Mart…

Maandag 13 september heb ik de afscheidsdienst van Mart Klaassen mogen begeleiden. Eén dag na zijn overlijden werd in hetzelfde ziekenhuis een tweeling geboren. Mart wist dat hij er twee achterkleinkinderen bij kreeg. En misschien heeft hij op de een of andere manier hun namen, Livia en Renzo, ook nog wel meegekregen. Met opa en oma verbonden voor altijd. Het gedicht, dat ik namens de kinderen en kleinkinderen schreef, verwoordt de samenloop van omstandigheden.

Voor zijn dochters Suzie en Veronique, schoonzonen Wim en Anthony, kleinkinderen Lotte, Lisan, Willem, Quinty en Maud en achterkleinkind Chloé. En voor iedereen die Mart mist.

De stiën

ge kóst um amper drage
di stiën 
dao beej ut hek

en toch
mós ie d’r kome
dí stiën
dáó
óp dié plek

wao appelbuüm gaon gruie
nag lang nao ów vertrek

die plek
die mós ut waere
ów favoriete stek

geej gruit nou 
mit dun boëmgaard mei
geft kleur 
án graas en groond

die moëie plek
heer beej de stiën
maakt aal wát waor
wer roond

Horst, 18 september 2021

—————————————–

Chrit Hoeijmakers

De steen

Je kon hem amper dragen
die steen
daar bij het hek

en toch
moest die er komen
díe steen
dáár
op díe plek

Je groeit nu
met de boomgaard mee
geeft kleur
aan gras en grond

die mooie plek
hier bij de steen
maakt al wat was
weer rond

Negen rozen…

…gezien op Stille zaterdag…

Gisteren zag ik ze weer. Ietwat verlept maar nog steeds in een mooie driehoek naast elkaar. Vorige week zondag waren ze er neer gelegd, wist ik. Negen prachtige rode rozen. De punt van de driehoek gaf de plek aan waar het om ging. 

Een dag eerder, op zaterdag, zat ik in de buurt van die plek, op een bankje. Zoals altijd genietend van de rust en de stilte. Rechts van mij, in het kleine stukje groen, viel me op dat er een heuveltje zand lag. In de landelijke omgeving met velden en akkerbouw niet echt een ongewoon beeld, maar speciaal op die plek was het toch wel opvallend. Net toen ik me begon af te vragen wat er daar toch in de grond moest komen, hoorde ik van de andere kant een auto langzaam naderen.

Het was een statige zwarte auto, die stopte ter hoogte van het heuveltje zand. Twee mannen stapten uit. We groetten elkaar en terwijl de een naar het heuveltje liep, legde de ander uit wat ze kwamen doen. Hun vader was een jaar geleden gestorven, vertelde hij. Zijn laatste wens was dat zijn as op deze mooie plek zou worden begraven. Niet alléén, maar samen met de as van zijn vrouw. Hun moeder, die -als ik het goed onthouden heb- al in 2016 overleden was.

Een van de twee broers haalde een blauw doosje uit de auto. ‘Even kijken of het past’ zei hij. ‘Morgen komen we hier met de andere broers en zussen bij elkaar, om aan de laatste wens van vader tegemoet te komen. En dan moet het natuurlijk wel goed gaan’, legde de ander uit. Zijn broer probeerde ondertussen of hun voorwerk zou voldoen voor het gebeuren een dag later. Dat bleek het geval. ‘En moeder past er prima bij’, concludeerde hij. Het blauwe doosje was van afbreekbaar materiaal, legde hij uit. Speciaal bedoeld om as van overledenen op een verantwoorde manier terug te geven aan de aarde.

Ik vond het een speciale ontmoeting, die zaterdagmiddag. De plek werd voorzichtig afgedekt met een houten plaat die met zand en een steen op zijn plaats werd gehouden. We namen afscheid en zacht zoemde de auto van me vandaan. Een dag later, zo tegen een uur of drie ‘s middags, ben ik langs dezelfde plek gefietst en zag ik de negen rozen liggen. Precies daar waar gisteren nog het heuveltje zand lag, markeerden de rozen nu de plaats waarvan ik me voorstelde dat eerder negen kinderen opnieuw afscheid hadden genomen van hun ouders. Maar niet alleen afscheid. De negen rozen wezen ook naar de plek waar twee mensen die al zo lang samen waren geweest weer bij elkaar kwamen. Behalve afscheid dus ook een soort ontmoeting. Een weerzien.

Nu, een week later op Paaszondag, denk ik er aan terug. Op de dag van de verrijzenis stel ik me voor dat de as van deze twee mensen straks, als het blauw om hen heen hen vrijlaat en teruggeeft aan de aarde, diezelfde aarde zich met hen vermengd. De aarde die hun as vervolgens laat meereizen met de wortels van de bloemen en het gras, om -eenmaal boven de aarde- het blauw van de hemel weer te zien. Een verrijzenis die zo een reis wordt, die altijd maar doorgaat. Een reis waar negen kinderen uit zijn ontstaan, die ieder met een roos verbonden blijven met de plek, waar hun ouders sinds vorige week hun reis hebben voortgezet. 

Misschien omdat ‘verrijzenis’ ook ver reizen is…

Hun afscheid…

ik zit hier voor de kerk van toen
kijk wat er is gebleven
het glas in lood
in prachtig rood
met tekst er in geschreven

die tekst die heb ik niet gezien
die dag dat wij ze misten
wel zon die scheen
door ramen heen
het gangpad en de kisten

vierkante vlakken voor de kerk
tegels van mos vergeven
hier stonden wij
bij allebei
hun afscheid van het leven

Troostwoorden…

Een verhaal schrijven over een afscheidsdienst waar ik bij aanwezig ben. Dat doe ik zo nu en dan. Zeker wanneer het overlijdensbericht me raakt en ik de overledene of een van de nabestaanden ken. Waar vaak vooraf en tijdens zo’n dienst condoleances worden uitgesproken, merk ik dat ik de indrukken graag achteraf pas, in alle rust en vol respect, op papier wil zetten. Als een verhaal van troost voor de nabestaanden. Maar ook een verhaal voor mezelf. Woorden van medeleven, omdat ik het afscheid mocht mee-beleven.

Het verdriet tijdens zo’n dienst raakt de aanwezigen en raakt mij. De emoties zijn hoorbaar, zichtbaar en voelbaar. De gesproken woorden, heel persoonlijk gericht aan de dierbare overledene, belichten tegelijk een universele kant van ieders bestaan. Er is herkenning. Echtheid. Ontroering. Het verdriet dat in een ieder van ons verborgen ligt, wordt er even door aangeraakt en komt aan de oppervlakte. Het uit zich in vloeibare erkenning van de eindigheid. Even. En dan gaan we weer door.

Want juist dat verdriet gaat vaak gepaard met een ode aan het leven in al zijn facetten. Dan wordt het een allesomvattende mix van emoties, die louterend werkt. Die kracht geeft om door te gaan. Die na storm en regen weer zon en warme wind laat voelen. Die ook laat zien dat het allemaal tijdgebonden is, waardoor vreugde en verdriet elkaar voortdurend zullen blijven afwisselen. Meestal onverwacht en zonder enige regelmaat, maar met de zekerheid van het moment.

Die momenten in een dienst zijn daarom zo waardevol. Leven staat nergens dichter bij de dood dan daar, bij het afscheid. Waar de een gaat, daar komen de anderen. Ze laven zich aan de herinneringen en zetten daarmee het leven voort. Het afscheid is onherroepelijk ook een welkom aan alles wat daarna komt. En daar woorden aan mogen geven, voelt als een eerbetoon aan het leven. Aan het leven van degene die er niet meer is. Een leven, dat vanaf dat moment onderdeel wordt van het leven van hen die er nog wel zijn.

Telkens weer. Steeds opnieuw. Woord voor woord.

Gedeelde beleving die zinnen verzet
Middels woorden die raken, in tranen gebed

Leven en dood in een vreedzaam ballet
Laten zout zoeter smaken, in een innig duet

Verbindt zo akkoorden, tot refrein en couplet
En dan vind je de woorden, in tranen gebed

Jurgen

Er stond een Munckhof-touringcar te wachten bij de Mèrthal. Voor Pinkpopgangers las ik toen ik er aan voorbij liep. Daar zou Jurgen ongetwijfeld veel liever zijn ingestapt, was mijn eerste gedachte. Maar zo was het niet. Hij moest in de Mèrthal zijn. Voor het laatst. Zijn overlijdensbericht, een paar dagen eerder in het weekblad, sprong er uit door de blauwe lucht in de achtergrond.

Dat die lucht niet altijd blauw is, was vanochtend tijdens de openingswoorden van Lucie Geurts in de Mèrthal te horen. De wind van buiten wilde naar binnen leek het, op hetzelfde moment dat Jurgen naar binnen werd begeleid. Zijn vrouw, Jacqueline, en hun kinderen liepen naast de witte kist. Ze droegen Jurgen naar zijn plek op het podium. ‘Heaven rocks‘ las ik op de kist. Met drie kruisjes en de naam Jacq.

Diezelfde Jacq stond als eerste naast Jurgen op het podium. Haar woorden beschreven hun gezamenlijke levensverhaal. Hoe ze elkaar hadden ontmoet, hoe ze samen het leven hadden omarmd en hoe zeer ze dat ging missen. Dat ze daar stond ‘was niks voor haar’, zo was ze haar verhaal begonnen. Maar de kracht van elk woord en elke zin was nadrukkelijk aanwezig. De wind was het met haar eens.

Misschien was dat wel de ‘papa-lucht’, zoals zijn dochter Liv dat in haar persoonlijke boodschap aan haar vader beschreef. Een strakblauwe lucht was voor haar vader en haar meestal het teken geweest om van de zon te gaan genieten. En zo’n helderblauwe hemel hadden ze ‘papa-lucht’ gedoopt. Haar woorden en die van haar twee broers Max en Sid kregen spontaan applaus van de vele aanwezigen. In de stilte daarna hoorde je opnieuw de wind. Papa-lucht?

Mooi om in de herinneringen van Max en Sid zo duidelijk hun vader terug te horen. ‘Waat flikte geej meej nouw’ waren zijn eerste woorden geweest toen Max hem verteld had dat hij op jongens viel. Meteen gevolgd door: ‘Wette jông, geej môt doon wao geej gelukkig vaan werd’. En dan Sid, die in zijn jeugd blijkbaar vaker de confrontatie met zijn vader was aangegaan. Misschien wel juist omdat hij in zoveel opzichten op hem leek. Ze waren sterk, Max, Sid en Liv. Met Jacq. Bij Jurgen.

Het was te vroeg. En het was oneerlijk. Maar het was zoals het was. Zijn vriend Hans Lenssen las een persoonlijke brief voor waaruit hun diepe vriendschap bleek. Wat vaak niet of te weinig was uitgesproken, benoemde Hans nu met nadruk, met een voorbeeld uit het verleden, bij de Stones op Pinkpop. Ook muzikaal werd die vriendschap bekrachtigd. De band Karloff, waar Jurgen vroeger deel van uitmaakte, legde de wind in de Mèrthal even het zwijgen op.

Wiel, de oudste broer van Jurgen, kon zich nog de dag van diens geboorte herinneren. Ook uit zijn verhaal klonk de vanzelfsprekende liefde. Liefde die meestal niet in woorden werd uitgedrukt, maar er gewoon was, in het er voor elkaar zijn. In het samen delen van het leven. In liefde en in vriendschap. Ieder op z’n eigen manier. In wonen, werk en welzijn. De emotie in het verhaal van Albert Vermeulen, Jurgens werkgever en vriend, was tekenend. Vriendschap. Door weer en wind.

Woorden die niet gesproken werden, klonken door in de muziek. Karloff speelde als afscheid het favoriete nummer van Jurgen: ‘Heaven rocks’. Dezelfde woorden op de witte kist leken mee te bewegen op het ritmische meeklappen van nagenoeg alle aanwezigen. Daarna kon iedereen persoonlijk afscheid nemen om vervolgens aan het laatste verzoek van Jurgen gehoor te geven: ‘een flesje Grolsch heffen op het leven’.

En dat deden er veel. Het geluid van tegen elkaar klinkende groene flessen klonk bijna net zo ritmisch als het klappen van een paar minuten eerder. Je voelde en zag de ontroering. En die werd mogelijk nog groter toen de familie zelf ook aanschoof, mét de witte kist in hun midden. Jurgen was er bij. Zijn laatste feestje, dat hij graag had willen missen, maar waarbij hij van het begin tot het eind zo nadrukkelijk aanwezig was.

Buiten waaide het nog. De wind duwde wat grijze wolken opzij om het blauw te laten zien. In het gedachtenisprentje las ik de woorden van Sid: ‘Aas iets liefs oow verlut, blieft de liefde oaver. Op 4 juni ziede weggevloage…’. Gedragen door de wind, op weg naar de zon. Lekker liggend in de lucht. ‘Papa-lucht’… Blauw met hier en daar een witte wolk.

Ook op Pinkpop, zag ik ‘s middags in een filmpje. Er is niet altijd een Munckhof-bus nodig om ergens te komen… Jurgen was erbij. Daar en hier. En dat zal zo blijven. Proost!

 

Voor Jacqueline, Max en Freek, Sid en Anne-Fleur, Liv

Jurgen Spreeuwenberg

Nel

Altijd als ik haar tegenkwam, was er die vriendelijke glimlach. Een glimlach die helemaal van binnen kwam. Een glimlach, die misschien wel juist om die reden, ook daadwerkelijk bij je binnenkwam. En nu, op haar gedachtenisprentje, lacht ze iedereen weer toe. ‘Wish you were here’ van Pink Floyd was het openingslied bij de afscheidsdienst van Nel. Een gezongen wens die in zekere zin ook werkelijkheid was. Want in gedachten was ze er bij. Bij Joop, bij Bernie en Joep, bij Kees en bij heel veel anderen. Heel veel..

Mooie woorden werden er gesproken. Door Ron, die de dienst leidde. Hij vertelde over het gesprek met Joop. ‘Goh, Joop, bij Nel was het glas dus nooit halfleeg, maar altijd halfvol?’ En dat Joop’s stellige antwoord daarop was geweest, dat het glas van Nel altijd juist boordevol was gebleven. Ondanks haar ziekte, was zij in staat geweest om altijd vol van het leven te genieten. Haar positiviteit won het heel lang van de realiteit. Haar glimlach bleef haar kracht. Tot op het eind.

Het was een kracht, die haar dochter Bernie letterlijk in haar toespraak benoemde. Een kracht, die Nel ook had doorgegeven aan haar, vertelde ze. Het was de kracht van de liefde, die verbindend werkt. Hoe verbindend, werd duidelijk toen Bernie alle aanwezigen vroeg om te gaan staan. Daarna vroeg ze met een met tranen gevulde, maar zeer vastberaden stem of iedereen elkaar eens goed wilde vasthouden. Wilde omarmen. Iedereen ervoer de kracht die Bernie bedoelde. De kracht, die Nel haar had doorgegeven. De kracht van het er voor elkaar zijn.

Ik weet niet of buiten de aula alle aanwezigen ook gehoor gaven aan het verzoek van Bernie. Wel weet ik bijna zeker dat ze het minutenlange applaus gehoord hebben, dat er daarna vanuit de aula klonk. En waarschijnlijk hebben ze op de schermen ook gezien hoe Joop zijn dochter na haar prachtige toespraak innig omarmde. Ik kon door mijn eigen tranen van ontroering niet zien of Joep en Kees haar ook omarmden, maar ik vermoed van wel. Nel verbond hen en ze verbond ons.

Nog meer mooie muziek, foto’s en herinneringen werden gedeeld. Op het einde van de dienst bleek pas echt hoeveel mensen naar de afscheidsdienst waren gekomen. De stoet mensen die toen pas de aula binnenkwam om Nel de laatste eer te bewijzen, leek eindeloos. Jong en oud schuifelden aan Nel voorbij. Ieder met een eigen verbondenheid met haar of met Joop, Bernie, Joep of Kees. En daardoor ook in verbinding met elkaar. Juist op dat moment van afscheid, toch weer samen op weg naar de toekomst. Bewuster van de kracht van het leven, ook na de dood.

‘How i wish you were here’. Ik herinnerde me de hoes van de lp en zag in gedachten de doorzichtige oranje sjaal die door de wind, tussen bomen door, over een grasveld werd geblazen. Het schemerde al, toen ik naar buiten liep. Tussen de bomen van Boschhuizen door, liep ik over de kasseienpaadjes, naar waar mijn auto geparkeerd stond. Tussen de stenen groeide hier en daar het gras. Met de klanken van ‘Wish you were here’ nog in mijn hoofd, wist ik ineens van wie die doorzichtige oranje sjaal wel eens zou kunnen zijn. Van Nel en daarom sinds vandaag van iedereen. Op het kaartje zag ik Nel’s glimlach…

Nel
Voor Joop, Bernie en Joep, Kees
en voor iedereen die de glimlach van Nel van binnen voelt

Clara

De uitvaartdienst was plechtig. Latijnse gezangen vulden de Lambertuskerk. Helder wit zonlicht werd kleurrijk gebroken door het gebrandschilderde glas. Het gaf de vele bloemen bij haar kist nog meer kleur. ‘Clara hield van bloemen’ was de laatste zin in de rouwadvertentie en dat hadden veel mensen zich ter harte genomen. De zon speelde met de kleuren. Rood werd nog wat warmer en het groen nog wat feller.

Herinneringen werden voorgelezen. Paul, haar zoon, en Tim, haar man, vertelden over Claar. Over hoe sterk ze was ondanks haar twijfel en over hoe ze elkaar tot steun waren. Over het afscheid, dat wat haar betrof eigenlijk geen afscheid had moeten zijn. Ze was er nog niet klaar voor. Had nog zoveel plannen. Ook dat kwam naar voren, uit de woorden die werden gesproken. Het waren namelijk veelal de woorden van Claar zelf. Het was alsof ze ons allemaal nog een laatste keer van hele goede adviezen wilde voorzien.

clara prentje
De foto op het gedachtenisprentje van Claar van Lieshout

‘Weet je wat het is:’… Daar begon haar gedachtenisprentje mee. Ik herkende de zin en het korte verhaal dat volgde, omdat haar man Tim die woorden bij aanvang van de dienst met ons gedeeld had. Hij had Claar zo al laten spreken. Toen ik haar woorden terug las, hoorde ik haar als het ware zelf vertellen. Wijs. Belezen. Ze vertelde over haar herinneringen, haar twee kinderen, ja, eigenlijk over haar leven in al zijn facetten. Beschouwend, kernachtig maar vooral ook verdrietig omdat de rauwe werkelijkheid op het laatst de kleuren zo grauw gemaakt had.

En toch. Ondanks de pijn en het verdriet lees ik ook haar zin: ‘Ik kan er met vreugde op terugkijken’. Ik hoor haar dochter Evelyn in het slotwoord zeggen, dat ze tot op het laatst de hand van Claar heeft vastgehouden. Ze voelde dezelfde onzekerheid die ook Claar had gevoeld over wat het betekent om los te moeten laten. En toch, vertelde Evelyn, heeft ze haar moeder toegefluisterd dát ze los mocht laten. Puur en alleen omdat ze los móest laten. Maar wetende dat wat er geschreven is en wat er herinnerd wordt op den duur weer alles zal verbinden.

Ik ben de kerk uitgelopen aan de kant van de Bruna. Dat tweede huis van Claar, waar ze haar ziel en zaligheid in had gestopt. Waar Vera werkte, die gedurende het ziekteproces van Claar, zo vaak lief en leed met Claar had gedeeld. Het personeel van die boekhandel is met Claar en haar familie in de rouwstoet mee gewandeld naar het kerkhof, samen met vrienden en bekenden. Onder een helderblauwe lucht en stralende zon.

Bruna, bij de Lambertuskerk
…de kerk uitgewandeld, langs de Bruna

‘Weet je wat het is: ‘… Dat schreef Claar op 11 december 2018. Vanochtend maakte zij me deelgenoot van haar verhaal, via Tim, Paul en Evelyn. Een verhaal dat op deze dag lijkt te worden afgesloten, maar dat in zekere zin juist nu een vervolg krijgt. Een stukje van dat nieuwe hoofdstuk proef ik in het kopje thee op het terras. Ik zie het verhaal in de mensen die voorbij wandelen. Ik voel het in de warmte van de zon. En ik voel en hoor het als Pip me een arm geeft en we samen pratend weer langs de Bruna lopen. Alles is even één. Omdat het vanochtend door Clara zo helder is verteld. Via Tim, Paul en Evelyn.

Dus voor hen. En voor allen die Claar hebben gekend. Met dank.

boekpresentatie Bruna
Mede dankzij Claar mochten Egbert Derix en ik een paar jaar geleden onze boeken presenteren bij Bruna Horst. Een mooie, muzikale en literaire happening.