Oetgespeuld…

Afgelopen vrijdag, 29 december, was de vierde editie van ‘Oetgespeuld’. Een prachtig initiatief van Anja Hoeijmakers-van den Munckhof (Anja vaan de Smid) en Dirk Jeurissen. Het was volle bak bij Anja. Allemaal muzikanten die één introducée mee konden nemen. Er stonden complete bands op het podium, anderen vormden een duo of trio en weer anderen traden solo op. Ieder mocht een of twee nummers laten horen en op het moment dat het optreden begon, was er volle aandacht voor de artiest. Complimenten sowieso voor Thijs Lenssen die al die optredens op professionele wijze van een indrukwekkende geluidskwaliteit voorzag.

Zelf heb ik op de klanken van mijn draaiorgel een tekst gemaakt op het lied van Frank Sinatra, ‘My way’. Een redelijk lange tekst, op één A4 bewaard, waardoor het lettertype net iets te klein bleek, om het tot op het eind goed te kunnen voordragen. Ter plekke opgelost, door de laatste regels als een soort toegift, dan maar zonder orgelondersteuning voor te lezen.

Hieronder heb ik mijn bijdrage nog een keer in volle omvang bewaard. Voor de (nieuwsgierige) liefhebber.. Het is een dialekttekst, die ik de titel ‘Daat dudde zelluf’ heb meegegeven.

Mijn bedrage voor ‘Oetgespeuld’, gefotografeerd in volle actie, door Dirk. Hieronder in zijn geheel te beluisteren.

Eindejaarsblues…

De laatste dag van 2023. Net als andere keren, vlak voor jaarwisselingen, huist er in mij een onbestemd gevoel. Een mix van nostalgie en melancholie. Emoties die op elkaar lijken maar waarvan de definities die ik er even van op zoek, me aan het denken zetten. Mijn zoekterm ‘verschil melancholie en nostalgie’ brengt me op de site verkenjegeest.com. Daar wordt nostalgie gedefinieerd als ‘een verlangen naar iets dat je gelukkig maakte’. Melancholie als ‘een gevoel van peinzend verdriet, meestal zonder duidelijke oorzaak’. Mooie omschrijvingen vind ik. Op de site worden de termen verder uitgelegd.

Gelukkig verlangen en peinzend verdriet. Poëtisch bijna. Geluk en verdriet lees ik er in terug. Een contrast, net als oud en nieuw. Verleden en toekomst. Of regelmaat en chaos. Leven en dood. Het zijn tegenstellingen die bij elkaar horen. Het houdt me bezig, merk ik. Aangewakkerd door het besef dat ik al een groot aantal jaren dingen doe, die ik steeds minder vanzelfsprekend lijk te gaan vinden. Zeker in deze tijd van het jaar. En dat komt met grote waarschijnlijkheid door de jaren zelf. Het is niet verkeerd, denk ik, om je met een zekere regelmaat af te vragen waar je nou precies mee bezig bent. En als mogelijk vervolg daarop na te denken of je dat wil blijven doen, of dat je misschien toe bent aan wat anders.

Morgen is de laatste dag van 2023. Overmorgen zitten we in 2024. Op 1 januari 2024 om 12.00 uur mag ik opnieuw een grote groep mensen het water van de Kasteelse Bossen inpraten. De huidige organisatie van de Nieuwjaarsduik schat dat er tussen de 200 en 250 mensen komen duiken, lees ik in een artikel op social media. De organisatie is sinds dit jaar in handen van een nieuwe groep vrijwilligers. Ze hebben me gevraagd of ik de sprekersrol weer op me wil nemen. Ik heb toegezegd.

Bij de vorige groep vrijwilligers heb ik al een aantal jaren achter elkaar de sprekersrol mogen invullen. En ik realiseer me dat ik dat ook al jaren daarvoor deed voor de groep dáárvoor, die ooit met de Nieuwjaarsduik is begonnen. De toenmalige stichting organiseerde de Nieuwjaarsduik in 2001 voor het eerst, onder de naam ‘cold turkey’. Eén duik is volgens mij  in al die jaren niet doorgegaan en dat was vanwege corona, maar een snelle rekensom leert me dat de aanstaande duik de 22e keer wordt dat ik er met de microfoon bij ben.

22. Best een aantal. En bovendien een symbolisch getal, in termen van carnaval. Want ook op dat vlak had ik laatst zo’n besefmoment. Ik bladerde door wat oude Klossen. De Klos is de carnavalskrant van D’n Dreumel en in de editie van 1996 kwam ik al een aantal stukjes van mijn hand tegen. Voor de komende Klos heb ik onlangs opnieuw mijn bijdrage ingeleverd. Ook hier even snel rekenen: voor de 29e keer.

Het gaat me eigenlijk helemaal niet zo om die getallen. In termen van een lang en gelukkig leven zou het fijn zijn als die aantallen de komende jaren alleen nog maar verder gaan oplopen. Dus waarom toch die gemengde gevoelens en die tanende vanzelfsprekendheid?

Ik realiseer me dat deze tijd van het jaar, zo vlak voor de jaarwisseling, er door meer mensen terug gekeken wordt op de voorbije periode. En ik zal zeker niet de enige zijn die dat met gemengde gevoelens doet. Nostalgisch én melancholisch. Bij de definities van deze twee termen lees ik een interessante conclusie:

‘Toch zijn beide emoties het bewijs dat je intens geleefd, gevoeld en ook geliefd hebt. In feite is het voelen van zowel melancholie als nostalgie de prijs van het leven. Als je deze emoties voelt, hoewel ze je soms pijn en verdriet bezorgen (meer in het geval van melancholie dan van nostalgie), onderdruk ze dan niet, maar druk ze uit. Probeer te achterhalen welke boodschap ze brengen en wat ze je proberen te vertellen. Hun boodschap zal een geschenk zijn voor je ziel. Wellicht ook interessant voor jou’

Zeker een interessante gedachte, merk ik. Ik moet op zoek naar de boodschap die erachter zit. Daar zal ik in 2024 eens actief werk van gaan maken. Maar eerst overmorgen nog een duik presenteren. Ik heb er weer zin in!

Is het hele leven eigenlijk niet een doorlopende nieuwjaarsduik…

Herfst om me heen…

Foto: Anna Kóró (Pexels)

De herfstwind blaast een blaadje naar me toe. Het natte bospad knispert onder de wielen van mijn fiets. Een wandelaar van ver ziet me komen en commandeert z’n honden bij zich. We groeten elkaar in het voorbijgaan. Het bos ruikt naar paddestoelen. Het is zaterdagmiddag. Ik strijk neer op een bankje om aan mijn gedachten woorden te geven. Dat is al even geleden. Een fietsgedicht. Laten gebeuren wat er in me opkomt.

Ik kijk opnieuw naar de ingekerfde letters, die samen een zin vormen. ‘Ik goj vandaag miene eige waeg’. Het lijkt alweer lang geleden dat we hier met z’n drieën zaten, in de voorbereiding van onze voorstelling ‘Gegaeve Zinne’. Die voorstelling was twee weken geleden. Heel goede herinneringen aan. Ook aan deze zin en aan deze plek. Deze zin en heel veel andere zinnen inspireerden ons om zin te geven aan wat mensen en ons bezig hield. Fijn om te doen.

Zingeving. In de krant van vanochtend zou ik er naar hebben moeten zoeken, als ik me daar op dat moment bewust van was geweest. Als ik er, hier op het bankje, aan terugdenk, dan weet ik nog dat me bij een aantal artikelen een gevoel van zinloosheid bekroop. Zinloosheid en machteloosheid. Wat is de zin van de strijd tussen Israël en Hamas? Tussen Oekraïne en Rusland? Hoe zinloos is het wederzijds moorden en martelen? En hoe machteloos kijk ik er naar en lees ik er over. Mensen doen het elkaar aan. Zien zij er de zin van in?

Ik kijk om me heen en laat de herfstwind mijn gedachten wat verwaaien. Er valt een blad uit de boom. Het landt op het water en drijft met de rimpelingen van de wind op het water mee. Ik zag het vallen, zonder geluid neerkomen en stilletjes wegdrijven. Verval in de herfst. Natuur die zich telkens weer vernieuwt. Die, zonder bijbedoeling, zinnige tegenstellingen creëert. Zomer, winter. Herfst en lente. 

Hoe kan het, dat het de natuur wel lukt, wat voor mensen zo onmogelijk lijkt. De natuur, die ondanks of misschien wel juist dankzij tegenstellingen, in volledige harmonie, zin geeft aan het pure zijn. En dan de mensheid, waarvan een onzinnig deel elkaars zijn domweg betwist en stellingen betrekt in gure oorlogen. Puur tegenover guur. Zijn tegenover pijn.

Ik zet de eerste woorden op papier. Een fietsgedicht in de maak. De herfstwind fluisterde het in. Het blaadje sprak in stilte. Zingevend. 

Jus d’orange…

Eergisteravond zat ik op het terras met Hay en vertelde ik tevreden dat mijn hartritmestoornis al een jaar weg was gebleven. Vanochtend word ik wakker en jawel… het rammelt weer. Teruggezocht wanneer nou precies de vorige keer was en wat blijkt: exact een jaar geleden, op 21 juli 2022. Dus vanmiddag toch maar weer de hartpoli gebeld. Afgesproken dat ik me morgenvroeg om 8.00 uur kan melden, als het ritme dan nog steeds verstoord is. We zullen zien, maar ik verwacht geen wonderen.

De keren hiervoor is Thea steeds meegegaan. Na een cardioversie (stroomstoot onder narcose om het ritme weer te herstellen) mag je niet zelf autorijden. Maar het lot wil dat Thea nu zelf geveld is door een forse buikgriep. Dus gaat onze Mees me morgen brengen. Een beetje ziekenboeg dus, bij ons thuis. En dat zorgt bij mij toch wat voor een downstemming. Die ik op deze manier een beetje van me af schrijf. Niet dat het helpt, maar ik weet even niks beters.

Behalve dat ik nu mijn hart in de gaten houdt, merk ik dat ik ook een beetje op mijn buik let. Daar rommelt het ook al een paar dagen en dat leek juist de goeie kant op te gaan. Maar nu Thea het vol te pakken heeft, lijken de virussen weer vrij spel te hebben. Zal je net zien… Ze slaapt nu onder op de bank in de huiskamer.

Afijn, morgen maar even aanzien hoe dingen zich ontwikkelen. Het is wat het is. Vannacht maar op de logeerkamer slapen, om de kans op dubbele ellende te verkleinen. Op het nieuws van acht uur zeiden ze dat er morgen kans is op regen. Maar dat ook de zon tussendoor schijnt. En dat het stevig gaat waaien. Alles kan. Ik weet alleen niet hoe ik daar nu wat vrolijker van moet worden..

Ik hoor dat Thea beneden de tv heeft aangezet. Ik ga maar eens kijken of dat wat vertier gaat bieden. Pak ik er een groot glas jus d’orange bij. Vitamine C kan een eventueel teveel aan histamine afbreken, heb ik vanmiddag gelezen. Een teveel aan die -weliswaar lichaamseigen- stof kan tot allerlei klachten leiden. Diarree (had ik een paar dagen geleden), jeukende plekjes op verschillende plaatsen op het lichaam (heb ik sinds gisteren) en -in zeldzame gevallen- hartkloppingen. Nou ja..!

Alles kan. Morgenvroeg toch maar naar de poli. Tenzij dat glas jus d’orange zometeen…hoewel daar ook weer suiker in zit en dat schijnt het histaminegehalte weer te kunnen verhogen. Kak. Alles kan. Maar gelukkig kan alles. Op naar de jus…

Koen…

Een week geleden was ik aanwezig bij een lezing van Koen Versleijen. Hij sprak voor een dertigtal collega’s van de gemeente Horst aan de Maas over het syndroom van Usher. Dat is een zeldzame aandoening waardoor Koen ooit compleet blind zal zijn. Hij liet ons een simulatiebril opzetten, waardoor je kon zien, wat hij op dat moment nog zag. Ik keek erdoor en verbaasde me erover hoe weinig dat was. Hoezo bíjna blind…

Koen vertelde dat Usher jaren geleden heel geleidelijk was begonnen. Zijn gezichtsvermogen was met tussenpozen steeds verder achteruit gegaan en was nu in een fase dat hij nauwelijks nog wat zag. Compléte blindheid kon nog jaren op zich laten wachten, maar zou ook een dag later werkelijkheid kunnen zijn. Het was onder andere deze geleidelijkheid en onvoorspelbaarheid, vertelde Koen, die hem een tijd geleden in een zware depressie deed belanden. Eén specifieke gebeurtenis in zijn leven was daar indirect mede oorzaak van. En werd uiteindelijk ook zijn redding.

Zijn dochter werd twee jaar geleden geboren. Voor zienden al een levensveranderende gebeurtenis, maar voor iemand die weet dat hij zijn dochter misschien later letterlijk niet ziet opgroeien, is het helemaal een confronterende samenloop van omstandigheden. Waar het krijgen van kinderen een hele bewuste keuze was, sloegen bij Koen na haar geboorte enorme twijfels toe. Twijfels die leiden tot een hele diepe depressie, waarbij zelfs op enig moment een gedwongen opname nodig was.

Wat hij vertelde maakte indruk op me. Het syndroom van Usher was weliswaar de rode draad van zijn verhaal, maar tussen de regels door hoorde ik vooral iemand spreken die in een aantal jaren zijn hele leven tot in de diepste kern had zien veranderen. Die tot zijn 25-ste nog niet wist dat hij Usher had. Die na de diagnose heel lang z’n leven vóór Usher wilde blijven leven, maar telkens opnieuw moest constateren dat er daar wéér een stukje van werd afgenomen. 

Koen vertelde er over, met een bewonderenswaardige rust en eerlijkheid, kenmerkend voor mensen die weten waar ze het over hebben. Die tegelijk ook weten dat de onvoorspelbaarheid in het leven blijft. Die weten dat je eigenlijk niets helemaal zeker kunt weten, en daar vervolgens een soort van vrede mee hebben. Of eigenlijk, die vrede omzetten in een verhaal met een doorleefde, diepere inhoud die zoveel meer is dan het syndroom van Usher.

Koen wandelt nu met zijn dochtertje door Horst. Waar hij eerst het centrum meed, omdat er vanuit terrassen weleens nare dingen naar hem werden geroepen, of dat hij op straat bespuugd werd, loopt hij nu weer over het Wilhelminaplein. Met zijn peuterdochter van twee aan een soort van riempje, zelfverzekerd een blindegeleidestok hanterend, die de tweejarige hem vaak thuis al aanreikt. Een bijzonder beeld. Een krachtig beeld. Zeker, Koen had het graag anders gezien, maar nu het is zoals het is, kan hij er op een andere manier naar kijken. Accepteren? Nee. Aanvaarden? Ja. En dat laat hij ons op een indrukwekkende manier zien en horen. 

Alles voltrekt zich min of meer geleidelijk en is in zekere mate onvoorspelbaar. Maar als over een aantal jaren Koen helemaal blind is, dan heeft hij niet alleen zijn dochter een hele belangrijke levensles meegegeven: Ook al gaan dingen niet zoals ze zouden moeten gaan, dan gaan ze toch. In het begin misschien aan een riempje omdat het niet anders kan. Maar later -juist daardoor- zelfstandiger en wijzer. Juist daardoor zich terdege bewust van de kracht die Koen haar én ons in het leven meegeeft.

Als je de kans krijgt om een lezing van Koen bij te wonen, doe het dan! Voor iemand die (bijna) niets meer ziet, ziet hij de dingen namelijk heel scherp. Niet omdat hij het allemaal heel zeker weet, maar juist omdát hij weet dat het allemaal niet zeker is. Die juist daarom als geen ander  het verschil tussen accepteren en aanvaarden kan uitleggen. Waardevol. Koen? Doen!

Voor Miep en haar familie…

Bij de afscheidsdienst van Miep Verheijen-Clevers zag ik bij het voorlezen van haar levensloop een boot voorbij varen op de Maas. Net bij de passage in de levensloop waarin het ging over haar eigen leven op het water vroeger, samen met haar man Hay. 

Zaal ‘De Brouwer’ in Broekhuizen was de perfecte plaats voor haar afscheidsdienst. Een plek voor het afscheid maar ook de plek bij uitstek om haar leven te vieren. Ze lag er nu, in doeken gewikkeld, terwijl op een foto boven haar te zien was, dat ze daar bij leven ooit al had gestaan, lachend en samen met anderen.

Die plek aan de Maas waar ze zo vaak was geweest als de zon scheen en dan op het terras wat had gedronken. Vroeger met Hay, later met haar kinderen en kleinkinderen. En nog later wandelde ze er ook alléén naar toe, ondersteund door een wandelstok. Voor haar kinderen was er daarom ook maar één plek waar haar afscheid kon plaatsvinden.

Indrukwekkend hoe dan dingen samen komen. De boten over de Maas. De zang van haar kleinkind Chris en zijn vrouw Hanna. De sfeer van vroeger die versmolt met de realiteit van het moment. Als kind had Chris haar ooit horen zingen en was onder de indruk. Nu zong hij voor haar en was iedereen onder de indruk. 

Miep was spiritueel. Voor haar heengaan had ze haar kinderen gezegd dat ze moesten uitkijken naar de eerste vlinder. ‘Die vlinder’, zei ze, ‘dat ben ik’. Ze praatte over haar einde en regelde samen met haar kinderen hoe dat vorm moest krijgen. Ze zocht de muziek uit en koos voor een gedicht dat op haar gedachtenisprentje moest komen.

Als ik niet meer hier woon
In het land van jou en mij
Bedenk dan dat ik ergens ben
Zonder land en jaargetij
Ik zweef daar door de ruimte
Lichter dan een veer
En kijk dan zonder zorgen
Liefdevol op jullie neer

Zou ze tijdens haar afscheid liefdevol hebben kunnen meekijken? Zou ze Chris en Hanna hebben horen zingen? Gezien hebben dat haar twee kleinste achterkleinkinderen de hele tijd muisstil bleven, terwijl hun moeders heel snel na de dienst toch echt hun flesjes ter plekke klaar maakten? Zou ze haar eigen schilderij hebben zien staan, dat haar kinderen heel symbolisch onderdeel hadden gemaakt van de rouwkaart?

Kersenboom met schommel, geschilderd door Miep Verheijen

Haar schilderij, dat ze in de laatste periode van haar leven in verpleeghuis Sevenheym had gemaakt. Een kersenboom, vol in de bloesem, met aan een tak een schommel. Geschilderd, niet vanaf een voorbeeld, maar vanuit een herinnering.

Ik kon me zomaar voorstellen dat Miep zich herinnerde, als oudste meisje uit een gezin van 9 kinderen, hoe ze haar jongere broers en zussen wel eens in die schommel heeft gezet. Daarmee dienstbaar haar moeder bijstond, die op 50-jarige leeftijd veel te vroeg al weduwe was geworden. 

Maar ik vond ook dat de bloesem zelf een belangrijke symbolische betekenis had. Vanuit de bloesem ontstaat het nieuwe leven. En dan de boom zelf, als stamhouder van al die vertakkingen, van waaruit juist door de bloesem straks nieuwe bomen zullen groeien. En tenslotte het pad, dat ze achter de boom geschilderd had. De boom langs het pad van het leven. Een pad met een duidelijk begin, en een einde dat ophoudt, ergens in de toekomst.

Zoals gezegd, veel dingen kwamen die ochtend bij elkaar. Miep is door de kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen na de dienst in zaal ‘De Brouwer’ begeleid naar natuurbegraafplaats Weverslo. Onder bomen heeft ze een plek gevonden, van waaruit ze, zoals ze in haar zelf gekozen gedicht aangaf, ‘liefdevol op hen neer zal kijken’.

Opnieuw was ik onder de indruk hoe een afscheid tegelijk zoveel toekomst in zich herbergt. Soms verstopt in een schilderij. Soms ook duidelijk te zien aan een voorbij varend schip door de stroming van de Maas. Of te horen in een tweestemmig lied, gedragen door gitaar- en mondharmonicaklanken.

Zoveel indrukken, waarvan ik er een paar heb proberen te vangen in het onderstaande gedicht, dat ik op het einde van de dienst heb mogen voorlezen. Ik voel tijdens het voordragen ervan de ontroering dan vaak zelf, maar juist dat is wat Miep denk ik in haar schilderij heeft gelegd: de bloesem zit in ons allemaal.

Miep,

een schilderij als in een droom
met een pad vol rode bloemen
in de bloesem van jouw kersenboom
tussen geurend rood en groen
hoor je de bijen bijna zoemen

was het een schommel die ik zag
op je schilderij door jou gemaakt
een teken van toen en kindergelach
van op en neer, van pluk de dag
die de kern van jouw leven raakt

bescheiden, trots en zelfbewust
voor iedereen een hartelijk woord
heeft nu de bloesem jou gekust
kreeg jij de zo verdiende rust
en hebben de bijen jou gehoord..

nu samen met Hay, weer bij elkaar
je kwam, zei je, nog wel vlinderen
in elke zomer van ieder jaar
fladder je naar de bloesem daar
en hoor je ‘t lachen van je kinderen..

Kersenbloesem en schommel (Miep Verheijen)

Twannie…


Een verkleinwoordje voor een groot man. Letterlijk qua lengte en figuurlijk vanwege zijn karakter. Vanmiddag mocht ik de afscheidsdienst begeleiden van Twan Kluskens. Hegelsommer in hart en nieren. Een man die al meer dan 30 jaar 40 uur per week werkte als diepvrieschef bij bakkerij Goedhart. Maar ook een man die minstens zoveel uren en evenzoveel jaren vrijwilliger was bij voetbalvereniging Hegelsom. En hoe.

De opkomst van mensen die afscheid van hem wilden nemen was groots. Het was voorzien dat de kantine van de voetbalvereniging wel wat te klein zou zijn. Maar met de extra tweede plek, die in de jeudeboulesruimte was gecreëerd, zou het toch moeten lukken was de verwachting. Nou. Net. Er leek geen eind te komen aan het aantal bezoekers, die Twan de laatste eer wilde komen bewijzen.

In de dagen voorafgaand aan de afscheidsdienst werd al duidelijk dat Twan bij heel veel mensen een snaar had geraakt. Niet dat hij daar op uit was. Hij was zoals hij was. Het woordje ‘nee’ kon hij bijna niet over zijn lippen krijgen. Daar stond tegenover dat het dialektwoordje ‘daan’ ontiegelijk vaak aan zijn mond ontsnapte. Sommige mensen noemen dat een stopwoordje. Maar bij Twan was het geen stopwoordje. Het hoorde bij hem en hij deed ook geen enkele moeite om zich anders voor te doen dan hij was.

Uit de verhalen die ik in de voorbereiding over hem hoorde en die er tijdens de dienst over hem verteld werden ontstond het beeld van iemand die blij werd van het blij maken van anderen. Opgeleid als kok in Venlo kon hij zijn liefde voor het maken van lekker eten helemaal kwijt in de voetbalkantine van vv Hegelsom. Voetbalteams die uit moesten naar Hegelsom vroegen in hun groepsapp ruim van te voren of de spelers hun bestelling alvast wilden doorgeven. Tosti Döner -een bedenksel van Twan- scoorde dan vaak heel hoog.

Twan was zaterdagavond nog met zijn familie uit eten geweest. Tussen neus en lippen door had hij wel even aangestipt dat hij de laatste tijd niet helemaal lekker was, maar ze moesten zich geen zorgen maken. Dat had hij eerder ook in de vriendengroep verteld. Men moest zich geen zorgen maken. Want dat wilde Twan niet. Hij wilde mensen juist blij maken. Blij met zijn kookkunsten. Blij met zijn ongekunsteld enthousiasme. Twan was zoals hij was.

Na het eten met zijn familie was Twan naar huis gegaan. Misschien heeft hij nog even geknuffeld met zijn hondje Tinus. Maar in de nacht trof het noodlot hem. Op zondagmorgen werd hij in de kantine gemist. Meteen maakte men zich zorgen, want Twan was er altijd. Hij zorgde voor de lekkere dingen die er op de uitgebreide menulijst stonden. Die zondagmiddag vond men hem thuis. Zijn hondje Tinus waakte over zijn baasje, waarschijnlijk al vanaf het moment dat Twan compleet overvallen werd door het stoppen van zijn hart. Tinus liet in eerste instantie niemand bij Twan in de buurt komen. En die verdediging werd nog feller, naarmate er meer hulpverleners bij Twan in huis kwamen. Uiteindelijk moest Tinus het noodgedwongen opgeven en kon men bij Twan’s lichaam.

Het droevige nieuws van Twan’s overlijden ging als een lopend vuurtje door Hegelsom. En in no-time wist men het ook in de regio en nog verder daarbuiten. Die avond stond er een indrukwekkend In Memoriam op de site van de voetbalvereniging. Op de sociale media werd er melding van gemaakt. En een dag later stond het tragische nieuws in de Limburger. Twan, van Twannies Smulhoek, was plotseling gestorven. Hoe dan..

In de voorbereiding van de afscheidsdienst mocht ik al een aantal verhalen lezen die mensen uit zijn netwerk graag over Twan wilden vertellen. Maar tijdens de dienst klonken die verhalen nog veel indrukwekkender. De herinneringen van zijn broer en zussen, de woorden van zijn werkgever, het eerbetoon uit het veteranenteam, de korte, maar indrukwekkende speech van de voorzitter van de voetbalvereniging, de belevenissen van medewerkers uit de kantinekeuken, de ervaringen van de vriendengroep en de mooie actie van de supportersvereniging Vak-9.

In de app van Vak-9 was het zondagmiddag even heel stil geworden. Maar al heel snel ontstond er een spontane actie om voor Twan een permanente herdenking in zijn kantine te realiseren. De grens van €250.- van een eerste tikkie in de appgroep werd als snel bereikt en een tweede tikke volgde. Ook die liep vol en één dag voor de afscheidsdienst werd en nog steeds gedoneerd op een derde tikkie. Dat monument voor Twan gaat er komen, maar dat gaat Vak-9 doen in overleg met de familie en de club. En dan gaan ze komende zondag (het is nu de dag van de dienst, vrijdag 2 december) nog iets spectaculairs doen, maar dat is nog geheim. Ja, Twannie heeft ook bij alle supporters van vv Hegelsom een snaar geraakt.

Het was zo druk tijdens de dienst dat de aanwezigen na het persoonlijke afscheid even buiten moesten wachten, zodat de kantine omgebouwd kon worden om iedereen daarna van koffie, thee en een broodje te voorzien. Want dat zou Twan gewild hebben. Het was mooi om te zien hoe snel de vrijwilligers de rijen stoelen op elkaar hadden gestapeld, tafels reorganiseerden en daar weer stoelen omheen zetten. Wat je zag was eensgezindheid en een gezamenlijke inzet om dat te doen wat Twan al jaren als vanzelfsprekend had gedaan: iets doen voor anderen.

Een clubicoon was er niet meer. Een vriend was uit de vriendengroep gerukt. Een collega was weggevallen. Een broer was plotseling gestorven. Een dorpsgenoot was dood gegaan. Een vriendelijke, goedlachse Hegelsommer, die was zoals hij was en het liefst anderen blij maakte met lekker eten. Die van zijn plek in de keuken van de kantine zijn heiligdom had gemaakt. Die tevreden met een pilsje op de hoek van de tap kon genieten, als iedereen genoten had.

Op het einde van de dienst ontstond er ergens kortsluiting, waardoor de muziek uitviel en hier en daar het licht uitging. De lange rij aanwezigen, die een voor een persoonlijk afscheid kwamen nemen van Twan leek het niet eens te merken. Van de plek waar ik stond, zag ik dat men naarstig op zoek was naar de oorzaak. Soms ging het licht even aan en dan ook snel weer uit. In de keuken bleef het al die tijd helemaal donker. Uiteindelijk bleek het euvel van een diepvrieskist te komen, waar men even iets warms op had gezet. Het had Twan misschien ook kunnen overkomen, als hij er nog geweest was. Maar dat nou net de keuken hartstikke donker bleef? Zou hij dan toch…

Ook na de dienst was het nog druk. Vrijwilligers zorgden voor koffie en broodjes en men praatte na over een man, die zoveel had betekent voor zovelen. Niet dat hij daar mee te koop had gelopen. Integendeel. Twan was gewoon zoals hij was. Hij deed de dingen op zijn manier en die manier was er op gericht om het anderen naar de zin te maken. Hij kon eigenlijk niet anders. En hij wilde ook niet anders.

Op het einde van de dienst heb ik een gedicht voorgelezen dat ontstaan is uit de inspiratie die ik in de voorbereiding voelde, zag en las in de verhalen. Daar wil ik graag dit eerbetoon aan Twan mee besluiten. Op de foto zie ik nog zijn grote glimlach. Blij omdat hij anderen blij maakte. En dat blijft hij doen, ook nu hij er niet meer is. Of toch…?

Twan,

de sfeer op zoondaagmerge waas verstild
aasof ut verdreet aal in de löch hoong
geej waort snachs aal vertrokke, ôngewild
zaog Tinus, deen toen beej oow stoong

oow hundje Tinus zaog oow goan
heej zaog oow valle in de nacht
heej haopte daat geej ôp zut staon
heelt tot ut end beej oow de wacht

waat niemus oeits ma haaj verwach
woort zoondaagmiddaag pienluk waor
Twan ovverleeje in de nach
neet mier beej ôs, vur aaltied daor

dees wört vur oow zien bijna klaor
dun tied vaan misse is begôs
Twan, ok aal ziede nou vur aaltied daor
ge blieft toch aaltied oonder ôs

geej haat oow plek aallang verdind
ma dur keumt nag en monumentje aan
zoedaat iederien deen zich heer bevindt
nag aaltied aan oow zal denke, daan

GvdM | 021222

Sraar..

Afgelopen donderdag mocht ik de afscheidsdienst begeleiden van Sraar van den Beuken. Op negentigjarige leeftijd overleden na een veelzijdig en productief en vooral ook muzikaal leven. De verhalen die over hem werden verteld spraken boekdelen. Muziek was zijn grote passie. Er naar luisteren en vooral zelf maken. Sraar was tot aan z’n dood lid van de Koninklijke Harmonie van Horst. In totaal meer dan 72 jaar! Een periode waarin hij ontzettend veel voor de Harmonie heeft betekend. Maar de Harmonie, op haar beurt, ook voor Sraar.

Zijn afscheidsdienst was op donderdagochtend 6 oktober. Vanaf de dag van zijn overlijden, op vrijdag 30 september, lag hij opgebaard in zijn woning aan de Kerkstraat, met zicht op het Lambertusplein. Op zijn eigen verzoek waren de gordijnen wat opengeschoven. De laatste weken van zijn leven had hij daar zijn bed staan. Zo kon hij voortdurend uitkijken over zijn geliefde Lambertusplein, de plek waar ook zijn ouderlijk huis aan lag. Er zijn die laatste weken veel herinneringen opgehaald tijdens de veelvuldige bezoeken van vrienden en kennissen en niet op de laatste plaats, van leden van zijn Harmonie.

Donderdag is een werkdag voor de meesten. Toch, toen de rouwauto Sraar thuis kwam halen, waren er veel leden van de Harmonie, die in vol ornaat een erehaag voor hem vormden. Ook dat was een stille wens van Sraar waaraan met liefde gehoor werd gegeven. Een mooi gebaar. Net als de serenade die de Harmonie aan hem bracht toen Sraar 16 juli van dit jaar negentig werd. Verrast en zeer ontroerd was hij op die memorabele verjaardag, toen hij, staande aan het raam, zijn Harmonie aan zag komen marcheren, zag stoppen voor zijn huis, en er vervolgens een prachtige serenade weerklonk .

Tijdens de afscheidsdienst was er opnieuw muziek van de Harmonie. Een ensemble speelde verschillende muziekstukken, waarvan er enkele ook op Sraar’s eigen voorkeurslijstje stonden. Die lijst had hij zijn zoon Rob gegeven om de dienst muzikaal op te luisteren. Behalve live muziek van de Harmonie was er muziek van zijn eigen hand. Carnavalsmuziek, die hij samen met zijn boezemvriend Wim Moorman in 1976 had gemaakt. ‘Wette waat ik waal woj wiëte, wurrum Wielke wazig waor. Doortje denkt daat deut daat dreenke, daat deut deen daan drie daag door’. Een legendarische tekst, die sindsdien tijdens elke carnaval wel ergens meegezongen is. En ook volgend jaar wel weer gezongen zal worden. Tijdloos.

Op zijn rouwkaart stond dat hij in plaats van bloemen liever had dat er werd bijgedragen aan muziekinstrumenten voor het jeugdorkest van de Harmonie. De president van de Harmonie, Paul Riswick, verwoordde het treffend tijdens de dienst. Misschien stimuleert Sraar daarmee, zo vertelde Paul, wel een jeugdlid dat net als Sraar vervolgens 72 jaar met veel plezier lid blijft. En dat betekent, vervolgde Paul, dat de Harmonie tot 2094 gebeiteld zit. Daarmee werd heel duidelijk hoe lang Sraar en de Harmonie een twee-eenheid vormden. Ook bijna tijdloos te noemen.

Toch was de Harmonie niet het enige in Sraar z’n leven. Op de allereerste plaats kwam toch wel zijn vrouw Liny en het was dan ook een grote schok toen zij in maart 2021 kwam te overlijden. In juni van dat jaar ontstond er een brand in zijn woning en moest Sraar noodgedwonen in een appartement op de Kranestraat gaan wonen. Hij miste zijn Lambertusplein, maar gelukkig kon hij daar 8 maanden later, in maart 2022, weer naar toe terug. Met hulp van Rob en Helmie, hun kinderen en vele vrienden heeft Sraar er de laatste maanden nog vaak voor het raam gestaan om naar buiten te kijken, over zijn geliefde plein.

Zo’n vijf weken geleden is Amee geboren, zijn achterkleinkind. Wat weken te vroeg, maar volgens kleindochter en moeder Laura moest dat misschien wel zo zijn, want anders had Sraar zijn achterkleinkind niet kunnen zien. De eigenlijke uitteldatum was daags voor Sraar’s overlijden. Mooi om te horen en op foto’s te zien hoe emotioneel en trots hij was. De emoties waarschijnlijk voor een deel ook omdat hij wist hoe graag Liny haar achterkleinkind nog zou hebben willen zien. Het leek wel alsof hij voor haar meegenoot.

De laatste weken heeft Sraar nog veel verteld over zijn leven. Aan vrienden en bekenden die op bezoek kwamen. Tijdens de dienst kwamen veel van die verhalen nog naar boven. Ger Gubbels vertelde over de tijd van de Mühltaler Musikanten. En over de carnavalstijd waarin Sraar en Wim als ‘De twië traoge’ jarenlang furore maakten. De kleindochters haalden herinneringen op aan hun opa en Rob had uit eigen herinnering en uit gesprekken met zijn vader heel veel mooie momenten paraat, die hij deelde met een volle aula. Het steeds weer klinkende applaus moet iedereen goed gedaan hebben. Het was applaus voor een leven dat gevierd mocht worden.

Als afsluiting heb ik een gedicht voorgelezen, dat ontstaan is uit de inspirerende verhalen die ik mocht horen in de voorbereiding van de afscheidsdienst. Inspirerend door de liefdevolle sfeer die ik proefde rondom Sraar. Bij zijn zoon Rob en zijn vrouw Helmie of bij hun kinderen. Onbaatzuchtige liefde, onmiskenbaar aanwezig bij de medewerkers van de buurtzorg die, vóór Sraar, ook Liny in haar laatste dagen hadden begeleid. Maar ook de liefdevolle betrokkenheid van alle mensen die hem bezochten, vóór en na zijn overlijden. Als het begrip ‘mensenmens’ een uitleg nodig zou hebben, dan zou al die liefdevolle aanwezigheid rondom Sraar daarvan een sprekend voorbeeld zijn. Mensen waarin liefde en verdriet samen één zijn geworden. Het gedicht is met name aan Sraar en Liny opgedragen, maar zeker ook aan alle mensen die dat gevoel herkennen.


de zôn die scheen
ovver ut plein
d’r veele boete blaar
weend blees ze zacht
vaan heer nao daor
en smeis ok beej elkaar

daat zaogde geej
iedere herfst
en duk vaanoet daobaove
aalwer en jaor
daat dôchte geej
gordiene aop geschaove

niggentig herfsten
zoë zeen ôntstaon
rechtôp, totdaat ut nimmer kôs
ge keekt nag steeds ovver oow plein
ok toen ge vriedaag ziet gegaon
en aan oow leste reis begôs

is zeej d’r ok
wao geej nouw ziet
stoong zeej in helder licht?
de weend, de blaar,
dicht beej elkaar
de gordiene moge dicht..

GvdM | 031022