Theo

theo19 februari. Op de kalender zie ik twee namen staan. Ben en Theo. In de ideale wereld zou ik bij hen allebei vandaag op de verjaardag kunnen gaan. Kunnen, want bij beiden gaat dat niet gebeuren. Bij Ben niet, want hij heeft er voor gekozen om zijn verjaardag niet te vieren met z’n broers en zussen. Een vrijwillige keus en die respecteer ik.

Bij Theo kan ik vandaag niet op de verjaardag, want Theo is dood. Geen vrijwillige keuze maar iets dat hem is overkomen, een aantal jaren geleden. In 2006 om precies te zijn. Elf jaar geleden. Theo’s vrouw, mijn zus, vond hem ‘ s morgens in bed. In zijn slaap overleden. In de volle bloei van zijn leven. Zo stond het ook op zijn bidprentje: ‘…in volle bloei’.

Een dubbele betekenis, in volle bloei. Want ook hun prachtige tuin in de bewuste mei-maand maakte in borders en bloemperken de eerste aanstalten om in volle bloei te geraken. Bij de vijver hadden ze een mooie vlonder aangelegd. Daar zag je de knoppen in de waterbloemen en sommige lelies toonden al hun mooie pracht. ’s Avonds brandde er een sfeervol licht aan die vijver. Daar had Theo voor gezorgd. Het was zijn plekje.

Elf jaar geleden. Hij zou vandaag 54 jaar zijn geworden. Toen was hij 43. Zijn moeder leefde toen nog. Bij al het verdriet dat je je kunt voorstellen moet dat van een moeder die haar kind verliest toch wel heel intens zijn. Zijn broer, zijn zussen, mijn zus en wij als haar broers en zussen, we leefden ieder op onze eigen manier mee bij deze onwerkelijke gebeurtenis.

Nog vaak hebben we met z’n allen bij de vlonder gezeten, als het weer in februari dat toeliet. Of we zaten binnen en spraken over wat ons op dat moment verbond. Vaak was dat Theo, maar naarmate de jaren vorderden ook vaak andere zaken. In elf jaar gaat bij iedereen het leven door. Het kiest nieuwe paden, waardoor eerdere wegen als vanzelf minder vaak bewandeld worden.

De wegen van toen die we samen liepen zijn niet afgesloten of onbegaanbaar geworden. Maar andere wegen lijken beter te passen bij de route die het leven voor ons uitstippelt. Op zo’n nieuwe weg kom je dan zo nu en dan wel een verkeersbord tegen dat je herkent van die route van vroeger: Een witte pijl op een blauwe rechthoek bijvoorbeeld, die een verplichte richting aangeeft.

Jaren geleden leek die richting inderdaad de enige mogelijke. De enige juiste ook. Maar nu zet het je aan het denken. Is het wel de enige richting? Er waren vroeger toch nog andere wegen? Minder voor de handliggend nu misschien, maar nog steeds begaanbaar, toch? Overdag en ’s avonds. In het donker en bij licht. En zelfs bij licht in het donker.

Eventueel via een paadje naar de vlonder. Want daar heeft Theo voor gezorgd. Elf jaar geleden. En zijn licht straalt nog steeds. Ook over nieuwe wegen.

Familieband

De rek is eruit. Heel langzaam ontstaan maar het is onmiskenbaar. Wat door momenten in een gezamenlijk leven van broers en zussen tot een onbreekbare band lijkt te zijn gesmeed, wordt door diezelfde tijd stukje bij beetje aangevreten. Het begint met hele kleine scheurtjes. Goed te overzien en nauwelijks van invloed op de gehechtheid aan elkaar. Toch?

Zo lijkt het. Maar als het er meer worden of de scheurtjes worden groter, dan lopen ze soms ongemerkt in elkaar over. Ze worden breder en onoverzichtelijker. Waar kwam dat ene scheurtje ook alweer vandaan en waardoor is de afstand nu ineens zo groot geworden? Als die zometeen gaat raken aan die barst daar, dan… Ach, dat zal toch niet? Zo’n ijzersterk verbond, ooit onuitgesproken en vaak zelfs hardop benoemd, daar zal toch niet de klad in komen?

Jawel. Want de rek gaat eruit. De elasticiteit, die ons steeds opnieuw naar elkaar toe trekt, wordt minder. Wat uiteindelijk overblijft is enkel touw. Stug en schurend. Dus ook daar komen rafels aan. Het verbindt ons nog maar dat is van een andere orde. De vanzelfsprekendheid ontbreekt. Als het laatste eindje uit de handen glipt, of min of meer bewust wordt losgelaten, dan is zelfs naar elkaar toetrekken geen optie meer.

Hoe het komt dat de rek verdwijnt? Waarom dat laatste eindje touw -wat ons nu nog bindt- uit de handen glipt? Ik weet het niet. Ontwikkelingen. Keuzes. Tegengestelde krachten. Een combinatie van factoren? Dingen gaan zoals ze gaan? Het kan allemaal zomaar zijn.

Maar is het onherroepelijk, vraag ik me nu vooral af. Of is er een mogelijkheid van ‘nieuwe elastiek’? Een vernieuwde band? Durven we dan wèl te erkennen dat rek van twee kanten komt? En dat daar waar de één trekt, de ander misschien eerst even wat moet laten vieren, voordat definitief wordt losgelaten? Dat het zelfs pijn kan doen als dat in één keer eenzijdig gebeurt…

Hoe dan ook, de rek is er nu uit. Te vaak en te veel gespannen. Te weinig gevierd of te veel laten vieren. Door overmacht. Door onmacht. Wat dan ook. Misschien knopen we straks nog wel wat eindjes aan elkaar. Of leggen we hier en daar een noodverband. Maar de familieband van toen? Nee, die band is weg. Kort nadat het elastiek mijn handen striemde, vroeg ik me af hoe die eigenlijk ook alweer was…