Luc…

Met drie collega’s begon hij aan de Volta Limburg Classic toertocht van 120 km in Zuid-Limburg. Een uur en 26 minuten later viel hij van z’n racefiets. Bijna meteen was er een arts bij hem, maar reanimatie mocht niet meer baten. De app die de tocht registreerde, stond stil bij 30,68 kilometer.

Hij stond nog midden in het leven. Had een eigen bedrijf, dat goed liep. Getrouwd met Cécile, twee dochters, Kim en Lisa. Een maand geleden was hij 53 jaar geworden. Op zondag 2 april jongsleden plotseling overleden, tijdens de uitvoering van zijn geliefde wielerhobby. Zomaar. Ineens. Zaterdag 8 april mocht ik zijn afscheidsdienst begeleiden. Het was een indrukwekkend samenzijn.

Cécile, Lisa en Kim, Luc’s zus en zijn vader sprak ik vier dagen eerder, op dinsdagmiddag 4 april. Luc was erbij. Hij was de avond daarvoor van het ziekenhuis in Maastricht naar huis gebracht. Er was obductie gedaan om de oorzaak van zijn overlijden te achterhalen. Het resultaat daarvan zou pas maanden later duidelijk worden, vertelde Cécile. We stonden bij Luc, die erbij lag alsof hij elk moment wakker kon worden.

Er heerste vooral nog een sfeer van ongeloof. Om de beurt riep een herinnering bij deze en gene weer tranen op. Lisa haalde een grote bruine knuffelbeer tevoorschijn, die een dag eerder door haar moeder was gekocht. ‘Dat was Luc’, zei Cécile, ‘n grote knuffelbeer’. Lisa hield hem stevig vast, terwijl nieuwe herinneringen werden opgehaald. 

Herhaaldelijk ging de deurbel. De ene keer werd de zoveelste bos bloemen bezorgd, de andere keer een pan soep, klaargemaakt door de buren. Cécile stond iedereen te woord, en bleef dat de dagen erna ook doen. Dat zorgde ervoor dat sommige zaken die geregeld moesten worden, wat in het gedrang leken te komen, maar het paste helemaal bij hoe zij en Luc in het leven hadden gestaan. Het leek voor Cécile de manier om Luc ‘levend’ te houden en samen met iedereen te verwerken dat dat niet meer zo was.

De afscheidsdienst werd gehouden in Chateau de Raay in Baarlo. In een sfeervolle grote ruimte en twee iets kleinere ruimten, waar men op beeldschermen de dienst kon volgen. Het bleek maar net groot genoeg om alle aanwezigen te kunnen herbergen. Geen stoel was onbezet en het merendeel van de aanwezigen woonde staande de dienst bij. Een grote delegatie van zijn werk was aanwezig om ‘hun’ Luc de laatste eer te bewijzen. Daarnaast familie, vrienden en bekenden. Een indrukwekkend aantal mensen.

Luc’s zus las de levensloop voor en hun vader sloot die af met een prachtige parabel over een rozenstruik. Cécile, Kim en Lisa bundelden hun kracht om samen in liefde over haar man en hun vader te vertellen. Op verzoek van Cécile heb ik de tekst voorgelezen, die Luc’s vader in de condoleancekaart had geschreven, in de nacht na het vreselijke bericht over zijn zoon. En ook de emotionele woorden van de moeder van Cécile, mocht ik voorlezen. Uit de verhalen van zijn collega’s en de vriendengroep werd nóg meer duidelijk wie Luc was en wat hij had betekend. En daarmee werd ook steeds duidelijker waarom er zoveel mensen bij zijn afscheid waren.

Behalve een gedachtenisprentje kregen alle aanwezigen na afloop van de dienst een bloeiend viooltje aangeboden. Dat was een mooi gebaar, dat Luc’s collega’s hadden bedacht. Het leverde een prachtig beeld op. Al die kleurrijke viooltjes in de handen van alle aanwezigen, die een lange erehaag hadden gevormd links en rechts van het stenen pad. Toen Luc door zes vrienden naar ‘De Kapel’ werd gedragen zag ik mensen in één beweging hun viooltje op de grond zetten om meteen daarna bij het langskomen van Luc en zijn familie te kunnen applaudisseren. Het was een soort van golf die aanhield, tot het moment dat Luc in ‘De Kapel’ was aangekomen.

Wat volgde was een informeel samenzijn. Luc was erbij. Op een symbolische en rustige plek, centraal in ‘De Kapel’, heeft zijn directe familie nog bij en met hem genoten van appelvlaai, zijn geliefde gebak. In de serre ernaast was thee, koffie, broodjes en -het kon eigenlijk niet anders- ook appelvlaai. Menige genodigde heeft zich misschien even verbaasd over dat ene stuk appelvlaai, dat pontificaal was neergezet op het donkerblauwe doek, waarin Luc was gewikkeld. Even maar verwonderd, om daarna ten volle te beseffen met hoeveel liefde dit ‘stilleven’ tot stand was gekomen. Luc hoorde er bij, hoort er nog steeds bij en blijft er bij horen. Omdat er altijd appelvlaai zal zijn. Én grote bruine knuffelberen…

Aan het einde van de dienst heb ik mijn gedicht mogen voordragen, waarmee ik ook deze terugblik wil besluiten. Voor Cécile, Kim en Lisa en alle familie, vrienden en bekenden, heel veel sterkte gewenst.

Weg…

je stapte zondag op je fiets
en bent gewoon op weg gegaan
de afstand deed je eigenlijk niets
je had het al zo vaak gedaan

je fietste dan van her naar der
genoot van zon en regen
maar nu ging je oneindig ver
ver weg, op onbekende wegen

is er een fietstocht naar de zon?
kun je rechtsaf nu, naar de maan?
je bent ver weg, maar blijft de bron
wel weg, maar nooit bij ons vandaan…

Voor Miep en haar familie…

Bij de afscheidsdienst van Miep Verheijen-Clevers zag ik bij het voorlezen van haar levensloop een boot voorbij varen op de Maas. Net bij de passage in de levensloop waarin het ging over haar eigen leven op het water vroeger, samen met haar man Hay. 

Zaal ‘De Brouwer’ in Broekhuizen was de perfecte plaats voor haar afscheidsdienst. Een plek voor het afscheid maar ook de plek bij uitstek om haar leven te vieren. Ze lag er nu, in doeken gewikkeld, terwijl op een foto boven haar te zien was, dat ze daar bij leven ooit al had gestaan, lachend en samen met anderen.

Die plek aan de Maas waar ze zo vaak was geweest als de zon scheen en dan op het terras wat had gedronken. Vroeger met Hay, later met haar kinderen en kleinkinderen. En nog later wandelde ze er ook alléén naar toe, ondersteund door een wandelstok. Voor haar kinderen was er daarom ook maar één plek waar haar afscheid kon plaatsvinden.

Indrukwekkend hoe dan dingen samen komen. De boten over de Maas. De zang van haar kleinkind Chris en zijn vrouw Hanna. De sfeer van vroeger die versmolt met de realiteit van het moment. Als kind had Chris haar ooit horen zingen en was onder de indruk. Nu zong hij voor haar en was iedereen onder de indruk. 

Miep was spiritueel. Voor haar heengaan had ze haar kinderen gezegd dat ze moesten uitkijken naar de eerste vlinder. ‘Die vlinder’, zei ze, ‘dat ben ik’. Ze praatte over haar einde en regelde samen met haar kinderen hoe dat vorm moest krijgen. Ze zocht de muziek uit en koos voor een gedicht dat op haar gedachtenisprentje moest komen.

Als ik niet meer hier woon
In het land van jou en mij
Bedenk dan dat ik ergens ben
Zonder land en jaargetij
Ik zweef daar door de ruimte
Lichter dan een veer
En kijk dan zonder zorgen
Liefdevol op jullie neer

Zou ze tijdens haar afscheid liefdevol hebben kunnen meekijken? Zou ze Chris en Hanna hebben horen zingen? Gezien hebben dat haar twee kleinste achterkleinkinderen de hele tijd muisstil bleven, terwijl hun moeders heel snel na de dienst toch echt hun flesjes ter plekke klaar maakten? Zou ze haar eigen schilderij hebben zien staan, dat haar kinderen heel symbolisch onderdeel hadden gemaakt van de rouwkaart?

Kersenboom met schommel, geschilderd door Miep Verheijen

Haar schilderij, dat ze in de laatste periode van haar leven in verpleeghuis Sevenheym had gemaakt. Een kersenboom, vol in de bloesem, met aan een tak een schommel. Geschilderd, niet vanaf een voorbeeld, maar vanuit een herinnering.

Ik kon me zomaar voorstellen dat Miep zich herinnerde, als oudste meisje uit een gezin van 9 kinderen, hoe ze haar jongere broers en zussen wel eens in die schommel heeft gezet. Daarmee dienstbaar haar moeder bijstond, die op 50-jarige leeftijd veel te vroeg al weduwe was geworden. 

Maar ik vond ook dat de bloesem zelf een belangrijke symbolische betekenis had. Vanuit de bloesem ontstaat het nieuwe leven. En dan de boom zelf, als stamhouder van al die vertakkingen, van waaruit juist door de bloesem straks nieuwe bomen zullen groeien. En tenslotte het pad, dat ze achter de boom geschilderd had. De boom langs het pad van het leven. Een pad met een duidelijk begin, en een einde dat ophoudt, ergens in de toekomst.

Zoals gezegd, veel dingen kwamen die ochtend bij elkaar. Miep is door de kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen na de dienst in zaal ‘De Brouwer’ begeleid naar natuurbegraafplaats Weverslo. Onder bomen heeft ze een plek gevonden, van waaruit ze, zoals ze in haar zelf gekozen gedicht aangaf, ‘liefdevol op hen neer zal kijken’.

Opnieuw was ik onder de indruk hoe een afscheid tegelijk zoveel toekomst in zich herbergt. Soms verstopt in een schilderij. Soms ook duidelijk te zien aan een voorbij varend schip door de stroming van de Maas. Of te horen in een tweestemmig lied, gedragen door gitaar- en mondharmonicaklanken.

Zoveel indrukken, waarvan ik er een paar heb proberen te vangen in het onderstaande gedicht, dat ik op het einde van de dienst heb mogen voorlezen. Ik voel tijdens het voordragen ervan de ontroering dan vaak zelf, maar juist dat is wat Miep denk ik in haar schilderij heeft gelegd: de bloesem zit in ons allemaal.

Miep,

een schilderij als in een droom
met een pad vol rode bloemen
in de bloesem van jouw kersenboom
tussen geurend rood en groen
hoor je de bijen bijna zoemen

was het een schommel die ik zag
op je schilderij door jou gemaakt
een teken van toen en kindergelach
van op en neer, van pluk de dag
die de kern van jouw leven raakt

bescheiden, trots en zelfbewust
voor iedereen een hartelijk woord
heeft nu de bloesem jou gekust
kreeg jij de zo verdiende rust
en hebben de bijen jou gehoord..

nu samen met Hay, weer bij elkaar
je kwam, zei je, nog wel vlinderen
in elke zomer van ieder jaar
fladder je naar de bloesem daar
en hoor je ‘t lachen van je kinderen..

Kersenbloesem en schommel (Miep Verheijen)

Twannie…


Een verkleinwoordje voor een groot man. Letterlijk qua lengte en figuurlijk vanwege zijn karakter. Vanmiddag mocht ik de afscheidsdienst begeleiden van Twan Kluskens. Hegelsommer in hart en nieren. Een man die al meer dan 30 jaar 40 uur per week werkte als diepvrieschef bij bakkerij Goedhart. Maar ook een man die minstens zoveel uren en evenzoveel jaren vrijwilliger was bij voetbalvereniging Hegelsom. En hoe.

De opkomst van mensen die afscheid van hem wilden nemen was groots. Het was voorzien dat de kantine van de voetbalvereniging wel wat te klein zou zijn. Maar met de extra tweede plek, die in de jeudeboulesruimte was gecreëerd, zou het toch moeten lukken was de verwachting. Nou. Net. Er leek geen eind te komen aan het aantal bezoekers, die Twan de laatste eer wilde komen bewijzen.

In de dagen voorafgaand aan de afscheidsdienst werd al duidelijk dat Twan bij heel veel mensen een snaar had geraakt. Niet dat hij daar op uit was. Hij was zoals hij was. Het woordje ‘nee’ kon hij bijna niet over zijn lippen krijgen. Daar stond tegenover dat het dialektwoordje ‘daan’ ontiegelijk vaak aan zijn mond ontsnapte. Sommige mensen noemen dat een stopwoordje. Maar bij Twan was het geen stopwoordje. Het hoorde bij hem en hij deed ook geen enkele moeite om zich anders voor te doen dan hij was.

Uit de verhalen die ik in de voorbereiding over hem hoorde en die er tijdens de dienst over hem verteld werden ontstond het beeld van iemand die blij werd van het blij maken van anderen. Opgeleid als kok in Venlo kon hij zijn liefde voor het maken van lekker eten helemaal kwijt in de voetbalkantine van vv Hegelsom. Voetbalteams die uit moesten naar Hegelsom vroegen in hun groepsapp ruim van te voren of de spelers hun bestelling alvast wilden doorgeven. Tosti Döner -een bedenksel van Twan- scoorde dan vaak heel hoog.

Twan was zaterdagavond nog met zijn familie uit eten geweest. Tussen neus en lippen door had hij wel even aangestipt dat hij de laatste tijd niet helemaal lekker was, maar ze moesten zich geen zorgen maken. Dat had hij eerder ook in de vriendengroep verteld. Men moest zich geen zorgen maken. Want dat wilde Twan niet. Hij wilde mensen juist blij maken. Blij met zijn kookkunsten. Blij met zijn ongekunsteld enthousiasme. Twan was zoals hij was.

Na het eten met zijn familie was Twan naar huis gegaan. Misschien heeft hij nog even geknuffeld met zijn hondje Tinus. Maar in de nacht trof het noodlot hem. Op zondagmorgen werd hij in de kantine gemist. Meteen maakte men zich zorgen, want Twan was er altijd. Hij zorgde voor de lekkere dingen die er op de uitgebreide menulijst stonden. Die zondagmiddag vond men hem thuis. Zijn hondje Tinus waakte over zijn baasje, waarschijnlijk al vanaf het moment dat Twan compleet overvallen werd door het stoppen van zijn hart. Tinus liet in eerste instantie niemand bij Twan in de buurt komen. En die verdediging werd nog feller, naarmate er meer hulpverleners bij Twan in huis kwamen. Uiteindelijk moest Tinus het noodgedwongen opgeven en kon men bij Twan’s lichaam.

Het droevige nieuws van Twan’s overlijden ging als een lopend vuurtje door Hegelsom. En in no-time wist men het ook in de regio en nog verder daarbuiten. Die avond stond er een indrukwekkend In Memoriam op de site van de voetbalvereniging. Op de sociale media werd er melding van gemaakt. En een dag later stond het tragische nieuws in de Limburger. Twan, van Twannies Smulhoek, was plotseling gestorven. Hoe dan..

In de voorbereiding van de afscheidsdienst mocht ik al een aantal verhalen lezen die mensen uit zijn netwerk graag over Twan wilden vertellen. Maar tijdens de dienst klonken die verhalen nog veel indrukwekkender. De herinneringen van zijn broer en zussen, de woorden van zijn werkgever, het eerbetoon uit het veteranenteam, de korte, maar indrukwekkende speech van de voorzitter van de voetbalvereniging, de belevenissen van medewerkers uit de kantinekeuken, de ervaringen van de vriendengroep en de mooie actie van de supportersvereniging Vak-9.

In de app van Vak-9 was het zondagmiddag even heel stil geworden. Maar al heel snel ontstond er een spontane actie om voor Twan een permanente herdenking in zijn kantine te realiseren. De grens van €250.- van een eerste tikkie in de appgroep werd als snel bereikt en een tweede tikke volgde. Ook die liep vol en één dag voor de afscheidsdienst werd en nog steeds gedoneerd op een derde tikkie. Dat monument voor Twan gaat er komen, maar dat gaat Vak-9 doen in overleg met de familie en de club. En dan gaan ze komende zondag (het is nu de dag van de dienst, vrijdag 2 december) nog iets spectaculairs doen, maar dat is nog geheim. Ja, Twannie heeft ook bij alle supporters van vv Hegelsom een snaar geraakt.

Het was zo druk tijdens de dienst dat de aanwezigen na het persoonlijke afscheid even buiten moesten wachten, zodat de kantine omgebouwd kon worden om iedereen daarna van koffie, thee en een broodje te voorzien. Want dat zou Twan gewild hebben. Het was mooi om te zien hoe snel de vrijwilligers de rijen stoelen op elkaar hadden gestapeld, tafels reorganiseerden en daar weer stoelen omheen zetten. Wat je zag was eensgezindheid en een gezamenlijke inzet om dat te doen wat Twan al jaren als vanzelfsprekend had gedaan: iets doen voor anderen.

Een clubicoon was er niet meer. Een vriend was uit de vriendengroep gerukt. Een collega was weggevallen. Een broer was plotseling gestorven. Een dorpsgenoot was dood gegaan. Een vriendelijke, goedlachse Hegelsommer, die was zoals hij was en het liefst anderen blij maakte met lekker eten. Die van zijn plek in de keuken van de kantine zijn heiligdom had gemaakt. Die tevreden met een pilsje op de hoek van de tap kon genieten, als iedereen genoten had.

Op het einde van de dienst ontstond er ergens kortsluiting, waardoor de muziek uitviel en hier en daar het licht uitging. De lange rij aanwezigen, die een voor een persoonlijk afscheid kwamen nemen van Twan leek het niet eens te merken. Van de plek waar ik stond, zag ik dat men naarstig op zoek was naar de oorzaak. Soms ging het licht even aan en dan ook snel weer uit. In de keuken bleef het al die tijd helemaal donker. Uiteindelijk bleek het euvel van een diepvrieskist te komen, waar men even iets warms op had gezet. Het had Twan misschien ook kunnen overkomen, als hij er nog geweest was. Maar dat nou net de keuken hartstikke donker bleef? Zou hij dan toch…

Ook na de dienst was het nog druk. Vrijwilligers zorgden voor koffie en broodjes en men praatte na over een man, die zoveel had betekent voor zovelen. Niet dat hij daar mee te koop had gelopen. Integendeel. Twan was gewoon zoals hij was. Hij deed de dingen op zijn manier en die manier was er op gericht om het anderen naar de zin te maken. Hij kon eigenlijk niet anders. En hij wilde ook niet anders.

Op het einde van de dienst heb ik een gedicht voorgelezen dat ontstaan is uit de inspiratie die ik in de voorbereiding voelde, zag en las in de verhalen. Daar wil ik graag dit eerbetoon aan Twan mee besluiten. Op de foto zie ik nog zijn grote glimlach. Blij omdat hij anderen blij maakte. En dat blijft hij doen, ook nu hij er niet meer is. Of toch…?

Twan,

de sfeer op zoondaagmerge waas verstild
aasof ut verdreet aal in de löch hoong
geej waort snachs aal vertrokke, ôngewild
zaog Tinus, deen toen beej oow stoong

oow hundje Tinus zaog oow goan
heej zaog oow valle in de nacht
heej haopte daat geej ôp zut staon
heelt tot ut end beej oow de wacht

waat niemus oeits ma haaj verwach
woort zoondaagmiddaag pienluk waor
Twan ovverleeje in de nach
neet mier beej ôs, vur aaltied daor

dees wört vur oow zien bijna klaor
dun tied vaan misse is begôs
Twan, ok aal ziede nou vur aaltied daor
ge blieft toch aaltied oonder ôs

geej haat oow plek aallang verdind
ma dur keumt nag en monumentje aan
zoedaat iederien deen zich heer bevindt
nag aaltied aan oow zal denke, daan

GvdM | 021222

Troostrijk…

de zekerheid van zon en wind
van wolken en van regen
dat zou heel troostrijk kunnen zijn
en toch valt dat soms tegen

een veulen voor me in de wei
graast spriet voor spriet zich naar me toe
zo nu en dan kijkt het naar mij
ik ben dus hier maar weet niet hoe

toch streelt de wind zacht mijn gezicht
heel licht, zonder te vragen
ik doe mijn ogen even dicht
soms heb je van die dagen