Iemand heeft wortels gepoot, vlakbij het bankje onder de tweehonderd jaar oude eik. En het lijkt alsof er nog een ander gewas tussen de wortels is uitgezaaid. Mogelijk vanwege een goed doordachte en verantwoorde ecologische reden. Dat zou wel passen bij deze plek die traditie ademt en eeuwenoude ervaring uitstraalt.
Ik ben geen tuinder en ik kan het dus heel goed mis hebben. Voor het zelfde geld is het allemaal onkruid dat nog net iets weliger tiert dan de wortels. Maar het zet me wel aan het denken. Als het bewust bij elkaar is gezaaid, dan is dat een mooie metafoor van hoe er naast elkaar geleefd kan worden. Sterker nog, hoe twee verschillende soorten elkaar kunnen helpen om zich allebei verder te ontwikkelen.
Zelfs als het wel onkruid is tussen de wortels, dan nog zou je daar een diepere boodschap uit kunnen halen. Het naast elkaar leven gaat nog steeds op, want beide planten staan er frisgroen bij. De wortels lijken in rijtjes te staan, voor zover ik dat vanaf mijn bankje kan beoordelen. De andere planten -onkruid of niet- hebben daartussen nog ruimte gevonden. Naast elkaar leven én elkaar de ruimte gegeven.
Volgens een aantal weerapps wordt het de heetste 2e juni ooit. Ik heb ergens het jaartal 1947 voorbij zien komen, toen het op 2 juni 29,5 graden was. Als het vandaag warmer wordt, dan hebben we een record te pakken. De heetste 2e juni ooit gemeten. Zou iemand vandaag de wortels water komen geven, vraag ik me af? Want sinds 1947 hebben worteltjes het nog nooit zo heet gehad op deze dag.
Ik voel de neiging opkomen om één worteltje uit de grond te trekken. Nieuwsgierig naar hoe ver ze al zijn. Ik weet van vroeger dat je dat voorzichtig moet doen want anders heb je het groene loof in je handen en blijft de wortel eigenwijs in de grond achter. Ik doe het toch maar niet. Ik wil de jonge wortel en mijzelf niet teleur stellen.
Laat ik het houden op de boodschap die wortels en andere planten mij deze ochtend hebben ingefluisterd, onder de tweehonderd jaar oude eik. Groei naast elkaar en geef elkaar de ruimte. Deel het water, mocht je dat op de heetste dag van je leven gegeven worden. Leen de schaduw van de zon en deel de koelte van de wind. Waar je ook geworteld bent, gun dat ook de ander. Groei samen!
Nog elke morgen word ik wakker met een liedje van ‘Tommy’ in mijn hoofd. Vandaag een week geleden was de eerste uitvoering. In de zaal zaten 600 mensen in afwachting van wat ging komen. Een dag later weer 600 bezoekers en op zondag, bij de laatste uitvoering, opnieuw volle bak. ‘Tommy in ’t plat’ was lang van te voren uitverkocht. En de mensen kregen waar voor hun geld.
Het succes was de optelsom van het enthousiasme van de initiatiefnemers, de klasse van alle muzikanten en solisten, de krachtige visuele effecten tijdens de show en de puike dialektvertaling van alle originele engelstalige teksten. En ook al waren die dialektteksten zo nu en dan minder goed verstaanbaar, toch leverde het geheel een oog- en oorstrelend samenspel op. Het was genieten vanaf de plaats waar ik zat.
Ik had elke voorstelling de beste plaats. Rechts op de bühne stond namelijk een fauteuil, van waaruit ik op verschillende momenten de rode draad van het verhaal -in dialekt!- aan het publiek mocht verduidelijken. Een prettige taak, ook omdat ik daarmee drie avonden achter elkaar getuige kon zijn van al het moois dat er werd geboden. En die kwaliteit kwam binnen. Drie keer overtuigend en met volle kracht. Heerlijk!
Daarom word ik nog elke morgen plezierig wakker met een nummer van de rockopera in mijn hoofd! Een fijne bijkomstigheid die voor mij het bewijs is dat ‘Tommy in ’t plat’ van een hoogstaande kwaliteit was. Gelukkig zijn er opnames van gemaakt. Zowel geluids- als video-opnames. Op L1-radio wordt de dialektversie van Tommy binnenkort (Pinksteren?) in zijn geheel uitgezonden. En volgens mij komen er beelden van zowel de ‘making of’, de repetities alsook van de uitvoering op DVD.
Daar kijk ik naar uit. Om zo nóg een keer getuige te kunnen zijn van die momenten waar ik het afgelopen weekend zo van genoten heb. En voor de muzikanten en solisten op de bühne eigenlijk pas de eerste keer dat ze zelf zien waar 1800 mensen zo enthousiast over waren. Net als ik. Enthousiast, omdat de klik die er was tussen alle muzikaal betrokkenen aanstekelijk werkte voor iedereen die er naar keek en luisterde.
Drie avonden een uitverkocht huis en drie avonden een staande ovatie. Een terechte beloning voor de inzet van velen. ‘Ontmoeten’, ‘verbinden’ en ‘verrassen’. Dat zijn de drie dragende elementen’ van het herdenkingsjaar rondom het 800-jarige bestaan van Horst aan de Maas. Drie kenmerken die met de rockopera ‘Tommy in ’t plat’ op alle denkbare manieren eer werden aangedaan.
1800 toeschouwers lieten zich verrassen en voelden zich verbonden bij de ontmoeting met -en hier komen ze- Joep, Josien, Renée, Roy, Tina, Marc J., Marc A., Petri, Lennart, Jan, Maikel, Eva en Sandra. De rockbandleden Philippe, Richard, John, Joris. Tel daarbij alle leden van de koninklijke harmonie van Horst op, onder leiding van Geert Mooren, Pepijn die de visuals verzorgde en Jesse Passenier, die de arrangementen schreef. Samen met Wim en Ger die de dialektvertaling maakten en de muzikant op de contrabas, waarvan ik nu even de naam niet weet.
Vanaf deze plek een hele, hele diepe buiging voor jullie allemaal en een tweede buiging voor alle mensen achter de schermen die jullie daarbij geholpen hebben. Top, top top. Niet vreemd dat er nu opnieuw een liedje in mijn hoofd klinkt: De titel? Sensatie!
PS De mooie foto’s zijn van Marcel Hakvoort
PS 2 De contrabassist heet Arthur Geurts (dank je Roy!)
‘Zoek de zon zij’. Vier woorden die de moeder van mijn vrouw in de vorige eeuw op een schaal geschreven heeft. Vlakbij schilderde haar vader een zon om die woorden kracht bij te zetten. Onder de zon schilderden haar beide ouders samen nog een landelijk tafereeltje. Toen ze daarmee klaar waren, tekenden ze op een tweede schaal nog een andere situatie uit hun gezamenlijke herinnering. Beide schalen zijn daarna afgebakken door een keramiste, niet geheel toevallig ook de zus van mijn vrouw. De schalen waren namelijk bedoeld als huwelijkscadeau van hun ouders voor ons.
We kregen de schalen op onze trouwdag in 1991. Ik herinner me de ontroering van mijn vrouw toen de eerste schaal uit de verpakking kwam en ze de tekeningen van haar ouders daar op herkende. Die ontroering mondde uit in tranen toen op de tweede schaal heel prominent de spreuk ‘Zoek de zon zij’ te zien was. De gele zon en daaronder het leven, getekend in al zijn pracht en eenvoud. Haar moeder, die bescheiden het uitpak-ritueel had gevolgd, herkende de ontroering en in de omhelzing vermengden zich hun tranen.
28 jaar geleden is dat nu. De schalen zijn er nog steeds. Dat de spreuk toen zoveel losmaakte, kwam ook omdat die jaren eerder al onderdeel uitmaakte van het poezieversje dat haar moeder in mijn vrouw’s eerste poeziealbum had geschreven. Dat was in haar vroege kindertijd. Het versje eindigde met de regel: ‘Kindlief, zoek de zonnezij’.
In de schalen waren die jaren van ouder en kind liefdevol ingebakken. ‘Zoek de zon zij’. Het waren de woorden die haar ouders ons meegaven op onze levensreis. Misschien wel omdat hún ouders, een generatie eerder, dat ook hadden gedaan.
En nu sta ik hier. Een paar dagen geleden heb ik de schalen weer eens opgepoetst. ‘Zon’ is het thema van deze herdenkingsdienst en in de voorbereiding van dit verhaal, dacht ik aan de schalen en aan de spreuk die ons als levenswijsheid cadeau was gedaan. De moeder van mijn vrouw heeft die zonnezij op haar eigen manier al opgezocht en gevonden. De tekening van haar leven was in 2011 helemaal voltooid. Vijf jaar later dan haar man, die in 2006 zijn reis naar de zon en de sterren al was begonnen. Mijn ouders hebben hen daar bij aankomst misschien wel welkom geheten, omdat zij al in 1979 en 1994 afscheid namen. En nog helemaal niet zo lang geleden, in 2016, vertrok mijn zus voor haar laatste reis, nadat ze kort daarvoor in Hospice Doevenbos te gast was.
U allen bent hier, omdat u in het afgelopen half jaar soortgelijke ervaringen heeft gehad. Uw ouders, uw broer of zus of een ander familielid of kennis heeft afscheid genomen. Op weg naar een plek, waar wij nog geen weet van hebben. In ieder geval een plek in uw hart en, wie weet, ook een plek dichtbij de zon. Als het verdriet over hun vertrek langzaam plaats maakt voor het besef dat uiteindelijk iedereen zijn of haar bestemming zal vinden, dan worden regendagen vanzelf weer zonnig. Geef het tijd.
Want na regen komt weer zonneschijn. Iedereen weet het, maar we staan er misschien niet altijd bij stil. Op de schaal is de zon tussen de wolken getekend. Soms drijven de wolken voor de zon. Toch ligt het er maar net aan vanuit welke kant je er naar kijkt. Vanaf beneden bedekken grijze wolken vaak de zon. Maar bezie je het van boven, dan staat de zon onmiskenbaar vooraan. De diepere zin van de spreuk ‘Zoek de zon zij’ ligt dan ook in de dubbele betekenis ervan. Ten eerste omdat die refereert aan een plek, waar de mensen waarvan we afscheid moesten nemen, misschien wel hun warme hemel hebben gevonden. En in praktische zin is het een houvast voor ons, om na alle verdrietige gebeurtenissen en donkere wolken, toch telkens weer op zoek te gaan naar de zonnezij van het leven.
Dat wens ik u allemaal toe. Indachtig de spreuk op de schaal, 28 jaar geleden opgeschreven en jaren daarvoor al in een poezieversje verwoord. Met die éne zin wil ik dit verhaal dan ook besluiten. Voor hén, én voor u: Kindlief, zoek de zonnezij!
22 graden. Eerste warme dag sinds weken voor mijn gevoel, dus goed moment om weer onder de 200-jarige eik wat gedachten op papier te zetten. Het is drie uur in de middag en ik denk aan vanochtend. Een liedje van Nicole uit 1982 zoemt nog steeds door mijn hoofd. Vanochtend op Hof te Berkel een klein uur ge-orgeld en gezongen met de bewoners. Het was in een besloten woongroep op de eerste etage, maar van een woongroep op de begane grond waren ook twee dames aanwezig. Ik trof hen al in de lift.
Op één zat men er klaar voor. De twee dames van beneden mengden zich moeiteloos in het gezelschap aan tafel. Eén van de twee zong al voordat ik me met mijn buikorgel goed en wel geïnstalleerd had. En daarna bleef ze zo goed als bijna alle liedjes meezingen. Links van mij lag een mevrouw in een bed. Ik denk dat het haar man was die naast haar aan haar bed zat. Liefdevol lepelde hij voorzichtig steeds wat eten naar haar mond.
De bewoners aan tafel kregen allemaal een advocaatje met slagroom voor gezet. En ondertussen werd de muziek en elk liedje dankbaar in ontvangst genomen. Het voelde goed. Zelfs de mevrouw in bed bewoog bij een aantal liedjes haar lippen ritmisch mee. Ook voor haar werd een advocaatje met slagroom klaargemaakt. Dankzij haar man genoot ze daar zichtbaar van.
Hoe zou die situatie bij ons straks zijn? Het schoot door mijn hoofd, terwijl ik het liedje ‘Ein bisschen Frieden’ van Nicole speelde en zong. Ik keek naar het aandoenlijke tafereel van de man die zijn vrouw lepeltje voor lepeltje liet genieten van een advocaatje met slagroom. Een fase in een mensenleven, realiseerde ik me, die ik nu als zingende toeschouwer gadesloeg, maar ook een fase die -wie weet- over hopelijk pas een groot aantal jaren ook mijn eigen situatie zou kunnen zijn. Of misschien zat ik dan wel aan tafel, mee te zingen. Verrast en in verwondering genietend van het moment.
‘Is ie d’r al?’, hoorde ik de man aan de begeleidster van de woongroep vragen. Er was een taxi besteld, waarmee hij hoogstwaarschijnlijk naar huis zou worden gereden. Naar het huis waar zijn vrouw het grootste deel van haar leven ook had gewoond, bedacht ik. Ik probeerde me een voorstelling te maken hoe dat was. Je partner telkens opnieuw te moeten achterlaten. Weliswaar in de vertrouwde handen van de zorg, maar toch. Door leeftijd en aftakeling noodgedwongen van elkaar gescheiden. ‘…und dass die Menschen nicht so oft weinen’ hoorde ik mezelf zingen…
Hij stond op toen de taxi er was, nam afscheid van zijn vrouw en liep, ietwat verstijfd van het zitten, voorbij aan de nog steeds blij zingende mevrouw van de begane grond. Hij groette iedereen vriendelijk, zette zijn gevlochten strohoed op en vertrok. Net als ik, na mijn afsluitende liedje. Zonder strohoed, maar met een lieve glimlach als cadeau, van de mevrouw in het bed. ‘Hoie wah’ zei ze.
In mezelf neuriend ben ik naar huis gewandeld. ‘Ein bisschen Frieden, ein bisschen Liebe’, heeft die middag nog een hele tijd door mijn hoofd geklonken. En nu het hier allemaal op papier staat, zwelt het weer een beetje aan…
(1982) Ein Bisschen Frieden – Nicole
Wie eine Blume am Winter beginnt
Und so wie ein Feuer im eisigen Wind
Wie eine Puppe, die keiner mehr mag
Fühl’ ich mich am manchem Tag
Dann seh’ ich die Wolken, die über uns sind
Und höre die Schreie der Vögel im Wind
Ich singe aus Angst im Dunkel mein Lied
Und hoffe, dass nichts geschieht
Over iets meer dan een uur zijn de meesten van ons twee minuten stil. Dodenherdenking, samengebald in twee minuten zwijgzaamheid. Stil zijn en er bij stil staan dat vrijheid en vrede niet vanzelfsprekend zijn. Dit jaar en volgend jaar is het 75 jaar geleden dat Nederland in zijn geheel bevrijd werd. 2019 is ook het jaar dat het algemeen kiesrecht 100 jaar bestaat. Ook daar is strijd voor gevoerd, met name door arbeiders en vrouwen.
Ik haal die informatie uit de jaarthematekst van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, dit jaar geschreven door tweede kamer voorzitter Khadija Arib. De titel van haar tekst: ‘Democratie komt met een verantwoordelijkheid’. Haar verhaal begint heel indringend met de beschrijving van een foto die gemaakt is op een warme zomerdag, om precies te zijn op 20 juni 1943.
Op de foto zie je honderden joden op het Olympiaplein in Amsterdam. Ze waren verplicht om zich daar te melden, zonder echt te weten waarom. Gekleed in dikke jassen, droegen ze zoveel mogelijk van hun eigendommen met zich mee. Hun gezichten stonden bezorgd, onwetend wat de toekomst hen zou brengen. Tegelijkertijd, beschrijft Arib, wordt er op een sportveld dichtbij gewoon doorgespeeld. De wachtende Joden konden dat zien en horen. Of de spelers op dat veld de wachtende Joden ook gezien hebben?
Arib haalt Elie Wiesel aan. Als overlever van Auschwitz heeft hij veel geschreven over het gevaar dat schuilt in zwijgen en wegkijken. Hij schrijft: ‘Het tegenovergestelde van liefde is niet haat, maar onverschilligheid. En het tegenovergestelde van vrede is onverschilligheid jegens zowel vrede als oorlog.’
Twee minuten stilte is eigenlijk veel te weinig om de impact van die wijsheid te doorgronden.
Want het mag dan wel 75 jaar geleden zijn dat we bevrijd zijn, maar zwijgen en wegkijken doen we nog steeds. De onverschilligheid die hoogtij viert, biedt juist aan extremen alle ruimte. Daarom raakte het schrijven van Arib me zo. Met name het indrukwekkende begin van haar verhaal met de beschrijving van een situatie, 76 jaar geleden. Een voorbeeld in de geschiedenis waarvan we de herinneirng levend willen houden. Onder andere door elk jaar op 4 mei twee minuten stil te zijn met elkaar. Maar is dat genoeg?
Arib sluit haar verhaal krachtig af. Ze spreekt een wens uit voor onze democratie en onze vrije, open samenleving. Ik citeer: ‘Dat we er heel bewust onderdeel van zijn. Dat we niet wegkijken, niet onverschillig zijn, nooit meer wennen aan een beeld van een groep mensen -ondanks de felle zomerzon in dikke truien en jassen- met de angst op hun gezicht, wachtend op deportatie’.
4 en 5 mei. Ik lees haar verhaal. Ik ben straks twee minuten stil en weet dat het morgen bevrijdingsdag is. Een dag, waarop er helemaal niet zo ver van ons af, nog steeds groepen mensen staan, in dikke truien en jassen. En wij zien ze wel, maar blijven daar over het algemeen vrij onverschillig onder. Juist daardoor bieden we de extremen opnieuw een podium.
Twee minuten stil. Straks ook op het Moulin Blues Festival, waar ik op dit moment aanwezig ben. Niet live in de studio aanwezig dus, maar ik wilde dit verhaal wel hardop naar u uitspreken en heb het daarom afgelopen donderdagmiddag al opgenomen. Omdat stilte niet ten alle tijde vanzelfsprekend is. Net zo min als onverschilligheid.
Column uitgesproken op 4 mei 2019. Voorafgegaan door ‘Walk Away’ van Tom Waits en afgesloten met ‘Ze zijn terug’ van de Jazzpolitie. Column start op 2:44 (tot 7:10)
Nooit een tweede kans voor een eerste indruk. De titel en eventueel de eerste zin moet meteen binnenkomen om je als lezer te bewegen om verder te lezen. Of dat gelukt is kan ik nu nog niet beoordelen. In ieder geval ben je al tot hier gekomen. Dus wat let je om gewoon door te lezen. Het gaat over sfeer en over inzet. En over trots.
Aanleiding is de ontmoeting zaterdagochtend van gedecoreerden in multifunctioneel centrum de Torrekoel in Kronenberg. De ooit eerder gedecoreerden, plus de nieuw-gedecoreerden van een dag eerder en het voorafgaande jaar krijgen traditioneel een uitnodiging om samen met de burgemeester te toosten op de Koning en op elkaar. Liefst driehonderd hadden er gehoor gegeven aan de uitnodiging.
Ervaring leert dat de eerste genodigden vaak meer dan een uur voor aanvang aanwezig zijn. Zaterdag 27 april in de Torrekoel was dat niet anders. Maar opmerkelijk was dat een twintigtal vrijwilligers uit Kronenberg nóg eerder aanwezig waren en al druk in de weer waren geweest om die eerste bezoekers meteen een gevoel van welkom te geven. Tot in de puntjes waren ze voorbereid op de komst van de driehonderd gasten.
Van één van de vrijwilligers hoorde ik dat men al een dag eerder met velen de handen uit de mouwen had gestoken. Hij vertelde erbij dat er bij de Torrekoel bijna zestig vrijwilligers actief waren. Je zag de trots in zijn ogen, toen hij dat aantal noemde. Maar je zag het die ochtend ook aan de andere vrijwilligers, die gemotiveerd bezig waren om de laatste puntjes op de i te zetten.
Het was duidelijk dat men trots was op het werk dat men vrijwillig in de Torrekoel verrichtte. En aan alles was zichtbaar dat men een goede indruk wilde maken op de gasten. Met bijna militaire precisie waren de tafels schematisch ingedeeld en waren de taken verdeeld, volgens een toepasselijke kleurcodering van rood, wit, blauw en oranje. Keurig ingedekt stond voor elke gedecoreerde al een oranje gebakje klaar. Het snoepvlaggetje op de slagroomtoef was op 312 plekken bewust naar voren gedraaid, zodat het meteen goed opviel.
Genodigden bleven binnen stromen. Koffie en thee werd voortdurend in- en bijgeschonken omdat iedere vrijwilliger zijn eigen kleur tafel met vriendelijke discipline goed in de gaten hield. Toen ik om elf uur de bijeenkomst wilde gaan openen om aandacht te vragen voor de toespraak van de burgemeester, zag je dat alle vrijwilligers geïnstrueerd waren om niet meer tussen de aanwezigen door te lopen. Volop aandacht creërend voor het programma dat volgde.
De officiële toespraak van burgemeester Ryan Palmen, de muzikale aubade van de plaatselijke fanfare Monte Corona, een gezamenlijke toost met oranjebitter of jus d’orange en na de pauze een muzikaal intermezzo van Onjeklonje. Alles droeg die ochtend bij aan een speciale sfeer. Maar wat er zeker aan bijdroeg was de inzet en vriendelijkheid van de vrijwilligers. Er was een gevoel van verbondenheid. Je voelde dat men bij elkaar hoorde.
En het was niet alleen de ridderorde op revers of mantelpak die de aanwezigen aan elkaar bond. Het was vooral de inzet en trots die tot de onderscheidingen had geleid. Diezelfde inzet en trots zag je bij de vrijwilligers van de Torrekoel. Het was de manier hoe zij de genodigden zaterdag in de watten legden. Voelbaar en merkbaar. Het was het speciale ingrediënt, te proeven aan de zelfgemaakte tomatensoep en je zag het aan de met liefde vers gesmeerde luxe broodjes, die niet op leken te raken.
Kortom, een zeer geslaagde bijeenkomst. Dankzij alle aanwezige gedecoreerden, maar zeker ook door het personeel van de Torrekoel en het grote aantal vrijwilligers uit Kronenberg. Nooit een tweede kans voor een eerste indruk? Als dat zo is, dan is er maar één conclusie mogelijk: Geslaagd met vlag en (oranje) wimpel! Misschien wel een verklaring voor het woord ‘kroon’ in Kronenberg?
Burgemeester Ryan Palmen bedankt na afloop alle vrijwilligers
Er schuilt een mooi verhaal in mij,
dat ik nog niet kan duiden.
Dus ondertussen doe ik niets
en luister naar geluiden.
Er schuilt een mooi verhaal in mij,
dat ik nog niet kan schrijven.
ik voel het wel, maar er zit iets
dat denkt, ik wil hier blijven.
Er schuilt een mooi verhaal in mij,
dat mensen nog nooit hoorden.
dus wat ik doe: ik pak de fiets
en ga op zoek naar woorden.
Een gedichtje vloeit uit de pen. Spontaan. En net zo spontaan handel je er naar. Op de fiets en rechtstreeks naar de plek waar ik al vaker schreef. Onderweg zie ik versteende lammetjes in een omheinde tuin, bij een tehuis waar ook mijn tante begeleid woont. Associaties met dementie, versteende gedachten en stilstaan schieten door mijn hoofd.
Misschien een onderwerp voor mijn verhaal, bedenk ik, terwijl ik er al voorbij ben. Het is Pasen. De zon schijnt en ik fiets bijna over een dood vogeltje. Een staartmeesje lijkt het, maar het ligt er zo verkreukeld bij, dat ik dat niet met zekerheid kan zeggen. Zal ik er een foto van maken? Het fragiele van de dood op een onverwachte plek. Net als stenen schaapjes een voorbije illusie van leven?
Op de plek waar ik van plan ben te gaan schrijven, hoor ik het leven. Een hommel zo groot als een paaseitje zoemt om me heen. Vogelgeluiden. Auto’s op afstand. Twee wandelaars, een man en een vrouw, met een grote herdershond en twee kleine hondjes, lopen me pratend voorbij en komen ook meteen weer terug. Zouden ze hier hebben willen zitten, onder de schaduw van de oude eik?
Op dit moment ben ik hier alleen, met mijn gedachten. Toen ik hier een half uurtje geleden aankwam, mijn kussen op de bank legde en er op plaats nam, overviel me even een intens gevoel van droefheid. Van het dode vogeltje? De stenen schaapjes? Mijn tante? Mijn broer, die ik sinds heel lang gisteren weer had bezocht? Leed in het algemeen? Op de dag van de verrijzenis?
In de stilte van alle geluiden om me heen, hoor ik de kerkklok twaalf uur slaan. Ik zie een mier kruipen over mijn mouw, span mijn middelvinger achter mijn duim en geef het beestje waarschijnlijk z’n eerste vluchtervaring. Ik maak nog een foto van verse gele paardebloemen, realiseer me dat die over een tijdje grijs zijn maar dat ik dan alles weg mag blazen voor een wens!
Zijn er eigenlijk al echte lammetjes? Want er schuilt nog steeds een mooi verhaal in mij…
Facebook feliciteerde mij vanochtend. Ik was tien jaar lid en daarom had Mark Zuckerberg een speciaal filmpje voor mij geproduceerd. Aardig dat hij daar even tijd voor vrij had gemaakt. Ik kon het delen, stond er bij, maar ik vond dat ik zo’n persoonlijk cadeau toch niet zomaar door kon geven aan anderen. Dat heb ik dus niet gedaan.
Waar ik vooral van onder de indruk was, was het cijfer 10 zelf. In eerste instantie geloofde ik het niet eens, maar ik verwacht dat Mark dat toch best goed heeft bijgehouden. Met een geheugen als het mijne lijkt 10 jaar zó ver terug. Hádden we toen eigenlijk al internet? Afijn, het was zoals het was. Zonder dat ik er erg in had was er zomaar tien jaar voorbij gegaan.
Dat getal tien. Deze week een keer ‘s avonds kwam het ook voorbij. ‘Wat in jouw leven, welke gebeurtenis, welke actie, zou je volmondig een tien willen geven?’ Een vraag waar ik niet meteen antwoord op had. Ik ging in gedachten meteen afwegen of ik met een acht of, pakweg, een negen-en-een-half niet al heel tevreden zou zijn. Maar dat was de vraag niet. ‘Wat geef je een 10?’
Ik kon spontaan en ter plekke niks bedenken en dat was best even confronterend. Wat halfbakken antwoorden geprobeerd, maar echt een tien? Nu ik daar aan terugdenk, voel ik opnieuw een soort van blokkade. Iets een tien geven is zo definitief. Zo af. Alsof er daarna niets meer is dan dat. Een tien. Stop maar. Je bent er. Met hardlopen ja, als we met z’n tweeën weer de tien kilometer hebben geslecht. Maar zo? Over iets wat je doet? Over iets wat je hebt meegemaakt?
Zou je dat wel moeten kunnen doen, vraag ik me af? Een tien geven aan iets in je leven? Of aan meerdere dingen in je leven? In het gesprek dat volgde kwam zelfs naar voren dat je misschien alleen maar moest gaan voor dingen waaraan je een tien gaf. Want waarom dingen doen voor een zeventje, als je je tijd ook kan besteden aan zaken die je een tien geeft?
Ik ben er nog niet over uit. Ik heb in mijn leven ook niet zoveel tienen gehad, voor zover ik me herinner. Ja, van Facebook, vanmorgen. Maar verder? Bovendien heb ik geleerd dat een schaal van 0 naar 10 ook maar een bedenksel is. In vijf stappen van ‘helemaal oneens’, via ‘geen mening’ naar ‘helemaal eens’ is ook een optie. Maar de stelling ‘Ik geef gebeurtenis x een tien’ laat me dan weer twijfelen tussen ‘eens’ en ‘helemaal eens’…
Het zit dus dieper. Of misschien wel juist veel minder diep. De ‘tien’ staat vooral voor een besef. Een bewustwording van een moment in de tijd. Een ‘drie’ ook. Het toekennen van een score aan momenten in je leven, maakt het even wat abstracter. Wat was er en wat kan er allemaal mogelijk nog komen, daarover laat het je nadenken. Maar niet te lang, want voor je het weet wordt er weer een vraag gesteld waar je geen antwoord op hebt. Weg tien…
Ik denk dat ik dit verhaal maar eens ga delen op Facebook. Mocht er iemand nog een goed idee hebben over wat tienen in mijn, zijn of haar leven, dan houd ik me aanbevolen. Goed voorbeeld doet nog steeds goed volgen. Als Facebook me straks een filmpje met een twintig voorschotelt, hoop ik jaar na jaar, maand na maand, dag na dag, tien na tien te hebben gescoord. Met een beetje geluk…
…en dan bedoel ik niet het geld maar het geluk van het vinden zelf… Imelda
Eerste zaterdag van de maand. De gesproken column bij omroep Reindonk staat vandaag op het programma. Maar voordat die gesproken kan worden, moet die wel eerst worden geschreven. En dus zit ik zaterdagmiddag aan mijn laptop. Elke keer een uitdaging om een aantal uren voor de uitzending een onderwerp te vinden, dat de rode draad gaat vormen voor mijn maandelijkse mondelinge bijdrage.
In het dagblad vanochtend stond weer zoveel dat er eigenlijk niet uit te kiezen viel. Op de voorpagina onder andere de trieste foto van het opnieuw vernielde monument voor Nicky Verstappen. Voor de vierde keer vond iemand het nodig om met grof geweld de gedenksteen kapot te slaan. De ouders van Nicky hebben de gemeente Brunssum laten weten dat het monument voor hun zoon niet weer gemaakt hoeft te worden. Ze hebben zich erbij neergelegd. Als je echt iets wil vernielen, zeggen ze, krijg je het altijd wel kapot.
Ik denk dat ze gelijk hebben. De dood van Nicky Verstappen is ondertussen meer dan twintig jaar geleden, maar elke keer wordt de herinnering bruut opgefrist. In 2007, 2008 en 2013 door de vernielingen. Vorig jaar opnieuw door de arrestatie van een verdachte. In december van dat jaar kwam die voor het eerst voor de rechter. En onlangs, in maart, opnieuw. De zaak krijgt 5 juni een vervolg. Het wordt blijkbaar weer een ‘niet-inhoudelijke zitting’. Wat dat dan ook moge zijn.
Als je echt iets wil vernielen, krijg je het altijd wel kapot. Andersom kun je zeggen, dat als je echt iets wil opbouwen, je het altijd wel gemaakt krijgt. Hoe lastig ook, wil ik me daar toch méér aan vast houden dan aan de eerste stelling. Want er wordt al te veel vernield en kapotgemaakt. In letterlijke zin, getuige het wrange voorbeeld van Nicky en zijn gedenksteen. Maar zeker wanneer je vernielen en kapotmaken ook nog eens in de figuurlijke zin bekijkt.
Woorden uit de koppen van de rest van de Limburger illustreren dat : bedreigen, rellen, afschuwelijk, radicaler, fraude, drugs, zwaargewonden, irritaties, verlies, woede, grof geweld, schrijnend. Je zou er moedeloos van worden. Dus nog eens bladeren door de Limburger, of er ook wat opbouwende en positievere woorden in de koppen te vinden zijn. En dan zie ik: evenementen, goud, steun, ballonnetje, verrassingen, gehuldigd, liefde, leven, lente, roze wolk, droom, inzicht.
Op die manier bekeken ontstaat er toch wat balans. Maar het wordt lastig wanneer de koppen negatief en positief in een zin combineren. Wat te doen met ‘te schrijnend voor inzicht’? Of ‘Amerikaanse droom spat ruw uiteen’, ‘regeldruk bedreigt evenementen’, ‘Drugs tussen bloemen’ of ‘Rel rond Oktoberfeest’? Dan blijkt het lastig kiezen en ligt het er maar net aan in wat voor gemoedstoestand je bent.
Heb je net een gedenksteen vernield, dan voel je je waarschijnlijk meer verwant met de negatieve aspecten van het leven. En neig je meer naar de positieve kant, dan ben je waarschijnlijk ook eerder bereid om een oud vrouwtje te helpen met oversteken. Wel eerst vragen of ze ook wil, want voor je het weet doe je dubbel werk.
En nu het uiteindelijk toch over werk gaat. Bestuurskundige Arno Korsten heeft samen met twee oud-studenten een boek geschreven met de titel ‘Het gras bij de buren’. Een artikel daarover in de Limburger vandaag trekt mijn aandacht. Eén passage met name. Samengevat: Heel veel prestaties kun je niet met een kwantitatieve benadering beoordelen. Arno Korsten noemt dat scorebord- of dashboardmanagement. Daardoor dreigen soms veel belangrijkere waarden onder te sneeuwen.
Dát, en de vernielde gedenksteen, zet me aan het denken. Is vier keer vernielen erger dan één keer vernielen? Of is het misschien van een veel belangrijkere waarde om je te realiseren dat het negatieve alleen met positiviteit te pareren is? En als je dat weet, dan is het mogelijk van nog grotere waarde als je vervolgens met die positieve wetenschap wat doet.
Dat is lang niet altijd makkelijk, om positief te blijven. Voor sommigen zelfs onmogelijk. Die slaan dan uit frustratie stenen stuk. Wat ze niet beseffen, is dat elk brokstuk de herinnering aan het goede in zich houdt. Hoe meer brokstukken, hoe groter de herinnering. Tellen voegt dan uiteindelijk niks meer toe. Want, méér nog dan in stenen, zit de herinnering in het hart.
Bovenstaande column voorgelezen bij Radio Reindonk, in het programma ‘Wiekendproat’ van Jos en Chrit. Muzikaal voorafgegaan door ‘Save me a saturday night’ van Neil Diamond en afgesloten met ‘Kus mich dan’ van Arno Adams. Klik hieronder om er naar te luisteren.