Mondkapjes en vitaminewater…

Bij de hele oude eik
In de zon op nieuwjaarsdag…

Op zo’n tweehonderd meter van het bankje zie ik het afval al liggen. Ter plekke zie ik tot mijn verbazing dat het een aantal gebruikte mondkapjes zijn en lege flesjes bronwater. Vitaminewater zelfs. Gezond afval is mijn eerste gedachte op deze prachtige vrijdagochtend, 1 januari 2021. En de tweede gedachte: wie zijn deze coronaverantwoorde, gezondheidminnende mensen die hier vertoefd hebben..

Het zit lekker in de zon. Ik besluit het afval mijn goeie gevoel niet te laten bederven. Op de fiets hier naar toe veel mensen tegengekomen die allemaal vriendelijk groeten of de beste wensen wensten. Ook zij voelden waarschijnlijk de kracht van de zon en van het nieuwe begin.

Een goed gevoel. En dat terwijl mijn zoon en dochter nog steeds in isolatie herstellende zijn. Mét aanhang! Allevier, ongeveer een week na elkaar, ‘vorig jaar’ positief getest. Gelukkig niet zo ziek dat ze gisteren oud op nieuw helemaal aan zich voorbij moesten laten gaan, maar anders was het wel. Mees en Ili, Pip en Joris, de beste wensen in mererlei opzicht!

In vertrouwen op betere tijden dus en met een goed gevoel, hier in de zon. Een heel nieuw jaar om het beter te laten worden dan dat het was. Een jaar waarin mondkapjes en lege bronwaterflesjes slechts tijdelijk de omgeving vervuilen. Misschien komen ze het straks nog wel opruimen..

Volgende keer toch ook maar een afvalzakje in m’n jaszak stoppen?

Mijn oom van 85…

Een levensloop op rijm, uitgesproken op de muziek van mijn buikorgel. Zondagmiddag, 20 december, als een verrassing gepresenteerd aan de jongste broer van mijn moeder. Een paar dagen vóór zijn verjaardag, om zoveel mogelijk te kunnen voldoen aan de corona-bezoekrichtlijnen. Hij is 23 december 1935 geboren. Twee dagen voor Kerst 2020 dus 85 jaar geworden.

Zijn oudste dochter Paulien had me benaderd en samen hebben we aan de verrassing voor haar vader verder inhoud gegeven. Die zondagmiddag was het zover. Als ik de reacties achteraf mag geloven, dan was het een succes. Zelf heb ik dat ook wel zo ervaren. Leuk hoe van het een het ander komt. In mererlei opzicht. Maar daar zo meer over.

Het was fijn om het te mogen doen. Behalve mijn oom en tante waren Paulien met haar man Leo en haar broers Twan en Geert met zijn vrouw Josina aanwezig. De jongste zus Annette kon via de mobiel vanuit Schipluiden meekijken en meeluisteren naar de voordracht. Haar man Carl, die blind is, luisterde mee. Kinderen en aanhang, een dankbaar publiek.

Op ereplaatsen, met de rest min of meer op corona-afstand, waren ze met z’n allen getuige van de aubade op rijm en muziek. Het was precies waar ‘Tekst op maat’ voor bedoeld is. ‘Tekst op maat’ is één van mijn tegenprestaties, beschreven op de culturele crowdfundpagina voordekunst.nl, bij mijn lopende boekproject ‘Waar het hart vol van is…’.

Paulien had die optie daar pakweg drie weken eerder gelezen en zag het toen meteen voor zich. Een perfect cadeau voor haar vader, vond ze. Haar vader -mijn oom- die altijd voor iedereen klaar stond en nog steeds klaar staat, maar daarvoor zijn hele leven lang al alle bedankjes wegwuift en fysieke cadeaus blijkbaar steevast becommentarieert met de woorden ‘had niet gehoeven’ en ‘wie heeft dat bedacht’. Juist een verrassing zoals deze zou hij zeker kunnen waarderen.

Vooral omdat hij zelf op allerlei gebied creatief was en is. Met tekenen bijvoorbeeld. Of keramiek en schilderen. En dichten is hem ook niet vreemd. Vandaar. Ik had de indruk dat hij genoot van de voordracht . ‘Had niet gehoeven’ heb ik in ieder geval niet gehoord en het ‘wie heeft dat bedacht’ was eigenlijk een overbodige vraag: zijn eigen kinderen, op basis van mooie herinneringen vanaf hun vroege kindertijd tot aan vrij recent.

Later, in de huiskamer, hebben we de achtergrond van de aubade toegelicht, want hij is wel iemand die graag weet hoe het zit. Mijn oom, zittend in zijn fauteuil, luisterde op gepaste corona-afstand naar de uitleg. Ik vertelde van het boekproject en de crowdfunding die zo voorspoedig verliep dat het boekproject op enig moment zelfs was uitgebreid met een grafische component. Dat ik daarvoor mensen had gevraagd om een visuele vertaling te maken bij een gedicht van mij.

‘Dat kun jij ook wel doen, Pap’, zei Paulien toen. Waarom eigenlijk niet, was mijn eerste gedachte. Dus dat zei ik ook. Mijn oom hoorde het aan, zei verder niets maar stond even later op en liep naar de kast. Daar rommelde hij heel even maar pakte er toch vrij doelgericht iets uit. Het was een ets die hij vroeger gemaakt had. Hij had er ook nog één van de eerste drukken bij. Met een soort van ingehouden trots doorbrak hij even de corona-barrière en legde het etsplaatje en het gedrukte exemplaar voor me neer op tafel. Gemaakt, vertelde hij, in 1985, als uitnodiging voor zijn familie, op zijn 50-ste verjaardagsfeest.

Toen wist ik. Dit moment wil ik vastleggen. Mijn oom, die op deze manier zonder woorden niet alleen zijn waardering uitsprak voor wat hem zojuist buiten was ‘aangedaan’, maar die daarmee in feite ook liet zien waar het in het leven om gaat. In metaforische zin was de etsplaat de bron en de afdruk een afgeleide daarvan. Gelijkend maar nét even anders. Zoals kinderen een afgeleide zijn van hun ouders. Op ze lijken, maar toch allemaal heel eigen zijn en vaak nét even anders.

In het laatste couplet van de levensloop op muziek stonden twee zinnen:

prachtig erfgoed uit een bron
die bij jou en Nelly ooit begon

Nelly is al 55 jaar zijn vrouw. Ze kregen vier kinderen, die op hun beurt ook weer kinderen kregen. Prachtig erfgoed. En ik kon het niet helpen om even aan mijn eigen moeder te denken. Zijn zes jaar oudere zus, als ze nog geleefd had. In zijn ogen vol trots zag ik heel even haar voortdurende aanwezigheid. Een mooie ‘reproductie’ van herinneringen en toekomst, gevangen in één blik.

Eveneens te zien in één ets uit 1985. Met wat extra fantasie staan de twee eksters symbool voor ons allemaal. We komen uit elkaar voort, zijn er voor elkaar en voeden elkaar. Met het leven. Altijd. Vanuit de bron.

de bron…
… en de afgeleide

Gevonden…

de waarde van ellende
daar zoeken waar het ligt
het grote onbekende
streelt zacht het vergezicht
hoe triestig ook de bende
geheeld, je lacht, je dicht
omdat het steeds meer wende
gevonden en gezwicht…

Hoe mooi…

de stilte filtert puur geluid
ver weg verliest van vallend blad
een reiger zit zijn uren uit
waar eerder al een reiger zat

friswarm aait de novemberwind
over de wereld die al was
als voeten, lopend over grind
hoor ik elk hapje raspend gras

stille acties, geen groot denken
enkel maar bezig zijn of staan
het paard, de reiger, ja, ze wenken
naar alles wat ik wil verstaan

De zin…

zinnen
als slingers
van woorden
schrijven
mijn vingers
waterkoud
op wat nog
onbeschreven
is

later oud
blijven
woorden
en zinnen
een dunne laag
klatergoud
over wat de
zin van leven
is

Afstand…

Neergestreken in Meterik, aan de picknicktafel vlak bij de Kabroekse beek. Als er even geen auto’s op de Crommentuynstraat voorbij rijden, dan hoor ik op een afstand aan de andere kant de voetballers op het sportpark van Meterik. Moesten die eigenlijk niet hun mond houden in deze coronatijd of gold dat alleen voor de toeschouwers? Afijn, ze mogen weer, sinds dit weekend geloof ik. Opnieuw een stapje naar het gewone normaal.

Op de fiets hier naartoe zag ik op verschillende plaatsen 1,5-meter stickers opgeplakt of opgehangen bij ingangen van bedrijven. Zes maanden geleden was dat nog niet, realiseer ik me, en ik vraag me af wanneer die stickers definitief kunnen worden weggehaald. Of kunnen we misschien nu al afspreken dat ze mogen blijven hangen na corona, maar dat ze dan betekenen dat we voortaan met iedereen binnen 1,5 meter een kort gesprekje aanknopen.

‘Dat is toch niet normaal’ hoor ik een aantal mensen al roepen, en misschien hebben ze wel gelijk. Maar net zo min als er in deze coronatijd aan de 1,5-meter regel consequent gehoor wordt gegeven, hoeft het dan ook niet zo strikt. Gewoon, net als nu, als je het nut van de maatregel inziet, dan houd je je eraan. En zo niet, dan loop je de ander gewoon stilzwijgend voorbij. Dat is nu, tijdens corona, eigenlijk niet anders, toch?

Als je nu als 1,5-meter aanhanger meemaakt dat iemand je binnen die radius stil voorbijloopt, dan heb je de neiging om die persoon eens goed te wijzen op het onverantwoordelijke gedrag. Je wil dus eigenlijk al meteen het gesprek aanknopen. Straks, na corona, blijft dat zo. Alleen mag je het dan over gezellige dingen hebben. Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat je ook in die situatie altijd het risico loopt dat je gezellige gesprekspartner een griepje onder de leden heeft.

Het blijft dus een persoonlijke afweging, altijd weer. Normaal of niet-normaal. Nu of later. Let wel, het laatste dat ik hier wil beweren, is dat corona een onschuldig griepje is. Ik ben geen viroloog. Net als Maurice de Hondt. Wat ik maar wil zeggen, op deze prachtige zonnige septembermorgen, is dat het allemaal van een zekere relativiteit is, waar we met elkaar misschien iets vaker bij zouden moeten stilstaan. Met een goed gesprek. Over zaken die niet over wederzijdse verwijten gaan, want met die insteek verkleinen we die 1,5-meter niet. Integendeel.

Niet normaal, wat je met de zon in de rug op een picknickbank in korte tijd bij elkaar kunt bedenken. Ik stap zometeen maar weer eens op de fiets en ga in Horst-centrum op het terras een theetje drinken. Ontsmet ik daar gelijk mijn handen even, want je weet maar nooit wie er voor jou in Meterik aan de Kabroeksebeek aan een picknicktafel heeft zitten schrijven. Ik schat wel in dat die tafel langer is dan 1,5-meter. Dus…

Huh?

Hun afscheid…

ik zit hier voor de kerk van toen
kijk wat er is gebleven
het glas in lood
in prachtig rood
met tekst er in geschreven

die tekst die heb ik niet gezien
die dag dat wij ze misten
wel zon die scheen
door ramen heen
het gangpad en de kisten

vierkante vlakken voor de kerk
tegels van mos vergeven
hier stonden wij
bij allebei
hun afscheid van het leven

Retraite…

Alle boeken die er staan stralen oudheid uit. Een aantal is ook echt oud. In ieder geval in een staat die dat doet vermoeden. Er hangt een sfeer van vervallen wijsheid. Wijsheid, die er niet meer toe lijkt te doen. Op een vreemde manier wel passend bij mijn voorstelling van het klooster in Huissen, waar ik de komende dagen mag vertoeven. Ik ben op een midweek, waarin filosofie en retraite zijn gecombineerd. Het is maandagavond 10 augustus, half acht.

‘Leven zonder waarom’ is het thema van de midweek. Het is een uitspraak van Meister Eckhart van zo’n 800 jaar geleden. Hij is één van de drie denkers die de komende dagen aan bod komen. De rode draad is ‘Innerlijkheid’. Uit het voorstelrondje blijkt een grote diversiteit in de achtergronden van de twaalf deelnemers aan de midweek.

Innerlijkheid is een begrip waar blijkbaar moeilijk een definitie aan te geven is. Het raakt aan ‘ziel’ en ‘geweten, volgens Welmoed Vlieger, die de midweek begeleidt. Bij alledrie de denkers komt het begrip innerlijkheid terug als een tegelijk betrokken zijn bij de ander en bij jezelf. Het is de dialoog tussen de binnenwereld en de buitenwereld. In het spanningsveld van die twee werelden verhouden zich de drie denkers, waar we de komende dagen meer van gaan horen: Meister Eckhart, Dag Hammarskjöld en Søren Kierkegaard.

Om pakweg half 10 die avond praten we als groep buiten in de kloostertuin nog wat na. Het valt me op dat sommige mensen graag over zichzelf vertellen terwijl anderen liever luisteren. De ‘praters’ hebben voorbeelden uit hun eigen leven die ze -wat mij betreft ietwat voorbarig- meteen in verband menen te moeten brengen met de korte inleiding van Welmoed. Ik merk dat ik in deze fase meer geneigd ben om te luisteren.

De volgende dag krijgt Meister Eckhart meer diepte. ‘s Morgens informatie over zijn leven en werk en ‘s middags in groepjes van vier in gesprek over een aantal van zijn citaten. Opdracht is om uit de citaten met de groep er één te kiezen die je gezamenlijk het meest raakt. De reden waarom dat citaat gekozen werd, wordt vervolgens weer plenair door iedereen gedeeld met de rest. Een werkvorm die hele persoonlijke verhalen laat ontstaan.

Bij Dag Hammarskjöld, de volgende dag, hetzelfde patroon. En ook Søren Kierkegaard, donderdagochtend, krijgt op deze manier een onverwachte diepgang. Dat, gecombineerd met het ritme van het leven in een Dominicanenklooster, maken deze vier dagen tot een speciale ervaring. Voor het eerst in mijn leven bijvoorbeeld Lauden en Vespers bijgewoond.

In één van de pauzes heb ik één van de oude boeken opengeslagen. Mijn oog viel op een sfeervolle potloodtekening die me herinnerde aan een belofte die ik een tijd geleden aan een collega had gedaan die op zwangerschapsverlof ging. Ik weet nu wat ik haar ga sturen. Op enig moment in de resterende twee weken van mijn vakantie ga ik daar mee aan de slag.

Al met al, geïnspireerd door een midweek, waar mooie indrukken van buiten naar binnen zijn gekomen. Indrukken en emoties die bestaande inzichten nieuw elan geven en nieuwe inzichten hebben laten ontstaan voor verdere groei en verdieping. Tussen oude boeken met nieuwe mensen.

vervallen boek
vol oud latijn
vergeten wijsheid
teer vergeeld

stil in een hoek
verleden zijn
versleten grijstijd
weer gedeeld

Richting…

Een waardeloos richtingsgevoel. Maar wat maakt het uit. Nu zittend op de plek waar de Broekhuizerdijk overgaat in de Horsterweg. Vlak voor me staat een gigantisch blauw buizenkunstwerk, waar me nu pas van opvalt, dat elke buis voorzien is van een plaatsnaam: Broekhuizen, Broekhuizenvorst en Horst.

Vanochtend van thuis uit weggefietst, in de bedoeling het gisteren geopende fietspad van Broekhuizen naar Blitterswijck te gaan bewonderen. Dat is gelukt, via Melderslo en het Schuitwater. Bekende weg naar Broekhuizen. En daar inderdaad een nieuw fietspad opgefietst, langs de Maas. Mooi, maar allemaal nog wel heel nieuw. Wordt wel wat.

Omdat het zo nieuw is, staan er nog nergens richtingwijzers. De hele tijd in de veronderstelling gefietst dat ik in Blitterswijck zou uitkomen. Nog even gepauzeerd bij een mooi watertje, waar Staatsbosbeheer een bord bij had gezet: ‘t Sohr’. Opnieuw de fiets op, richting Blitterswijck en toen ineens, tadaaaa…. In Swolgen..

Nog heel even gedacht, dat als ik dan door zou fietsen, ik aan mijn rechterhand de afslag naar Blitterswijck zou krijgen. En als ik rechtdoor zou gaan ik in Wanssum uit zou komen. Die gedachte duurde tot het moment dat ik een bord zag dat ik naar Hayberries kon en in de gaten kreeg dat de volgende plaats van aankomst Broekhuizenvorst zou zijn. Daar was ik smorgens al zo goed als aan voorbij gefietst…

Hm. Zoals gezegd, waardeloos richtingsgevoel. Maar soit. Route bijgesteld en bij Hayberries op het terras een thee en een pannenkoek met bosbessenconfiture, slagroom en verse bessen besteld. Het was tenslotte bijna middag. Niet al te veel woorden aan vuil maken. De prijs-kwaliteitverhouding viel in de categorie ‘eigen schuld’. Zag er mooi uit, maar dat mag ook wel, voor dat geld…

En nu dus op een bankje op de hoek Broekhuizerdijk, Meerlosebaan. Ik besluit om die Meerlosebaan te gaan fietsen, om dan via Tienray weer naar Horst te peddelen. Zou heel goed kunnen dat ik daar dan op een terras ergens in het centrum een laatste, uitgebreide pauze inlas. Wie weet, tot daar?