Bladzijde 94…

Yes! Het is weer gelukt. Mijn Bose SoundLink Mini is via bluetooth verbonden met mijn laptop. De muziek klinkt toch mooier dan door de speakertjes van de laptop zelf. Ik voel de bas via de tafel mijn onderarmen instromen. Via Spotify zingt Anouk ‘Wen d’r maar aan’. Ik had ook haar CD op kunnen zetten, maar zo, zittend aan de tafel bij mijn laptop, met het zojuist tot klinken gebrachte Bose-boxje links van me, geeft me dat een meer voldaan gevoel. Naar de muziekinstallatie lopen kan altijd nog…

De inleiding hierboven staat compleet los van wat nog gaat volgen. Tenminste, dat denk ik. Nog geen kwartier geleden zat ik lui op de bank naar een uitzending van ‘Ridiculousness’ te kijken. Daarna nog wat snooker op Eurosport. In de rust van vier keer rood en drie keer zwart, ontstond het idee om wat op papier te gaan zetten. En even doordenkend over een onderwerp, bedacht ik om een willekeurige bladzijde uit een willekeurig boek open te slaan en van daaruit te gaan verwoorden wat er in me opkomt. Je moet toch wat op je vrije zaterdagavond, als je alleen thuis bent.

filosofen van deze tijd
Een groen Grolschje in een Hertog Jan glas. Moet kunnen.

Het wordt ‘Filosofen van deze tijd’. Een boek dat al even in m’n bezit is, maar dat ik nog nooit helemaal uitgelezen heb. Het groene papiertje dat er uitsteekt laat zien dat ik op ongeveer twee derde gebleven ben. Afijn, maakt niet uit. Het wordt een pagina uit dit boek. De bladzijde die ik kies, laat ik afhangen van…. een willekeurig sommetje. Vierde nummer van Anouk d’r CD, vermenigvuldigt met de datum van vandaag, 9 februari, plus mijn leeftijd, brengt me op het getal 94. Benieuwd wat daar zo gaat verschijnen…

blz 94
Tweede alinea, middenin. Die zin triggert me…

Het is het hoofdstuk over Theodor W. Adorno. Het valt in het twee-derde deel dat ik al gelezen heb, maar dat blijkt toch te lang geleden. Even teruglezen. De schrijver van het hoofdstuk is Jan Hoogland. In zijn korte inleiding lees ik dat Adorno een filosoof is die in de huidige tijd steeds onbekender wordt. In de jaren zestig van de vorige eeuw genoot hij een enorme populariteit en drukte hij een stempel op zijn tijd. Zo is zijn filosofische werk ook te bezien; als een tijdsdocument. Adorno’s filosofische productie begon vóór de Tweede wereldoorlog en zijn roem lag in de zestiger jaren. De gebeurtenissen in die tijdspanne komen tot uitdrukking in zijn werk. Met name ten aanzien van ‘bewustwording’ en de verwerking van de Holocaust.

Tot zover de inleiding. Dan terug naar mijn voornemen. Bladzijde 94. Het voert te ver om die hele bladzijde te ‘analyseren’. Ik wil me laten inspireren door één of twee zinnen daaruit. En die dan interpreteren naar eigen goeddunken. Vrije vertaling, zeg maar, bij gebrek aan kennis van de complete theorie van Adorno. De zinnen die me triggeren zijn deze: …(Adorno doelt) hier op zulk denken dat vergeet dat het identificeren van een zaak met behulp van begrippen een reductie impliceert. Deze reductie is niet te voorkomen, maar wel kan voorkomen worden dat deze reductie vergeten wordt en dat daarmee het begripsmatige identificeren voor de werkelijkheid zelf gehouden wordt.

De zinnen doen me terugdenken aan een gesprek dat ik gisteren had op mijn werk. Het ging onder andere over de systematiek van ‘kerncompetenties’, ‘accountability’, ‘strategie’, ‘structuur’ en ‘cultuur’. En over ‘vakmanschap & meesterschap’. Onlangs nog een planningsgesprek en een resultaatgesprek gehad op het werk, waar deze termen ook min of meer aan de orde waren. Het zat blijkbaar nog vers in mijn geheugen, omdat de zin over Adorno het volgende in me opriep. Voor de duidelijkheid hak ik het in stukjes.

  • ‘Zulk denken dat vergeet’ = een manier van denken die tekortkomingen kent
  • ‘Identificeren van een zaak met behulp van begrippen’ = Het werk beschrijven aan de hand van competenties
  • ‘Een reductie impliceert’ = het schiet per definitie tekort
  • ‘Voorkomen dat deze reductie vergeten wordt…’ = bewust blijven van de beperking die het met zich meebrengt…
  • ‘…en dat begripsmatig identificeren voor de werkelijkheid zelf gehouden wordt’ = …het beschrijven aan de hand van competenties van het dagelijks werk, kon wel eens niet overeenkomen met de praktijk.

Zoals gezegd, een hele vrije vertaling, die verder niets met het werk van Adorno zelf te maken heeft. Maar het voelt fijn om er op deze manier even gebruik van te maken. Uit het Bose-boxje zingt op dit moment Ramses Shaffy ‘Ik ben misschien te laat geboren’. En even later klinkt ‘Laat me m’n eigen gang maar gaan’.

 

nog een Grolsch
Proost!

Het is net twee minuten zondag. Ik neem nog één groen Grolschje en ga dit verhaal posten. Met dank aan Adorno, aan Anouk, aan Ramses, mijn laptopje en mijn Bose-boxje. ‘Laat me, ik heb het altijd zo gedaan’ voelt voor dit moment best lekker!

Noot: Successen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst. Nu zingt ‘De Dijk’ iets over ‘teveel woorden, teveel zinnen voor een mens alleen’… Ach ja. Zo meteen mag het licht uit…

Gate B53…

Al een paar dagen sluimerde het. Maar pas bij gate B53 op het vliegveld in Düsseldorf manifesteerde het zich echt. Het gevoel overviel me. Mijn omhelzing van hem ter afscheid was de opmaat. De opwellende tranen bij hem en zijn moeder deden de rest. Wat goed was, voelde toch even intens verdrietig. Een half jaar lang zou hij duizenden kilometers ver weg zijn. Het gevoel van gemis, ondanks de tijdelijkheid van het afscheid, woog veel zwaarder dan van te voren gedacht.

De op handen zijnde uitwisseling vanuit zijn studie biologie naar Noorwegen, met ‘uitstapjes’ naar Groenland en naar de Lofoten eilanden, hadden zijn avonturiersdrift al heel vroeg aangewakkerd. En wij juichten dat toe, al die tijd dat hij karaktervol nonchalant zich daarop voorbereidde. In de laatste dagen voor het vertrek had hij nog een hele agenda af te werken van feestjes, filmbezoek met vrienden en andere fijne bezigheden. Maar het moment kwam wel steeds dichterbij.

En daar, die ochtend bij gate B53, was het afscheid er in volle hevigheid. Op het ene moment stond hij nog in de wereld die van ons samen was, en op het andere moment opende zijn ticket eenmalig het hekje en stond hij aan de andere kant, in zijn nieuwe wereld. Daar waar wij op datzelfde moment niet meer konden komen. Zwaaien kon nog wel -en dat deden we dan ook- maar dat verzachtte de pijn van het afscheid niet. Het voelde alsof je een deel van je eigen leven uit zwaaide. Dat gevoel, verstandelijk gemixt met de blijdschap voor het avontuur dat hij aan wilde gaan.

In de auto op de terugweg spraken we erover. Het dubbele gevoel bij dat afscheid. Het had nog iets onwerkelijks. Iets waarvan je wist dat het waar was, maar wat je nog even niet kon geloven. Een soort van ontkenning, als in de eerste fase van een rouwproces. We relativeerden dat ook weer meteen, maar dat we allebei een beetje van ons stuk waren, konden we niet ontkennen. Een half jaar, dat was toch best wel lang. Ook al zouden we elkaar diezelfde avond, als hij in Noorwegen zijn wifi op gang had gekregen, alweer spreken of zelfs digitaal terugzien.

En zo liep het ook. Een paar uur later dan verwacht, omdat sneeuwkettingen voor kofferwieltjes bij mijn weten nog niet zijn uitgevonden, maar zeker ook omdat ‘huisnummer 11’ ook in Noorwegen niet gelijkstaat aan ‘kamer nr. 11 van huisnummer 33’. En voordat je daar achter bent, heb je toch een aantal keren de juiste straat moeten doorkruisen. Maar uiteindelijk deelde hij op 2959 km afstand zijn eerste ervaringen met ons. En met zijn zus, die de Whatsapp videogroeps-chat had geopend.

De volgende dag moest ik terugdenken aan die momenten bij de gate. Wat was het precies dat gezorgd had voor dat trieste gevoel dat ik ervaren had. Het vertrek uiteraard was de begrijpelijke aanleiding, maar er was meer. Het zat dieper. Of tenminste, ik meende dat het dieper zat en ik voelde een behoefte om dat voor mezelf te duiden. Omdat we het in de auto al over een ‘rouw-gevoel’ hadden, kwam door-associërend vrij snel de zin ‘Partir, c’est mourir un peu’ bovendrijven.

Internet is niet alleen handig voor een digitale groeps-chat. Ook franse dichters worden er snel mee gevonden. ‘Partir c’est mourir un peu’ blijkt de eerste zin van een prachtig gedicht van Edmont Haraucourt, die leefde van 1857 tot 1941. De eerste strofe gaat als volgt: Partir c’est mourir un peu, / C’est mourir à ce que l’on aime: / On laisse un peu de soi-même / En toute heure et dans tout lieu. Vrij vertaald staat dat voor: Vertrekken is een beetje sterven, / het is sterven aan wat men liefheeft / Men verliest een beetje van zichzelf / in ieder uur en op elke plek.

Een afscheid voor een half jaar is geen definitief afscheid. Gelukkig. Maar tijd is een heel relatief begrip. Laat de tijdelijkheid even achterwege en je houdt enkel afscheid over. Het afscheid aan gate B53 zou je zo ‘een beetje vertrekken’ kunnen noemen. ‘Partir un peu’. Zou het zo kunnen zijn, vraag ik me af, dat de tranen die dat al opriep mogelijk de ‘oefen-emoties’ zijn voor dat ene moment van afscheid straks? Dat ene moment -hopelijk pas over heel veel jaren- dat onherroepelijk een keer gaat komen? Dat moment waar we zo moeilijk over spreken en waar we liever niet aan denken, omdat het gaat over ‘doodgaan aan wat je liefhebt’. Afscheid van het leven.

Tranen dus. Maar zeker ook blijdschap, hoe vreemd dat misschien ook klinkt. Want als je vertrekt, dan ‘verlies je een beetje van jezelf’. Of, als ik een andere vertaling citeer: ‘We laten een beetje van onszelf achter’. Dat is voor hen die blijven. Je laat iets van jezelf achter, als je vertrekt, op welk uur en vanaf welke plek dan ook. Het gemis wordt daardoor verzacht. Voor een deel door de tijd maar voorál door wat je achterlaat. De tranen van verdriet, bij welk afscheid dan ook, zijn tegelijk tranen van geluk en dankbaarheid voor wat er is achtergelaten.

Je moet er soms wel even naar zoeken, naar wat er is achtergelaten. Maar het is er. Op elk tijdstip en overal. Op dit moment in Noorwegen en bovendien een paar straten verderop in mijn eigen dorp. En over een half jaar weer even allemaal hier bijeen. Maar voor véél later? Ach, wie weet, straks blijkt God ook gewoon Whatsapp te hebben…

Op 2 februari 2019 heb ik deze column live voorgedragen in het radioprogramma ‘Wiekentpraot’, voorafgegaan door de prachtige vertolking van Margriet Sjoerdsma en Egbert Derix van ‘First we take Manhattan’ en afgesloten met ‘We’ van Neil Diamond. Toepasselijk in velerlei opzicht.

Van harte…

Haar naam staat op de kalender. Vandaag zou mijn zus 63 jaar zijn geworden. Op 13 mei van dit jaar is het precies drie jaar geleden, dat we afscheid van haar moesten nemen. 13 mei 2016. Toen blies ze haar laatste adem uit. Ik zat naast haar bed, maar of ze dat heeft meegekregen, waag ik te betwijfelen. Doet er ook niet zo veel toe. Haar naam op de kalender maakt herinneringen los. Bij haar crematie heb ik een verhaal voorgelezen, dat haar en onze situatie -haar broers en zussen- beschrijft in het licht van dat moment. Dat verhaal maakt opnieuw de emoties voelbaar van die dagen in mei en van al die jaren die er aan vooraf gingen.

Twee zinnen, die voor Trudy zó wezenlijk waren dat ze die jarenlang bewaard heeft, staan wat mij betreft nog steeds bol van de symboliek in haar en ons leven. Het was een citaat van Maria Montessori uit 1929:

‘Het verheven wezen van het kind heeft ons geholpen om een der waarheden van het evangelie, die ons duister was gebleven, te begrijpen. Wie groot wil zijn in het koninkrijk der hemelen, die worde gelijk aan de kinderen.’

Omdat ze vandaag jarig zou zijn geweest, deel ik dit verhaal (klik hier) uit als een uitgesteld cadeautje van haar aan ons allemaal. Van harte. Pak maar, er is genoeg…

drie kaartjes3

Zoeken…

Zoeken en niet vinden
Kijken en niet zien
Het is er, maar
je vindt het niet
Mentale mist
Als rookgordijn

Stel nou
dat je gevonden wórdt
Door het simpelweg daar zijn
waar toekomst enkel heden is
Waar zon in plaats van nevel is
Van ooit geleden pijn

Zoeken wat je steeds niet vindt
En alsmaar niet kunt zien
Het is er maar je vindt het niet
Omdat je zoekt misschien…

stefano-pollio-365695-unsplash
Stefano Pollio

Blue monday…

IJskoude vrieslucht en geen wolkje aan de hemel. In de krant lees ik dat het vandaag ‘Blue monday’ is. De meest deprimerende dag van het jaar, citeer ik de krant, die verder vermeld dat het ‘een verzinsel is van de Britse psycholoog Cliff Amall’. Die bedacht een formule, waarin hij gegevens stopte over het weer, schulden en salaris, en waaruit hij vervolgens concludeerde dat de meeste mensen zich op de derde maandag in januari neerslachtig voelen.

Blauwe maandag dus vandaag. Ik kijk naar buiten, voel hoe ik me voel en schat in of ik bij ‘de meeste mensen’ hoor, of dat ik buiten die statistiek val. Meteen schiet me een zin te binnen die ik eerder las op Facebook: ‘Neem het leven niet te serieus, je overleeft het toch niet’. Dat ik daar meteen aan moet denken, terwijl ik probeer in te voelen hoe het zit met mijn ‘neerslachtigheid’, zegt dat iets? Is humor of sarcasme het rookgordijn voor neerslachtigheid?

Wel een intrigerend woord, trouwens. Neerslachtig. Het is afgeleid van het verouderde woord ‘neerslacht’, wat ‘het neerslaan’ betekent. Met de toevoeging ‘-ig’ wordt het omschreven als ‘erg somber zijnde’. Eén synoniem wordt er van gevonden: Moedeloos. Maar neerslachtigheid komt wel als synoniem terug bij een groot aantal andere trefwoorden. Droevig, lusteloos, bedrukt, droefgeestig, gedrukt, depressief, droef, mistroostig, down, somber. Elk trefwoord heeft vervolgens weer z’n eigen synoniemen. Daar gaan we.

Ja, het is nogal wat, dat je kunt zijn op deze maandag in januari. Zet je schrap: Bedroefd, beroerd, malheureus, melancholiek, naar, naargeestig, ongelukkig, smartelijk, teneergeslagen, treurig, triest, verdrietig, zwaarmoedig, lusteloos, apatisch, energieloos, futloos, hangerig, indolent, lamlendig, mat, melig, ongeanimeerd, onverschillig, passief, slap, traag, bekommerd, bezwaard, sip, stilletjes, morose, ontmoedigd, versaagd, nors, pessimistisch, stuurs, tobberig, vreugdeloos, zwartgallig, melancholisch, gedeprimeerd.

Je zou zo de neerwaartse spiraal ingezogen kunnen worden door al die triestigheid… Dus dan toch maar snel weer even naar buiten gekeken. De lucht is gelukkig nog steeds stralend blauw. Gisteren werd me de laatste kans geboden om een annuleringsverzekering af te sluiten voor ons bezoek aan Noorwegen, maart aanstaande. ‘Laatste kans’. Het stond er werkelijk bij. Alleen daarom al stootte het aanbod me af en heb ik er niet op gereageerd. Vanochtend dacht ik daar even aan terug en wist niet zeker of ik er goed aan had gedaan. Je weet tenslotte maar nooit…

Twijfel. Ik zie het niet terug bij alle synoniemen. Of angst. Terwijl heel veel misschien juist wel daarop is terug te voeren. En als dat inderdaad zo is, is het dan denkbaar dat je die angst zou kunnen loslaten? Zodat je minder hoeft te twijfelen of je je neerslachtig voelt, omdat het toevallig de derde maandag in januari is. Loslaten ook, omdat het gegeven dat je ‘het toch niet overleeft’, juist alle tijd die daaraan voorafgaat, serieus belangrijk maakt. Geen twijfel mogelijk. Ook op andere dagen in de week kan het vriezen, terwijl toch de zon schijnt.

Ik moet alleen nog even ‘indolent’ en ‘morose’ opzoeken, voordat ik vanmiddag ga hardlopen…

Portret van een morose man
Portret van een morose man (Schilder: Guercino (Giovanni Francesco Barbieri))

Wat moeten we ermee…

Maandagmorgen, anderhalf uur voordat ik weer 5 km ga hardlopen. Vanochtend op tijd opgestaan. Bakje voer gemaakt. Opgeslobberd met het krantje erbij. Daarna mailtjes gecheckt op de telefoon en wat dingetjes in huis gedaan. Ondertussen mijn gedachten laten gaan over iets dat ik in de krant gelezen had. En nu klaar om die indruk te delen. Aanleiding is een ingezonden brief uit de krant vanochtend. Ondertekend door Jan Duijf uit Horst.

Ingezonden brief Jan Duijf
Uit de Limburger van maandag 14 januari 2019

Wat me van het hart moet, gaat niet zozeer over de inhoud van die brief. Maar waar ik me telkens weer over verbaas is de blijkbaar menselijke eigenschap om datgene wat niet bevalt te willen delen. Dat, naast -en vaak gecombineerd met- de vanzelfsprekendheid waarmee zaken die welgevallig zijn geen aandacht krijgen. De kunstmanifestatie ‘Altaarnatief’, onlangs gehouden in de Lambertuskerk in Horst, en waarschijnlijk een artikel in de krant daarover, hebben Jan aangezet om in de pen te klimmen.

Zijn aandacht gaat vooral uit naar wat er niet in de kerk mocht worden getoond. Conclusie van de brief: homosexualiteit en de katholieke kerk in Horst kunnen nog steeds niet door één deur. Oké, denk ik dan. Eens, misschien. Hoewel ik denk dat het tegendeel heel vaak bewezen wordt omdat er ook homosexuele priesters zijn, die dagelijks door deuren van kerken gaan en hun werk verder prima doen, maar dat terzijde.

Wat me veel meer bezig houdt is het ontbreken van de aandacht voor wat er tijdens Altaarnatief wél door de deur van de Lambertuskerk kon. Dat waren prachtige kunstobjecten die ieder voor zich boekdelen spraken over heel veel aspekten van het leven in het algemeen en de kerk of het geloof in het bijzonder. De tuinkabouter die continu eigenwijs ‘Ík ben het licht’ door de kerk liet schallen. Of de kringen van bootjes, gemaakt van kaarsenwas, die zoveel symboliek in zich droegen, dat zelfs een pastoor uit Meerlo er een kocht. Wij trouwens ook.

Ook werk van Teun Seuren stond opgesteld in de kerk. Ik weet verder niet hoe de discussie rond de show precies gegaan is, maar ik zie het als een compromis tussen wat wel en niet kon. Niet verkeerd toch? Teun zelf is bij het opstellen van zijn kunstobjecten in de kerk in ieder geval niet bij de pakken neer gaan zitten. Integendeel, hij had zijn pakken een prominente plek gegeven, tussen de kerkbanken. Mooi om te zien en te lezen waarom ze daar stonden.

En dan de prachtige kalligrafie van Jeu van Helden. Speciaal voor die plek in de kerk bedacht en op duizenden manieren beschreven. Gemaakt in een stellage die zo mobiel was, dat al van te voren rekening was gehouden met de momenten dat de kerk weer gewoon kerk zou moeten zijn, voor een dienst of voor een uitvaart. Van te voren nagedacht over de mogelijkheden. Niet achteraf over de onmogelijkheden.

En dat is nu juist de kern van waar het volgens mij over gaat. Achteraf het negatieve benadrukken, of vooraf samen zoeken naar het positieve? Ik hoop dat ik mijn menselijke aard kan onderdrukken en dit jaar meer aandacht heb voor de tweede optie.

kyle-glenn-350542-unsplash
Foto: Kyle Glenn

Aftrap…

dsc04640Vijfhonderd aanwezigen. Misschien wel meer. Volop aandacht voor de nieuwjaarsreceptie van Horst aan de Maas, die dit jaar gecombineerd was met de aftrap van het jubileumjaar van ‘800 jaar menskracht’ in dezelfde gemeente. De ontvangst door gemeentebestuur en stichtingsbestuur van HadM800 was al hartelijk. Maar vanaf het moment dat de toegang naar de ‘theaterzaal’ in de Mèrthal was geopend, werd het welkom historisch, door de daar in twee rijen opgestelde schutterij St. Lucia. Hun vaandel getuigde trots van het oprichtingsjaar 1479. Weliswaar nog geen 800 jaar geleden, maar toch.

360 stoelen bleken veel te weinig, maar aan de staantafels achterin en langs de zijkanten van de zaal was het ook goed toeven. De geheel in sfeer ingerichte ‘theaterzaal’ beloofde veel goeds. Op het podium stond de Koninklijke Harmonie van Horst al klaar. Ik mocht hen aankondigen en toen ik het publiek vertelde dat de harmonie het Limburgs Volkslied zou gaan spelen, zag ik gouverneur Theo Bovens een beweging maken die ik interpreteerde als een non-verbale bevestiging dat hij daar staande getuige van wilde zijn. Die constatering bleek terecht en tegelijk met de gouverneur stonden alle aanwezigen op. De muziek van de harmonie werd op plekken spontaan -weliswaar niet helemaal 500-stemmig- maar toch uitgebreid van ‘bronsgroen eikenhout’ en ‘nachtegaaltjes’ voorzien.

dsc04639Na de nieuwjaarsrede van burgemeester Ina Leppink-Schuitema werden de filmbeelden van Tim Flentge vertoond. Hij had 16 kerken met een drone gefilmd en het specifieke klokgelui vanuit de torens in beeld en geluid gevangen. Indrukwekkend, hoe meteen de verschillende klanken van elk dorp, aan elkaar verbonden, een prachtig geheel vormden. Haarscherpe beelden en een eigen geluid van elk dorp, dat samengebracht in een compilatie, een prachtig harmonieus samenspel opleverde. Klik hier voor de drone-beelden

dsc04647Voorzitter van de stichting HadM800, Arie Stas, gaf woorden aan dat gevoel van eenheid en eigenheid en de relatie met verbinding en gezamenlijkheid. ‘8 eeuwen menskracht’ heeft ons gevormd tot een gemeente waarin eigenheid en eenheid juist gezamenlijkheid en verbinding versterken. Het komende jubileumjaar 2019 gaat daar vele voorbeelden van laten zien, die ieder op hun beurt weer de potentie in zich hebben om versterkend door te werken op de jaren daarna. Dromen kunnen waar worden. In de clip van Hub en Hay werd die kerngedachte op fenomenale wijze verwoord, verbeeld en muzikaal vertolkt.

dsc04648Allereerst over de verbeelding. De jonge acteurs Tijmen Geurts en Rens Gommans, die Hub van Doorne en Hay Peeters in hun jeugdjaren speelden, heb ik vóór de clip begon, op het podium gevraagd. Onvoorbereid op wat hen te wachten stond, gaven ze enthousiast gehoor aan mijn verzoek. Hun antwoorden op mijn vragen over hun bijdrage aan de clip waren ontwapenend. Het was juist hun korte uitleg van de dromen van Hub en Hay die boekdelen sprak. Want het was hetzelfde jeugdige enthousiasme dat doorklonk in hun antwoorden. Dezelfde twijfel soms, maar ook dezelfde drive waarmee zij de uitdaging aangingen om te gaan acteren. Dezelfde voortvarendheid en lef om nu ook weer op het podium te verschijnen. Al die eigenschappen moeten Hub en Hay ook hebben gehad, elk op hun eigen manier. Het publiek gisteren voelde dat ook. Het grote applaus, nog vóór de clip begon, was een pleidooi voor het nu en voor de toekomst.

Dan de clip zelf. Filmmaker Ruud Geuijen is er in geslaagd om beelden te vinden die perfect aansluiten bij de tekst van Jack Poels en de muziek van Egbert Derix. In drie minuten wordt het verhaal van Hub en Hay verweven met de tijd. De tijd van toen, maar ook de tijd van nu. Op een manier die één keer kijken en luisteren veel te weinig maakt. Daarvoor zijn de nuances in de muziek en de symboliek in de tekst te veelomvattend. Luisteren, keer op keer, en je zult merken dat wat je ziet en hoort zich één maakt met wat je bent en voelt. Klik hier voor de clip

dsc04650Gouverneur Theo Bovens was de derde spreker van de avond. Zijn bijdrage over de klok van Hay Peeters heb ik ervaren als van een uitzonderlijke klasse. Een mooiere inleiding had er niet kunnen worden gegeven aan het pronkstuk van de Lottumse klokkenmaker, die nooit klokkenmaker mocht worden, maar zijn droom na zijn pensionering toch nog gestalte had gegeven. Erik Elbers, de kleinzoon van Hay Peeters, en José Vercoulen, de dochter van Hay Peeters, moeten in de woorden van de gouverneur hun opa en vader hebben herkend. De onthulling van de klok was de kers op de taart. Het feit dat de klok een jaar lang in het gemeentehuis van Horst aan de Maas een prominente plek krijgt, is een postuum eerbetoon aan Hay Peeters. Maar tegelijk ook een oproep aan iedereen om dromen te blijven verwezenlijken. Elke minuut van de dag en alle maanden van het jaar. De klok van Hay Peeters geeft dat aan.

dsc04668De traditionele nieuwjaarsconference van Sacha van de Ven en Marc Joosten, op tekst van Ger Gubbels, vormde het afsluitende programma-ondereel. Het jaar 2018 werd op een cabareteske manier terug in de herinnering geroepen. Herhaaldelijk applaus gedurende de conference, ten teken dat ook nu weer juiste tonen werden geraakt. Het was een mooie opmaat naar de afsluitende toost, waarin alle aanwezigen elkaar het allerbeste zouden wensen voor het jubeljaar 2019. De prosecco werd uitgedeeld, maar niet nadat ik de ‘niet-prosecco-drinkers’ had geattendeerd op het speciale HadM800-bier en de speciale HadM-800 wijn, die er na afloop van het officiële deel kon worden geproefd. In de tijd die het uitdelen van prosecco aan 500 aanwezigen in beslag nam, volgde nog een allerlaatste verrassing.

dsc04677Het waren 111 kleine kunstwerkjes die net voor de toost werden onthuld, door de organisatie van de Horster Kwis. Een bonte verzameling gedetailleerde stillevens over Horstaandemaas800, maar tegelijk ook over de veelzijdigheid van Horst aan de Maas zelf. De toost, die werd uitgesproken door burgemeester Ina Leppink-Schuitema, was het startschot voor een spontane bezichtiging van zowel die kunstwerkjes, als ook van de klok van Hay Peeters. Fotografen dromden samen op die plek. Tijmen en Rens, verkleed als Hub en Hay, stonden als een soort trotse bewakers bij de klok. Flitslichten gingen af. Beelden werden vastgelegd. De klok tikte onverstoorbaar door terwijl ik Hub en Hay weer zag terugkeren als Tijmen en Rens. Klaar om hun dromen over de toekomst na te jagen, maar vooral ook genietend van het moment. Net zoals 8 eeuwen geleden zoveel mensen vóór hen dat ook hadden gedaan. Gedroomd en genoten. Het voelt goed om van zoveel menskracht gisteren en nu sprekende getuige te zijn.dsc04657

Foto’s: Hub Vermeeren

Zachte aai…

Eerste kerstdag. Het jaar 2018. Het is mijn 58e kerst. Best al een aanzienlijk aantal kerstdagen meegemaakt, realiseer ik me. Het overvalt me een beetje, hoe weinig ik me eigenlijk zo op het eerste oog nog herinner van al die verschillende momenten. Gravend in mijn geheugen verschijnen er wel beelden uit mijn kindertijd. Ik zie de hoek van de woonkamer voor me, waar bij ons altijd de kerstboom stond. Een stevige boom, waaronder heel natuurgetrouw met rotspapier een grot was nagebootst.

De grot leek uitgehakt uit een stenen berg, van waaruit de kerstboom bijna natuurlijk opsteeg, tot aan het plafond, nog net plaats overlatend voor een blinkende piek. In de boom gekleurde lampjes, bedekt met engelenhaar, waardoor er wat mystieks van uitging. Geheimzinnige spiegelingen in glanzende kerstballen en zilverkleurige druppels. Hier en daar een teer, zilveren vogeltje, dat elk moment leek weg te kunnen vliegen, ware het niet dat het was vastgeklemd aan een dennetak. Nog voel ik hoe koud en zacht hun staarten over mijn hand gleden.

Achter in de grot was een gaatje gemaakt, waar doorheen één lampje het tafereel in de grot bescheen. De beelden die elk jaar hun eigen plaats kregen, voelden zwaar en stevig in mijn kinderhanden. In de loop van de jaren meen ik mij te herinneren dat sommige beelden extra voorzichtig uit de doos moesten worden gehaald, omdat ze een jaar eerder waren gelijmd. Vooral de gipsen schaapjes bleken kwetsbaar. De drie wijzen verplaatsten zich naarmate de kerst dichterbij kwam. Iemand bij ons thuis -ik vermoed mijn moeder- volgde daarmee de logica van het kerstverhaal. Op 1e kerstdag stonden ze alledrie vlakbij de kribbe. Misschien heeft juist die trektocht menig schaapje geschaad…

Dit tafereel heeft in mijn herinnering een hele vaste plek verworven. Waarschijnlijk omdat het jaar na jaar volgens datzelfde protocol verlopen is. Heel vaag kan ik me herinneren dat we ‘s avonds thuis kwamen en dat er een kersttafellaken over de tafel lag die feestelijk gedekt was. Maar vanwege de vaagheid van die herinnering is dat zeker niet iets dat elk jaar onderdeel uitmaakte van de ceremonie. Daarvoor was onze familiesituatie in mijn kinderjaren te instabiel. Misschien wel een verklaring voor mijn selectieve geheugen.

De herinneringen aan kerst van de laatste jaren zijn echter ook vluchtig. Eten bij en met de broers en zussen, waarbij later ieders kinderen ook aansloten. Het aantal deelnemers aan die gezamenlijke maaltijd nam in de loop van de tijd door verschillende redenen af. Je zou het een natuurlijk verloop kunnen noemen. Vragen stellen daarover kan, maar antwoorden blijken lastig te vinden. Het zij zo. De kerstboom, die in mijn kindertijd altijd echt en groen was, heeft bij ons in huis nu plaatsgemaakt voor een andere indrukwekkende en creatieve variant. Mogelijk nog echter, maar totaal anders wat betreft kleur en vorm. De kerstballen en zilveren druppels zijn nog steeds wel de stilzwijgend blinkende getuigen van vroegere tijden. Mooi en verstild.

Nog steeds hangt er op twee plekken een zilveren vogeltje. Ik heb net even uitgeprobeerd of het gevoel van de staart over de rug van mijn hand nog hetzelfde is. Want hoeveel er door de jaren heen ook verandert in de beleving rondom kerst, het gevoel van die zachte aai over mijn hand blijft heel sterk. En ja, hoewel niet helemaal hetzelfde, voelt het nog steeds heel apart. Mijn huid lijkt nu wat ruwer dan toen, maar toch ontroert het gevoel me. Mijn 58e kerst verbindt zich even met allerlei momenten uit het verleden. Ik slik een traan weg, hoewel die waarschijnlijk net zo zou glanzen als de zilveren druppels in de boom. Ik zie dat de vogel naar de pieken kijkt. Ongevraagd een goede raad.

De vader, de zoon en het heilige feest

Ik werd er mee wakker, ben opgestaan en heb het als titel genoteerd. Vanavond tijdens de nachtmis -ik ga er van uit dat die gehouden wordt- klinkt ongetwijfeld de originele tegenhanger er van: In de naam van de vader, de zoon en de heilige geest. Vergezeld van een kruisteken, waarvan ik net in Wikipedia lees, dat er groepen gelovigen zijn die niet hoofd-borst-links-rechts aanhouden, maar hoofd-borst-rechts-links. Daar zal best een reden voor zijn, maar zover wil ik niet doorgooglen.

Ik lees daar wel dat er ook nog een verschil is hoe je de vingers houdt. Ons is vroeger geleerd dat je het kruisteken met de vlakke hand maakt, met de duim naar binnen gevouwen. Er zijn groepen gelovigen die het kruisteken maken met duim, wijs- en middelvinger tegen elkaar, waarmee de drie-eenheid wordt gesymboliseerd. Daarbij wordt de ringvinger en pink naar beneden gevouwen, als – ik citeer- ‘ een symbool voor de goddelijke en menselijke natuur van Christus’. En weer een andere groep strekt om dezelfde reden de ringvinger en pink. Interessant toch?

Dat wist ik allemaal nog niet toen ik vanmorgen wakker werd. Ik had alleen heel sterk het zinnetje ‘de vader, de zoon en het heilige feest’ door mijn hoofd spoken. Misschien wel omdat ik met mijn zoon gisteren de film ‘Bohemian Rhapsody’ heb gezien. Of -leuke bijkomstigheid- misschien wel omdat het idee voor het bioscoopbezoek samen met de zoon van een andere vader tot stand was gekomen. Maar het kan natuurlijk ook gewoon met de komende kerst te maken hebben en het dubbele gevoel dat ik daar altijd bij heb.

Morgen, eerste kerstdag, start ook de top-2000. Totaal losgezongen van de oorspronkelijke kerstgedachte, maar het lijkt voor veel mensen net zo’n traditie als kerst zelf. En wie zal het zeggen, misschien is het verbindende element van het van 2000 naar 1 tellen en daar samen getuige van zijn, in essentie wel vergelijkbaar met het verbindende element van het geloof? De top-2000 als een door ons zelf bedacht ‘heilig feest’ waarvan we op 31 december, op de overgang van oud naar nieuw, samen de ‘verlossing’ vieren.

Nog een overeenkomst met het geloof: niet iedereen is overtuigd van de ‘nr. 1’ en van de ‘waarheid’ die tot die keus geleid heeft. Sommigen zijn daar zelfs heel extreem in. Ik denk dat daar de kern ligt van het dubbele gevoel dat ik heb met kerst. Maar goed, de zon schijnt vandaag. Om 14.00 uur ga ik 5 km. rennen en hoe je het kruisteken ook maakt, uiteindelijk staat ‘Bohemian Rhapsody’ toch gewoon op één.

…anders zijn mag…
diogo-palhais-472890-unsplash
Diogo Palhais

…of waar het écht om gaat…nathan-anderson-384356-unsplashNathan Anderson

 

Toverbeer…

Vier uur in de middag. En nog niks op papier. Al de hele dag bezig om een begin te maken aan een nieuwe column. Thema’s liggen voor het oprapen, maar worden overspoeld door hoge golven van vrije tijd. Het zijn de dagen voor kerst. Morgenavond kerstavond, als opmaat voor eerste en tweede kerstdag. Dan al weer snel richting oud op nieuw, met als apotheose Bohemian Rhapsody om pakweg vijf voor twaalf. Daarna is het 2019.

Een nieuw begin, om maar in cliché-taal aan te sluiten op de ‘fijne feestdagen’-wensen die via alle kanalen tot mij komen. Toch weer wat kaarten via PostNL, maar nog meer wensen via Facebook en Whatsapp. Goedbedoelde filmpjes van toverende beren en van het dak glijdende kerstmannen. Zelfgemaakte fotocollages met kerstbomen en ballen en winterlandschappen. En ondertussen is het buiten grijs en miezert het.

Ik heb dat altijd voor kerst. Een wat onbestemd gevoel, omdat het ‘feestdagen’ zijn. Zalig, fijn, gezond of gelukkig moeten ze zijn, die feestdagen. Maar als iets ‘moet’, dan is mijn eerste gedachte altijd: waarom? Waarom moet dat? Van wie? Of misschien belangrijker nog: voor wie? Als we het ‘elkaar’ wensen, bedoelen we dan wel echt iedereen? Of alleen die mensen die vandaag nog kerstboodschappen doen en in de luxe positie zitten dat ze straks goede voornemens kunnen maken?

Ik dwing mezelf tot wat positievere gedachten. De uitnodiging voor de film vanavond. Het gourmetten morgenavond. Een ‘kerst-tea’ op tweede kerstdag ‘beej Mooren’. Niks menselijks is ons vreemd. Maar als we elkaar in deze tijd dan toch wat willen wensen, dan zou mijn wens zijn dat niemand meer iets te wensen zou hebben. Dat iedereen tevreden zou zijn en dat dan ‘oud’ tot in lengte van jaren hetzelfde zou blijven als ‘nieuw’.

Waar zijn de toverberen als je ze echt nodig hebt…

jules-dubost-magic-bear