Het gedicht dat ik gisteravond tijdens café de Verbeelding heb voorgedragen op muziek van mijn buikorgel. Over het verschil tussen ‘Tijd heelt alle wonden’ en ‘Tijd heelt alle woorden’. Met plezier gemaakt voor de gelegenheid, én ook om mijn project op de site http://www.voordekunst.nl onder de aandacht te brengen. Ik wil namelijk eerder gemaakte gedichten, verhalen en columns bundelen in een ‘tijdloos’ boek.
Voor meer informatie over het boekprojekt: klik hier
Voor speciale gelegenheden moet je speciale dingen doen. Ook als die gelegenheden maar kort duren, of miniscuul lijken. Wanneer je er speciale aandacht mee wil krijgen, dan moet je er ook wat speciaals voor doen. Dat was het uitgangspunt, toen ik het verzoek kreeg om bij de lokale TV Reindonk iets over café de Verbeelding te vertellen. Er is een link met mijn lopende boekproject, dus ook daar zou het in het voorgesprek over mogen gaan. Maar hoofdmoot was één minuut, die je mocht vullen ter promotie van een evenement. Nou, en dan is de keus snel gemaakt. Eén deuntje uitkiezen uit 216 mogelijkheden en daar een tekst op maken, die voor te dragen is, terwijl je de muziek laat klinken. Of dat gelukt is, mag u als lezer zelf beoordelen. De tekst is alvast hieronder te lezen.
Weet je wat heel erg leuk is
Dat is nou donderdag
Een café vol verbeelding
Wie komen wil die mag
Je kunt er gewoon wat drinken
Je kunt er praten, alleen of met elkaar,
Maar als de bel klinkt is er aandacht
Want op de buun staat iemand klaar
En die vertelt, of leest of zingt een liedje
Ontroert of lacht of speelt muziek
Dat is best spannend want iedereen die ziet je
Maar gelukkig is er een heel erg gaaf publiek
En je moet niks doen, er is voor elk wat wils
Alleen kijken mag, als dat is wat je liever doet
Naar iets uitbundigs of juist iets stils
Tot donderdag, in Cambrinus. Goed?
Nou, en hieronder in de laatste minuut van het filmpje wat het is geworden. Benieuwd of dat donderdag tot een overvol café gaat leiden. En ook benieuwd of dit filmpje -dat ik uiteraard ook op de crowdfund-site http://www.voordekunst.nl heb gedeeld- tot opnieuw een aantal donateurs leidt. Want tussen de regels gaat het wat mij betreft natuurlijk ook daar om. Mijn boek komt er als jullie het willen!
Een kleine quiz-vraag tot besluit: Wie kent de titel van het deuntje dat ik heb gebruikt? Onder de goede inzenders verloot ik mijn boek (als het er komt 😉
In 2007 kocht in mijn buikorgel in Uberlingen. Een voorname reden voor de aankoop waren de filmpjes van Edwin Rutten, waarin hij in het programma Klokhuis met een wit geschminkt gezicht mooie teksten van Willem Wilmink voordroeg. Dat maakte elke keer grote indruk op me. Die combinatie van orgelmuziek en mooie teksten wilde ik ook maken. En daar kon ik vanaf 2007 mee aan de slag. Niet dat ik daar de godganselijke dag en dat negen jaar lang mee bezig ben geweest, maar toch met enige regelmaat en bij verschillende gelegenheden.
Sommige tekst-muziek-bijdragen aan een feest of een jubileum waren momenten in de tijd, die verstreken, tegelijk met het voorbijgaan van het feest. De teksten heb ik vaak nog wel. Een orgel-aubade tijdens het afscheid van Door van Steppin-in. Een 50 jarig huwelijksfeest in Sevenum opluisteren met muziek en het gouden paar dan verrassen met een spontaan gemaakte tekst op muziek. Twintig jaar Cambrinus in twaalf coupletjes samengevat, en voorgedragen op de muziek van Macky Messer uit de Dreigroschenoper. Een kerstuitzending van Wiekendproat opgeluisterd met een dialekt-tekst over Kerstmis. En niet te vergeten, recent, tijdens café de Verbeelding. Tijdens de eerste jaargang 10 keer rondom tien verschillende thema’s een gedicht gemaakt en dat op passende orgelmuziek gedeclameerd. Volgende week is trouwens voor de tweede keer café Verbeelding van de tweede jaargang. Een aanrader. Gratis entree!
Zo nu en dan zijn deze momenten van voordracht op muziek ook in beeld vastgelegd. Tijdens de eindejaarsviering op het werk, een jaar geleden, heb ik zo een tweetal optredens van elk drie nummers verzorgd voor mijn collega’s. Wim Wijnhoven heeft dat prachtig in beeld gebracht. Tijdens een open dag van natuurbegraafplaats Weverslo in Venray een zestal gedichten voorgedragen op muziek. De beelden daarvan, dankzij Math Craenmehr, zijn me dierbaar. Ook omdat op deze manier steeds meer materiaal ontstaat, dat promotioneel werkt en in ieder geval stimuleert om door te gaan met wat nog steeds heel goed voelt.
Bij dat groeiende aantal optredens, groeit ook het aantal keren dat ik de vraag krijg of ik mijn teksten niet in boekvorm heb. Hoe vaker je een dergelijke vraag krijgt, hoe meer je er zelf ook aan gaat wennen dat dat misschien nog helemaal niet zo’n gek idee is. Van het een komt dan automatisch het ander en ik kan bij deze verklaren, dat ik sinds gisteren een crowdfunding project gestart ben op http://www.voordekunst.nl.
Dat is hét platform voor crowdfunding in de creatieve sector. Het is een site waar je kunstprojecten kunt indienen op het brede creatieve vlak van beeldende kunst, muziek, film, fotografie, media, vormgeving, publicaties, theater etc..
In mijn beleving hoort het boek dat ik wil maken daar ook bij. Want zeg nou zelf. Een door mijzelf vormgegeven boek, waarin gedichten die ik voordraag op muziek een plek krijgen. En een digitale versie van dat boek, met de mogelijkheid om door te klikken naar filmpjes van die optredens. Optredens waar muziek en gedicht samensmelten tot een ‘theaterachtig’ geheel. Kortom, ik zie wel wat aanknopingspunten om mijn boekproject daar te starten.
Maar goed. Ik vond het net zo goed nog wel spannend toen ik mijn idee voor een boek inbracht om beoordeeld te worden door de medewerkers van voordekunst. Maar hoera, hoera. Zij waren er snel uit. Mijn boek paste bij hun filosofie! De site biedt me nu het podium om mijn project onder een breed publiek onder de aandacht te brengen. Gisteren en vandaag ben ik bezig geweest om alvast die aandacht te vragen aan mijn eigen netwerk van familie, vrienden en bekenden. En op dit moment, terwijl ik dit voorlees en u er hopelijk aandachtig naar luistert, wordt de groep ingewijden nog weer wat groter.
Zo werkt dat met crowdfunding. Er zit het woordje ‘fun’ in. Zo is dat misschien niet letterlijk bedoeld, maar ik vind dat wel een aardige insteek. Fun voor mij, omdat ik een boek mag maken, als de crowd er ook fun aan denkt te gaan beleven. We zullen het zien. Wordt vervolgd.
Voorgelezen bij Wiekentproat (Radio Reindonk), ingeleid met het nummer ‘Yesterday’ door Ray Charles en afgesloten met ‘Money in our pockets’ van Jodymoon. (Verhaal begint op 2:45)
Een jongetje van zes schrijft een brief aan de president van America. Het jongetje wordt professioneel gefilmd en de brief met het kinderlijke handschrift wordt regel voor regel in beeld gebracht. Daarna het ventje zelf, Alex, dat niet alleen al kan schrijven, maar ook nog kan lezen. De inhoud van de brief is van een kinderlijke schoonheid en eenvoud.
Hij vraagt de president om het stoffige ventje, Omran, uit Aleppo op te gaan halen en bij hem thuis af te komen leveren. Hij en zijn zusje zullen zich dan over hem ontfermen. Ze zullen hem ontvangen met vlaggen, bloemen en ballonnen. Ze zullen hun speelgoed met hem delen. Hij zal Omran op school voorstellen aan zijn Syrische vriendje Omar. Dan kunnen ze samen spelen en dan kunnen ze elkaars taal leren.
In één keer en naadloos gemonteert leest Barack Obama zelf de rest van de brief voor tijdens een congres van wereldleiders over vluchtelingen. ‘We kunnen allemaal van Alex leren’, besluit hij, en in het applaus van de leiders komt Alex weer in beeld. Hij schudt zijn zojuist geschreven A4-tjes nog even op, alsof hij ze nog in de enveloppe moet doen, lacht in de camera en noemt nog even zijn naam en leeftijd.
Het filmpje van anderhalve minuut is in een paar dagen de wereld al rond gegaan. Of Omran al gehaald is door Obama? Ik denk het niet. Het patriottisme druipt daarvoor teveel uit het verhaal en het mooie muziekje op de achtergrond en de perfecte montages van de beelden doen mij vermoeden dat het ophalen van Omran ook niet de eerste prioriteit is van het filmpje.
Maar hopelijk vergis ik me en krijgt Alex straks de Nobelprijs van de vrede. Een prijs die hij samen met Omran gaat ophalen. Vooruit, Omar mag ook mee. Wie weet, hebben ze elkaar dan al wel Syrisch geleerd. Tegen die tijd zal president Trump hen ook nog wel willen ontvangen. Of vice-president Clinton. Tenzij Alex tegen die tijd niet zelf met een hoofdwond en onder het stof de wereldpers haalt. Nogmaals, ik hoop dat ik ongelijk heb..
PS
Vanavond eens kijken of Hilary en Donald net zo genuanceerd tegen de wereldpolitiek aankijken als Alex. En of ze net zo vriendelijk voor elkaar willen zijn als Alex voor Omran. Ik denk het wel.
Zaterdagmiddag, half zes. Met een potje pinda’s en een Franciscaner op het terras bij Liesbeth. Nadenken over hoe ik mijn project op ‘Voor de kunst’ verder inhoud ga geven. Vanmiddag ook de promo gemaakt. Leuk en spannend. Wordt vervolgd.
Onderstaande gedicht op muziek voorgedragen tijdens café de Verbeelding. Hieronder de tekst, maar als je het horen wil kan dat ook.
Op een dag als vandaag
Stel ik hier aan mezelf de vraag
Is alles wat er gebeurt
ook door mij ingekleurd
of houd ik me afzijdig
ben ik ook, net als velen van ons teveel van zwijg en stem toe
denk ik te vaak, ach wat doe ik in ‘t geheel er ook toe
dus, laat maar gaan, komt wel goed en blijf ik doen wat ik doe
tot op de dag van vandaag
heel vaak toch steeds die knagende vraag
hoe maak ik het verschil
is alleen omdat ik het wil
eigenlijk niet veel te weinig
Ja maar…
Wat moet je doen vandaag de dag
Waar wie ook maar wil alles maar mag
Iedereen alles vindt
niemand vergevingsgezind
en zovelen rechtlijnig
Op een dag als vandaag
Zijn mijn antwoorden meestal wat vaag
‘k Zeg enkel dat is niet goed
En soms hoe het wel moet
maar dat voelt tegenstrijdig
Kan ik, net als velen van ons, veel meer doen dan wat ik doe
En als dat zo is, en dat hoop ik, weet iemand dan hoe
Ik neem het graag aan, hoe het moet of wijs me de weg er naar toe
Op een dag als vandaag
Stel ik aan mezelf (en aan jullie) de vraag
Is alles wat er gebeurt
ook door mij (en door ons) ingekleurd
of houden we ons teveel afzijdig
Last Sunday evening at Cambrinus. The two musicians who performed in the afternoon, were invited by Jan to join us at the regular table. Doug Morter and Alan Thomson. The former was born in London, but currently living in Denmark. The latter a Scot, who was still living in Glasgow. Their musical experience was quite impressive, if I may believe the announcemtent of Jan. I’m not really able to judge that. However, the thing that especially impressed me was the story that Doug told us at the regular table. It concerned the background of a song he had been producing at the very moment.
Years ago a friend of his, Jim Gordon, was blessed with a daughter. The little girl was born with a severe heart condition. The only thing that could save her was an operation, an operation that, at that point, unfortunately couldn’t be performed in Denmark. In England it could, but at that time the costs weren’t covered by health insurance. Jim then began a crowd-funding. I don’t know if such a concept already existed back then, but anyway. Among other things he did, he wrote a song. The earnings of which were meant for the operation of his little girl. And it worked. When she was just three months old, she got the operation in England. Because of that she lived for another ten years. And that was already ten years ago.
If I accurately remember the rest of the story, Jim later lost another daughter in a traffic accident. As a result, this song got even more depth. Perhaps that was the reason to release it again. Aditionally this song would become the anthem for a charity event of the Heart Foundation. Therefore Doug wanted it to sound perfect. Listening to how the song sounded in different settings would surely contribute to that. A little while later we listened to the song, which Doug played using his laptop and the speakers of Cambrinus. Like I said, very impressive. Musically -although I’m not really able to judge that- but mostly, I was impressed by the lyrics.
As a reminder I typed one sentence into my iPhone on the spot. The more I thought about it that evening, the more beautiful the sentence became. And the more depth I recognized in it. The sentence inspired me and I was determined to share this evening, this meeting and this experience. I also told Doug that when the evening was nearing it’s end. The following day the sentence continued to go around in my mind: ‘Don’t take your heart to heaven, God knows we need it here.’ So beautiful. Jim’s deep pain was in those words, but I also recognized admirable optimism. And hope. And also a deeply lived trust. And it made sense that Doug wanted this song to sound perfect, so many years later. For Jim, for Jim’s two daughters, but mostly for everybody that had to hear this message.
This evening I searched the internet for Jim Gordon. On his website the song was placed prominantly at the top of his songlist. That could be a coïncidence, but I like the thought that it isn’t. Doesn’t really matter. ‘Don’t take your heart to heaven’ is the title. For years my donor card has been behind my creditcard.Last Sunday, because of a beautiful sentence, I have felt the importance and the worthfullness of that fact throughout my core. So, finally, one more time: ‘Don’t take your heart to heaven, God knows we need it here’.
Moreover, below is the link to the original song. Because the rest of the lyrics are also worth it to listen to. And later it will become even more beautiful. Because of Doug. And I wouldn’t be surprised if Alan would also be included. Anyway, their websites have my attention from now on. And knowing Jan a little, he also won’t let these men out of his musical sight. Will be continued, much like a life can be continued by…Oh well. The song below says it all.
Gisteren heb ik met een vriend lang gesproken over keuzes in het leven. Onder het genot van een lekker glas bier ging het over mooie en minder mooie dingen. De avond zelf, nu ik er vandaag, zaterdag 3 september, op terugkijk, hoort definitief bij de eerste categorie. Sommige onderwerpen waarover we spraken zou je onder de minder mooie dingen kunnen scharen. Maar ook dat is een keuze. Een lastige keuze vind ik zelf.
We spraken over onze kinderen, onze vakanties, ons gezamenlijk verleden en over de toekomst van de wereld. En naarmate het later werd hebben we dat rijtje nog aangevuld met politiek, de problematiek van godsdienst in wetgeving, de Koran, Erdogan, Wilders, Islam, vluchtelingen en de strijd tegen extremisme in het algemeen. Hoezo kiezen als je het over alles kunt hebben? En met een lekker biertje erbij praat dat steeds makkelijker.
Onze kijk op de wereld met zijn mooie en minder mooie kanten. Goed om te merken dat zo nu en dan ‘agree to disagree’ toch telkens weer nieuwe gespreksstof opleverde. Met elke keer opnieuw de behoefte om te overtuigen en gemaakte keuzes uit te leggen. Vreemd en interessant tegelijk.
We spraken over keuzes en misschien wel vooral over het niét maken van keuzes. Over blind en doof zijn voor duidelijk zichtbare en luide argumenten. Over polderen en extreme opvattingen. We spraken over de vrijheid om daarover te kúnnen spreken. En de angst om dat in de toekomst misschien niet meer te mogen. We hebben gesproken over de keus om daar nú iets van te zeggen. Zichtbaar en hardop.
En we hebben het gehad over de keus om over extremen juist niéts te willen zeggen. Geen stelling te willen nemen of de strijd aan te willen gaan. Maar in plaats daarvan te doen en te handelen naar wat redelijk lijkt. Omdat je aan reacties bij de ander ziet dat het redelijk ís. Soms zelfs dat wat je doet als heel goed ervaren wordt. Handelen naar eer en geweten. Ook een keuze. En net zo min een makkelijke.
Vier uur vanochtend stapten we het bruine café uit. We waren niet de laatsten, maar ik heb toch heel sterk het vermoeden dat er daarna binnen veel minder is gesproken. Misschien wel meer gerookt trouwens, hoewel dat, toen wij aan de bar zaten, toch ook heel stevig moet zijn gebeurd. Ik heb mijn kleren vanochtend in ieder geval zonder enige twijfel in de wasmand geknikkerd. Die keuze was makkelijk.
Ik verheug me op de volgende keer. Want we waren nog lang niet uitgepraat.
Het verhaal horen? Dat kan. Ingeleid met muziek van Bløf (Mens) en afgesloten met John Lee Hooker en Bonnie Rait (I’m in the mood). Klik hieronder.
De ventilator blaast een frisse wind in mijn richting. Door de boxen zingt Herbert Grönemeyer mooie zinnen. ‘Man glaubt, der Regen tut einem nichts’ en ‘Sommerträume liegen vor der Tür’. Het is buiten 28 graden en ik probeer binnen mijn gedachten weer een keer woorden te geven.
Het nummer waar de mooie zinnen uit komen heet ‘Blick zurück’. Het staat op de cd ‘Mensch’. Terugkijken, in gedachten, naar mensen. Ik heb het de afgelopen week gedaan en tegelijk om die reden een aantal dialectgedichten gedeeld. Herinneringen aan mooie mensen die er niet meer in levende lijve zijn.
Elke keer krijg ik een brok in mijn keel als ik Herbert Grönemeyer het lied ‘Der Weg’ hoor zingen. Dat lied gaat met name over zijn vrouw Anna, die er ook niet meer in levende lijve is. De hele cd heeft hij opgedragen aan haar, getuige de laatste twee woorden in zijn dankwoord. Für Anna. Kort en eeuwig.
Er staan tien nummers op de cd plus een bonustrack. ‘Zum Meer’ is het laatste nummer waarvan de tekst in het cd-boekje staat. Een aangrijpende tekst, waarin hij zijn gevoel over het verlies en zijn reactie daarop bezingt. Prachtig. De bonustrack ‘Letzter Tag’ duurt 3.27 minuten. Pas vandaag valt me op dat na de laatste noot het nummer doorgaat in stilte. Minutenlang.
Na veertien (!) minuten hoor ik een soort van zachte hartslag opkomen die overgaat in een Engelstalig lied. Dat lied duurt nog een stevige drie minuten. Het lievelingslied van Anna? Van hen beiden? De symboliek van de stilte die uiteindelijk toch weer leidt tot leven? De metafoor van de rouwverwerking die Herbert Grönemeyer in stille eerbied met de geduldige luisteraar wil delen? De laatste dag die uiteindelijk toch weer een morgen kent?
Nog steeds blaast de ventilator een frisse wind in mijn gezicht. Het voelt wel anders dan zojuist. ‘Der Weg’ klinkt opnieuw door de boxen. ‘Ich trag Dich bei mir, bis der Vorhang fällt’…
Voor Pap
Niet veel zeggen,
niet veel vragen,
‘houd de eer maar aan jezelf’
want hoeveel
een mens kan dragen,
blijkt uiteindelijk
heel vanzelf…
Al die jaren,
veel verdragen,
met ons samen,
met jezelf,
was nog in de laatste dagen,
steeds de eer toch bij jezelf.
Welke engel kwam jou dragen?
Herkende je die engel zelf?
Niemand kon jou dat nog vragen,
maar echt, lieve pap,
jouw eer die zit nu
in ons zelf…
Yuri turnt op Lowlands. Hij hangt op muziek in de ringen. Duizenden bezoekers juichen hem toe. Even zovelen filmen de unieke gebeurtenis. Via Whatsapp stuurt mijn dochter de opname die zij ervan gemaakt heeft. ‘Geweldig, nu al het hoogtepunt van vandaag’, schrijft ze erbij. ‘Helemaal te zien op de NOS’, voegt ze toe.
Op social media zie ik meteen soortgelijke opnames van Yuri voorbij komen. De Facebook-pagina van RTL-nieuws wijdt er een bericht aan. Tachtig keer gedeeld en een kleine driehonderd reacties al. Tegen beter weten in klik ik daar even doorheen en mijn vermoeden wordt bevestigd. Haters en likers wisselen elkaar af of reageren op elkaar.
De ‘Lowlympics’ van Yuri zorgt ervoor dat de gemoederen opnieuw verhit raken. En Yuri is daar ongewild weer het gespierde middelpunt van. Hij is zich na zijn muzikale krachtsinspanning vooral bewust van de volle Lowlands tent die hem enthousiast toejuicht. Alle reacties op social media zal hij misschien vanavond lezen, onder het genot van een pilsje. Ik hoop voor hem dat de likers in de meerderheid zijn. Maar ik vrees het ergste.
Wat is dat toch dat mensen beweegt oordeel op oordeel te vellen over iets dat in de kern eigenlijk alleen de persoon in kwestie aangaat? Zou er echt iemand bij zitten die denkt dat zijn negatieve tweet of haatbericht een verschil maakt? Zien ze het als een prestatie om daarin uit te blinken? Steken ze er veel tijd in? Zouden ze daar ook zoveel voor trainen als Yuri?
Ach. Laat ook maar. Ik kijk zometeen nog even naar wat beelden van Churandy Martina.