Kennisliefde

Massa’s beukenblaadjes, gecombineerd met oranje rozenblaadjes. Rondom een in doeken gewikkelde overledene. Dat was het indrukwekkende beeld waarvan ik gisteren getuige mocht zijn. Het was tijdens de afscheidsdienst van Wim Dekkers. Zijn kleindochters, maar liefst zes in getal, hadden een dag eerder al meegeholpen om opa in doeken te wikkelen. En nu legden ze handenvol beukenblad, meegebracht uit de tuin van Wim, in een natuurlijke krans om hun overleden opa. Bijna om hem warm te houden, leek het wel, tijdens de laatste momenten die ze samen in zijn aanwezigheid hadden. Bea, Wim’s vrouw, strooide er de oranje rozenblaadjes overheen. Het herfstbruin en oranjeroze paste perfect bij de kleuren van de door Bea zelfgemaakte quilt die om Wim heen was geslagen. Het eerbiedwaardige en tegelijk ontspannen samenspel zorgde uiteindelijk voor een prachtig plaatje. De camera’s van de mobieltjes van de meiden maakten even overuren, voordat de dienst daadwerkelijk ging beginnen.

Het was een dienst die ik mocht begeleiden. Samen met Bea, Marwin en Eugènie had het levensverhaal gestalte gekregen, in de dagen voorafgaand aan de dienst. Mooie herinneringen aan Wim, bewaard in woorden, lieten een beeld zien van een man die in zijn leven op allerlei manieren veel had betekend voor zijn vrouw, zijn kinderen en kleinkinderen, maar ook voor zijn familie en voor de mensen waarmee hij een band had opgebouwd. De herinneringen inspireerden me om in een gedicht te proberen de essentie te vangen van wat met zoveel liefde verteld werd.

Ter afsluiting van de dienst heb ik dat gedicht mogen voorlezen. En met toestemming van de familie wil ik het hier ook graag delen en bewaren.

je lag erbij alsof je sliep
en om je heen je boeken
en nog straalde je kennis uit
toen ik je kwam bezoeken

in boeken zaten geeltjes
je las die tegelijk
daar haalde jij je kennis uit
werd theorie praktijk

jouw drijfveer in je leven
dat was voortdurend leren
om ook de kleinste letters
met kennis te pareren

tot aan je laatste ademzucht
bleef jij die kennis delen
en liet je zelfs corona niet
je eigenwaarde stelen

nieuwsgierig naar het leven
toch naar het onbekende
waar kennis ophoudt en jij zelf
je naar een engel wendde…

wat blijft is de herinnering
aan wie je voor ons was
als kennis samen gaat met liefde
dan snap je ware kennis pas

Voor Bea, Marwin en Anke, Eugènie en Rutger, de kleinkinderen Sterre, Noor, Lieve, Fleur, Jotta en Ulrike.
En voor iedereen die Wim gekend heeft.

Ik blijf bij jou..

jouw handen
maakten mooie dingen
gestoeld op kennis
en knowhow
al wat van hout was
liet jij zingen
en vaak was jij
voor ons in touw

het gaat goed hoor,
zei je steeds maar weer
zelfs op de dag
van koorts en kou
het gaat goed hoor,
zei je keer op keer
toch bleef ik toen
maar dicht bij jou

ik wilde voor je zorgen
omdat ik van je hou
en het leek elke morgen
dat je weer beter worden zou
toch moest je ons verlaten
en missen we je nou
niet meer met jou te praten
dat dompelt ons in rouw

maar toch.. het is jouw liefde
voor hout waar ik op bouw
want hout zorgt voor verbinding
geeft warmte aan de kou
toen jij moest gaan in stilte
trok zij zacht aan je mouw?
precies wat jij steeds wilde
weer samen man en vrouw…

jouw handen maken dingen
maar nu van lucht en blauw
je kijkt naar haar, je kijkt naar ons,
en zegt ‘ik blijf bij jou…

Seizoenen…

En één dag later, strofe drie nog iets verfijnder…

de eik die maakt zich alweer klaar
voor weer een nieuw en vruchtbaar jaar
door nu haar bladeren te geven
om straks opnieuw te kunnen leven

het knispert om me, dor en bruin
er kraakt een blaadje op mijn kruin
de zon van links, de wind opzij
de roze klaver rechts van mij

het takje op mijn schouder voelt
alsof zelfs dat zo is bedoeld
het lijkt verval, weer terug naar aarde
maar dood wordt leven en houdt waarde

Vertrouwen…

Alweer even geleden dat ik fris van de lever een stuk het world wide web in slinger. Een column bedoel ik dan. Omdat ik nu ‘in isolatie’ zit, is daar niet alleen tijd voor, maar ligt het onderwerp ook wel voor de hand.

Sinds maandagochtend, 25 oktober ben ik zelf één van de oorzaken van die sterke stijging aan het coronafront. Een test in Venray, op zondagochtend, na een zelftest op zaterdagmiddag bevestigde wat ik niet had vermoed. Mijn verkoudheid bleek corona te zijn. Oké, die mogelijkheid zat er al die tijd al in. Mijn dubbele AstraZeneca ten spijt, toch geïnfecteerd. Kak. Ik vond destijds de ondergrens van 60% effectiviteit al wat aan de lage kant, maar de bovengrens van 80% benaderde toch wel het effectiviteitspercentage dat andere vaccins aangaven.

Ik heb me daar toen -en nu nog niet- al te druk over gemaakt. Mijn geboortejaar zette me bij de groep mensen die bij de huisarts hun vaccinatie mochten laten zetten en daar was AstraZeneca beschikbaar. 15 juli van dit jaar was mijn tweede prik.Toen was volgens mij al onzeker hoe lang een vaccinatie bescherming zou bieden. De discussie over de ‘boosterprik’ van de afgelopen weken laat zien dat die onzekerheid al wat meer aan zekerheid lijkt te hebben gewonnen. Je kunt als gevaccineerde alsnog corona krijgen.

Ik ben daar het persoonlijke bewijs van. Waar ik vooralsnog wél heel blij om ben, is dat het ziektebeeld waar ik nu mee te maken heb, mij niet veel anders voorkomt dan een vervelende neusverkoudheid, die ik eigenlijk elk jaar wel een keer meemaak. Als nu waarschijnlijk vooral de tegenstanders van ons landelijke coronabeleid mij aan hun kant wanen, moet ik hen toch teleurstellen. Ik blijf vertrouwen houden in de stappen die er vanaf het allereerste uur gezet zijn. Ook al waren die stappen, zeker in het begin, niet altijd gebaseerd op 100% kennis.

En dat zijn de maatregelen vandaag de dag nog steeds niet, voor zover ik me daar tot in detail mee wil bezig houden. Want het lijkt weer een relatieve stilte voor de storm. Het is nog ongeveer een week voordat er met grote waarschijnlijkheid nieuwe maatregelen worden afgekondigd. Ik ben daar medeschuldig aan, want ook door mij is de besmettingscurve gestegen tot een niveau die onze regering tot extra maatregelen noopt. Maatregelen die opnieuw voor veel discussie gaan zorgen tussen de extreme uitwassen van twee groepen die toch al steeds meer uit elkaar gegroeid zijn. Twee tegengestelde opvattingen die zolang corona duurt ook niet meer bij elkaar zullen komen, is mijn stellige overtuiging.

Nee, ik heb me een hele tijd geleden al voorgenomen die discussie niet meer te gaan voeren. Vooral niet toen ik bij herhaling ontdekte dat het elkaar persé willen overtuigen van je gelijk je niet dichter bij elkaar brengt, juist de verharding in de discussie voedt en de verwijdering laat groeien. Ook het consequent volhouden van de acties die bij je eigen gelijk horen, zorgen niet voor toenadering tussen voor- en tegenstanders van het landelijke beleid. Maar daar moeten wel knopen worden doorgehakt. En de manier waarop dat gebeurt, daar heb ik vertrouwen in.

Wat ik bij deze maar wil aangeven, is dat het me niet om mijn gelijk gaat voor de keuze die ik heb gemaakt. Het gaat mij om dat vertrouwen zelf. En dan stel ik voor mezelf vast, dat ik meer vertrouwen heb in de maatregelen zoals ze tot nu toe door onze regering genomen zijn, in samenspraak met in mijn ogen (ik voel aan dat ik nu op gevaarlijk terrein kom..) ‘t best met ons voorhebbende deskundigen. Méér vertrouwen daarin dan in de alternatieve maatregelen die al dan niet met aanwijzen van schuldigen en wel of niet om die reden meeslepen van symbolische houten galgen of dragen van symbolen uit de tweede wereldoorlog gepaard gaan.

Ik besef dat deze column op de tweede dag van mijn isolatie misschien wat voorbarig is. Want wie zegt me dat corona me morgen niet alsnog doet verstikken? Dat zegt niemand me. Ik hoop dat me dat bespaard blijft en eerlijk gezegd vertrouw ik daar ook op. Dus deze column is geen oproep aan voor- en of tegenstanders om opnieuw los te gaan tegen mij of naar elkaar. Deze column is een ode aan vertrouwen.

En, lieve mensen, dat is heel persoonlijk. Maar ik gun het iedereen.

Annie en Lowie…

Annie en Lowie, samen in herinnering…

Dinsdag 19 oktober mocht ik weer een dienst begeleiden. Heel speciaal om de kinderen te mogen begeleiden bij het afscheid van hun moeder. En niet alleen van hun moeder, maar ook, op een speciale manier, van hun vader. Hij is vorig jaar december in het ziekenhuis overleden aan corona. Zijn vrouw was daar niet bij, door een samenloop van omstandigheden, voornamelijk veroorzaakt door corona. De afscheidsdienst van vader was vorig jaar om die reden noodgedwongen heel beperkt van omvang.

Nu, bij haar eigen afscheid, stond de urn met de as van haar man dicht bij haar. We hebben de dienst aan hen beiden opgedragen en dat voelde heel speciaal. Zeker ook voor de familie van hem die vorig jaar niet, en nu wel aanwezig kon zijn. Het gaf de dienst als het ware een dubbele emotionele lading.

De dochters hebben me in de voorbespreking van de dienst geïnspireerd met de herinneringen aan hun moeder. Ik heb een aantal van die herinneringen in een lopende tekst mogen zetten en heb daar toen ook een gedicht bij gemaakt. Omdat afscheid van je moeder of vader een universeel thema is, heb ik die tekst en het gedicht hieronder gedeeld. Met toestemming van hun kinderen.

De cirkel is rond…

Een moeder draagt je met alle liefde 9 maanden. Ze voelt je eerste schopjes, je eerste bewegingen. Ze helpt met je eerste pasjes. Plakt pleisters op kapotte knieën en veegt je tranen af. Je bent nog  klein, met nog maar kleine zorgen. Dan groei je op en helpt je moeder je om een goede start te maken in de grote wereld.

Ze zorgt dat je goed blijft eten en behoedt je voor vallen. En als je valt, dan helpt ze je opstaan. Ze beschermt je bij keuzes en ziet je langzaam volwassen worden. Ze laat je steeds losser, maar ligt toch elke nacht nog wakker als je op stap gaat. Ze ziet je het huis uitgaan en een eigen leven opbouwen. Maar ze is er altijd als je advies nodig hebt.

Ze is er als je zelf kinderen krijgt, die je 9 maanden hebt gedragen. Ze herkent je verhalen over de eerste schopjes die je voelt. Je moeder wordt oma en de kinderen zijn weer klein. Ze helpt haar kleinkinderen bij de eerste pasjes, zoals ze het bij jou ook al deed.

En langzaam verschuift de tijd. Haar grote wereld wordt weer kleiner, terwijl de jouwe nog groeit. Je  laat je eigen kinderen steeds losser, maar ligt ‘s nachts wakker als ze op stap gaan. Zo moet je ook langzaamaan je eigen moeder loslaten. Kleine zorgen worden grote zorgen.

De dood van haar man hakt er behoorlijk in. Eet ze nog wel goed? Ze zal toch niet vallen? Je poetst ook haar tranen. Je bent voor je moeder wat zij voor jou was. Je moeder die alles wist, maar steeds meer vergeet. Je ziet je moeder het huis uit gaan en je moet haar, beetje bij beetje, steeds meer loslaten. 

In de liefdevolle omgeving van Hof te Berkel 21 kan je toch weer lachen, ook al valt het vaak niet mee en poets ik weer je tranen. Denk ik aan kapotte knieën en jouw verhalen over mijn eerste pasjes. Hoe trots je op ons was en hoe trots ik op jou ben.

Nu moeten we je definitief loslaten, maar blijf ik aan je denken. Soms voel ik dan tranen en denk aan die van jou. Maar vooral wil ik denken aan de lach om je mond. Van moeder tot moeder. De cirkel is rond.

Voor de kinderen, kleinkinderen en familie van Annie en Lowie. En voor iedereen die hen beiden gekend heeft…

Mart…

Maandag 13 september heb ik de afscheidsdienst van Mart Klaassen mogen begeleiden. Eén dag na zijn overlijden werd in hetzelfde ziekenhuis een tweeling geboren. Mart wist dat hij er twee achterkleinkinderen bij kreeg. En misschien heeft hij op de een of andere manier hun namen, Livia en Renzo, ook nog wel meegekregen. Met opa en oma verbonden voor altijd. Het gedicht, dat ik namens de kinderen en kleinkinderen schreef, verwoordt de samenloop van omstandigheden.

Voor zijn dochters Suzie en Veronique, schoonzonen Wim en Anthony, kleinkinderen Lotte, Lisan, Willem, Quinty en Maud en achterkleinkind Chloé. En voor iedereen die Mart mist.

Donker en licht…

Eind april volgend jaar viert hospice Doevenbos haar vijfjarig jubileum. Eigenlijk bestaan ze dan, op één dag na, zes jaar, maar afgelopen mei kon dat jubileum door corona niet worden gevierd. Ze wilden wel, maar het kon niet. Een soort van tegenstelling, ontstaan door overmacht. Een tegenstelling, zoals licht en donker er ook een is. Of leven en dood.

Mijn zus was een van de eerste gasten van Hospice Doevenbos. Dit jaar mei dus al vijf jaar geleden. Bij de eerste herdenking in 2016 heb ik een verhaal verteld over mijn ervaringen bij haar overlijden. Een heel persoonlijk verhaal, want mijn zus was uniek. En toch mocht ik een half jaar later weer een verhaal komen vertellen, bij de volgende herdenking van de mensen die in dat half jaar in het hospice waren overleden. Het unieke bleek ook iets algemeens te hebben. Een tegenstelling die er misschien helemaal geen was. Het verhaal was weliswaar steeds anders, maar ontstond vanuit een zelfde basis.

Zo heb ik op elke herdenkingdienst die volgde een verhaal verteld. Vandaag, maandag 20 september, voor de elfde keer. Steeds een verhaal dat op de een of andere manier betrekking heeft op het overkoepelende thema dat Lucie bedenkt, volgens mij samen met de verpleegkundigen en vrijwilligers van Hospice Doevenbos. En vandaag is dat thema licht en donker.

Een lastig thema, vond ik gisteren, toen ik aan dit verhaal begon te schrijven. Misschien wel juist door de tegenstelling. Want als je het over het één hebt, dan heb je het per definitie niet over het ander. Of toch wel, bedacht ik me toen ineens. Misschien kun je het alléén maar over het een hebben, omdat het ander er is. Licht is er alleen omdat er ook donker is.

Maar als dat zo is, moet je daar dan zo blij mee zijn, vroeg ik me gisteren af. Waarom is er niet alleen licht, zonder donkerte? Waarom niet alleen leven, zonder dood? Alleen maar vreugde, zonder verdriet?

Het zijn vragen waar ik niet direct een antwoord op weet. Ik kijk om me heen, zittend op een bankje onder een tweehonderdjarige eik. De zon schijnt, maar ik zit in de schaduw. Er bloeit roze klaver in het groene gras en er liggen al wat bruine eikeblaadjes tussen. Een witte vlinder vliegt over het pad. Even later een donkere atalanta.

In wat ik zie zitten ook weer tegenstellingen. Op het gebied van leeftijd: oud en jong. Met betrekking tot de zon: warmte en kou. En misschien niet meteen tegenstellingen maar dan toch begrippen die elkaar lijken uit te sluiten: ik zit, de eik staat. De bruine kleur van de herfst tegenover de groene kleuren van de lente. Verval en bloei. Zomer en winter. Heel veel dingen in het leven lijken alleen maar te bestaan bij de gratie van het tegenovergestelde. Moet het dan simpelweg zo zijn? Kan het een niet zonder het ander?

Een vijfjarig jubileum wel willen maar niet kunnen vieren door overmacht. Een dierbare bij leven uiteindelijk moeten afgeven aan de dood. De onmacht die je voelt, is dat het tegenovergestelde van overmacht? Of is er een nóg hogere macht die voor al deze tegenstellingen heeft gezorgd? Hoort donker bij licht, zoals verdriet bij vreugde hoort en dood bij het leven?

Ik denk dat het zo is, maar het blijft elke keer een pijnlijke constatering. Je zou het zo graag anders willen, maar je kunt wat gebeurd is, niet terugdraaien. Wat op je pad komt, niet uit de weg gaan. En ook al is er tijdelijk op dat pad vooral donkerte, verdriet en dood, weet dan dat er onherroepelijk ook licht, vreugde en leven is.

Daar denk ik aan, al die keren dat ik met regelmaat nog aan mijn zus denk, ook al is het nu meer dan vijf jaar geleden. Zoals we waarschijnlijk allemaal, zoals we hier nu zitten, voortaan met regelmaat aan onze dierbaren zullen blijven denken. Herdenken, omdat we ze niet zullen vergeten. En wie weet, wordt het na deze winter van afscheid, straks wel een eeuwigdurende zomer van hereniging.

Tot die tijd wens ik u heel veel licht, vreugde en leven toe, in het volle besef dat het ‘t afgelopen half jaar vaak ook anders was. Dat is het grote voordeel van tegenstellingen: het werkt altijd twee kanten op.