Truus

‘Vijf tot tien minuten, dan kan het wel’. De verpleegster van buurtzorghuis D’n Doevenbos kwam het me vriendelijk vertellen. ‘O, maar dan wacht ik wel even’, zei ik, en draaide me al om. ‘Nee’, zei ze, ‘Truus wil je wel ontvangen, maar niet langer dan vijf a tien minuten. Anders wordt het te vermoeiend voor haar’.

Het telefoontje van haar broer Hai, afgelopen maandag, had indruk op me gemaakt. Hij vertelde over haar ziekteproces en over de definitieve fase die er was bereikt. Truus kon niet meer op zichzelf wonen en daarom was het hospice geïndiceerd. Een dag later was dat geregeld. Ik herkende de voortvarendheid die in mei bij mijn zus ook aan de dag was gelegd.

Ze lag in bed. Haar ziekte had veel van haar gevraagd, maar ik herkende haar meteen. Haar ogen spraken zoals vanouds. Op een tafeltje tegenover haar bed stonden twee fotolijstjes. Zwart-wit foto’s van haar moeder en haar vader. Ze leken eensgezind over haar te waken. ‘Mooi’, zei ik tegen Truus, knikkend naar de foto’s. Truus glimlachte.

‘Ik heb ook de wandklok laten ophangen’, zei ze. ‘En dat schilderij’. Ze wees er naar. Twee huiselijke elementen, die ik vaag herkende uit het verleden, toen ik met regelmaat bij hen thuis kwam. De wandklok hing volgens mij in de keuken, waar ik menige boterham met hen heb mogen mee-eten. Het schilderij was een volgens mij geborduurde afbeelding van een Romeinse strijdwagen. Een gladiator die de vurige paarden in bedwang hield, in kruissteek gevangen.

We spraken kort met elkaar. Over hoe het ging. Over haar geloof dat ze binnenkort haar vader en moeder weer ging zien. Over dat mijn zus diezelfde overtuiging had en daar ook steun uit leek te putten. Over dat ze Trudy kende omdat zij en Trudy collega’s waren geweest. Over afscheid en over hoe vreemd dat was. Over het onvermijdelijke ervan en over de eindigheid van tijd.

Ik ben niet lang gebleven. Het was Truus haar tijd en daar was ze terecht zuinig op. Niet dat ze daar zelf over begon, maar de meegenomen wandklok vertelde zonder woorden haar verhaal. We gaven elkaar de hand, keken elkaar aan en namen afscheid met een tot ziens. Op de fiets wenste ik haar en haar familie in gedachten kracht toe en moest denken aan het schilderij dat ze van thuis had meegenomen. In zwart-witte kruissteek. Wel duizend. En heel even verwonderde ik me over hoeveel het meervoud van ‘kruissteek’ als ‘kruisteken’ klonk.

, , , , ,

  1. #1 door Wilma Klein op 27 juli 2016 - 14:18

    Wat prachtig geschreven!

  2. #2 door wilma van Lier op 27 juli 2016 - 20:36

    Mooi geschreven Geert

  3. #3 door Gonnie op 28 juli 2016 - 06:25

    Mooi geschreven Geert. Het ontroerd me telkens weer…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

  • Noteer je emailadres als je via mail geïnformeerd wil blijven over nieuwe posts op deze blog.

    Doe mee met 670 andere volgers

  • Als je het leuk vindt om een verhaal te horen, kan dat hieronder…

%d bloggers liken dit: