan. Ontmoetingen op afstand. Herinneringen naar het nu. Momenten tussen allerhande andere herinneringen en gedachten in. Ik denk, dus zij bestaan. Zoiets.
Als ze dit lezen, dan wens ik hen en hun gezinnen hele fijne feestdagen toe en het allerbeste voor de jaren die gaan komen. Eigenlijk wens ik dat aan iedereen die tot hier gekomen is met het lezen van mijn gedachten. Well done!
Petra, achterste rij middenin. Ik sta links van haar.
PS Mocht je het moment met Twan in Griendtsveen willen teruglezen, klik dan hier
NB Heel kort na de publicatie van het bovenstaande hoor en lees ik de reden van hun aanwezigheid in Horst. Op 23 december jl. is ook hun moeder overleden. Op 91-jarige leeftijd. Behalve de beste wensen, bij deze ook heel veel sterkte gewenst..