De stiën

ge kóst um amper drage
di stiën 
dao beej ut hek

en toch
mós ie d’r kome
dí stiën
dáó
óp dié plek

wao appelbuüm gaon gruie
nag lang nao ów vertrek

die plek
die mós ut waere
ów favoriete stek

geej gruit nou 
mit dun boëmgaard mei
geft kleur 
án graas en groond

die moëie plek
heer beej de stiën
maakt aal wát waor
wer roond

Horst, 18 september 2021

—————————————–

Chrit Hoeijmakers

De steen

Je kon hem amper dragen
die steen
daar bij het hek

en toch
moest die er komen
díe steen
dáár
op díe plek

Je groeit nu
met de boomgaard mee
geeft kleur
aan gras en grond

die mooie plek
hier bij de steen
maakt al wat was
weer rond

Wie ziet de slingers?

het waren stroken van papier, verknipt in alle kleuren

daar maakten we de slingers van, versierden dichte deuren

we hingen ze aan muren en voor gesloten ramen

daar maakte jij het groepsportret, waar slingers samen kwamen

ach, niemand die er nog naar keek toen jij de foto maakte

zag jij de slingers destijds wel, was dat ook wat je raakte?

ik zie de foto uit mijn jeugd, elk rondje van de slinger

en voor het eerst zie ik ineens het goud rond om haar vinger

de ring die haar met jou verbond, lang na haar laatste dagen

die met jouw ring zelfs samensmolt, die ik -na jou- mocht dragen

ik houd de foto in de hand van hoe wij voor je stonden

de slingers, die ik toen niet zag, zijn nu met goud verbonden

GvdM | 290821

De clown en het engeltje…

Zondagochtend bij de eik. Tien minuten geleden de clown en het engeltje opgeraapt en teruggezet op het kruis. Ze lagen beide met hun neus in het zand. Weggeblazen door de wind, maar nog steeds links en rechts van de grafsteen hun wakende rol vervullend. Als het vandaag nog een keer wat regent, dan spoelen ze allebei wel schoon.

Hoewel het ook vanochtend weer behoorlijk waait. Zwaluwen scheren zo nu en dan over het pad. Kraaien zwoegen tegen de wind in en laten zich vervolgens meewaaien naar de plek waar ze vandaan kwamen. Ik heb onlangs ergens gelezen dat vogels niet twijfelen over waar ze naar toe vliegen. Je ziet nooit een vogel zich omdraaien in de lucht, stond er geschreven. Ik vond dat een mooie metafoor. Zou het spel zijn van de kraaien?

De wind laat de eik bij vlagen zwaar ademen. Opnieuw scheert er een zwaluw over het veld. Zijn snelle, hoekige vlucht doet toch wel vermoeden dat hij zich bij herhaling realiseert dat hij een andere kant op moet. Dus zo leerzaam als de stelling over de vogels ook leek, helemaal waterdicht lijkt me die niet. Afijn, ik denk dat de meeste vogels toch wel redelijk in het nu leven. En in die zin een mooi voorbeeld voor heel veel mensen kunnen zijn.

Voor me wordt het veld beregend. De vollegrondstuinder heeft zojuist zijn witte bus geparkeerd en inspecteert het zo te zien nog maar kort geleden geplante groen. De wind blaast voortdurend natte wolken water in zijn richting. Toch blijft hij even staan. Voelt vervolgens hier en daar aan de grond en loopt terug naar zijn auto. Nog een keer loopt hij het veld in en even later is hij uit mijn zicht verdwenen. Als ik hem weer zie, zie ik ook dat het beregenen is gestopt. Hij stapt in zijn bus en rijdt weer weg.

Een heleboel handelingen, realiseer ik me. Waarbij elke deelhandeling de andere opvolgt. In de auto naar het veld, aankomen ter plekke, parkeren in de berm, beregening controleren, vochtigheidsgraad van de grond controleren, zichzelf nat laten waaien, installatie uitzetten, in de auto stappen en weer vertrekken. Toch een veel complexer plan dan dat van een vogel. Maar wie weet, ziet de tuinder al die activiteiten ook als een soort spel op de zondagochtend. Ik hoop het voor hem.

Het beregenen is trouwens weer begonnen. Daar hoeft dus helemaal niemand bij te zijn, merk ik. Zoals de wind ook blaast als er geen kraaien zijn. En de eik ook zucht als ik niet op het bankje zit te schrijven. Alles gaat zoals het gaat. En gaat door zoals het gaat. Ik zal zometeen nog eens gaan kijken of het engeltje en de clown nog steeds op hun plek staan. Dat kan in no-time helemaal anders zijn. Veranderlijk als de wind. En niemand die er iets aan kan doen. Omdat er in essentie eigenlijk niets verandert. Want wie ben ik om die plek te bepalen? Moet je er wel iets aan willen doen? Dat is op een vreemde manier zowel een ietwat confronterende alsook een geruststellende vraag.

Het antwoord vinden blijft een mooie uitdaging… Hup, wind in, naar het engeltje en de clown!