In gedachten: Hans en Jan

Met Hans liep ik over een achterpad, dat overal uitkwam en nergens. Hij kende die paadjes, want hij woonde al zolang als hij leefde in deze buurt. Het waren de achterpaadjes van de lange rijen huizen van de mensen die er ook woonden. Het waren de, voor buitenstaanders, onzichtbare verbindingen tussen de Jan van Eechoudstraat, de Wittenhorststraat, de Prinses Beatrixstraat, de Julianastraat, de Prins Bernhardstraat enzovoorts. Dat was Hans zijn domein en daar liepen we. Acht, negen jaar, denk ik, en de wereld was van ons. Of eigenlijk van Hans, als we bij zijn thuis waren.

Hans is onlangs gestorven. Twee weken eerder had ik de felicitaties voor zijn verjaardag nog op Facebook voorbij zien komen. Die berichten gingen gepaard met sterktewensen en opbeurende gedachten dat het hopelijk snel goed zou komen. Helaas mocht dat niet zo zijn. In de overlijdensadvertentie stond in drie korte zinnen hoe het was: ‘Tot mijn grote spijt moet ik jullie mededelen dat ik ben overleden. Ik was graag nog even gebleven. ’t Gaat jullie goed!’

Tijdens een indrukwekkende herdenkingsbijeenkomst hebben veel mensen afscheid genomen van Hans. In de blauwe buitenlucht, onder een stralende zon. Een witte streep verbond langzaam een paar wolken. Niet veel later van de andere kant nog een witte streep. Alsof er ook in de lucht een kruis getekend moest worden. Ik keek er naar, in gedachten, en luisterde tegelijk naar de woorden over Hans.

Hans kende de smalle paadjes achter de huizen. Daar liepen we. Acht jaar, misschien negen. Ik liep voorop omdat Hans achter me aan liep. In één keer sloeg er vanuit een van de achtertuintjes een grote hond aan, juist op het moment dat ik voorbij het tuinhekje liep. Hans zag me enorm schrikken en dat maakte in dezelfde seconde zo’n indrukwekkende reactie bij hèm los, dat weer slechts een paar milliseconden later de hond jankend afdroop. Net als ik was de hond enorm geschrokken. Maar Hans stond gelukkig aan mijn kant. Oprecht verontwaardigd over wat dat beest mij had aangedaan. En dat werkte. Het voorval, en vooral Hans z’n vastberadenheid, is nooit meer uit mijn herinnering gegaan.

Het zal misschien in diezelfde zomermaanden zijn geweest. Een andere herinnering die me altijd is bijgebleven. Ik mocht met Hans en zijn ouders, Toos en Jan, mee op vakantie. Ik denk dat Erik, Hans broertje er ook bij was, misschien ook wel met een vriendje, maar dat weet ik niet zeker. Volgens mij waren we op de Schatberg, maar voor mij voelde het toen als een wereldreis. Mijn wereld speelde zich in die tijd vooral af in mijn hoofd, door de gespannen situatie bij ons thuis. Later heeft Jan me ooit verteld dat hij en Toos dat wisten en dat ik ook om die reden mee mocht met hen.

Mijn herinnering gaat terug naar een plek aan de zijlijn van een voetbalveld. Rondom het veld stond publiek en op het veld werd fanatiek gevoetbald. Ik vermoed dat ik met Hans, op onze knieen in het gras, naar die wedstrijd keek, en dat de ouders van Hans vlak bij ons stonden. Ik weet dat niet zeker, want op dat moment in gedachten verzonken, ontging me de hele wedstrijd.

In mijn geheugen gegrift staan echter de volgende beelden, die, ook hier, elkaar in millisecondes opvolgden: ik zie mezelf, starend in het groene niets; ik zie een vuist van achter mij verschijnen, die stopt vlak voor mijn neus, en ik zie en hoor tegelijk een levensgrote voetbal op die vuist met een knal terechtkomen en evenzo hard terugspatten, het veld in. Nog hoor ik het diepe ‘oooooh’-geluid dat er meteen op volgde, van alle toeschouwers. Ik keek om, in de ogen van Jan, zag een glimlach op zijn gezicht, en hoorde hem zeggen: ‘doa haadde geluk wah menke…’. En zo was het.

Nu is Jan een paar dagen geleden ook gestorven. Een week na Hans. Voor Toos en Erik en de familie een keiharde, en bijna niet te bevatten realiteit. Gisteren was er op de Wevert opnieuw een herdenkingsbijeenkomst. Daar kon ik niet lijfelijk bij aanwezig zijn, maar ik was er in gedachten. Ook vandaag weer even.

Ik stel me voor dat Hans daarboven Jan rondleidt over de witte paadjes achter de wolken. Diezelfde paadjes die een week eerder al werden aangelegd in de lucht, op de vrijdag dat Hans afscheid nam. Ik keek er toen naar maar zie nu pas waarom. In gedachten. Net als een week eerder. Ik zie ze vastberaden samen op pad. Ons bedroefd achterlatend, maar met de zekerheid van de mooie herinneringen.

‘…de mooiste woorde is voorbij’

Een regel tekst uit een liedje van Gert Vlok Nel, een singer-songwriter uit Zuid Afrika. Ook de mooiste jare is voorbij zingt hij. Evenals de mooiste liefde. En ook de mooiste drome is voorbij. Het liedje heet Epitaph en komt van de cd ‘Beaufort-Wes se Beautiful Woorde’. Epitaph betekent ‘grafschrift’. Toch ook vaak mooie, laatste woorden. Het liedje ademt een melancholische sfeer, zoals eigenlijk alle liedjes op de cd. Tot zover de muzikale informatie.

Niet alle tekst kan ik verstaan maar dat maakt op de een of andere manier de regels die ik wel begrijp zoveel krachtiger. Misschien door het steeds weer lekker wringende enkelvoud-meervoud verschil met onze taal. Het is voor mijn gevoel een vereenvoudiging die het zuid-afrikaans dichter brengt bij waar taal vooral voor bedoeld is: uiting geven aan gevoel en creeren van wederzijds begrip.

Maar misschien schuilt de kracht van ‘…de mooiste woorde is voorbij’ wel in de vrije interpretatie die de woorden oproept. Ik denk terug aan het moment dat ik gisteren de krant terzijde schoof. Na het lezen van een artikel waarin de woorden ‘gifgas’, ‘schuld’ en ‘onschuld’ over elkaar heen buitelden en hard vochten om een plek op mijn netvlies. De foto van de dode kinderen verhinderde dat.

Dat beeld -als het waar is- is ‘de woorde’ voorbij. Zelfs als het niet waar is, is het de woorden voorbij. Voor hen die de waarheid kennen is ook de liefde voorbij. Dat kan niet anders. De mooiste dromen, de mooiste jaren, de mooiste liefde. Is dan voorbij. Allemaal. En toch werd er ’s avonds over gepraat bij Knevel en Van den Brink. De mooiste woorde… zonder gevoel en ik begreep ze niet.

Een theorietje…

Ik heb een theorie in mijn hoofd die even aan de oppervlakte van mijn denken komt, maar meteen ook weer wegduikt, als ik wat dichterbij wil komen. Heel even aanwezig is en dan weer weg. Moeilijk grijpbaar dus, maar toch duikt ze de laatste tijd steeds vaker op uit de mist van mijn gedachtenstroom. Dan lijkt ze heel even zo vastomlijnd. Dan wekt ze de geruststellende indruk de antwoorden te hebben op heel veel vragen. Straalt uit om oplossingen te kunnen geven. Maar daar blijft het bij. Ze geeft die oplossingen niet, zoals je van een goede theorie zou verwachten. Integendeel. Ze laat me twijfelen. Ze houdt me onzeker over de zekerheden die in haar verborgen lijken te liggen. Soms zó overtuigend, dat ik me zelfs afvraag of dát misschien niet juist de kracht van de theorie is. De kracht van de onzekere waarheid. Een overheersende kracht, dictatoriaal bijna, maar gelukkig met een energie die te sturen is. Nou ja, sturen. Energie die alle kanten op gaat is nou niet bepaald een richtinggevende kracht. Dus echt sturen, nee. Daarvoor houdt mijn theorie zich nog te veel verborgen. Hecht ze, zo lijkt het, teveel aan twijfel. Maar wat ze wel soms doet, mijn theorie, is dat ze overkoepelt. Wanneer twijfel en zekerheid weer eens met elkaar wedijveren, voel ik dat mijn theorie een harmonieus antwoord klaar heeft liggen om die strijd te beslechten. Zonder te weten wat dat antwoord is, overheerst daardoor het gevoel van zekerheid en is de twijfel ondergeschikt. Dat is op zich wel prettig. Maar omdat ik het gevoel niet kan verklaren is het wéten zonder het onder woorden te kunnen brengen. Blijft het geruststelling vóór de angst. Berusting vóór het onvermijdelijke. Zekerheid vóór de twijfel. De nadruk ligt weliswaar op het positieve, maar het negatieve blijft daar doorheen schijnen. Ik verwacht dat mijn theorie straks, als ik tijd van leven heb, volledig getoetst is aan de praktijk. Dan zal ze mij het bewijs leveren dat het positieve gevoel, dat nu nog soms onverklaarbaar is, geheel logisch was.

Tot die tijd modder ik nog wat aan met mijn theorietje en mijmer ik er nog wat over.

Een theorie met kansen zullen we maar zeggen?

Mhm…

Daar heb je wat aan, aan zo’n theorie…