Nieuwe dingen…

een continue stroom 
gedachten
en heel veel vragen 
in mijn hoofd
die op een eigen 
antwoord wachten
dat door mijzelf 
ook wordt geloofd

ondanks de twijfels 
en die vragen
waar ik het antwoord 
niet op weet
blijf ik genieten 
van de dagen
en doe 
wat ik niet eerder deed

Gevallen bloem…

zo nu en dan
loop ik erheen
in stilte
en alleen

dan sta ik daar
en kijk er even
naar de jaartallen
in steen

grensgetallen
van het leven
hoe lang of kort
hen is gegeven

ik zie het mos
verweerde steen
met heideplantjes
er omheen

toen ik er ging
toen zag ik dat
er een losse bloem
lag op het pad

flarden van
herinneringen
aan hen die zó lang
voor mij gingen…

Even terug- en vooruitzien…

Het is alweer even geleden dat ik iets op mijn website heb gezet. Om precies te zijn op 2 november vorig jaar. ‘Lichtjesavond’ was de titel. Zojuist nog even teruggelezen. Sinds die laatste column heb ik mijn tijd mogen besteden aan het voorbereiden en begeleiden van een aantal indrukwekkende afscheidsdiensten. En in december vorig jaar, rond Kerst, heb ik samen met Marion Vervoort en Egbert Derix, viermaal onze voorstelling ‘Voor Kerst’ mogen brengen. Met veel voldoening kijk ik daar op terug, zowel op de voorstellingen als op de afscheidsdiensten die ik mocht begeleiden.

Dat ik op 1 mei vorig jaar mijn vaste baan bij de gemeente Horst aan de Maas heb opgezegd, daar heb ik nog geen dag spijt van gehad. In het begin was het even zoeken naar structuur, om te concluderen dat die er eigenlijk helemaal niet meer hoefde te zijn. Mijn voormalige werk bij team communicatie van de gemeente vulde ik sinds corona al veelal thuis in. Hybride werken heette dat: deels thuis en deels op kantoor. Elke ochtend van mijn 4-daagse werkweek logde ik van thuis uit in, om met mijn collega’s het nieuws van een dag eerder te duiden. Soms, als ik nu ‘s ochtends de krant lees, denk ik wel eens, dat ik eigenlijk die van gisteren moet pakken (grapje, (ex)collega’s!).

Ik vul mijn tijd nu met wat er op mijn pad komt. Dat zijn met een zekere regelmaat telefoontjes van uitvaartondernemers die me vragen of ik de familie van een overledene wil begeleiden om de afscheidsdienst samen met hen vorm te geven. Het komt ook voor dat ik met iemand die weet dat hij/zij binnen een bepaalde tijd komt te overlijden, samen zijn of haar afscheid bespreek. Ik voel me bevoorrecht dat ik dat mag doen en dat ik daar iets in mag betekenen.

Ik heb er weleens over nagedacht, wat dat precies is. Waarom wil ik, samen met de familie of met degene die gaat overlijden, woorden geven aan het verdriet van dat moment. Ik heb daar niet meteen een kant en klaar antwoord op, maar het heeft zeker te maken met de puurheid van de emoties. De echtheid ervan. Een eerste gesprek met de familie gaat over de realiteit van iets onoverkomelijks. De dagen die volgen gebeuren er dingen die er werkelijk toe doen, hoe onwerkelijk ze soms ook door nabestaanden worden ervaren.

Ik herinner me dat toen mijn vader overleed, ik het een dag later aan een broer van hem moest gaan vertellen. Ome Jan was mijn peetoom en hij woonde in een appartement, boven wat toen nog Modehuis Frans Theelen was. Toen ik daar aan wilde bellen, kwam aan de andere kant van de weg een hele klas kinderen van de Doolgaardschool voorbij, hand in hand, kwetterend en lachend. Dat beeld van die kinderen voelde onwerkelijk en tegelijk ook troostend. Ik weet nog dat ik heel bewust dacht: ‘goh, kijk, het leven gaat gewoon door’.

Verdriet om de dood en tegelijk blije herinneringen aan het leven. Ik zie het als een manier om door te kunnen gaan. Hoe moeilijk het soms ook is, verder gaan waar de ander is gestopt. Met de herinneringen die ander door te laten leven na de dood. Woorden geven aan die herinneringen, in een levensverhaal of in een afsluitend persoonlijk gedicht, dat is wat ik mag doen. Het voelt goed dat ik daar mijn tijd aan mag besteden. Daaraan… én aan andere dingen…

Bijvoorbeeld dat ik opnieuw een voorstelling en een podcast mag maken met Marion en Egbert. Dat is een hele prettige tijdsinvestering! Al iets voorbij zien komen over ‘Haar naam is Hanna’? Nee? Dan komt dat nog wel. Of anders even googlen. Dan kom je al snel op de site van ‘t Gasthoês, waar de voorstelling op 18 mei ‘s middags te zien zal zijn. Trouwens, in ‘t Gasthoês heb ik ook weleens afscheidsdiensten mogen begeleiden. Soms komen dingen samen en dat moet het zo zijn.. Dank voor het lezen.

Licht..

op de valreep een gedichtje

vóórdat 2025 gaat beginnen

als een heel klein letter-lichtje

brandend tussen deze zinnen

geeft vóór het nieuwe jaar begint 

het onbekende al wat licht

en wie dat nog heel donker vindt

voor die is juist dit lichtgedicht..

Lichtjesavond…

Toen ik 1 november om ongeveer 18.30 uur thuis vertrok om naar Landgoed de Gortmeule te fietsen, hoorde ik de klokken van de Lambertuskerk luiden. De mis voor Allerheiligen begon. Toevallig had ik de aankondiging daarvoor gelezen in een facebookpost van deken Wilson Varela. Hij schreef daarin een mooie inleiding, waarin hij het onder andere had over de ‘eenvoudige houdingen van het hart: nederigheid, medeleven, zachtmoedigheid en zuiverheid.’ 

Bij het klokgelui in de donkere avond, op weg naar de Gortmeule, schoot me nog een gedeelte van zijn inleiding te binnen. Er stond nog iets van ‘We eren hen die ons zijn voorgegaan..’. Ik moest daaraan denken, op weg naar de Lichtjesavond. De avond was georganiseerd door Lotgenotenhorst.nl en Synthese en was bedoeld om nabestaanden samen hun geliefden te laten herdenken.  Boven verwachting hadden zich meer dan twintig personen aangemeld. 

Marius Janssen had me gevraagd om een bijdrage aan de avond te leveren. Hij en Toon Emonts zijn de dragende krachten van Lotgenotenhorst.nl. Wat zij doen, beschrijven ze prachtig op de homepage van hun site: ‘Fijn om er voor elkaar te zijn. Als vóór je kijken je bang maakt en als achter je kijken je triest maakt, kijk dan naast je, daar staan wij’. Die mooie volzin vertalen zij in het organiseren van wandelingen, groepsgesprekken en andere activiteiten, waarin het woord ‘samen’ steeds de rode draad vormt.

Zo ook de Lichtjesavond. Deze keer dus samen met Synthese, in de persoon van Anja Damhuis. Wat me deed besluiten om meteen ‘ja’ te zeggen, toen Marius me vroeg, was een onderdeel van hun programma, waarbij men naar de eeuwenoude eik zou wandelen. Of ik daar dan, als ik dat wilde, een korte tekst of een gedicht wilde voordragen. De eik. Geen onbekende plek voor mij. Bij daglicht, realiseerde ik me. Maar nu dus in de avond, met lichtjes. Ja, daar wilde ik graag mijn bijdrage aan leveren. 

En dus fietste ik gisteravond in de wat waterkoude donkere avondlucht naar de Gortmeule. Benieuwd naar hoe de avond zou gaan verlopen. Ter plekke trof ik Toon en Anja, en Pascal, de uitbater van de Gortmeule, buiten bij een knapperend houtvuurtje. Binnen zaten de eerste gasten al bij het warme haardvuur. Toen iedereen er was, gaf Anja uitleg over het programma van de avond.

Bij het vuurtje buiten kon iedereen een kaars aanmaken en de naam noemen van degene voor wie het lichtje bedoeld was. Daarna trok de stoet langzaam, met de kaarsen, in stilte naar de eik. Langs het pad had Pascal sfeervol lichtpotten neergezet ter markering. Onderweg bleven niet alle persoonlijke kaarsjes branden. Voor sommigen leek dat een kleine tegenvaller, maar ik dacht aan het gedicht dat ik voor de gelegenheid gemaakt had en vond het eigenlijk wel toepasselijk dat er wat kaarsen uitwaaiden…

Lichtjesavond…

wat nooit echt went
wordt samen waar
die eerste pas, het samen doen

het wordt herkend 
je ziet elkaar
hoe dat het was, ‘t gevoel van toen

het pad gelopen, 
naar de eik 
die boven kruis en bankje waakt

je mag weer hopen 
als je kijkt
naar alle stappen die je maakt

voor al wat jou
ooit overkwam
en misschien nooit zal overgaan

onthoud dan nou:
die éne vlam 
gaat altijd ook opnieuw weer aan…

Dit gedicht heb ik bij de eik voorgedragen. Voor een groep mensen met brandende en niet brandende kaarsen. En juist daardoor kreeg het gedicht nog meer de betekenis die ik er een paar dagen eerder in had gevoeld. In alle nederigheid accepteerde ik dat toeval. Ik hoopte dat het medeleven bij de aanwezigen over was gekomen. Daarna heb ik binnen bij de warme kachel nog met verschillende mensen gesproken. Voor zover ik zuiverheid en zachtmoedigheid kan definiëren, meende ik in die gesprekken daar wel aspecten van te herkennen.

Er zullen in de Lambertuskerk zeker ook kaarsen hebben gebrand. En wellicht zijn daar de begrippen ‘nederigheid’, ‘medeleven’, ‘zachtmoedigheid’ en ‘zuiverheid’ opnieuw aan de orde geweest, als ‘eenvoudige houdingen van het hart’. Bij de Gortmeule heb ik gisteravond die houdingen op mijn manier mogen ervaren, dankzij de aanwezigheid van de anderen. In alle eenvoud met elkaar.  Met kaarsen die uitgingen en weer werden aangemaakt. 

En… met zelfgebakken vlaai van Fien plus op het eind een oprecht pleidooi voor de zuiverheid van de natuur door Ton. Dus dank daarvoor, en dank aan Marius, Toon, Anja en Pascal en alle anderen die in het avonddonker op die mooie plek bij de Gortmeule hun licht hebben laten schijnen. 

Zo’n dag…

Soms heb je van die dagen.. De wereld in het klein komt op je af. Dat leidt soms tot een gedachte die het papier haalt. In alle rust vervolgens een dag laten liggen, om er daarna met AI een afbeelding bij te genereren. Net echt, maar niet echt… of toch?

geroezemoes bij Passi
voor mij een kopje thee

van wat er wordt besproken
krijg ik slechts flarden mee

vakantie, Poetin, thuis
effect, gordijn, het kraakt

o ja?, de krant, en Windows
ontdooien, schoongemaakt

dat opgeteld geroezemoes 
dat stemt me wat verdrietig

allemaal van groot belang
en tegelijk zo nietig

de thee drink ik wat sneller op
sta op, betaal en ga

de wereld in een notendop
slechts ijs en chocola…

In je hart bewaren…

Het is ondertussen 8 jaar geleden dat mijn zus een van de eerste gasten was van het toen net geopende hospice Doevenbos. Ze verbleef er maar twee dagen. Twee dagen die ik me nog heel goed kan herinneren. Het was een wat grijze dag in mei toen we samen vanuit haar kamer naar buiten keken. Er slingerde een pad van rode stenen door het pas ingezaaide grasveld. In die groene waas van het opkomend gras stonden de machtige kastanjebomen, zacht wuivend in de wind.

De eerste regendruppels kleurden het stenen pad op plekken net iets donkerder. Mijn zus zag het en zei het hardop. ‘Het regent..’. Ik was in eerste instantie verbaasd, want ik had het zelf nog niet gezien. Een beetje verwonderd was ik, dat zij écht naar buiten keek, terwijl ik vooral bezig was met wat er ter plekke, binnen in die kamer, de komende dagen met haar zou gaan gebeuren. Maar zij was daar niet mee bezig. Of misschien was ze dat stadium al voorbij.

De laatste maanden van haar leven spraken we er weleens over. Ze geloofde dat ze onze ouders weer terug zou zien, als het zover zou zijn. Ik hoopte dat met haar mee. Nu, in haar kamer in het hospice, kwam dat moment steeds dichterbij. Daaraan dacht ik, toen we samen, net aangekomen in het hospice, naar buiten keken. Ik dacht aan het op handen zijnde en niet te vermijden afscheid dat zich in deze kamer zou gaan voltrekken. En zij, zij zag regendruppels vallen op de stenen.

Zou zij in die regendruppels nog iets anders hebben gezien? Iets anders hebben gevoeld? Zou het haar kracht hebben gegeven, dat ze haar vader en moeder in haar hart had bewaard? Dat haar herinneringen aan onze ouders en de overtuiging dat ze die terug ging zien, sterker waren dan de onzekerheid van het naderende einde? Waardoor zelfs regendruppels meer aandacht konden krijgen dan haar afnemende gezondheid. En al was het een momentopname, haar hart leek er even heel vol van te zijn: Het regent… 

Helaas ging de aftakeling door haar ziekte vervolgens zo snel dat ze de wind niet meer door de kastanjebomen heeft zien waaien. Geen regendruppels meer op de stenen heeft zien vallen. Misschien heeft ze dat nog wel gehoord. Of heeft ze er -palliatief gesedeerd- nog over gedroomd. Over de regen, over de zon, over haar ouders. Ik hoop het voor haar. 

Mijn zus had onze ouders in haar hart bewaard. Het gaf haar kracht tijdens haar laatste dagen in ons midden. En ondanks dat we met pijn in ons hart afscheid moesten nemen van haar, heeft ze mij ook doen realiseren dat wat je in je hart bewaard, je ook kracht kan geven. De kracht om toch nog regendruppels te kunnen zien, zelfs als alles uitzichtloos is. 

Vandaag is ‘hart’ gekozen als thema voor deze bijeenkomst. Lucie heeft daar al mooie woorden aan gewijd.

Als je afscheid moet nemen van iemand die je lief is, dan raakt je dat in je hart. Het is een gevoel dat je alleen maar herkent als je het daadwerkelijk hebt meegemaakt. Het ging je aan het hart om je dierbare in de laatste levensfase langzaam te moeten loslaten. Met heel je hart heb je hem of haar in die periode misschien nog wel begeleid. Mogelijk was je er zelfs bij toen de laatste ademzucht het moment markeerde dat het hart stopte met kloppen.

Met pijn in het hart heb je misschien de laatste woorden gewisseld. En als je die woorden niet meer hebt kunnen wisselen, omdat het afscheid jou en iedereen die achterbleef heeft overvallen, dan benadrukt de gedwongen stilte de pijn in het hart nog eens extra. Met je hoofd kun je het onvermijdelijke nog wel beredeneren, maar je hart beredeneert niet. Je hart voelt.

Om die reden wordt van het hart gezegd, dat daar het gevoel huist. Bij een afscheid zijn dat gevoelens van verdriet. Woorden als ‘hartepijn’, ‘hartzeer’ of ‘hartverscheurend’ proberen dat gevoel te omschrijven maar meestal schieten die woorden te kort. Sommige emoties laten zich nu eenmaal heel moeilijk in woorden vangen.

Want tegelijk is het hart ook de plek waar gevoelens van geluk worden ervaren. Tegenover ‘pijn in het hart’ staat dat het ‘hart kan overstromen van geluk’. Een hart dat op enig moment ‘pijnlijk geraakt wordt’ is in staat om op andere momenten toch weer ‘een sprongetje van blijdschap’ te maken. Diep in je hart is er een plek waar de herinneringen aan je dierbare worden bewaard. Hoe diep je ook in je hart geraakt was bij zijn of haar afscheid: de herinneringen blijven levend.

Met de hand op mijn hart kan ik uit eigen ervaring vertellen dat een afscheid pas echt een afscheid is, als er in het hart geen plaats meer is voor herinneringen. Mijn herinneringen aan mijn zus houden haar in leven, ze heeft een plekje in mijn hart, dicht bij mijn vader en moeder. Ze zijn er niet meer en toch blijven ze bestaan. Elke dag na die ene dag. Acht jaar geleden bij mijn zus en nog veel langer geleden wat mijn ouders betreft. En ik weet nu: hoe moeilijk het gisteren ook was, vandaag wordt hoe dan ook beter. Zelfs als het dan regent, kun je daar met heel je hart van genieten.

Boekpresentatie…

Zijn derde kinderboek is uit! Afgelopen zaterdag in een afgeladen volle Herberg van ‘t Gasthoês was het zo ver. De vleegende pannekook en de à-gebrande kroket, nr. 3. Opnieuw een toonbeeld van zijn rijke fantasie en een eerbetoon aan het Horster dialekt.

Het begon met deel 1, voor zijn eerste kleinkind.  Voortgekomen uit een soort van belofte aan zijn eigen zoon. Die de belofte van zijn vader (‘aas di iën wuurt, da kriegt di en dôr meej geschreve kienderbook’) durfde te beantwoorden met ‘jao, geej waal..’. En dat moet je nooit zeggen tegen Chris..

Ik ken Chris al van de middelbare school. Volgens mij was het tijdens een biologieles, buiten bij de vijver van Jerusalem. Iemand had een regenworm gevonden en er ontstond een weddenschap over het opeten van die worm. Ook daar werd hardop twijfel geuit of iemand dat wel durfde. Laat ik niet teveel in detail treden, maar volstaan met te zeggen dat Chris die weddenschap toen niet verloren heeft..

Dus zeg nooit tegen Chris dat hij iets niet zal doen. Want ook de belofte aan de ouders van zijn tweede kleinkind maakte hij waar: ‘De vleegende pannekook en de à-gebrande kroket’, deel 2! En toen het derde kleinkind er aan kwam, kon hij eigenlijk niet anders, vond hij zelf, om daar een derde deel voor te maken. Maar dat was zeker niet voor de hand liggend, omdat Chris ondertussen een oogziekte had opgelopen. waardoor werken aan de computer eigenlijk niet meer kon.

Maar met hulp van zijn directe omgeving thuis en van de tekenaar Sjors Driessen is ook het derde deel nu verkrijgbaar. Derde kleinkind ook blij en alle kleinkinderen die daarna nog komen ook, want een vierde deel komt er niet. Zegt Chris. Gaat niet meer, zegt Chris. En ik geloof hem wel, want bij Chris is een woord een woord. Maar toch… als er ooit iemand tegen hem zou zeggen dat hij echt geen nieuw boek meer kan uitbrengen, dan weet ik het zo net nog niet..

Hoe dan ook, deel 3 is er nu! Dikke shoutout naar Chris en Sjors!. En deze keer ook naar alle stemacteurs die hun stem gegeven hebben aan de personages uit het boek. Want elk verhaal kan via een QR-code in het boek hoorbaar worden gemaakt. Het Horster dialect, leesbaar én hoorbaar. Een goed initiatief, die boekpresentatie. Voor de derde keer, waar deze keer zelfs twéé wethouders bij aanwezig waren. Geen idee of die hun bewondering op verzoek van Chris niet publiekelijk voor de aanwezigen geuit hebben, maar hoe dan ook, ondanks het ontbreken daarvan, was het een terechte, hele drukbezochte en mooie happening.

Dat Dan Karaty binnenkort het Horster dialect machtig zal zijn, kan ook op het conto van Chris worden geschreven. Iemand heeft waarschijnlijk tegen Chris gezegd: ‘dat durf je Dan Karaty niet te vragen’…Nee, dat zal niet… Maar hoe dan ook, Chris, alle respect voor deze derde uitgave. Ik voelde bewondering hangen in de Herberg. Bewondering voor een creatieve doorzetter met principes en een stevig kloppend Horster hart. Wel jammer dat koning Willem-Alexander voor de derde keer verstek heeft laten gaan. Heeft hij je wel weer schriftelijk succes gewenst?

Nog één ding: ik weet zeker dat je dat vierde boek echt niet meer gaat schrijven… 

PS Het boek ‘De vleegende pannekook en de à-gebrande kroket’ deel 3 is te verkrijgen bij Bruna in Horst. Ook de eerste twee delen liggen daar nog. Niet twijfelen en meteen gaan kopen! En als je de boeken via de website vliegendepannenkoek.nl bestelt, en je woont in Horst, dan komt Chris ze volgens mij hoogstpersoonlijk bij je afleveren. Zegt het voort! Of beter: Gaef ut door!

 

Mocht je ooit een vierde boekpresentatie hebben (je weet maar nooit..) dan kun je ook elk kleinkind een eerste exemplaar geven..

Voor de wet…

Vandaag, 33 jaar geleden, zijn Thea en ik voor de wet getrouwd. Een mooi getal, toen al: 19-9-91. En 33 is ook niet verkeerd. Ondertussen is er veel veranderd.  Twee mooie kinderen, Pip en Mees, opgevoed, die ondertussen twee mooie mensen, Joris en Ili, aan ons gezin hebben toegevoegd. En sinds vorig jaar november is daar een prachtige aanwinst bijgekomen. Kleinzoon Tos, zoon van Pip en Joris. Voor al deze lieve mensen en voor de gelegenheid (je bent tenslotte niet iedere dag 33 jaar getrouwd) heb ik dit geschreven, zittend op een bankje, wind op de rug en de zon op m’n gezicht.

We vieren onze trouwdag verder niet. Thea is gewoon aan het werk en ik twijfel of ze er vandaag überhaupt bij stil staat en dat is verder ook prima. Toendertijd zijn we een dag later voor de kerk getrouwd (conform de wens van die tijd) en hadden we onze bruiloft. Ook daar is een heleboel over te vertellen, maar ik wil eigenlijk nu alleen maar even dit moment vieren. Voor Thea, voor Pip, Joris en Tos en voor Mees en Ili. Met een fietsgedichtje.

wind 
op de rug 
en de zon 
op de neus
veel is er dan 
niet meer 
nodig

zoveel 
te kiezen 
maar even 
geen keus
hier zíjn
maakt de rest 
overbodig

GvdM | 190924

Lies…

‘Lies nam zelfs afscheid met een glimlach’. Uit de verhalen van haar vier kinderen begreep ik dat die glimlach eigenlijk haar hele leven wel gekenmerkt had. Zaterdag 14 september was haar afscheidsdienst in het Peelmuseum in America. Ik mocht die dienst begeleiden en was bij de voorbereiding ervan betrokken. 

Die voorbereiding begon vier dagen daarvoor. Aan tafel in het huis waar Lies tot en met haar 92e jaar zelfstandig had gewoond. De laatste jaren weliswaar met hulp van haar kinderen, van haar buren en verschillende thuiszorginstanties, maar toch. Het was het huis dat haar man Noud destijds steen voor steen voor haar en hun gezin had gebouwd. Het huis waar ze vervolgens lang lief en leed hadden gedeeld. Het huis waar Lies, als een vanzelfsprekendheid, in haar eigen bed lag opgebaard.

Noud was dertien jaar eerder overleden. Een slag voor het gezin, maar Lies had met een bewonderenswaardige kracht haar leven weer opgepakt. En al snel was ook haar glimlach terug. Een lach die haar vier kinderen vanaf nu moesten gaan missen. Maar tegelijk een lach die na haar overlijden duidelijk een steun voor hen was. 

Het was mooi hoe aan die tafel de kinderen hun verhaal over hun moeder vertelden. Er klonk liefde doorheen. Liefde waarvan de diepte soms ook zichtbaar werd wanneer een herinnering hen tot tranen toe roerde. Ze vertelden over hoe Lies tot het laatst nog zelf blaadjes en afgewaaide takjes van het gazon plukte en naar de tuinkorf bracht. Over de toerritjes die ze met Lies maakten omdat ze daar zo van genoot, telkens weer. Vertrekkend vanaf de oprit liet ze al overduidelijk blijken hoe fijn ze het vond. ‘Ik geniet nou al’, zei ze dan.

Met de pakweg 100 foto’s die ik van haar kreeg, heb ik voor de afscheidsdienst vijf fotopresentaties gemaakt op muziek die Lies mooi vond. Foto’s van haar jongste jeugd tot aan foto’s die nog maar pas geleden waren gemaakt. Ik heb niet al die foto’s nog op het netvlies, maar op bijna alle foto’s was de glimlach van Lies te zien. 

Allevier haar kinderen deelden tijdens de dienst op een eigen manier hun herinneringen. Ook haar kleinzoon liet op een indrukwekkende manier horen wat Lies voor hem betekend had. Hij kreeg een spontaan applaus van het grote aantal aanwezigen. Men leefde mee met het verdriet en herkende de liefde. De broer van Lies had zijn bijdrage een titel meegegeven: Een goed mens is van ons heengegaan.

Het was een indrukwekkend afscheid. Losse, onverpakte bloemen sierden de kist van Lies. Het leek alsof ze in een tuin lag. Vóór en na de dienst zorgden de vrijwilligers van het Peelmuseum met veel inzet voor al het randgebeuren. Alles viel op z’n plek. Het was goed zoals het was. 


Een dag na de dienst fietste ik een grote ronde door de  regio. Ter hoogte van America fietste mij verrassend, maar alsof het zo moest zijn, de oudste zoon van Lies tegemoet. Hij vertelde dat hij een geïmproviseerd kruis had gemaakt dat hij zojuist geplaatst had bij het graf van Noud, waar Lies sinds gisteren ook bij lag. Opnieuw voelde ik de liefde van die actie. Hij had er zelfs twee ringen voor aan elkaar verbonden, vertelde hij trots. 

Ik besloot om ter plekke te gaan kijken. Duizend bloemen dekten het duograf toe. Ik zag het houten kruis en de verbonden ringen. Straks zou de grafsteen, waar al dertien jaar lang ook Lies haar naam in gegraveerd stond, het houten kruis gaan vervangen. Tot die tijd zou dit houten kruis ervoor zorgen dat iedereen kon zien dat Noud en Lies weer samen waren. Terwijl ik terugdacht aan een dag eerder, verscheen er een glimlach om mijn mond…

Lies,

oog voor al het mooie om je heen
gezien, gezin, gezongen en gezaaid
zijn wij nu zonder jou alleen
jouw blad is van de boom gewaaid

al dertien jaar je man gemist
toch plukte jij nog steeds je dag
en ook toen je wat minder wist
was er nog altijd steeds je lach

je hebt je leven vol geleefd
liefde gedeeld met al je kinderen
en hoeveel tranen het nu ook geeft
die liefde zal dus nooit verminderen

heb jij jouw Noud weer terug gezien?
toen jouw gezin dicht bij je stond?
met hem de hemel ingedanst misschien?
vandaar die glimlach om je mond?

elk blad dat van de bomen valt
elk takje op het gras
is vanaf nu herinnering
aan wie jij voor ons was