zinnen
als slingers
van woorden
schrijven
mijn vingers
waterkoud
op wat nog
onbeschreven
is
later oud
blijven
woorden
en zinnen
een dunne laag
klatergoud
over wat de
zin van leven
is
zinnen
als slingers
van woorden
schrijven
mijn vingers
waterkoud
op wat nog
onbeschreven
is
later oud
blijven
woorden
en zinnen
een dunne laag
klatergoud
over wat de
zin van leven
is
ik zit hier voor de kerk van toen
kijk wat er is gebleven
het glas in lood
in prachtig rood
met tekst er in geschreven
die tekst die heb ik niet gezien
die dag dat wij ze misten
wel zon die scheen
door ramen heen
het gangpad en de kisten
vierkante vlakken voor de kerk
tegels van mos vergeven
hier stonden wij
bij allebei
hun afscheid van het leven

de blues van de tijd
herhaalt vaak de zin
en laat die weerklinken
zonder eind of begin
de blues van de tijd
zonder eind of begin
als het zachte verzinken
in het zoeken naar zin
de blues van de tijd
zingt haar liedje in mij
over tranen die blinken
en de zinnen voorbij…
Gedicht naar aanleiding van de column ‘Tijd…’

een grijze wolk duwt lomp
de zon wat uit het zicht
ineens een beetje kouder
en ook wat minder licht
wie zou het winnen, wolk of zon
je ziet de wolk iets wijken
maar als de zon de winnaar wordt
dan kun je niet meer kijken
jammer, want juist de zon
is wat je ‘t liefste ziet
gelukkig is de warmte er
maar de zon, die zie je niet
de warmte van de zon
maakt grijze wolken witter
en als je het ook soms niet ziet
dan nog: die kracht die zit er…


zo nu en dan
voel ik een vlaag
van een klein knoopje
in mijn maagik weet het niet
het is soms vaag
zo zonder antwoord
op de vraagof ik tevreden ben
of klaag
is morgen nog wel
als vandaaghet voelt soms
als een nederlaag
dat ik pas win
wanneer ik waag…


Zo nu en dan ga ik er naar toe. De plek waar mijn ouders begraven liggen. Ik heb er al ooit eerder over geschreven. Onlangs was ik er weer. Meteen viel me op dat de buxushaagjes, links en rechts van het kruis, vervangen waren door twee rijen heideplantjes. Mooi, en heel begrijpelijk, want hoewel er weer een heel klein beetje leven in de haagjes zat, was het toch vooral een dode boel. Excusez le mot…
Het kleine stenen clowntje dat eerst jarenlang links onder bij het kruisbeeld van mijn ouders heeft gestaan, was met de heideplantjes mee verhuist naar rechts. Het waaide nogal flink die dag en waarschijnlijk was het beeldje door de wind omver geblazen. Terwijl ik in gedachten de jaartallen op het kruis in me opnam, dwaalde mijn blik wat verder af naar rechts.
Op het kerkhof ontstaan zo hier en daar wat lege plekken. Graven worden geruimd, wanneer er na lange tijd geen nabestaanden meer zijn die voor de plekken betalen. Zo is er rechts van het kruis van mijn vader en moeder waarschijnlijk een plekje vrij gekomen. Netjes aangeharkt viel me op. Alsof er reclame voor moest worden gemaakt. Maar nog opvallender was een klein stenen engeltje dat daar in het zand lag. Ook omgevallen leek het wel.
Het engeltje en het clowntje, allebei mogelijk geveld door de wind. Het was een aandoenlijke aanblik. Misschien ook wel gevallen voor elkaar, mijmerde ik er wat op door. Ik heb ze in eerbied allebei laten liggen waar ze lagen. Als ik een volgende keer weer ga kijken, ben ik benieuwd of ze dichter bij elkaar zijn gekomen. Mijn ouders hebben wel meer mooie dingen gedaan in hun leven…

er ligt een engel in het zand het lijkt een heel klein wonder alsof ze door het zand heen kijkt en alles ziet daaronder ze ziet zo wat er ooit eens was de ups maar ook de down en als ze daar bedroefd van wordt is daar ineens de clown hij laat zich vallen op de steen blinkt uit op clowns gebied hij grapt en grolt en buitelt, tot het engeltje hem ziet er is contact op hoog niveau ondanks haar blik naar onder het engeltje daar bij die clown maakt beiden heel bijzonder...


fishermens’s friend en avondzon
één uur, dan zakt die achter bomen
ik voel de koelte in mijn keel en
een traantje langzaam boven komen
‘och, sterk spul hè’, denk ik onterecht
en jaag een bromvlieg van mijn been
de koelte in mijn keel trekt weg
maar om die traan kan ik niet heen
toch, vóór dat die mijn oog verlaat
word ik getroost met mijn verdriet
brengt elke vlieg een boodschap mee:
op deze plek, daar huilt men niet…
hun aantal groeit met de minuut
overtuigend zijn ze, en met veel
ik glimlach, en heel resoluut
verdwijnt de koelte in mijn keel
vliegensvlugge therapieën
bij veel doktoren onbekend
masseren honderd pootjes knieën
in avondzon, fishermen’s friend…



Denken dat het anders is dan wat anderen denken. Niet alleen het gevoel hebben, maar ook zeker weten dat het anders moet dan anderen denken. En dat gevoel van zekerheid dan omzetten in anders doen dan anderen doen. In de hoop dat die anderen dan gaan denken dat het anders is dan zij in eerste instantie dachten. En hopelijk anders gaan doen dan dat ze deden.
Er zit een volgorde in het bovenstaande. Het begint ergens mee en dan komen er reacties. Laat ik de coronacrisis als actueel voorbeeld nemen. Toen die begon volgden er maatregelen. Afgekondigd door mensen die het op dat moment voor het zeggen hadden. En iedereen vond er wat van, maar deed over het algemeen wat er werd afgekondigd. Want er was, voor zover dat mogelijk was, over nagedacht.
Totdat het wat langer ging duren en er meer tijd was om na te denken. Toen gingen er stemmen op dat het misschien wel anders was dan wat aanvankelijk werd gedacht. Het gevoel werd zekerheid en men ging anders doen dan wat anderen deden. Want de anderen hadden ongelijk en dat moest worden veranderd. Want de anderen zeiden niet wat anderen wel zeiden en dat maakte de anderen verdacht.
Actie. Demonstreren. Laten zien aan de anderen dat je er anders over denkt. En jij niet alleen. Heel veel anderen. Maar dan verbieden de anderen dat. En weer anderen doen niet mee. Omdat ze vinden dat dat op basis van de eerder afgekondigde maatregelen niet veilig is. Maar jij vindt juist dat het anders is. Een kort geding moet uitkomst bieden, maar de rechter geeft de anderen gelijk. Dus kiest hij partij voor de anderen. Dat schiet niet op.
Het moet anders. De anderen doen het verkeerd en er is niemand anders dan jij, samen met heel veel anderen, die het wel goed doen. Dus wat moet je dan. Je hoort niet bij de anderen want jij denkt anders. Vind ook dat de anderen anders moeten denken. Dus je denkt na hoe het nu anders moet. Omdat je denkt dat die anderen daar niet over nadenken. Die anderen gaan er niet uitkomen. Jij wel, want jij hoort bij die anderen.
als jij denkt
dat het anders moet
dan doet de ander
het niet goed
omdat je anders
bent dan zij
hoort elke ander
er niet bij
iedereen is anders
anders dan iedereen
hoor je bij de anderen
juist dan ben je alleen
zoek het niet
in het verschil
zoek naar wat
je samen wil

‘Je hebt nooit geschreven wat je eigenlijk had willen schrijven. En daarom houdt het schrijven ook nooit op’. Ik las het onlangs ergens maar ik weet niet meer precies in welk verband. Het had te maken met inspiratie. Maar ook met het maken van keuzes. Ik kan me wel vinden in die uitspraak. Ik herken de drang om te schrijven, zelfs als je nog niet weet waaróver je wil gaan schrijven. En als er vervolgens toch iets ontstaat, dan blijft het gevoel dat je mogelijk niet helemaal tot de kern gekomen bent. Dat houd je dan tegoed voor de volgende keer.
Ik heb het schrijven wel eens aangeduid als het maken van een soort van nalatenschap. Iets maken dat blijft, om een deel van mezelf achter te laten. Dat klinkt nogal dramatisch, maar zo bedoel ik het niet. Of tenminste, in die letterlijke betekenis van nalatenschap zie ik dat meer als een automatische bijvangst. En bovendien nog maar alleen als mijn blogsite -mocht ik er ooit niet meer zijn- ook daadwerkelijk in de lucht blijft. Niets is zeker in het leven en zeker dat niet. Het vluchtige van de digitale wereld kan tegelijk mateloos confronterend zijn. Misschien nog wel een leuk onderwerp om een volgende keer over te schrijven…
Het meeste dat ik schrijf, landt digitaal. Een column of gedicht bewaar ik in eerste instantie op mijn site. Van daaruit wordt er automatisch op Facebook, Twitter en LinkedIn melding gemaakt van het zojuist bewaarde. Zodoende confronteer ik de rest van cyberspace ermee. Het is dus niet alleen een behoefte om vast te leggen wat ik denk, maar tegelijk wil ik het delen met de rest van de wereld. Ik laat het na, op hetzelfde moment dat het ontstaat. Ook hier weer een interessante paradox die ik een ander keertje zou kunnen oppakken: Hoe verhoudt ‘nalaten’ in de zin van erfenis zich tot ‘nalaten’, in de zin van iets niet doen? Interessant…
Hoe dan ook, ik laat bewust anderen ongevraagd in mijn gedachten kijken, en gebruik daar woorden en zinnen voor. Ik heb er ooit in een verontschuldigende bui het woord ‘teksthibitionisme’ voor gebruikt. Want ik ben me er voortdurend van bewust dat het niet vanzelfsprekend is dat anderen de columns of gedichten lezen. En als ze die lezen, of ze er wel van gediend zijn. Toch kies ik er voor om mijn schrijfsels consequent te blijven delen. Voortdurend ‘na te laten’ aan wie dan ook. Aan de ander de keus om er iets mee te doen. Of niet.
O ja, er is nog een voordeel aan het schrijven, realiseer ik me al schrijvende. Puur eigenbelang. Ik merk dat het mijn geheugen helpt, wanneer ik een column van jaren geleden of een gedicht teruglees. Dus mezelf laat ik zo ook nog wat na. Dat dus, opgeteld bij de constatering aan het begin van dit schrijven. De uitspraak die ik wel herkende. Dat wát ik schrijf achteraf misschien wel nooit precies is wat ik had willen of had moeten schrijven. Dat betekent voor mij dat ik er voorlopig nog wel mee door ga, met schrijven over wat me bezighoudt en me inspireert. Je mag het lezen, als je wil. En reageren mag ook.

de witte bloem die wuift
in schoonheid naar het gras
alsof de plek waar dat ze bloeit
er voorbestemd voor was

er staan er zo nog heel veel meer
te onpas en te pas
net of dat op elke stek iets groeit
waar het voorbestemd voor was

op en in en naast elkaar
een kleurrijk samenspel
omdat het altijd al zo was
kan dat bij witte bloemen wel
