Het afscheid van Frans..

Toen ik zijn foto zag, kwamen de herinneringen boven. Ik weet bijna zeker dat hij er ook bij was. Ik was een jaar of 16, 17 en zou met vrienden voor het eerst naar Bar de Saloon op het Wilhelminaplein gaan. Spannend, maar wij vonden onszelf stoer genoeg om dat te wagen. Er bleek een stevig feest gaande. Ik herinner me een rock & roll-sfeer. Stoere kerels stonden buiten al te vieren. We dachten ze te kunnen passeren, maar ze maakten ons onmiskenbaar duidelijk, dat we alleen met een vetkuif naar binnen mochten. 

Daar hadden ze een emmer water voor klaar staan, waar we ons hoofd in moesten dompelen. De grootste lol, kan ik me herinneren, toen ik dat weigerde. Want dat vonden ze ook prima. Maar ik kwam er vervolgens niet in. Ik meen me sommige van hen nog voor de geest te kunnen halen. En het zou me niet verbazen als ik daar Frans voor het eerst heb gezien.

Frans Houben. Hij was waarschijnlijk toen al vaste klant bij de Saloon. En toen die overging in ‘D’n Toepert’ zal hij daar mogelijk ook vaste klant geweest zijn. ‘D’n Toepert’ werd later ook ons stamcafé. Prachtige middagen en avonden hebben we daar doorgebracht, samen met eigenaar Jack Beerens. Volgens mij heeft Frans in die Toepert-periode daar wel eens achter de tap gestaan. En mogelijk heeft hij van Jack Beerens in die tijd wel Taekwondo-training gehad.

Jack Beerens kwam vanmiddag, vrijdag 23 januari, als laatste binnen in de grote zaal van ‘t Gasthoês. Hij had waarschijnlijk op Nu Horst aan de Maas de overlijdensadvertentie gelezen van Frans. Zijn vroegere klant, vriend en medewerker. Net als heel veel anderen wilde hij Frans de laatste eer komen bewijzen. Het was enorm druk. 

Op 14 januari was Frans in het ziekenhuis overleden. Een dag later belde Bob Noten of ik de afscheidsdienst wilde begeleiden. Van Frans Houben, las ik die avond, ongehuwd en geen kinderen. Zijn neef Guido regelde zijn afscheid en hem zou ik een dag later spreken. Hem alleen dacht ik, eventueel met zijn partner Viviënne..

Maar tot mijn verbazing trof ik een zeer uitgebreide familie delegatie aan. Frans z’n oudere broer, zijn twee zussen, een ervan met aanhang, dochters van een van de zussen, de weduwe van zijn overleden broer, twee kinderen van Els met hun partners. Els was de jaren eerder al overleden partner van Frans. En tussendoor liep er een kleine peuter rond, die zo nu en dan beziggehouden kon worden door de zoon van Guido, maar die ook duidelijk een eigen willetje had en zich zo nu en dan meldde aan de grote tafel, waaraan wij allemaal zaten.

Een zeer gemêleerd gezelschap dus, waarbij ik vanaf het eerste moment aangenaam getroffen werd door hun sterke onderlinge verbondenheid. Misschien wel door een gezamenlijk gevoelde verslagenheid. Want wat was er nou precies gebeurd? Frans, die twee weken eerder na wat aandringen toch maar zijn huisarts had bezocht. De diagnose was snel gesteld. Longontsteking én een nierbekkenontsteking. Een antibioticakuur moest meteen worden gestart.

Guido haalde de medicijnen op. Frans gaf hem nog zijn bankpasje mee én zijn pincode. Een dag later kreeg Guido geen gehoor bij Frans en gingen hij en Vivienne poolshoogte nemen. Ze vonden Frans thuis, verward en met gebaren wijzend naar zijn hoofd. Maar echt contact leek al niet meer mogelijk. Via 112 en de huisartsenpost zorgde een ambulance voor vervoer naar het ziekenhuis. Nog zwaardere medicijnen, omdat er na verder onderzoek ook sprake bleek van een hersenvliesontsteking. Dagen gingen voorbij, en in plaats van beter ging het steeds slechter met Frans. Op het eind bleef er medisch gezien maar één optie over: stoppen met de behandeling. Er was geen enkele levensverwachting meer.

Zou Frans het bij de huisarts al hebben aangevoeld, toen hij daar met klem had aangegeven niet naar een verpleegtehuis te willen? En niet gereanimeerd wilde worden, mocht het ooit zover komen. 

14 januari dus. En 23 januari namen we afscheid van hem. Op de bühne van het Gasthoes stond een prachtig gereviseerde Ford Mustang. Zijn eerste Ford Mustang, die hij in 1972 al had opgeknapt en tot in de puntjes steeds in tiptop conditie had gehouden. Buiten, vóór het Gasthoes stonden nog vier Ford Mustangs te wachten om Frans na het afscheid naar het crematorium te vergezellen. 

Alles viel op z’n plek. De liefde van Frans voor Frankrijk werd bij binnenkomst al benadrukt door franse orgeldeuntjes op de achtergrond. Meteen al anders dan anders en dat paste wel bij Frans, had ik uit de gesprekken begrepen. Bij het welkom heten van alle gasten was er ineens duidelijk het gekakel van kippen te horen. Een verrassende mobiele ringtone waarvan de eigenaar zelf meende dat ze haar mobiel toch echt uit had gezet. Zou Frans misschien…

Na het welkom heb ik de levensloop voorgelezen, die samen met de grote familiedelegatie tot stand was gekomen. Daarna hield zijn oudste broer Jan een emotionele toespraak. Hij noemde onder andere de partner van Frans, Els, die jaren eerder overleden was. Op de rouwkaart van Frans stond het duidelijk: Frans is nou wèr na zien Elske. De jaren met Els waren Frans zijn mooiste jaren. Zijn zus liet dat nog extra optekenen in de levensloop en Jan bevestigde dat nog een keer in zijn verhaal.

Na Jan sprak Vivienne, namens Guido en zichzelf. Toen Rick, die herinneringen van hem en zijn zus Loes beschreef. En de laatste spreker was de buurvrouw van Frans, Mischa, die namens de Loevestraatbuurt sprak. Na elke spreker waren er foto’s te zien, op muziek van Frans. Foto’s die zonder woorden precies dat lieten zien wat de sprekers over Frans verteld hadden. Ik mocht het afscheid besluiten met een gedicht, waarna iedereen persoonlijk afscheid kon nemen van Frans. De eerste 6.22 minuten met het prachtige nummer van Pink Floyd, Comfortably numb. 

Buiten vormde men een erehaag, vóór het Gasthoês en vóór de vier indrukwekkende Ford Mustangs. Toen Frans voor zijn laatste rit langzaam in een oldtimer rouwauto de erehaag naderde, startte één voor een de Ford Mustangs. Sommige met een indrukwekkend gebrul van de motor, anderen met een meer ingetogen zoemen. Ze volgden de rouwauto op zijn tocht naar het crematorium. Het leek alsof Ford Mustang zelf afscheid van Frans kwam nemen.

Het huilen van de Mustangmotoren overstemde even het stille verdriet van velen. Het applaus waaide Frans nog achterna. Sommigen gingen naar café de Beurs om nog meer herinneringen met elkaar te delen. Anderen gingen naar huis, waar ze misschien de gedachteniskaart nog een keer bekeken hebben, met daarop aan de ene kant foto’s van Frans en aan de andere kant steekwoorden die hem beschreven. 

Elke keer opnieuw ben ik onder de indruk hoe nabestaanden elkaar vinden en omgaan met hun verdriet. Ieder op zijn of haar manier, ook in de manier van voorbereiding naar het definitieve afscheid. De eerstvolgende zomerbrunch van de familie Houben zal Frans opnieuw gemist worden, net als bij de Kerstbrunch die in december al gepland staat. Met de hele familie Houben en iedereen die daar op een natuurlijke manier bij is aangesloten. Frans zal er in gedachten steeds bij zijn. Misschien dat hij de komende tijd nog wel ergens een aardige ringtone kan laten afgaan…

Hieronder nog het gedicht, waarmee ik de afscheidsdienst mocht besluiten.

Frans,

geej waart en bitje aas oow Mustangs
en sort vaan ruwe bolster, blanke pit
vá boete degelijk, sterk, en bitje kranks
má wao vaan binne hiel veul liefde zit

aaltiëd bezig en steeds haart gewaerkt
mit ut vakmanschap daat ow eige waor
ok toen geej ut zelluf waat minder köst
stoongde nag vur iederiën aaltied klaor

geej maakte moeie dinge meij
genoot vaan waat ut laeve bood
ge voongt hiël lichtig oowen dreij
ma ut ging neet aaltied aeve good

ierst Christine, möste verleeze
en daonao Els, ok vul te gauw
wiënig is oow zoë bespaard gebleve
ma ge bleeft oow zelluf aaltied trouw

geej praotte gaer, haat fantasie
en aal waas ut daan neet aaltied waor
ma vaan oow verhale woorte blie
en ge bleefs ze halde, oow wilde haor

tot ôp ut laatst hedde gestreje
ma tevurgefs, ut ging ni miër
zoë ziede vaan ôs weggegleje
zoonder oow môtte weej nou wiër

in ôs laatste minute, da wiëte we ut pas
stiët dur misschien ennen engel aan ôs bed 
aas daat zoë is, en daat môt waal has
haet oow familie, má ok Els ôp oow gelet…

Spoken…

als je in de donkere nacht
opnieuw je spoken weer verwacht
dan zul je zien, ze zijn er

demonen, eerst beklemmend groot
gaan met de zon een beetje dood
zijn overdag veel kleiner

dus kijk je spoken ‘s avonds aan
vertel ze dat het licht der maan
de zon steeds al laat zien

demonen krimpen dan gestaag
net als de knopen in je maag
en je zult zien, da’s fijner

Herfstzon…

op een bankje
in de zon…

de herfst meent
dat het lente is

ik zie dat
een gevallen blad
zelfs terug wil
in de boom

wat valt er
nog te wensen
als de mensen
van mijn leeftijd
ouder lijken
dan ik ben

ja, zelfs de zon
die voelt zich zen

de herfst meent
dat het lente is…

Blaasbloem…

het is niet 
sinds dat ik opa ben
dat ik een paardebloem 
niet meer herken

maar blaasbloem
geeft toch keer op keer
verschil praktijk en theorie
nog net ‘n beetje beter weer

zeker wanneer
het moeilijk wordt
schiet menig weten
vaak tekort

dan is er
tegenstrijdigheid
niemand tot 
compromis bereid

ik denk dat ik 
een paardebloem
voortaan gewoon een 
blaasbloem noem

Voor Diny…

‘Gelukkig heeft ze geen pijn’… ‘Maar geen adem krijgen is nog erger’… Die eerste constatering was afkomstig van Jac. De reactie daarop was van de huisarts. In een keer besefte Jac de volle ernst van de ziekte van zijn vrouw Diny. En kon hij zich, hoe moeilijk hij het ook vond, neerleggen bij haar besluit dat ze het moment van definitief afscheid zelf wilde bepalen.

Jac belde me of ik iets kon betekenen bij dat op handen zijnde afscheid. Dat stond een week later gepland, in overleg met de huisarts. Diny wilde dat afscheid graag zelf nog wel mee vormgeven, vertelde Jac. Dus maakten we voor de volgende dag een afspraak. Hun twee dochters Petra en Mieke zouden er dan ook bij zijn.

Diny zat rustig op de bank. Dat verraste me. Ik had een doodzieke vrouw verwacht in haar laatste dagen. Maar ze zat rechtop, volgens mij gewoon aan de koffie. Ze kreeg wel extra zuurstof via een doorzichtig slangetje bij haar neus. Dat was vijf jaar geleden noodzakelijk geworden vanwege steeds erger wordende COPD. Wat me opviel was de rust waarmee ze sprak. Maar het was vooral Jac die vertelde hoe een en ander in de tijd was gelopen. Zo nu en en dan vulden Diny of de dochters zijn verhaal aan of gaven een extra toelichting.

Opvallend en hartverwarmend vond ik de genegenheid en de liefde die tussen hen zichtbaar en voelbaar was. Regelmatig werd er een hand op de knie van de ander gelegd of een arm om de schouder geslagen. Ook de blikken naar elkaar spraken boekdelen.

Ik trof Diny op een goed moment, werd me verteld. Net na een middagdut had ze voldoende energie om zich te mengen in het gesprek. Maar ik hoorde dat de nachten heel anders verliepen. Een van de dochters vertelde dat wanneer Diny ‘s nachts in een hoestbui terechtkwam, Jac elke keer probeerde om haar zoveel mogelijk te ondersteunen. En dat gebeurde elke nacht meerdere malen.

Jac reageerde er ietwat ontwijkend op, maar het was duidelijk hoeveel hij met zijn vrouw begaan was. En nu zat hij naast Diny op de bank om haar afscheid door te spreken. Met de dochters. Met mij. En af en toe kwam kleindochter Tess opa of oma ook nog even knuffelen. De afscheidsdatum kwam elke dag wat dichterbij. We maakten de afspraak dat ik snel weer langs zou komen om hun verhaal te vertalen in een levensloop.

Dat tweede gesprek verliep eveneens in een ontspannen en liefdevolle sfeer. Opnieuw de kalmte die er van Diny uitging, maar ook de emotie die er zo nu en dan was, als de herinneringen wat tranen opriepen. Deze keer maakte ik aantekeningen en heb ik daarna thuis haar levensverhaal kunnen schrijven.

Dat, maar ook het aanwezig mogen zijn en getuige te zijn van wat er echt toe doet op zulke momenten, dat ervaar ik steeds als heel speciaal. Ik had in het eerste gesprek aangegeven dat ik een afscheidsbijeenkomst altijd probeerde af te sluiten met een zelfgemaakt gedicht, waarin ik het gevoel en de emoties van de ontmoetingen wilde vangen. Onder de indruk van de eerste kennismaking had ik thuis dat gedicht geschreven. Ik had Diny beloofd dat ik het nog aan haar zou laten horen. Bij de tweede ontmoeting heb ik het de familie voorgelezen. En juist bij die woorden brak Diny. Net als ik..

En toch, op een manier die ik moeilijk kan verklaren, voelde het allemaal op z’n plaats. Omdat het niet anders leek te kunnen en het zo moest zijn. We spraken nog over van alles en over niets. Na afloop heb ik Diny een hand gegeven, ter afscheid. Haar glimlach zie ik nog voor me.

Jac uitte zijn dankbaarheid door aan zijn dochter te vragen om iets voor me te pakken. Maar toen die zei, dat hij dat gewoon zelf moest doen, legde Jac uit dat hij voor Diny altijd koude schotel maakte. Dat vond ze het lekkerst. En daar maakte hij dan altijd veel te veel van, vertelde hij, dus ik moest maar een bakje meenemen. Zijn dochter kwam al aanlopen met een bakje. Ik heb er thuis heerlijk van genoten.

In de dagen die volgden zocht Diny, samen met Jac en de dochters de foto’s uit die bij haar afscheidsdienst getoond moesten worden. Ik heb daar toen de door haar gewenste muziek onder gezet. Langzaamaan waren alle voorbereidingen getroffen…

De dag dat Diny definitief afscheid nam, heb ik een aantal keren aan hen moeten denken. Hoe zou het met hen gaan? Überhaupt, hoe verloopt zo’n dag wanneer het zover is. Ik schreef die middag nog een kort gedicht dat ik hen stuurde als troost.

als de keuze is gemaakt
om niet meer
door te gaan met leven
als alle snaren
zijn geraakt
de laatste kussen
zijn gegeven

dan is er
dat kort moment
dat ik je naam
nog één keer zeg
waarna je niet meer
bij me bent

van zo dichtbij
naar heel ver weg
en ook al
lijkt het dan voorbij
toch ben je
voortaan
dicht bij mij

Een dag later sprak ik Jac, Petra en Mieke weer. Het afscheid, vertelden ze, was mooi, emotioneel en vooral heel indrukwekkend geweest. Ze hadden een zonnige ochtend samen gehad, met een drankje en sinds heel lang toch een sigaretje voor Diny. Die middag gaf Diny zelf aan dat het haar tijd was. Samen met Tess en Diny’s schoonzonen Sander en Joost omarmden ze Diny op het moment van het definitieve afscheid. En tegelijk met het moment dat in alle rust het leven uit haar week, voelden ze allemaal een lichtheid over zich heen komen. Een lichtheid, die de rest van de dag bij hen was gebleven, en waarvan ze hoopten dat ze die zouden blijven voelen. Maar een dag later was er toch ook de emotie van het verlies. We bespraken samen de verdere details van de afscheidsbijeenkomst.

Die kon maar  op een plek worden gehouden. Het Boscafé in de Kasteelse Bossen. Ooit eigendom van Jac en mede geëxploiteerd door zijn dochter. Diny was er jarenlang de stille kracht achter de schermen. Duizenden appeltaarten had ze gebakken. En ook de arretjescake was haar specialiteit. Het ging heel lang goed, totdat de COPD haar gezondheid steeds meer ondermijnde. Jac en Diny besloten de tijd die hen nog gegeven was aan elkaar en aan de kinderen en kleinkinderen te besteden. Het Boscafé werd overgenomen door Sven en Wouter. Diny heeft nog vaak een kop koffie met hen gedronken, en ook de rest van het gezin, heeft er nog heel vaak culinair genoten. Het speciale gevoel bij het Boscafé is altijd gebleven.

Het was dan ook de wens van Diny dat Sven en Wouter zouden helpen om haar in haar kist van het bospad naar het terras te dragen. Die kist had Jac, ook op verzoek van Diny, eigenhandig gemaakt. De kleinkinderen hadden er daarna mooie tekeningen op gemaakt. Hier en daar waren er dankbare woorden van afscheid op te lezen.

Het regende en het waaide die ochtend. De laatste dagen van Diny, samen met haar familie, was het schitterend weer geweest. Maar de ochtend van haar afscheidsdienst waren er buien en stond er een harde wind. Net voordat de dienst zou beginnen, bijna klokslag half elf, sloeg het weer om. De zon begon zelfs te schijnen.

Het werd een afscheidsdienst waar opnieuw de liefde duidelijk te voelen was. Het grote aantal gasten, waaronder zelfs vrienden uit Spanje en Kroatië, waren onder de indruk. Alles klopte, alsof Diny ook dit moment nog zelf geregisseerd had. Alle kleinkinderen ondersteunden kleinzoon Marijn, die het gedicht voorlas dat ik als troost op die bewuste vrijdag naar Petra geappt had.

Ook oudste kleinkind Tess las een verhaal voor. Tess die in het voorgesprek met Diny ‘zuster Tess’ werd genoemd, omdat ze oma heel veel ochtenden vóór schooltijd had bezocht om haar te helpen. Beide dochters spraken vol liefde over hun moeder. En tussendoor was er muziek die Diny mooi vond en foto’s uit haar leven. Het was een afscheid zoals Diny het zich had voorgesteld. Daar moest ze wel anderhalf uur zonneschijn voor regelen, maar dat deed ze dan ook overtuigend.  Eigenlijk zoals ze dat bij leven ook met haar appeltaarten deed: achter de (dit keer wolken)schermen maar met evenveel succes. Nee, met méér succes. Appeltaarten konden wel eens opraken. Maar Diny liet die ochtend zien dat ze er voortaan altijd zou zijn…

Hieronder het gedicht dat ik op het einde van de afscheidsbijeenkomst heb voorgedragen.

Diny,

vijftig jaar samen
de wereld verkend
en steeds op elkaar kunnen leunen

aan alle ideeën
opnieuw steeds gewend
jij deed méér dan alleen ondersteunen

besluiten en stappen
steeds samen genomen
genoten van alles dat kwam

maar dat ene besluit
dat was niet te voorkomen
zodat jij dat uiteindelijk ook nam

met de kracht van de eenvoud
en met liefde en troost
heb je iedere traan weggekust

en zolang dat het kon
elkaar geliefkoost
en toen ben je gegaan, zelfbewust

als er leven is daar
ja, dan zien we ons weer
en dat is het wachten wel waard

dan zijn we opnieuw dicht bij elkaar
en genieten we zeker een keer
van een hemelse appeltjestaart… 

Zondagochtend

Eigen weg…

ik ga vandaag mijn eigen weg
maak foto’s van de bloemen
maar wat het is dat mij hier brengt
dat kan ik niet benoemen 

ik had het straks al bij de eik
gestopt en even stilgestaan
ik voelde rust en onrust tegelijk
en koos er voor om door te gaan

wat bleef was tegenstrijdigheid
van wit en zwart, geluk en pech
waarschijnlijk raak ik dat nooit kwijt
en zoekt mijn hart z’n eigen weg

Wandelgedicht

Speels…

in de schaduw 
van mijn ronde
krijgt hier 
elk geluid een zin
klinkt het hinniken 
van paarden 
zingt het waaien 
van de wind
weinig woorden 
voor te vinden
want ik zit er 
middenin
voel verbinding 
met de aarde
en het speelse 
van een kind

Samenloop Horst aan de Maas

Ik heb zaterdagavond 24 mei jl. tijdens de Samenloop Horst aan de Maas de kaarsenceremonie gepresenteerd. Tussen 22.00 en 23.00 uur mocht ik onder andere drie mensen kort interviewen. Zij vertelden hoe de ziekte kanker hun leven op de kop had gezet en hoe het hen daarna vergaan was. Korte ervaringsverhalen die indruk maakten. Naast muziek, mocht ik zelf een aantal van mijn gedichten voordragen.

De toeschouwers voor het podium en de wandelaars op het veld hoorden de verhalen, genoten van de muziek en luisterden naar de gedichten. Onder de toeschouwers waren mensen die al gewandeld hadden of die nacht nog gingen wandelen. Tot zondagmiddag 14.00 uur, want dan zouden er 24 wandel-uren op zitten. En elke meter leverde geld op. Geld ten behoeve van onderzoek om kanker te bestrijden.

De kaarsenceremonie begon met het ontsteken van een metalen hartconstructie. Zowel de vlammen als het hart zelf vormden krachtige metaforen voor de strijd tegen kanker. Het hart als symbool voor de emoties die met de ziekte gepaard konden gaan. Het hart dat sprongen van blijdschap kon maken wanneer de ziekte overwonnen werd. Maar ook kon overlopen van verdriet wanneer de ziekte overwon. 

Het ontsteken van de zon en daarna de maan, even later tijdens de kaarsenceremonie, accentueerde dat dubbele gevoel. Veel aanwezigen herkenden dat. En het was misschien ook wel de kern van het dialectgedicht ‘Vur iederiën’ dat ik ooit schreef. Ik las het voor aan het begin van de ceremonie.

Vur iederiën

Vur iederiën
deen ni mier is
ma aaltied
oonder ôs…

Vur iederiën
din in iën kier
inens ma
zoonder môs…

Vur iederiën
deen is gegaon
vur iederiën
di bleef bestaon:

Wet daat geej
mit iedere traon
Waat op oow wange schrieft:

Naat stripke zalt
‘ik halt vaan oow’
Daat is waat aaltied blieft…

En traon die zoë
na oonder sluit,
zörgt daat dur wer
waat moëis opbluit!

Ik zocht verder tussen de gedichten die ik eerder schreef, waarin ik het contrast tussen vreugde en verdriet verwerkt had. Ik vond het gedicht ‘De cirkel is rond’. Ooit ontstaan tijdens mijn werk als ritueelbegeleider.

Ik probeer altijd verhalen en emoties van nabestaanden te vangen in een gedicht. En hoewel die gedichten vaak heel persoonlijk zijn, merk ik dat er eigenlijk altijd ook wel een universele kant aan zit. Want iedereen krijgt ooit met afscheid te maken. En iedereen heeft dan de herinneringen aan betere tijden. Het gedicht ‘De cirkel is rond’ raakt aan dat thema. Een dochter verloor haar moeder. Eigenlijk jaren eerder al, beetje bij beetje, door dementie. Ook dit gedicht heb ik voorgedragen tijdens de kaarsenceremonie.

De cirkel is rond

jij veegde mijn tranen
ik poetste de jouwe
jij hebt me gedragen
ik kon op je bouwen

jij zag ons groeien
ik voelde je trots
jij liet ons bloeien
jij was onze rots

jij was het die troostte
jouw stem hoor ik nog
jij gaf ons de vrijheid
maar was er steeds toch

jij gaf ons je liefde
ik mocht van je houden
als dochters van moeders
ook in tijden van koude

want heel langzaam zag ik
je steeds meer verdwijnen
en zoals jouw ouders gingen
zo gaan nu de mijne

wat blijft is de band
die in liefde verbond
wat blijft zit in mij, mam
de cirkel is rond

En het laatste gedicht dat ik op het eind van de ceremonie voorlas, had ik speciaal voor de gelegenheid geschreven. De titel: Samenloop!

Samenloop

de diagnose 
wordt gesteld
en dan ineens
is het een feit
een donderslag 
die met geweld
een einde maakt 
aan zekerheid

je lichaam 
laat je in de steek
al wat er is
dat raak je kwijt
is het een jaar 
of maar een week
je leven lijkt 
beperkt in tijd

de dag verandert 
in een nacht
in elke traan 
proef je het zout
maar ondanks alles 
put je kracht 
uit iedereen 
die van je houdt

jouw weg die 
loop je niet alleen
hoe moeilijk 
elke stap ook is
je komt er samen 
wel doorheen
omdat elke stap 
er eentje is

het vuur wordt 
met elkaar beleefd 
in elke vlam 
brandt iets van hoop
dat is wat je 
de ander geeft
dat is de kracht 
van samenloop