Ria…

Ik zag het filmpje van iets meer dan 1 minuut. Kleindochter Lin had het opgenomen. Haar oma, die jarenlang genoten had van country- en line-dance danste in haar laatste dagen op het ritme van de muziek. De rollater ondersteunde haar en even was ze de vergevorderde Parkinson de baas. Met een ferme halt op de laatste ‘cha-cha-cha’-klank, leek ze nogmaals krachtig te bevestigen waar ze een maand eerder toe had besloten.

Twintig jaar lang had ze gevochten tegen de ziekte die meer en meer, steeds met hele kleine beetjes, toch telkens wat van haar levenslust had afgepakt. Twintig jaar lang gaf ze zich echter niet gewonnen, terwijl ze wist dat ze die strijd uiteindelijk ging verliezen. Tegelijk wist ze ook dat ze niet kon verliezen. Want zij stond zelf aan het roer. Ook al was dat roer er op het laatst in de vorm van een rollator. Hoe dan ook, zij hield het stuur in handen en bepaalde de richting.

Haar rouwbrief begon met twee zinnen: ‘Je hoeft niet zo sterk te zijn om vast te houden, maar je moet heel sterk zijn om los te laten.’ Er stonden losse woorden op de kaart die het leven van Ria typeerden. 21 karaktereigenschappen of zaken waar haar hart lag. 21 in totaal. Hoe ingrijpend de Parkinson haar leven ook had bepaald, uiteindelijk waren het eigenlijk maar twee zaken, die Ria door de Parkinson leek te hebben moeten loslaten: Dansen en country. Leek, want laat dat in haar laatste dagen nou net de twee dingen zijn die ze terugpakte op de Parkinson. Al was het maar iets meer dan 1 minuut. De Parkinson won niet. Zij won. Want zij bepaalde. En zij hield het stuur in handen.

Die kracht was wat ik ook voelde bij het gesprek met haar kinderen en haar partner. We hebben samen haar uitvaart geregeld op een manier die recht deed aan haar leven. Recht deed aan haar doorzettingsvermogen, eigenwijsheid, gezelligheid en zorgzaamheid. Haar muziek, haar liefde voor haar tuin. Haar vriendschap. Haar lach en haar droge humor. Haar familie, kinderen en kleinkinderen die al deze eigenschappen in haar herkenden, maar ook in zichzelf terugzagen. Omdat ze Ria zagen dansen.

Haar kleindochter Lin had het filmpje gemaakt. Aan tafel zat haar partner Hans. ‘Straks ben je doodmoe’, hoorde je hem zeggen. ‘Ja’, bevestigde de kleindochter en leek aanstalten te willen maken het filmen te stoppen. Maar Ria danste door. Het liedje was nog niet af. Ze danste heen en terug door de keuken. En stopte pas toen het liedje stopte. Ja, het had haar vermoeid. Maar de lach op haar gezicht liet zien wat deze korte dans voor haar betekende. En liet ook zien wat deze korte dans straks zou betekenen, als zij er niet meer zou zijn.

Tijdens de dienst hebben we dat filmpje laten zien. En iedereen zag haar lach. Terwijl de anti-Parkinsonmedicijnen via een kastje haar lichaam instroomden, bleef Ria lachen. En dansen.

Met respect (en na overleg met de familie) heb ik het onderstaande gedicht gemaakt en tijdens de dienst aan haar opgedragen. Aan Ria Hermans. Een mooi mens.

Voor Hans, Harald en Maartje en hun kinderen Dana en Kay. voor Heidi en Hans en hun kinderen Lin, Rob en Siem. Voor de familie Hermans en alle vrienden en bekenden van Ria.

Annie en Lowie…

Annie en Lowie, samen in herinnering…

Dinsdag 19 oktober mocht ik weer een dienst begeleiden. Heel speciaal om de kinderen te mogen begeleiden bij het afscheid van hun moeder. En niet alleen van hun moeder, maar ook, op een speciale manier, van hun vader. Hij is vorig jaar december in het ziekenhuis overleden aan corona. Zijn vrouw was daar niet bij, door een samenloop van omstandigheden, voornamelijk veroorzaakt door corona. De afscheidsdienst van vader was vorig jaar om die reden noodgedwongen heel beperkt van omvang.

Nu, bij haar eigen afscheid, stond de urn met de as van haar man dicht bij haar. We hebben de dienst aan hen beiden opgedragen en dat voelde heel speciaal. Zeker ook voor de familie van hem die vorig jaar niet, en nu wel aanwezig kon zijn. Het gaf de dienst als het ware een dubbele emotionele lading.

De dochters hebben me in de voorbespreking van de dienst geïnspireerd met de herinneringen aan hun moeder. Ik heb een aantal van die herinneringen in een lopende tekst mogen zetten en heb daar toen ook een gedicht bij gemaakt. Omdat afscheid van je moeder of vader een universeel thema is, heb ik die tekst en het gedicht hieronder gedeeld. Met toestemming van hun kinderen.

De cirkel is rond…

Een moeder draagt je met alle liefde 9 maanden. Ze voelt je eerste schopjes, je eerste bewegingen. Ze helpt met je eerste pasjes. Plakt pleisters op kapotte knieën en veegt je tranen af. Je bent nog  klein, met nog maar kleine zorgen. Dan groei je op en helpt je moeder je om een goede start te maken in de grote wereld.

Ze zorgt dat je goed blijft eten en behoedt je voor vallen. En als je valt, dan helpt ze je opstaan. Ze beschermt je bij keuzes en ziet je langzaam volwassen worden. Ze laat je steeds losser, maar ligt toch elke nacht nog wakker als je op stap gaat. Ze ziet je het huis uitgaan en een eigen leven opbouwen. Maar ze is er altijd als je advies nodig hebt.

Ze is er als je zelf kinderen krijgt, die je 9 maanden hebt gedragen. Ze herkent je verhalen over de eerste schopjes die je voelt. Je moeder wordt oma en de kinderen zijn weer klein. Ze helpt haar kleinkinderen bij de eerste pasjes, zoals ze het bij jou ook al deed.

En langzaam verschuift de tijd. Haar grote wereld wordt weer kleiner, terwijl de jouwe nog groeit. Je  laat je eigen kinderen steeds losser, maar ligt ‘s nachts wakker als ze op stap gaan. Zo moet je ook langzaamaan je eigen moeder loslaten. Kleine zorgen worden grote zorgen.

De dood van haar man hakt er behoorlijk in. Eet ze nog wel goed? Ze zal toch niet vallen? Je poetst ook haar tranen. Je bent voor je moeder wat zij voor jou was. Je moeder die alles wist, maar steeds meer vergeet. Je ziet je moeder het huis uit gaan en je moet haar, beetje bij beetje, steeds meer loslaten. 

In de liefdevolle omgeving van Hof te Berkel 21 kan je toch weer lachen, ook al valt het vaak niet mee en poets ik weer je tranen. Denk ik aan kapotte knieën en jouw verhalen over mijn eerste pasjes. Hoe trots je op ons was en hoe trots ik op jou ben.

Nu moeten we je definitief loslaten, maar blijf ik aan je denken. Soms voel ik dan tranen en denk aan die van jou. Maar vooral wil ik denken aan de lach om je mond. Van moeder tot moeder. De cirkel is rond.

Voor de kinderen, kleinkinderen en familie van Annie en Lowie. En voor iedereen die hen beiden gekend heeft…

Mart…

Maandag 13 september heb ik de afscheidsdienst van Mart Klaassen mogen begeleiden. Eén dag na zijn overlijden werd in hetzelfde ziekenhuis een tweeling geboren. Mart wist dat hij er twee achterkleinkinderen bij kreeg. En misschien heeft hij op de een of andere manier hun namen, Livia en Renzo, ook nog wel meegekregen. Met opa en oma verbonden voor altijd. Het gedicht, dat ik namens de kinderen en kleinkinderen schreef, verwoordt de samenloop van omstandigheden.

Voor zijn dochters Suzie en Veronique, schoonzonen Wim en Anthony, kleinkinderen Lotte, Lisan, Willem, Quinty en Maud en achterkleinkind Chloé. En voor iedereen die Mart mist.

De stiën

ge kóst um amper drage
di stiën 
dao beej ut hek

en toch
mós ie d’r kome
dí stiën
dáó
óp dié plek

wao appelbuüm gaon gruie
nag lang nao ów vertrek

die plek
die mós ut waere
ów favoriete stek

geej gruit nou 
mit dun boëmgaard mei
geft kleur 
án graas en groond

die moëie plek
heer beej de stiën
maakt aal wát waor
wer roond

Horst, 18 september 2021

—————————————–

Chrit Hoeijmakers

De steen

Je kon hem amper dragen
die steen
daar bij het hek

en toch
moest die er komen
díe steen
dáár
op díe plek

Je groeit nu
met de boomgaard mee
geeft kleur
aan gras en grond

die mooie plek
hier bij de steen
maakt al wat was
weer rond

Negen rozen…

…gezien op Stille zaterdag…

Gisteren zag ik ze weer. Ietwat verlept maar nog steeds in een mooie driehoek naast elkaar. Vorige week zondag waren ze er neer gelegd, wist ik. Negen prachtige rode rozen. De punt van de driehoek gaf de plek aan waar het om ging. 

Een dag eerder, op zaterdag, zat ik in de buurt van die plek, op een bankje. Zoals altijd genietend van de rust en de stilte. Rechts van mij, in het kleine stukje groen, viel me op dat er een heuveltje zand lag. In de landelijke omgeving met velden en akkerbouw niet echt een ongewoon beeld, maar speciaal op die plek was het toch wel opvallend. Net toen ik me begon af te vragen wat er daar toch in de grond moest komen, hoorde ik van de andere kant een auto langzaam naderen.

Het was een statige zwarte auto, die stopte ter hoogte van het heuveltje zand. Twee mannen stapten uit. We groetten elkaar en terwijl de een naar het heuveltje liep, legde de ander uit wat ze kwamen doen. Hun vader was een jaar geleden gestorven, vertelde hij. Zijn laatste wens was dat zijn as op deze mooie plek zou worden begraven. Niet alléén, maar samen met de as van zijn vrouw. Hun moeder, die -als ik het goed onthouden heb- al in 2016 overleden was.

Een van de twee broers haalde een blauw doosje uit de auto. ‘Even kijken of het past’ zei hij. ‘Morgen komen we hier met de andere broers en zussen bij elkaar, om aan de laatste wens van vader tegemoet te komen. En dan moet het natuurlijk wel goed gaan’, legde de ander uit. Zijn broer probeerde ondertussen of hun voorwerk zou voldoen voor het gebeuren een dag later. Dat bleek het geval. ‘En moeder past er prima bij’, concludeerde hij. Het blauwe doosje was van afbreekbaar materiaal, legde hij uit. Speciaal bedoeld om as van overledenen op een verantwoorde manier terug te geven aan de aarde.

Ik vond het een speciale ontmoeting, die zaterdagmiddag. De plek werd voorzichtig afgedekt met een houten plaat die met zand en een steen op zijn plaats werd gehouden. We namen afscheid en zacht zoemde de auto van me vandaan. Een dag later, zo tegen een uur of drie ‘s middags, ben ik langs dezelfde plek gefietst en zag ik de negen rozen liggen. Precies daar waar gisteren nog het heuveltje zand lag, markeerden de rozen nu de plaats waarvan ik me voorstelde dat eerder negen kinderen opnieuw afscheid hadden genomen van hun ouders. Maar niet alleen afscheid. De negen rozen wezen ook naar de plek waar twee mensen die al zo lang samen waren geweest weer bij elkaar kwamen. Behalve afscheid dus ook een soort ontmoeting. Een weerzien.

Nu, een week later op Paaszondag, denk ik er aan terug. Op de dag van de verrijzenis stel ik me voor dat de as van deze twee mensen straks, als het blauw om hen heen hen vrijlaat en teruggeeft aan de aarde, diezelfde aarde zich met hen vermengd. De aarde die hun as vervolgens laat meereizen met de wortels van de bloemen en het gras, om -eenmaal boven de aarde- het blauw van de hemel weer te zien. Een verrijzenis die zo een reis wordt, die altijd maar doorgaat. Een reis waar negen kinderen uit zijn ontstaan, die ieder met een roos verbonden blijven met de plek, waar hun ouders sinds vorige week hun reis hebben voortgezet. 

Misschien omdat ‘verrijzenis’ ook ver reizen is…

Niet voorbij…

familieberichtje in de krant
een naam die je goed kent
op slag een beeld voor ogen
nu jij er niet meer bent

je lach, je stem
de dingen die je zei
dat alles zie en hoor ik nu
en is dus niet voorbij

wat blijft is de herinnering
je lach, je stem, je zijn
ik blijf het horen en het zien
en dat verzacht de pijn

Hun afscheid…

ik zit hier voor de kerk van toen
kijk wat er is gebleven
het glas in lood
in prachtig rood
met tekst er in geschreven

die tekst die heb ik niet gezien
die dag dat wij ze misten
wel zon die scheen
door ramen heen
het gangpad en de kisten

vierkante vlakken voor de kerk
tegels van mos vergeven
hier stonden wij
bij allebei
hun afscheid van het leven

Meeleven…

heel plotseling
valt alles stil
net na
je laatste zucht

het aardse
met het hemelse
in een keer
overbrugd

zo ben je er
en zo niet meer
als strepen
in de lucht

begin wordt eind
de witte lijn
lost op
in vogelvlucht

al ben je daar
toch ben je hier
met steeds
een lijntje ingeplugd…

Troostwoorden…

Een verhaal schrijven over een afscheidsdienst waar ik bij aanwezig ben. Dat doe ik zo nu en dan. Zeker wanneer het overlijdensbericht me raakt en ik de overledene of een van de nabestaanden ken. Waar vaak vooraf en tijdens zo’n dienst condoleances worden uitgesproken, merk ik dat ik de indrukken graag achteraf pas, in alle rust en vol respect, op papier wil zetten. Als een verhaal van troost voor de nabestaanden. Maar ook een verhaal voor mezelf. Woorden van medeleven, omdat ik het afscheid mocht mee-beleven.

Het verdriet tijdens zo’n dienst raakt de aanwezigen en raakt mij. De emoties zijn hoorbaar, zichtbaar en voelbaar. De gesproken woorden, heel persoonlijk gericht aan de dierbare overledene, belichten tegelijk een universele kant van ieders bestaan. Er is herkenning. Echtheid. Ontroering. Het verdriet dat in een ieder van ons verborgen ligt, wordt er even door aangeraakt en komt aan de oppervlakte. Het uit zich in vloeibare erkenning van de eindigheid. Even. En dan gaan we weer door.

Want juist dat verdriet gaat vaak gepaard met een ode aan het leven in al zijn facetten. Dan wordt het een allesomvattende mix van emoties, die louterend werkt. Die kracht geeft om door te gaan. Die na storm en regen weer zon en warme wind laat voelen. Die ook laat zien dat het allemaal tijdgebonden is, waardoor vreugde en verdriet elkaar voortdurend zullen blijven afwisselen. Meestal onverwacht en zonder enige regelmaat, maar met de zekerheid van het moment.

Die momenten in een dienst zijn daarom zo waardevol. Leven staat nergens dichter bij de dood dan daar, bij het afscheid. Waar de een gaat, daar komen de anderen. Ze laven zich aan de herinneringen en zetten daarmee het leven voort. Het afscheid is onherroepelijk ook een welkom aan alles wat daarna komt. En daar woorden aan mogen geven, voelt als een eerbetoon aan het leven. Aan het leven van degene die er niet meer is. Een leven, dat vanaf dat moment onderdeel wordt van het leven van hen die er nog wel zijn.

Telkens weer. Steeds opnieuw. Woord voor woord.

Gedeelde beleving die zinnen verzet
Middels woorden die raken, in tranen gebed

Leven en dood in een vreedzaam ballet
Laten zout zoeter smaken, in een innig duet

Verbindt zo akkoorden, tot refrein en couplet
En dan vind je de woorden, in tranen gebed