Jaar na jaar…

hence-the-boom-612719-unsplash
HENCE THE BOOM

Facebook feliciteerde mij vanochtend. Ik was tien jaar lid en daarom had Mark Zuckerberg een speciaal filmpje voor mij geproduceerd. Aardig dat hij daar even tijd voor vrij had gemaakt. Ik kon het delen, stond er bij, maar ik vond dat ik zo’n persoonlijk cadeau toch niet zomaar door kon geven aan anderen. Dat heb ik dus niet gedaan.

Waar ik vooral van onder de indruk was, was het cijfer 10 zelf. In eerste instantie geloofde ik het niet eens, maar ik verwacht dat Mark dat toch best goed heeft bijgehouden. Met een geheugen als het mijne lijkt 10 jaar zó ver terug. Hádden we toen eigenlijk al internet? Afijn, het was zoals het was. Zonder dat ik er erg in had was er zomaar tien jaar voorbij gegaan.

Dat getal tien. Deze week een keer ‘s avonds kwam het ook voorbij. ‘Wat in jouw leven, welke gebeurtenis, welke actie, zou je volmondig een tien willen geven?’ Een vraag waar ik niet meteen antwoord op had. Ik ging in gedachten meteen afwegen of ik met een acht of, pakweg, een negen-en-een-half niet al heel tevreden zou zijn. Maar dat was de vraag niet. ‘Wat geef je een 10?’

Ik kon spontaan en ter plekke niks bedenken en dat was best even confronterend. Wat halfbakken antwoorden geprobeerd, maar echt een tien? Nu ik daar aan terugdenk, voel ik opnieuw een soort van blokkade. Iets een tien geven is zo definitief. Zo af. Alsof er daarna niets meer is dan dat. Een tien. Stop maar. Je bent er. Met hardlopen ja, als we met z’n tweeën weer de tien kilometer hebben geslecht. Maar zo? Over iets wat je doet? Over iets wat je hebt meegemaakt?

Zou je dat wel moeten kunnen doen, vraag ik me af? Een tien geven aan iets in je leven? Of aan meerdere dingen in je leven? In het gesprek dat volgde kwam zelfs naar voren dat je misschien alleen maar moest gaan voor dingen waaraan je een tien gaf. Want waarom dingen doen voor een zeventje, als je je tijd ook kan besteden aan zaken die je een tien geeft?

Ik ben er nog niet over uit. Ik heb in mijn leven ook niet zoveel tienen gehad, voor zover ik me herinner. Ja, van Facebook, vanmorgen. Maar verder? Bovendien heb ik geleerd dat een schaal van 0 naar 10 ook maar een bedenksel is. In vijf stappen van ‘helemaal oneens’, via ‘geen mening’ naar ‘helemaal eens’ is ook een optie. Maar de stelling ‘Ik geef gebeurtenis x een tien’ laat me dan weer twijfelen tussen ‘eens’ en ‘helemaal eens’…

Het zit dus dieper. Of misschien wel juist veel minder diep. De ‘tien’ staat vooral voor een besef. Een bewustwording van een moment in de tijd. Een ‘drie’ ook. Het toekennen van een score aan momenten in je leven, maakt het even wat abstracter. Wat was er en wat kan er allemaal mogelijk nog komen, daarover laat het je nadenken. Maar niet te lang, want voor je het weet wordt er weer een vraag gesteld waar je geen antwoord op hebt. Weg tien…

Ik denk dat ik dit verhaal maar eens ga delen op Facebook. Mocht er iemand nog een goed idee hebben over wat tienen in mijn, zijn of haar leven, dan houd ik me aanbevolen. Goed voorbeeld doet nog steeds goed volgen. Als Facebook me straks een filmpje met een twintig voorschotelt, hoop ik jaar na jaar, maand na maand, dag na dag, tien na tien te hebben gescoord. Met een beetje geluk…

…en dan bedoel ik niet het geld maar het geluk van het vinden zelf…
imelda-747875-unsplash
Imelda

Nicky

Eerste zaterdag van de maand. De gesproken column bij omroep Reindonk staat vandaag op het programma. Maar voordat die gesproken kan worden, moet die wel eerst worden geschreven. En dus zit ik zaterdagmiddag aan mijn laptop. Elke keer een uitdaging om een aantal uren voor de uitzending een onderwerp te vinden, dat de rode draad gaat vormen voor mijn maandelijkse mondelinge bijdrage.

In het dagblad vanochtend stond weer zoveel dat er eigenlijk niet uit te kiezen viel. Op de voorpagina onder andere de trieste foto van het opnieuw vernielde monument voor Nicky Verstappen. Voor de vierde keer vond iemand het nodig om met grof geweld de gedenksteen kapot te slaan. De ouders van Nicky hebben de gemeente Brunssum laten weten dat het monument voor hun zoon niet weer gemaakt hoeft te worden. Ze hebben zich erbij neergelegd. Als je echt iets wil vernielen, zeggen ze, krijg je het altijd wel kapot.

Ik denk dat ze gelijk hebben. De dood van Nicky Verstappen is ondertussen meer dan twintig jaar geleden, maar elke keer wordt de herinnering bruut opgefrist. In 2007, 2008 en 2013 door de vernielingen. Vorig jaar opnieuw door de arrestatie van een verdachte. In december van dat jaar kwam die voor het eerst voor de rechter. En onlangs, in maart, opnieuw. De zaak krijgt 5 juni een vervolg. Het wordt blijkbaar weer een ‘niet-inhoudelijke zitting’. Wat dat dan ook moge zijn.

Als je echt iets wil vernielen, krijg je het altijd wel kapot. Andersom kun je zeggen, dat als je echt iets wil opbouwen, je het altijd wel gemaakt krijgt. Hoe lastig ook, wil ik me daar toch méér aan vast houden dan aan de eerste stelling. Want er wordt al te veel vernield en kapotgemaakt. In letterlijke zin, getuige het wrange voorbeeld van Nicky en zijn gedenksteen. Maar zeker wanneer je vernielen en kapotmaken ook nog eens in de figuurlijke zin bekijkt.

Woorden uit de koppen van de rest van de Limburger illustreren dat : bedreigen, rellen, afschuwelijk, radicaler, fraude, drugs, zwaargewonden, irritaties, verlies, woede, grof geweld, schrijnend. Je zou er moedeloos van worden. Dus nog eens bladeren door de Limburger, of er ook wat opbouwende en positievere woorden in de koppen te vinden zijn. En dan zie ik: evenementen, goud, steun, ballonnetje, verrassingen, gehuldigd, liefde, leven, lente, roze wolk, droom, inzicht.

Op die manier bekeken ontstaat er toch wat balans. Maar het wordt lastig wanneer de koppen negatief en positief in een zin combineren. Wat te doen met ‘te schrijnend voor inzicht’? Of ‘Amerikaanse droom spat ruw uiteen’, ‘regeldruk bedreigt evenementen’, ‘Drugs tussen bloemen’ of ‘Rel rond Oktoberfeest’? Dan blijkt het lastig kiezen en ligt het er maar net aan in wat voor gemoedstoestand je bent.

Heb je net een gedenksteen vernield, dan voel je je waarschijnlijk meer verwant met de negatieve aspecten van het leven. En neig je meer naar de positieve kant, dan ben je waarschijnlijk ook eerder bereid om een oud vrouwtje te helpen met oversteken. Wel eerst vragen of ze ook wil, want voor je het weet doe je dubbel werk.

En nu het uiteindelijk toch over werk gaat. Bestuurskundige Arno Korsten heeft samen met twee oud-studenten een boek geschreven met de titel ‘Het gras bij de buren’. Een artikel daarover in de Limburger vandaag trekt mijn aandacht. Eén passage met name. Samengevat: Heel veel prestaties kun je niet met een kwantitatieve benadering beoordelen. Arno Korsten noemt dat scorebord- of dashboardmanagement. Daardoor dreigen soms veel belangrijkere waarden onder te sneeuwen.

Dát, en de vernielde gedenksteen, zet me aan het denken. Is vier keer vernielen erger dan één keer vernielen? Of is het misschien van een veel belangrijkere waarde om je te realiseren dat het negatieve alleen met positiviteit te pareren is? En als je dat weet, dan is het mogelijk van nog grotere waarde als je vervolgens met die positieve wetenschap wat doet.

Dat is lang niet altijd makkelijk, om positief te blijven. Voor sommigen zelfs onmogelijk. Die slaan dan uit frustratie stenen stuk. Wat ze niet beseffen, is dat elk brokstuk de herinnering aan het goede in zich houdt. Hoe meer brokstukken, hoe groter de herinnering. Tellen voegt dan uiteindelijk niks meer toe. Want, méér nog dan in stenen, zit de herinnering in het hart.
nicky's gedenksteen

Bovenstaande column voorgelezen bij Radio Reindonk, in het programma ‘Wiekendproat’ van Jos en Chrit. Muzikaal voorafgegaan door ‘Save me a saturday night’ van Neil Diamond en afgesloten met ‘Kus mich dan’ van Arno Adams. Klik hieronder om er naar te luisteren.

Noorderlicht in de boreale wereld

Een studerende zoon in Noorwegen bezoeken is geen straf. Een week in dat prachtige land genoten van het weerzien en de gedeelde ervaring van metershoge sneeuw, prachtig bevroren landschappen en het indrukwekkende noorderlicht. Je voelt je klein en tegelijk heel groot, als je dat samen mag ervaren. Als je niet beter wist, zou je er ‘oikofobisch’ van worden, door de sfeer in deze ‘boreale’ wereld. Oftewel: mooie menselijke ontmoetingen naast de ‘immanente’ kracht van een steeds machtelozere wereld.

Meteen de tweede avond was het raak. Het was een heldere nacht en alle noorderlicht-apps hadden aangegeven dat er een grote kans bestond om het noorderlicht in Tromsö te zien. En de apps hadden gelijk. Daar stonden we in de vrieskou, zo ver mogelijk Tromsö uitgewandeld om zo min mogelijk last te hebben van de lichtvervuiling uit de stad. Mees zag het ‘t eerst. Maar hij had dan ook al zo’n anderhalve maand ‘kijk-ervaring’. Hij wist wat hij moest ‘zien’.

‘Kijk. Dáár begint het’. Hij wees naar een lichte plek, die over een bergketen verscheen. De plek, die voor mij in eerste instantie ook een wolk hadden kunnen zijn, werd snel helderder. De beweeglijkheid nam toe en ineens doorkruiste, duidelijk zichtbaar, een streep licht de donkere Noorse hemel. Snel volgden andere banen licht de eerste lijn op. En er ontstond een soort van dans tussen de lichtende lijnen. Een dans, die het hele universum minutenlang leek te omspannen.

Dat verbaasde me nog het meest. Hoe snel die enorme afstand van oost naar west doorkruist werd. Onder de indruk maakte mijn dochter foto’s van het schouwspel. Pas op die foto zag ik heel duidelijk het ‘Heineken-groen’. In het echt waren de dansende lichtlijnen voor mij meer grijs van kleur, maar dat weet ik aan mijn rood-groene kleurenblindheid. Iets van groene schijn was er zeker. Even later zelfs een paarse gloed, maar dat vond ik niet het meest opmerkelijke. Het immense van het verschijnsel zelf, en dat kunnen delen met elkaar, dat was het meest indrukwekkend. Die strepen tussen de sterren.

Een dag eerder waren we geland op het vliegveld in Tromsö. In de aankomsthal stond Mees klaar met wat hij zelf een typisch Noorse lekkernij noemde: bessenjam op bruine kaas, samen op een cracker. Het moet gezegd, dat smaakte prima. Maar de omhelzing bij het weerzien was zeker ook van invloed op de smaakpapillen. Heerlijk.

Samen hebben we de huurauto gezocht op de ondergesneeuwde parkeerplaats. Het knopje op de autosleutel liet de lampen oplichten van een auto, die nog maar net zichtbaar was in de totaal witte omgeving. Spannend om vervolgens de parkeerplaats af te rijden en met behulp van de TomTom op zoek te gaan naar ons appartement. ‘The wheels have spikes’, was desgevraagd het geruststellende antwoord van de autoverhuur-bediende. Maar toch.. In Nederland zou deze weers-situatie aanleiding zijn geweest voor een code ‘ontzettend donker rood’.

Een hele week zijn we samen in Noorwegen geweest. Wat autotrips gemaakt, voor het eerst langlauflatten onder mijn voeten gehad en dus ook voor de eerste, tweede, derde en tiende keer ervaren hoe het is om met je gezicht in versgevallen sneeuw terecht te komen. De week vloog voorbij, net als alle struiken en boomtakken tijdens mijn laatste afdaling. Ik heb na de onvermijdelijke val mijn langlauflatten maar uitgedaan en de rest van de route gelopen. Je moet eerste ervaringen ook niet te lang willen rekken.

En voor je het weet ben je dan weer terug in Nederland. Dan zie je alle post liggen, die de buren netjes hebben verzameld. Tussen de kranten vind je de enveloppen met stembiljetten voor de provinciale staten- en de waterschapsverkiezingen. Dan ga je stemmen in je eigen land. En dan hoor en zie je ‘s avonds hoe de rest van Nederland heeft gekozen. En dan begint het bij 10 graden boven nul toch ineens weer te vriezen.

Bij een ijskoude noordenwind bevriest alles. Laat in de donkere nederlandse nacht hoor je een ijzige overwinningsspeech waarin woorden worden gebruikt, die je nooit eerder hoorde. ‘Boreaal’ betekent letterlijk ‘noordelijk’ of ‘noordenwind’. ‘Oikofobie’ is de tegenhanger van ‘xenofobie’. En ‘immanent’ blijkt de tegenpool van ‘trancendent’. Zo bekeken is er met ‘boreaal’, ‘oikofobie’ en ‘immanent’ niks mis. Maar het is de context waarin de woorden gebruikt worden en het is het overige ideeëngoed van de persoon die ze uitspreekt. Én het is het grote aantal bewonderaars dat de woorden niet begrijpt en toch vol bewondering opziet naar degene die de lijnen heeft uitgezet.

De kille zelfgenoegzaamheid waarmee de grote winnaar zijn speech uitspreekt, over de hoofden van de aanwezigen heen. Alsof hij groter is dan het natuurverschijnsel dat ik een week eerder mocht aanschouwen. Hij is er van overtuigd dat zijn speech het hele universum omspant. En iedereen die het niet begrijpt, applaudisseert. Net als wij, onder de noorse hemel, het niet konden begrijpen en onder de indruk de handen ineen sloegen bij het zien van de ‘aurora borealis’. Het ‘licht uit het noorden’.

Een verschijnsel van de natuur, dat respect inboezemt tegenover een politiek maatschappelijk verschijnsel waar ik grote twijfel over heb. In de verte licht het vaag op. En ineens is het er. Strepen tussen de sterren, op schouders van mensen die opkijken naar wat ze denken te begrijpen. Zonder te weten wat ze zouden moeten zien. Die zelf niet meer nadenken, maar doen wat er gezegd wordt. Van oost naar west breidt het zich uit, met de snelheid van het licht. Je voelt je klein en tegelijk heel groot, als je dat samen ervaart.

 

Deze column is op de eerste plaats geschreven voor de site Vive-Levenskunst. Een vaste groep schrijvers en een aantal gastschrijvers, waar ik er één van ben, laten daar maandelijks hun licht schijnen over verschillende aspekten van het leven. Zeer de moeite waard om er eens te kijken. Klik hier om er rechtstreeks naar toe te gaan.

Nel

Altijd als ik haar tegenkwam, was er die vriendelijke glimlach. Een glimlach die helemaal van binnen kwam. Een glimlach, die misschien wel juist om die reden, ook daadwerkelijk bij je binnenkwam. En nu, op haar gedachtenisprentje, lacht ze iedereen weer toe. ‘Wish you were here’ van Pink Floyd was het openingslied bij de afscheidsdienst van Nel. Een gezongen wens die in zekere zin ook werkelijkheid was. Want in gedachten was ze er bij. Bij Joop, bij Bernie en Joep, bij Kees en bij heel veel anderen. Heel veel..

Mooie woorden werden er gesproken. Door Ron, die de dienst leidde. Hij vertelde over het gesprek met Joop. ‘Goh, Joop, bij Nel was het glas dus nooit halfleeg, maar altijd halfvol?’ En dat Joop’s stellige antwoord daarop was geweest, dat het glas van Nel altijd juist boordevol was gebleven. Ondanks haar ziekte, was zij in staat geweest om altijd vol van het leven te genieten. Haar positiviteit won het heel lang van de realiteit. Haar glimlach bleef haar kracht. Tot op het eind.

Het was een kracht, die haar dochter Bernie letterlijk in haar toespraak benoemde. Een kracht, die Nel ook had doorgegeven aan haar, vertelde ze. Het was de kracht van de liefde, die verbindend werkt. Hoe verbindend, werd duidelijk toen Bernie alle aanwezigen vroeg om te gaan staan. Daarna vroeg ze met een met tranen gevulde, maar zeer vastberaden stem of iedereen elkaar eens goed wilde vasthouden. Wilde omarmen. Iedereen ervoer de kracht die Bernie bedoelde. De kracht, die Nel haar had doorgegeven. De kracht van het er voor elkaar zijn.

Ik weet niet of buiten de aula alle aanwezigen ook gehoor gaven aan het verzoek van Bernie. Wel weet ik bijna zeker dat ze het minutenlange applaus gehoord hebben, dat er daarna vanuit de aula klonk. En waarschijnlijk hebben ze op de schermen ook gezien hoe Joop zijn dochter na haar prachtige toespraak innig omarmde. Ik kon door mijn eigen tranen van ontroering niet zien of Joep en Kees haar ook omarmden, maar ik vermoed van wel. Nel verbond hen en ze verbond ons.

Nog meer mooie muziek, foto’s en herinneringen werden gedeeld. Op het einde van de dienst bleek pas echt hoeveel mensen naar de afscheidsdienst waren gekomen. De stoet mensen die toen pas de aula binnenkwam om Nel de laatste eer te bewijzen, leek eindeloos. Jong en oud schuifelden aan Nel voorbij. Ieder met een eigen verbondenheid met haar of met Joop, Bernie, Joep of Kees. En daardoor ook in verbinding met elkaar. Juist op dat moment van afscheid, toch weer samen op weg naar de toekomst. Bewuster van de kracht van het leven, ook na de dood.

‘How i wish you were here’. Ik herinnerde me de hoes van de lp en zag in gedachten de doorzichtige oranje sjaal die door de wind, tussen bomen door, over een grasveld werd geblazen. Het schemerde al, toen ik naar buiten liep. Tussen de bomen van Boschhuizen door, liep ik over de kasseienpaadjes, naar waar mijn auto geparkeerd stond. Tussen de stenen groeide hier en daar het gras. Met de klanken van ‘Wish you were here’ nog in mijn hoofd, wist ik ineens van wie die doorzichtige oranje sjaal wel eens zou kunnen zijn. Van Nel en daarom sinds vandaag van iedereen. Op het kaartje zag ik Nel’s glimlach…

Nel
Voor Joop, Bernie en Joep, Kees
en voor iedereen die de glimlach van Nel van binnen voelt

Tromsö… anders

Nog twee dagen en dan vertrekken we naar Tromsö. Een studentenstad, boven in Noorwegen, waar onze Mees een half jaar lang studeert. Hij is daar vanaf januari en heeft al een paar keer het noorderlicht kunnen aanschouwen. Iets waarvan we uiteraard hopen dat we dat natuurfenomeen in onze vakantieperiode ook gaan zien. Dat kan blijkbaar nog in maart, als we geluk hebben.
IMG_4142
Ik schrijf de plaatsnaam Tromso op, en tegelijk zie ik over mijn laptopscherm mijn carnavalstrom staan. Nu pas valt me de overeenkomst op tussen ‘trom’ en ‘Tromsö’. Missschien komt dat omdat ik er nu al drie dagen vrij intensief op geslagen heb, terwijl het moment om te vertrekken naar Tromsö wel steeds dichterbij komt.

Gisteren kwam ik twee vrienden van Mees tegen in een bomvolle feestzaal bij ‘Liesbeth’. Na wat gepraat te hebben over o.a. Mees, kon ik achter hen aanlopen, om met mijn trom zo relatief gemakkelijk de andere kant van de zaal te bereiken. Een trom is leuk, maar in een volle zaal neem je toch al gauw een plek extra in, en die ene plek was er gisteren eigenlijk niet.

Het is maandagmiddag, dertig minuten voor de jeugdoptocht. Er van uitgaande dat die doorgaat, want het waait behoorlijk hard. Op het moment is het wel droog en zie ik zelfs wat zon tussen de wolken, maar hoe dat zometeen is? We zullen zien. Ik twijfel of ik vandaag wel zal gaan. Mijn vierde dag carnaval.

In de column van Frans Pollux, vanmorgen in de krant, las ik dat ‘vastenaovend eigenlijk niks voorstelt’, maar dat dat misschien wel juist de bedoeling is van carnaval. Een mooie constatering. Dingen doen die niets voorstellen, met als enige doel de dingen zelf. Dat relativeert enorm. Het zorgt ervoor dat ik eigenlijk niet zou moeten twijfelen of ik ook een vierde dag met de trom op pad ga…

En toch. Ik meen dat ik de kramp van vanochtend in mijn rechterkuit nog wat voel nazeuren. In mijn oren een ruisje, dat verdacht veel lijkt op het liedje ‘làtter en làtter’. Zou het niet verstandiger zijn, met het oog op Tromsö, om gewoon lekker thuis te blijven? Me op die manier voorbereiden op de komende ontmoeting met Mees en -als het meezit- het noorderlicht?

Wat zou Mees gedaan hebben? Nu ik daarover nadenk, weet ik bijna zeker dat hij het noorderlicht best wel even, voor een dagje of twee, zou willen verruilen voor het ‘licht van het zuiden’, dat nu bij ons schijnt. Dus laat ik op zijn minst zijn honneurs maar gaan waarnemen, nu dat kan. Ik ga me toch maar opmaken voor een laatste dagje ‘zuiderlicht’. Lieve mensen, dreumels en dreumelinnekes, ik kom er eraan. Geen twijfel mogelijk. Ik trom zo…

Mijn draai…

Ooit was er een schrijversclubje, dat publiceerde op de website schrijfbloq.nl. In 2011 werd ik daar lid van en heb toen elke twee weken een verhaal voor de site geschreven. Het clubje bestaat niet meer, maar de verhalen zijn er nog steeds..

Onder de titel ‘De draai van Geert’ waren dat 15 verhalen. Hieronder nog te lezen.

Draai 09 jan 2011
Draai 15 jan 2011
Draai 30 jan 2011
Draai 14 feb 2011
Draai 19 feb 2011
Draai 03 mrt 2011
Draai 31 mrt 2011
Draai 20 apr 2011
Draai 22 apr 2011
Draai 30 apr 2011
Draai 08 mei 2011
Draai 22 mei 2011
Draai 02 jun 2011
Draai 11 jun 2011
Draai 25 jun 2011

Carnavalszaterdag…

Twee dagen, vrijdag en zaterdag, gaan vooraf aan de drie dolle dagen. Vrijdag was gisteren en vandaag is het zaterdag 2 maart. Op het plein in Horst staan waarschijnlijk weer duizenden mensen in de buitenlucht het feest te vieren. Een feest, waaraan ik gisteren dus al een begin heb gemaakt. Van pakweg drie uur ‘s middags tot ongeveer half twaalf ‘s avonds. Niet slecht voor een start. Het houten bierglashouderplankje aan mijn trom, dat een jaar droog had gestaan, is gisteren weer rijkelijk van vocht voorzien.

Nu, zaterdagmiddag, zit ik in alle rust thuis en tik dit verhaal. De drie dolle dagen beginnen weliswaar pas morgen, maar ik verwacht dat ik vanavond toch ook al even ga pre-proeven. Bovendien is Pip vandaag jarig. Een ‘vastelaovend-walsje’ is dan een mooie manier om die mijlpaal te bekronen. Moet ik haar vanavond natuurlijk nog wel tegenkomen, maar dat is elk jaar nog gelukt, dus dat zal deze keer ook wel voor elkaar komen.

Al heel wat jaren vier ik carnaval als trommelaar. Ik probeer zo ritmisch mogelijk mee te slaan op de muziek die wordt gedraaid. Zo nu en dan meen ik om me heen te kunnen zien dat het ritme van de muziek op deze manier nog net wat opzwepender wordt. En ik merk dat zelf slaan op een trom voor veel anderen ook een aantrekkelijke bezigheid is. Ik laat dat dan ook steevast gebeuren en heb om die reden een tweede instrument bij me, waar ik op dat moment op een andere manier het ritme mee kan aangeven.
kokiriko
Ik heb het moeten opzoeken, maar dat instrument is van japanse komaf en heet een kokiriko. Je moet het met twee handen vasthouden zodat je met soepele golfbewegingen uit de pols van links naar rechts en viseversa een ratelgeluid kunt produceren. Het lijkt heel eenvoudig, maar mijn ervaring -ook gisteren weer- is dat het niet zomaar lukt, als je de kokiriko voor de eerste keer vasthoudt. Voor wie het de komende carnavalsdagen een keer wil proberen heb ik een instructiefilmpje gevonden op YouTube…

Als mijn trommelstokjes in de handen van iemand anders liggen en ikzelf de kokiriko laat klinken, dan ontstaat er ter plekke een kleine ritme-sectie, die vaak aanstekelijk werkt op de directe omgeving. Meestal zijn dat vrienden of vriendinnen van de ‘inval-trommelaar’ dus succes is bijna vanzelfsprekend. Net als leedvermaak trouwens, wanneer het trommelgeheugen van de trommelaar na heel veel jaren toch wat gaten blijkt te vertonen. En op de muziek mee trommelen is van een andere orde dan op de juiste manier een roffel produceren. Dat laatste kan ík dan weer niet.

Afijn. Gisteren met de trom dus de vuurdoop gehad. Stokjes en vel hebben elkaar regelmatig ontmoet gisteren en dat zal vanavond wel weer gebeuren. Met wat aandacht de juiste plek opzoeken, een pilsje bestellen dat ik na één slok kan wegzetten in de speciale houder die naast mijn woodblock aan de trom bevestigd is, en dan trommelen. Luisterend naar de muziek zodat ik op het eind van het nummer ook de laatste slag op mijn trom kan geven. Dat tegelijk eindigen is van belang. Dan lijkt het net alsof het trommelen er ook echt bijhoort. Mijn beloning is dan meestal een tweede slokje van mijn pilsje, dat tot die tijd geduldig in de houder heeft gehangen.

Die houten houder is ooit nog door de opa van Pip in zijn werkplaats rondgeschuurd en van de nodige gaten voorzien. Eén gat, met een diameter van een bierglas en één gat met een diameter, zo groot dat het plankje bevestigt kon worden aan de trommel. Die opa is al een aantal jaren niet meer onder ons maar elk jaar moet ik even aan hem denken als ik mijn eerste bierglas in zijn houder zet. Of aan die houder mijn trom vasthoudt als ik ze los wil koppelen. Ook vanavond zal dat gebeuren. Als ik mijn trom even losmaak en wegzet om met opa’s kleindochter -mijn jarige dochter- een walsje te dansen.

En mocht ik haar, totaal onverhoopt en geheel onwaarschijnlijk, niet tegenkomen, dan bij deze alvast de hartelijke felicitaties en een zoen, live vanuit de studio van omroep Reindonk.

 

Vallei van God…

val dieu 01
Val Dieu, oftewel ‘Vallei van God’

Ik zie haar zacht met een doekje het gezicht van een mevrouw in een rolstoel schoonvegen. Even daarvoor zag ik dat ze haar wat te drinken had gegeven. Terwijl ik een volgend liedje uit mijn buikorgel laat klinken, voorziet ze ook de andere bewoners van de besloten seniorenwoongroep in Hof te Berkel van koffie en wat lekkers. Ik ben gevraagd om een uurtje muziek te komen maken. En daar sta ik dan, te draaien en te zingen, terwijl ik één voor een naar de reacties op de gezichten kijk.

Aan de grote familietafel zaten ze al klaar, toen ik binnenkwam. Het was rond koffietijd. Twee jonge meiden, waarvan ik in eerste instantie dacht dat het mogelijk stagiaires waren, bleken op bezoek bij een van de bewoners. Waarschijnlijk de opa van in ieder geval één van hen. Ze waren nieuwsgierig naar de klank van mijn buikorgel, dat ik zojuist uit de houten beschermkast op wandelwagenwielen had gehaald.

Eén nummer beluisterden ze en ik zag ze kijken naar de geboeide reactie van opa. Bijna verbaasd hoorden en zagen ze een aantal van de andere bewoners meezingen. Altijd mooi om te zien, telkens weer, hoe muziek bij de meesten even wat losmaakt. Momenten van herkenning teweeg brengt. Zeker bij degenen, waarvan ik inschat dat de vervagende uitwerking van Alzheimer meer en meer vat krijgt op hun functioneren.

De meiden leken de lach op opa’s gezicht te kunnen waarderen. Het was bovendien een mooi en ‘natuurlijk’ moment om afscheid van hem te nemen. Zijn aandacht was nu toch gericht op de muziek en zij hadden op deze mooie maandagmiddag nog andere plannen. Vriendelijk zwaaiend naar opa, en bij de deur ook nog even naar mij, vertrokken ze, terwijl ik het volgende liedje al door de gezamenlijke woonkamer liet klinken.

Iets meer dan drie kwartier heb ik zo in totaal gespeeld. Gedurende die tijd kijk ik voortdurend naar mijn publiek van dat moment. Bij sommigen is duidelijk te zien dat ze de muziek op prijs stellen. Anderen zijn moeilijker te peilen en er zijn er ook bij waarvan ik als leek helemaal geen indruk heb of ze überhaubt iets meekrijgen van dit tijdelijke vertier. De mevrouw die eerder zacht haar gezicht schoongemaakt kreeg, viel voor mij ook in die categorie. Haar ogen waren voortdurend gesloten, terwijl ze stil in haar rolstoel zat.

Na mijn afsluitende nummer word ik verrast door een bedankje in de vorm van een doos met een zestal heerlijke speciaalbiertjes. Een hele fijne geste, die hogelijk gewaardeerd wordt. Sterker nog, op dit moment, terwijl ik mijn ervaring van vanmiddag op papier zet, geniet ik van één van die zes. Een ‘Val Dieu’. 10,5 %, en met liefde gebrouwen, lees ik, door de monniken van de cisterciënzerabdij van Val-Dieu, oftewel de ‘vallei van God’ in België. En zo smaakt het ook.

Maar er is nóg een reden, waarom ik mijn ervaring van vanmiddag op papier wil zetten. Want terwijl ik mijn buikorgel aan het inpakken ben, vertelt de verpleegkundige mij iets dat me ontroert. Het ging over de mevrouw, waarvan ik dacht dat haar gezicht zachtjes werd schoongeveegd omdat er misschien even daarvoor met drinken was geknoeid. Maar dat bleek niet het geval. Terwijl ik aan het zingen was, had ze gezien dat er tranen over de wangen van mevrouw biggelden. Mevrouw was blijkbaar echt ontroerd. Spontaan had ze toen zacht de tranen van haar wangen geveegd. Zo lief dat ze dat deed. En zo lief dat ze dat deelde…

Ik nip nog een keer aan mijn ‘Val Dieu’ en zie de metafoor. Als je ‘vallei van God’ niet al te letterlijk neemt, dan zou het elke plek kunnen zijn waar liefde is. Een plek die dus overal zou kunnen zijn. In Hof te Berkel bijvoorbeeld. En dan is een verpleegkundige die zachtjes tranen wegveegt bij een mevrouw die dat zelf niet meer kan, iemand die wat mij betreft op zo’n plek is. Hoe mooi. Het ontroert me terwijl ik het opschrijf. Ik wil het heel graag delen, omdat zoveel respect en liefde gewoon woorden verdient. Juist in het dal van het leven. Juist daar… waar meestal geen woorden zijn. Maar waar wel tranen worden gezien en zachtjes worden weggeveegd. Daar. Val Dieu…

val dieu 02

Haop

Haop…

Un grieze wolk doowt loomp,
de zôn waat oet ut zicht.
Inens en bitje kalder,
en ok waat minder licht.

Wie zuij ut winne, wolk of zôn?
Ge zit de wolk waat wieke.
Ma aas de zon giet winne,
da kunde ni mier kieke.

Daas raar, want juus die zôn,
die zudde wille zi.
Gelukkig vulde waal de wermt,
ma de zon die zidde ni.

De wermte vaan de zôn,
mákt grieze wolke witter.
Ok aas ge ut soms ni miër zit,
daan bliekt: die kracht die zit ter…

Opgenomen door de lokale radio Reindonk en uitgezonden op zaterdag 23 februari, tijdens het programma ‘Wekkerradio’. In dialekt uitgesproken, maar voor hen die dat niet machtig zijn, volgt hieronder ook de versie in het ABN.

In de KLOS-ton

Hoop

Een grijze wolk duwt lomp,
de zon wat uit het zicht.
Ineens een beetje kouder,
en ook wat minder licht.

Wie zou het winnen, wolk of zon?
Je ziet de wolk wat wijken.
Maar als de zon gaat winnen,
dan kun je niet meer kijken.

Dat is raar, want juist die zon,
die zou je willen zien.
Gelukkig voel je wel de warmte,
maar de zon, die zie je niet.

De warmte van de zon,
maakt grijze wolken witter.
Ook als je het soms niet meer ziet,
dan blijkt: die kracht die zit er…

Clara

De uitvaartdienst was plechtig. Latijnse gezangen vulden de Lambertuskerk. Helder wit zonlicht werd kleurrijk gebroken door het gebrandschilderde glas. Het gaf de vele bloemen bij haar kist nog meer kleur. ‘Clara hield van bloemen’ was de laatste zin in de rouwadvertentie en dat hadden veel mensen zich ter harte genomen. De zon speelde met de kleuren. Rood werd nog wat warmer en het groen nog wat feller.

Herinneringen werden voorgelezen. Paul, haar zoon, en Tim, haar man, vertelden over Claar. Over hoe sterk ze was ondanks haar twijfel en over hoe ze elkaar tot steun waren. Over het afscheid, dat wat haar betrof eigenlijk geen afscheid had moeten zijn. Ze was er nog niet klaar voor. Had nog zoveel plannen. Ook dat kwam naar voren, uit de woorden die werden gesproken. Het waren namelijk veelal de woorden van Claar zelf. Het was alsof ze ons allemaal nog een laatste keer van hele goede adviezen wilde voorzien.

clara prentje
De foto op het gedachtenisprentje van Claar van Lieshout

‘Weet je wat het is:’… Daar begon haar gedachtenisprentje mee. Ik herkende de zin en het korte verhaal dat volgde, omdat haar man Tim die woorden bij aanvang van de dienst met ons gedeeld had. Hij had Claar zo al laten spreken. Toen ik haar woorden terug las, hoorde ik haar als het ware zelf vertellen. Wijs. Belezen. Ze vertelde over haar herinneringen, haar twee kinderen, ja, eigenlijk over haar leven in al zijn facetten. Beschouwend, kernachtig maar vooral ook verdrietig omdat de rauwe werkelijkheid op het laatst de kleuren zo grauw gemaakt had.

En toch. Ondanks de pijn en het verdriet lees ik ook haar zin: ‘Ik kan er met vreugde op terugkijken’. Ik hoor haar dochter Evelyn in het slotwoord zeggen, dat ze tot op het laatst de hand van Claar heeft vastgehouden. Ze voelde dezelfde onzekerheid die ook Claar had gevoeld over wat het betekent om los te moeten laten. En toch, vertelde Evelyn, heeft ze haar moeder toegefluisterd dát ze los mocht laten. Puur en alleen omdat ze los móest laten. Maar wetende dat wat er geschreven is en wat er herinnerd wordt op den duur weer alles zal verbinden.

Ik ben de kerk uitgelopen aan de kant van de Bruna. Dat tweede huis van Claar, waar ze haar ziel en zaligheid in had gestopt. Waar Vera werkte, die gedurende het ziekteproces van Claar, zo vaak lief en leed met Claar had gedeeld. Het personeel van die boekhandel is met Claar en haar familie in de rouwstoet mee gewandeld naar het kerkhof, samen met vrienden en bekenden. Onder een helderblauwe lucht en stralende zon.

Bruna, bij de Lambertuskerk
…de kerk uitgewandeld, langs de Bruna

‘Weet je wat het is: ‘… Dat schreef Claar op 11 december 2018. Vanochtend maakte zij me deelgenoot van haar verhaal, via Tim, Paul en Evelyn. Een verhaal dat op deze dag lijkt te worden afgesloten, maar dat in zekere zin juist nu een vervolg krijgt. Een stukje van dat nieuwe hoofdstuk proef ik in het kopje thee op het terras. Ik zie het verhaal in de mensen die voorbij wandelen. Ik voel het in de warmte van de zon. En ik voel en hoor het als Pip me een arm geeft en we samen pratend weer langs de Bruna lopen. Alles is even één. Omdat het vanochtend door Clara zo helder is verteld. Via Tim, Paul en Evelyn.

Dus voor hen. En voor allen die Claar hebben gekend. Met dank.

boekpresentatie Bruna
Mede dankzij Claar mochten Egbert Derix en ik een paar jaar geleden onze boeken presenteren bij Bruna Horst. Een mooie, muzikale en literaire happening.