In je hart bewaren…

Het is ondertussen 8 jaar geleden dat mijn zus een van de eerste gasten was van het toen net geopende hospice Doevenbos. Ze verbleef er maar twee dagen. Twee dagen die ik me nog heel goed kan herinneren. Het was een wat grijze dag in mei toen we samen vanuit haar kamer naar buiten keken. Er slingerde een pad van rode stenen door het pas ingezaaide grasveld. In die groene waas van het opkomend gras stonden de machtige kastanjebomen, zacht wuivend in de wind.

De eerste regendruppels kleurden het stenen pad op plekken net iets donkerder. Mijn zus zag het en zei het hardop. ‘Het regent..’. Ik was in eerste instantie verbaasd, want ik had het zelf nog niet gezien. Een beetje verwonderd was ik, dat zij écht naar buiten keek, terwijl ik vooral bezig was met wat er ter plekke, binnen in die kamer, de komende dagen met haar zou gaan gebeuren. Maar zij was daar niet mee bezig. Of misschien was ze dat stadium al voorbij.

De laatste maanden van haar leven spraken we er weleens over. Ze geloofde dat ze onze ouders weer terug zou zien, als het zover zou zijn. Ik hoopte dat met haar mee. Nu, in haar kamer in het hospice, kwam dat moment steeds dichterbij. Daaraan dacht ik, toen we samen, net aangekomen in het hospice, naar buiten keken. Ik dacht aan het op handen zijnde en niet te vermijden afscheid dat zich in deze kamer zou gaan voltrekken. En zij, zij zag regendruppels vallen op de stenen.

Zou zij in die regendruppels nog iets anders hebben gezien? Iets anders hebben gevoeld? Zou het haar kracht hebben gegeven, dat ze haar vader en moeder in haar hart had bewaard? Dat haar herinneringen aan onze ouders en de overtuiging dat ze die terug ging zien, sterker waren dan de onzekerheid van het naderende einde? Waardoor zelfs regendruppels meer aandacht konden krijgen dan haar afnemende gezondheid. En al was het een momentopname, haar hart leek er even heel vol van te zijn: Het regent… 

Helaas ging de aftakeling door haar ziekte vervolgens zo snel dat ze de wind niet meer door de kastanjebomen heeft zien waaien. Geen regendruppels meer op de stenen heeft zien vallen. Misschien heeft ze dat nog wel gehoord. Of heeft ze er -palliatief gesedeerd- nog over gedroomd. Over de regen, over de zon, over haar ouders. Ik hoop het voor haar. 

Mijn zus had onze ouders in haar hart bewaard. Het gaf haar kracht tijdens haar laatste dagen in ons midden. En ondanks dat we met pijn in ons hart afscheid moesten nemen van haar, heeft ze mij ook doen realiseren dat wat je in je hart bewaard, je ook kracht kan geven. De kracht om toch nog regendruppels te kunnen zien, zelfs als alles uitzichtloos is. 

Vandaag is ‘hart’ gekozen als thema voor deze bijeenkomst. Lucie heeft daar al mooie woorden aan gewijd.

Als je afscheid moet nemen van iemand die je lief is, dan raakt je dat in je hart. Het is een gevoel dat je alleen maar herkent als je het daadwerkelijk hebt meegemaakt. Het ging je aan het hart om je dierbare in de laatste levensfase langzaam te moeten loslaten. Met heel je hart heb je hem of haar in die periode misschien nog wel begeleid. Mogelijk was je er zelfs bij toen de laatste ademzucht het moment markeerde dat het hart stopte met kloppen.

Met pijn in het hart heb je misschien de laatste woorden gewisseld. En als je die woorden niet meer hebt kunnen wisselen, omdat het afscheid jou en iedereen die achterbleef heeft overvallen, dan benadrukt de gedwongen stilte de pijn in het hart nog eens extra. Met je hoofd kun je het onvermijdelijke nog wel beredeneren, maar je hart beredeneert niet. Je hart voelt.

Om die reden wordt van het hart gezegd, dat daar het gevoel huist. Bij een afscheid zijn dat gevoelens van verdriet. Woorden als ‘hartepijn’, ‘hartzeer’ of ‘hartverscheurend’ proberen dat gevoel te omschrijven maar meestal schieten die woorden te kort. Sommige emoties laten zich nu eenmaal heel moeilijk in woorden vangen.

Want tegelijk is het hart ook de plek waar gevoelens van geluk worden ervaren. Tegenover ‘pijn in het hart’ staat dat het ‘hart kan overstromen van geluk’. Een hart dat op enig moment ‘pijnlijk geraakt wordt’ is in staat om op andere momenten toch weer ‘een sprongetje van blijdschap’ te maken. Diep in je hart is er een plek waar de herinneringen aan je dierbare worden bewaard. Hoe diep je ook in je hart geraakt was bij zijn of haar afscheid: de herinneringen blijven levend.

Met de hand op mijn hart kan ik uit eigen ervaring vertellen dat een afscheid pas echt een afscheid is, als er in het hart geen plaats meer is voor herinneringen. Mijn herinneringen aan mijn zus houden haar in leven, ze heeft een plekje in mijn hart, dicht bij mijn vader en moeder. Ze zijn er niet meer en toch blijven ze bestaan. Elke dag na die ene dag. Acht jaar geleden bij mijn zus en nog veel langer geleden wat mijn ouders betreft. En ik weet nu: hoe moeilijk het gisteren ook was, vandaag wordt hoe dan ook beter. Zelfs als het dan regent, kun je daar met heel je hart van genieten.

Boekpresentatie…

Zijn derde kinderboek is uit! Afgelopen zaterdag in een afgeladen volle Herberg van ‘t Gasthoês was het zo ver. De vleegende pannekook en de à-gebrande kroket, nr. 3. Opnieuw een toonbeeld van zijn rijke fantasie en een eerbetoon aan het Horster dialekt.

Het begon met deel 1, voor zijn eerste kleinkind.  Voortgekomen uit een soort van belofte aan zijn eigen zoon. Die de belofte van zijn vader (‘aas di iën wuurt, da kriegt di en dôr meej geschreve kienderbook’) durfde te beantwoorden met ‘jao, geej waal..’. En dat moet je nooit zeggen tegen Chris..

Ik ken Chris al van de middelbare school. Volgens mij was het tijdens een biologieles, buiten bij de vijver van Jerusalem. Iemand had een regenworm gevonden en er ontstond een weddenschap over het opeten van die worm. Ook daar werd hardop twijfel geuit of iemand dat wel durfde. Laat ik niet teveel in detail treden, maar volstaan met te zeggen dat Chris die weddenschap toen niet verloren heeft..

Dus zeg nooit tegen Chris dat hij iets niet zal doen. Want ook de belofte aan de ouders van zijn tweede kleinkind maakte hij waar: ‘De vleegende pannekook en de à-gebrande kroket’, deel 2! En toen het derde kleinkind er aan kwam, kon hij eigenlijk niet anders, vond hij zelf, om daar een derde deel voor te maken. Maar dat was zeker niet voor de hand liggend, omdat Chris ondertussen een oogziekte had opgelopen. waardoor werken aan de computer eigenlijk niet meer kon.

Maar met hulp van zijn directe omgeving thuis en van de tekenaar Sjors Driessen is ook het derde deel nu verkrijgbaar. Derde kleinkind ook blij en alle kleinkinderen die daarna nog komen ook, want een vierde deel komt er niet. Zegt Chris. Gaat niet meer, zegt Chris. En ik geloof hem wel, want bij Chris is een woord een woord. Maar toch… als er ooit iemand tegen hem zou zeggen dat hij echt geen nieuw boek meer kan uitbrengen, dan weet ik het zo net nog niet..

Hoe dan ook, deel 3 is er nu! Dikke shoutout naar Chris en Sjors!. En deze keer ook naar alle stemacteurs die hun stem gegeven hebben aan de personages uit het boek. Want elk verhaal kan via een QR-code in het boek hoorbaar worden gemaakt. Het Horster dialect, leesbaar én hoorbaar. Een goed initiatief, die boekpresentatie. Voor de derde keer, waar deze keer zelfs twéé wethouders bij aanwezig waren. Geen idee of die hun bewondering op verzoek van Chris niet publiekelijk voor de aanwezigen geuit hebben, maar hoe dan ook, ondanks het ontbreken daarvan, was het een terechte, hele drukbezochte en mooie happening.

Dat Dan Karaty binnenkort het Horster dialect machtig zal zijn, kan ook op het conto van Chris worden geschreven. Iemand heeft waarschijnlijk tegen Chris gezegd: ‘dat durf je Dan Karaty niet te vragen’…Nee, dat zal niet… Maar hoe dan ook, Chris, alle respect voor deze derde uitgave. Ik voelde bewondering hangen in de Herberg. Bewondering voor een creatieve doorzetter met principes en een stevig kloppend Horster hart. Wel jammer dat koning Willem-Alexander voor de derde keer verstek heeft laten gaan. Heeft hij je wel weer schriftelijk succes gewenst?

Nog één ding: ik weet zeker dat je dat vierde boek echt niet meer gaat schrijven… 

PS Het boek ‘De vleegende pannekook en de à-gebrande kroket’ deel 3 is te verkrijgen bij Bruna in Horst. Ook de eerste twee delen liggen daar nog. Niet twijfelen en meteen gaan kopen! En als je de boeken via de website vliegendepannenkoek.nl bestelt, en je woont in Horst, dan komt Chris ze volgens mij hoogstpersoonlijk bij je afleveren. Zegt het voort! Of beter: Gaef ut door!

 

Mocht je ooit een vierde boekpresentatie hebben (je weet maar nooit..) dan kun je ook elk kleinkind een eerste exemplaar geven..

Voor de wet…

Vandaag, 33 jaar geleden, zijn Thea en ik voor de wet getrouwd. Een mooi getal, toen al: 19-9-91. En 33 is ook niet verkeerd. Ondertussen is er veel veranderd.  Twee mooie kinderen, Pip en Mees, opgevoed, die ondertussen twee mooie mensen, Joris en Ili, aan ons gezin hebben toegevoegd. En sinds vorig jaar november is daar een prachtige aanwinst bijgekomen. Kleinzoon Tos, zoon van Pip en Joris. Voor al deze lieve mensen en voor de gelegenheid (je bent tenslotte niet iedere dag 33 jaar getrouwd) heb ik dit geschreven, zittend op een bankje, wind op de rug en de zon op m’n gezicht.

We vieren onze trouwdag verder niet. Thea is gewoon aan het werk en ik twijfel of ze er vandaag überhaupt bij stil staat en dat is verder ook prima. Toendertijd zijn we een dag later voor de kerk getrouwd (conform de wens van die tijd) en hadden we onze bruiloft. Ook daar is een heleboel over te vertellen, maar ik wil eigenlijk nu alleen maar even dit moment vieren. Voor Thea, voor Pip, Joris en Tos en voor Mees en Ili. Met een fietsgedichtje.

wind 
op de rug 
en de zon 
op de neus
veel is er dan 
niet meer 
nodig

zoveel 
te kiezen 
maar even 
geen keus
hier zíjn
maakt de rest 
overbodig

GvdM | 190924

Lies…

‘Lies nam zelfs afscheid met een glimlach’. Uit de verhalen van haar vier kinderen begreep ik dat die glimlach eigenlijk haar hele leven wel gekenmerkt had. Zaterdag 14 september was haar afscheidsdienst in het Peelmuseum in America. Ik mocht die dienst begeleiden en was bij de voorbereiding ervan betrokken. 

Die voorbereiding begon vier dagen daarvoor. Aan tafel in het huis waar Lies tot en met haar 92e jaar zelfstandig had gewoond. De laatste jaren weliswaar met hulp van haar kinderen, van haar buren en verschillende thuiszorginstanties, maar toch. Het was het huis dat haar man Noud destijds steen voor steen voor haar en hun gezin had gebouwd. Het huis waar ze vervolgens lang lief en leed hadden gedeeld. Het huis waar Lies, als een vanzelfsprekendheid, in haar eigen bed lag opgebaard.

Noud was dertien jaar eerder overleden. Een slag voor het gezin, maar Lies had met een bewonderenswaardige kracht haar leven weer opgepakt. En al snel was ook haar glimlach terug. Een lach die haar vier kinderen vanaf nu moesten gaan missen. Maar tegelijk een lach die na haar overlijden duidelijk een steun voor hen was. 

Het was mooi hoe aan die tafel de kinderen hun verhaal over hun moeder vertelden. Er klonk liefde doorheen. Liefde waarvan de diepte soms ook zichtbaar werd wanneer een herinnering hen tot tranen toe roerde. Ze vertelden over hoe Lies tot het laatst nog zelf blaadjes en afgewaaide takjes van het gazon plukte en naar de tuinkorf bracht. Over de toerritjes die ze met Lies maakten omdat ze daar zo van genoot, telkens weer. Vertrekkend vanaf de oprit liet ze al overduidelijk blijken hoe fijn ze het vond. ‘Ik geniet nou al’, zei ze dan.

Met de pakweg 100 foto’s die ik van haar kreeg, heb ik voor de afscheidsdienst vijf fotopresentaties gemaakt op muziek die Lies mooi vond. Foto’s van haar jongste jeugd tot aan foto’s die nog maar pas geleden waren gemaakt. Ik heb niet al die foto’s nog op het netvlies, maar op bijna alle foto’s was de glimlach van Lies te zien. 

Allevier haar kinderen deelden tijdens de dienst op een eigen manier hun herinneringen. Ook haar kleinzoon liet op een indrukwekkende manier horen wat Lies voor hem betekend had. Hij kreeg een spontaan applaus van het grote aantal aanwezigen. Men leefde mee met het verdriet en herkende de liefde. De broer van Lies had zijn bijdrage een titel meegegeven: Een goed mens is van ons heengegaan.

Het was een indrukwekkend afscheid. Losse, onverpakte bloemen sierden de kist van Lies. Het leek alsof ze in een tuin lag. Vóór en na de dienst zorgden de vrijwilligers van het Peelmuseum met veel inzet voor al het randgebeuren. Alles viel op z’n plek. Het was goed zoals het was. 


Een dag na de dienst fietste ik een grote ronde door de  regio. Ter hoogte van America fietste mij verrassend, maar alsof het zo moest zijn, de oudste zoon van Lies tegemoet. Hij vertelde dat hij een geïmproviseerd kruis had gemaakt dat hij zojuist geplaatst had bij het graf van Noud, waar Lies sinds gisteren ook bij lag. Opnieuw voelde ik de liefde van die actie. Hij had er zelfs twee ringen voor aan elkaar verbonden, vertelde hij trots. 

Ik besloot om ter plekke te gaan kijken. Duizend bloemen dekten het duograf toe. Ik zag het houten kruis en de verbonden ringen. Straks zou de grafsteen, waar al dertien jaar lang ook Lies haar naam in gegraveerd stond, het houten kruis gaan vervangen. Tot die tijd zou dit houten kruis ervoor zorgen dat iedereen kon zien dat Noud en Lies weer samen waren. Terwijl ik terugdacht aan een dag eerder, verscheen er een glimlach om mijn mond…

Lies,

oog voor al het mooie om je heen
gezien, gezin, gezongen en gezaaid
zijn wij nu zonder jou alleen
jouw blad is van de boom gewaaid

al dertien jaar je man gemist
toch plukte jij nog steeds je dag
en ook toen je wat minder wist
was er nog altijd steeds je lach

je hebt je leven vol geleefd
liefde gedeeld met al je kinderen
en hoeveel tranen het nu ook geeft
die liefde zal dus nooit verminderen

heb jij jouw Noud weer terug gezien?
toen jouw gezin dicht bij je stond?
met hem de hemel ingedanst misschien?
vandaar die glimlach om je mond?

elk blad dat van de bomen valt
elk takje op het gras
is vanaf nu herinnering
aan wie jij voor ons was

Luisterend schrijven..

Komende zaterdag, 7 september, rijd ik naar Brunssum om als ‘luisterend schrijver’ kennis te maken met een gezin dat gedupeerd is door de toeslagenaffaire. Ik ga horen wat hen overkomen is en samen met hen hun verhaal optekenen voor de stichting Gelijk(waardig) Herstel. De stichting waarvan prinses Laurentien onlangs aftrad als voorzitter en waarover op dit moment zich weer heel veel mensen druk maken in de media. Daarover zo meer.

Waarom ik meedoe als ‘luisterend schrijver’? Aan de ene kant omdat ik benieuwd ben naar de consequenties van (te) star overheidsbeleid en het krampachtig toepassen van regels. En aan de andere kant omdat het voelt als een juiste stap om zelf iets te kunnen bijdragen aan een verbetering van de ontstane situatie. Op de eerste plaats hopelijk een verbetering op gezinsniveau, maar in bredere zin ook een aanzet tot een ‘oplossing’ voor wat ondertussen toch wel een maatschappelijk probleem is: het afnemende vertrouwen, het groeiende wantrouwen en de daaruit voortvloeiende polarisatie in de samenleving.

Toen in de media de eerste berichten verschenen over de toeslagenaffaire, stond ik zelf min of meer aan de zijlijn. Ik las over de ellende en de willekeur die gezinnen trof. Over de vooroordelen die ten grondslag lagen aan de maatregelen en boetes die door ambtenaren werden opgelegd. Ik las het en kon me er nauwelijks een voorstelling van maken. Toen nog zelf communicatieadviseur bij een gemeente, en dus ook ambtenaar, voelde ik soms zelfs plaatsvervangende schaamte. Maar ik wist er voor mijn gevoel te weinig van om er echt over te oordelen.

Nu is er in de media opnieuw volop aandacht voor de stichting en met name voor het vermeende ‘grensoverschrijdende gedrag’ van prinses Laurentien. Aangezwengeld door -blijkbaar anonieme- beschuldigingen, afkomstig van ambtenaren,  over de manier waarop Laurentien hen bejegend zou hebben. Weer lees ik de berichten daarover en de reacties daarop. In het beste geval elkaar nuancerende maar vaak ook corrigerende, en in de kern dus tegengestelde meningen. Ik proef op dat niveau dan hetzelfde ‘ik weet het en jij weet het niet’-sfeertje, waarvan ik me zomaar kan voorstellen dat het ook aan de wieg stond van de toeslagenaffaire. 

Ondertussen is volgens mij wel duidelijk geworden dat er destijds fouten zijn gemaakt, die moeten worden rechtgezet. De hersteloperatie die de overheid in gang zette, ging vervolgens met eenzelfde regeldrift gepaard, die destijds juist onderdeel werd van het probleem. Albert Einstein schijnt ooit te hebben gezegd: “We kunnen een probleem niet oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt.” Dat heeft de overheid ook erkend en daarom heeft ze de werkwijze van ‘Gelijk(waardig) Herstel uiteindelijk toch nog omarmd. 

Helaas stopt daarmee niet alle berichtgeving via de pers en social media. Het zij zo. Holland op z’n smalst. Maar hoe mooi zou het zijn als al die journalisten en toetsenborddeskundigen hun schrijfkwaliteiten niet op elkaar zouden botvieren maar ze in plaats daarvan zouden inzetten als ‘luisterend schrijver’? Van één van hen weet ik zeker dat hij dat al gedaan heeft. Via hem (dankjewel Twan) werd ik geattendeerd op de zoektocht naar ‘luisterend schrijvers’. 

Op de website www.gelijkwaardigherstel.nl las ik er vervolgens meer over. En na wat voorbereidende tussenstappen is het komende zaterdag dus zover. Ik weet nog steeds veel te weinig over de ins en outs en wil me daarom ook niet mengen in de openbare discussie over goed of fout. Maar ik weet dat ik goed ben in het optekenen van een verhaal over hoe fout dingen kunnen gaan. Hopelijk gaat dat verhaal hen helpen.. dus Brunssum, tot zaterdag!

Vrij…

Er zitten kauwen op de kerk. Ik zie ze omdat ik ze hoor. Om de een of andere reden krasten ze ineens in gezamenlijkheid. Ik maak een foto van de kauwen en zie op de foto dan een opvallend rood plekje. Omdat ik omhoog keek, zie ik nu ook de bloembak die op zo’n drieeneenhalve meter hoogte aan een lantaarnpaal bevestigd is. Op een na, allemaal witte bloemen. Een eigenwijze bloem wilde blijkbaar rood zijn in plaats van wit. Lange slierten groen hangen uit de plantenbak. Ze waaien wat heen en weer, langs een sticker, die op ooghoogte geplakt is. ‘Born to be free’ staat er op. 

Ik realiseer me dat wat ik beschrijf slechts een deel is van wat er zich tegelijkertijd allemaal op het Lambertusplein afspeelt. Links van mij klatert voortdurend de fontein en rechts van mij staan de schaakstukken zwart-wit te wachten totdat ze worden verzet. Dendron leerlingen fietsen in colonne voorbij, nagekeken vanaf een houten bankje door drie meiden van dezelfde leeftijd, waarvan ik het vermoeden heb dat ze eigenlijk ook op school zouden moeten zijn. Born to be free?

Een gezin -vader, moeder, kleuter en oma?- zet spontaan alle schaakstukken op de juiste plek. Alles lijkt in beweging. Het enige dat in dat voortdurend veranderende panorama heel stil staat is de kerk zelf. En het monument van Guus, waar me tussen alle bloemen twee rode bloemen opvallen. 

De sticker met ‘Born to be free’, de rode bloemen, de kerk, het monument, het leven op het plein, het lijkt even allemaal met elkaar verbonden. En tegelijkertijd staat alles los van elkaar. Vier jongens op de fiets passeren de schaakstukken. De eerste zet de koningin in het voorbij fietsen buiten het speelveld en roept ‘schaakmat’. De laatste van de vier schopt die koningin vervolgens omver. Straks zal iemand haar ongetwijfeld weer rechtop zetten. Denk ik. 

De kauwen zitten niet meer op de kerk. Samen ongemerkt weggevlogen. Geboren om vrij te zijn. Er loopt een man voorbij die zijn grijze baard in een vlechtje gedraaid heeft. Een beginnende papa bestuurt zijn kinderwagen met één hand. Hoe vrij kun je zijn? Kun je überhaupt vrij zijn? Een rode bloem zijn tussen witte? 

Culinaire verrassingen…

Spontane actie! Aangesloten bij het bierdiner bij Gember dat op het punt van beginnen stond. Thea en ik liepen langs en het was alsof het zo moest zijn. ‘Propper’ Loesje prees deelname aan. Ik had er wel zin in. Thea had andere ideeën voor de rest van de middag. Prima. Allebei tevreden. 

Dus hier zit ik nu aan een spontaan voor mij gedekte tafel. Aan een viertal andere tafels zitten mensen die waarschijnlijk wel van te voren gereserveerd hebben. Allemaal benieuwd naar wat er gaat komen en die nieuwsgierigheid vertaalt zich in gezellig gekeuvel. Maar omdat er weinig te communiceren is in je eentje (soms is dat best lekker 😋), besluit ik om gedurende het hele bierdiner mijn indrukken aan het (digitale) papier toe te vertrouwen. Daar gaan we!

Het eerste bier geproefd en van de eerste gang genoten. Het bier is een IPA met een pepertje, vertelt Kitty, van de voormalige bierbrouwerij ‘De zevende hemel’. Het is een biertje dat een eerste prijs won op Europees niveau, vertelt ze. Dat wetende, smaakt het toch meteen anders. De eerste gang is prachtig gepresenteerd, met als gevolg dat ik even moet nadenken hoe ik het zal opeten. Na een enthousiaste poging met mes en vork toch maar met de hand afgemaakt.

Ik twijfel even of dit het eerste of het tweede biertje was…

Tweede biertje geserveerd gekregen. De naam ervan is ‘Hela’, terwijl de eerste de naam ‘Hopla’ had. Kitty vertelt onder andere dat het bier perfect past bij de tweede gang. Afwachten…

En jawel. In het bier proef ik de smaak van de Hela curry, die we thuis altijd bij de frietjes doen. Apart. En het gerecht past bij die pittigheid. Het bordje had wat groter mogen zijn, dat zou het snijden wat gemakkelijker hebben gemaakt. Maar dat doet niks af aan de smaak. Geslaagd! Op naar de derde gang en derde biertje!

De ‘hotdog’ (Gang 2) snijden is, ondanks het kleine bordje met opstaande rand, uiteindelijk toch gelukt!

Ik merk dat er tussen de gangen door allerlei gedachten door mijn hoofd gaan. De andere gasten zijn geanimeerd met elkaar in gesprek. Net iets luider klinkt de sfeervolle muziek op de achtergrond. Samen zorgt dat voor een fijne auditieve entourage. Het woord ‘smaak’ vang ik hier en daar op. Niet onlogisch lijkt me in deze setting.

De glazen van het ‘Hela’-bier worden opgehaald. Mijn associatie met de fles curry wordt bevestigd door Loesje. die me bij het brengen van dat biertje al had verteld dat het haar favoriet was. Met een vleugje weemoed in haar stem vertelt ze dat de geur van het bier haar doet terugdenken aan het frietje curry van een dag eerder..

Ondertussen is het derde biertje geserveerd. Een ‘sour’ bier, dat ontstaan is door er in het brouwproces gerookte pruimen bij te gebruiken. Pruimen uit eigen tuin, vertelt Kitty. Het menu op het bierviltje vertelt dat we er zometeen gefermenteerde aardappel bij krijgen met gebakken appel en peer en perenstroop. Benieuwd hoe al dat fruit matched met de pruimen..

Nou. Prima dus. Verrassende combinatie op het bord (zie foto hierboven van gang 3) en het zuurtje in het bier smaakt bij elke slok wat frisser. Kitty kwam even buurten om te vragen hoe het was. Prima. Prettige entourage. Verrassend eten. Bijpassende bieren. Samengevat: naar volle tevredenheid. Ze wenst me nog een smakelijke voortzetting en loopt naar een andere tafel.

Ik merk ineens dat iets achter mijn kies zit, dat ik er niet meteen af krijg met mijn tong. Geduld.. De borden van gang drie worden opgehaald. Ondertussen ook Wordfeud reacties gekregen waar ik mee verder kan, terwijl gang 4 in de maak is en biertje nr. 4 wordt ingeschonken.

Bier nummer vier. Weer een -nu landelijke- winnaar in de vrije categorie. Donkerste van de collectie van de voormalige brouwerij ‘De zevende hemel’. Een bier dat ze zelf nog in de kelder hebben staan, vertelt Kitty. Er is hedelfingerkers aan toegevoegd en daarna is het bier gelagerd op versnipperd kersenhout. Praktische en tegelijk experimentele oplossing nadat er een tak van de kersenboom was afgebroken. Op naar de bijpassende vierde gang! 

En die was heerlijk. Geleerd dat seitan een vleesvervanger is. Heerlijk gerecht met een heerlijke saus. Zo lekker dat een vork en mes te kort schieten. Heel attent wordt er nog een lepeltje nageleverd! Dat was gang en bier nummer vier. Nog één gang en bier  te gaan.. Op het viltje lees ik dat het bier een Kriek wordt waar ook een hedelfingerkers in verwerkt is. En de laatste gang is met ijs.. Dessert! Daarop wachtend hoor ik Sadé zingen. ‘Sweetest taboo’. 

En dat was het! Sweet! Het dessert: Vlierbloesem-kersenijs, vlierbloesem-vanille cake, gerookte witte chocolade, macadamianoot en één stevige kers. Uit de tuin van Jenniskens, meen ik dat Loesje mij vertelde. Met de zure Kriek als contrast om het smaakpalet te completeren. Opnieuw een culinaire verrassing, net als de vier gangen daarvoor.

Het vijf gangen-bierdiner zit er op. Spontaan aangeschoven om 16.00 uur en nu is het bijna 20.00 uur.  Verrassende invulling van mijn zondagmiddag/avond. Aan mijn buurtafels hoor ik woorden als ‘topklasse’, ‘heerlijke combinaties’ en ‘genoten’. Ik kan dat beamen, en tegelijkertijd groeit mijn respect voor de proevers van de Michelin-gids. Want hoe doe je dat, een waardeoordeel geven over gefermenteerde kool en dat vervolgens onderscheiden van consommé van tomaat? Of het verschil in smaak beschrijven van moté met seitan en smoked agave? Hoe dan ook, ik heb op een lekkere manier er weer een aantal woorden bijgeleerd voor Wordfeud..

Eén van de gasten vraagt de aandacht en verzoekt de aanwezigen om een applaus voor de culinaire belevenis. Daar wordt gehoor aan gegeven. Terecht. Met een Earl Grey-thee tot slot mag ik deze ervaringen aftoppen. En we krijgen een flesje Hela-bier mee naar huis, wordt me verteld. Currysmaakje! Ik weet nu ook waarom! Omdat Kitty graag experimenteerde bij het brouwen van bier. En dat betaalde zich in het verleden landelijk en Europees al uit. Hela en Hopla!

Nu alleen zometeen nog even de Michelingids taggen. Want er mag wat mij betreft een ster komen voor Claire en Ili, de sterren in de keuken van Gember. En nog een extra ster voor Loesje en Anouk. Landelijk en Europees. Werelds!

Bloemen…

Uitgesproken tijdens herdenkingsbijeenkomst van Hospice Doevenbos op donderdag 6 juni 2024 (thema ‘bloemen’), geleid door Lucie Geurts.

Over de bloemen en de kleuren heeft Lucie al hele mooie dingen aangehaald. Ik heb lang nagedacht of ik daar nog wel iets aan kon toevoegen dat nog niet gezegd zou zijn. En ik kon eigenlijk zo gauw niks bedenken.

Maar op een helder moment bedacht ik me dat er misschien wat minder verteld zou zijn over de aarde waarin bloemen groeien. Waar ze vanuit een zaadje ontstaan of vanuit een heel klein stekje opgroeien. Het allereerste begin zeg maar. Toch ook wel een essentieel onderdeel van een bloemenleven. Wat is de samenstelling van die aarde? Wat zit er in de grond dat er voor zorgt dat het zaadje uitgroeit tot een mooie bloem? En is het toeval dat een bloem die uitgebloeid is, zich uiteindelijk weer naar diezelfde aarde toebuigt als waaruit ze ontstaan is?

Een heleboel vragen, maar de belangrijkste is misschien nog wel deze: als er al antwoorden op die vragen te geven zijn. wat hebben die dan te maken met de reden dat we vanavond met z’n allen hier bij elkaar zijn? Ook daar heb ik even over nagedacht. En ik denk dat er om verschillende redenen wel degelijk verbanden zijn. Laat ik proberen dat uit te leggen.

Daarvoor moet ik nog even in de bloemenmetafoor blijven, die Lucie gedeeltelijk al aanhaalde: Een bloem als teken van liefde. Als een bloem een teken van liefde is, dan is de aarde van waaruit die bloem ontstaat de bron van die liefde. Liefde kan niet zonder de bron van waaruit die ontstaat. Bij bloemen is die bron de aarde, de grond van waaruit en waarop ze groeien. Wat is de bron van liefde bij mensen? Wat is hun ‘aarde’? Hun bron van liefde? Kunnen bloemen, of in bredere zin, kan de groeiende natuur ons daar iets over vertellen?

Foto Hospice Doevenbos bij opening in 2016

In 2016 was mijn zus een van de eerste gasten van het Hospice. Ze was er maar twee dagen, maar het eerste dat haar opviel, toen ze op haar kamer kwam en naar buiten keek, was de groene waas die over het pas ingezaaide veld te zien was. Onder de grote kastanjebomen zag je dat links en rechts van het rode stenen slingerpaadje het beginnende gras net uit de grond kwam. De grond had al heel licht het schijnsel overgenomen van het groen dat nog moest komen.

Op de een of andere manier leek het alsof dat beginnende groen mijn zus gerust stelde. Maar toch, terwijl buiten het veld steeds groener werd, nam in twee dagen tijd haar ziekte de overhand. Buiten groeide het leven door dat binnen, in twee dagen tijd, noodgedwongen en onvermijdelijk ophield. 

Mijn zus en ik hebben het er tijdens haar korte verblijf in het Hospice niet op die manier over kunnen hebben, maar ik kan me zomaar voorstellen dat de aanblik van beginnend leven voor iemand in zijn laatste levensfase toch een kort moment van troost kan bieden.

En natuurlijk is dat voor iedereen anders. Zoals ook de ondergrond voor de ene bloem anders is dan de ondergrond van een andere bloem. En toch ligt er voor beiden, ondanks de verschillen, in de grond de bron van hun groei. En sterker nog, als die bloei ophoudt, is de aarde steeds opnieuw de bron van waaruit, juist door die ene bloem, weer nieuwe bloemen ontstaan. 

Als je op die manier naar het proces van het leven kijkt, en naar het afscheid dat we moesten nemen van onze geliefden, zou je dan misschien kunnen zeggen dat dat afscheid, net als bij een uitgebloeide bloem, het begin mag zijn van een nieuwe periode van bloei? Vanuit dezelfde aarde ontstaan. Dezelfde bron. Een nieuwe bloem, geïnspireerd door de bloem die was, en dezelfde liefde uitstralend. In het begin wordt die bloem die was, zeker gemist, maar door alles wat erdoor werd uitgestraald, biedt ze volop kansen voor de toekomst. 

We missen onze geliefden, maar hun aanwezigheid én hun afscheid vormen de aarde waarop en van waaruit de liefde wordt doorgegeven. Telkens weer. In prachtige kleuren. Ik denk na over de uitdrukking ‘vanuit de grond van mijn hart’ en stel me voor dat juist daar hele mooie dingen groeien. Je zou er een rode kleur van krijgen…

Cardioversie…

Een cardioloog legde me het een keer uit. ‘Je moet het zo zien. Op je hart zitten een heleboel muzikanten die samen het ritme bepalen dat door één dirigent aangegeven wordt. Maar soms zit er een eigenwijze violist tussen, die zo nu en dan zijn eigen deuntje speelt. Als die dat tegendraadse ritme blijft volhouden, dan weet de dirigent het even ook niet meer’.

Nou, zaterdagnacht was het weer revolutie in het orkest. En ook zondagochtend was het nog niet best. Ik heb het nog heel even aangekeken, maar ik verwacht dat de dirigent weer geholpen moet worden. Net als de keren daarvoor toen hem ook van buitenaf de leiding over het orkest is teruggegeven. Zojuist daarom maar de hartpoli in Venlo gebeld en een afspraak gemaakt voor maandagmorgenvroeg. Mocht het orkest zich voor die tijd hebben gerealiseerd dat het toch maar beter weer naar de dirigent kan gaan luisteren, dan kan ik de poli altijd afbellen.

Elke keer opnieuw ben ik toch weer aangenaam verrast en lichtelijk verbaasd dat ik via een bijna rechtstreekse lijn deze medische weg kan bewandelen. Mijn hart dat met tussenpozen van soms drie maanden tot meer dan een jaar uit het niets begint te boezemfibrileren, wordt door een cardioversie weer tot de orde geroepen. En elke keer hoop ik daarna op een tussenpauze van 10 jaar die de cardioloog me ooit min of meer ‘beloofd’ heeft: ‘het kan volgende week weer optreden, maar het kan ook over 10 jaar zijn’. Eerst morgen maar weer eens die violist een stevige tik (laten) geven..

De natuur van Marian…

Wandelend door Horst met kleinzoon Tos in de kinderwagen kwam ik een tijd geleden Marian tegen. We praatten even en toen zei ze dat ze iets voor me had. Iets dat ze me al een hele tijd wilde geven. Ze pakte haar notitieboekje en haalde er een gevouwen velletje papier uit. Er stond een met de hand geschreven tekst op. ‘Het is de tekst van een liedje’ zei ze. ‘Nature boy’. Ken je het?’ Ik kende het niet, maar het enthousiasme waarmee ze erover vertelde, werkte aanstekelijk. ‘Jij maakt toch muziek? Misschien kun je er iets mee?’ 

Op het papiertje las ik een engelse tekst. Het bleek de tekst van een liedje uit 1948 van Nat King Cole. Een grote hit in dat jaar waar uiteindelijk miljoenen exemplaren van verkocht werden. Abbey Lincoln, een jazz-zangeres, bracht het opnieuw uit in 1995. ‘Ik vind het zo’n mooie tekst’, vervolgde Marian. ‘Kun je daar iets mee? En zo niet, dan gooi het briefje maar gewoon weg..’. Ik heb het briefje weer opgevouwen en bewaard. Thuis heb ik het originele liedje opgezocht en beluisterd. Van Nat King Cole én van Abbey Lincoln. Mooi.

Ik had Marian verteld dat mijn ‘muziek maken’ grotendeels bestond uit het declameren van teksten op de klanken van mijn buikorgel. Maar dat ik haar hoe dan ook dankbaar was voor haar spontane gebaar en dat ik zou kijken hoe ik de tekst zou gaan gebruiken. Eenmaal thuis, na het horen van de liedjes, leek het me wel een uitdaging om de tekst te vertalen. Ik heb er toen een Horster variant op gemaakt, waarin ik geprobeerd heb om de essentie van het origineel te behouden.

Vanmiddag zag ik Marian weer. Net als zo vaak begeleidde ze iemand in de rolstoel. Werk of vrijwilligerswerk, dat weet ik niet, maar het valt me elke keer op dat ze er veel tijd en energie in steekt. Zo mooi om te zien hoe haar vriendelijke lach en grote betrokkenheid bij degene die ze begeleidt, tot een speciale band leidt, tussen haar en degene in de rolstoel.

Ik heb haar mijn horster vertaling ter plekke even voorgelezen. Ze vond het mooi, zei ze, zoals ik het toen mooi vond dat ze me die tekst gaf. Na elkaar kort bedankt te hebben, liep ik door naar het centrum en vervolgde Marian haar weg, de rolstoel duwend met daarin de cliënt, waarmee ze even daarvoor hoogstwaarschijnlijk bij Passi of Grön iets lekkers had gegeten. Ook daar ben ik vaker getuige van geweest en steeds ben ik dan onder de indruk van haar vriendelijke betrokkenheid.

Daarom speciaal voor Marian hieronder haar tekst en mijn dialect-vertaling daarvan. ‘De laatste zin vind ik zo mooi’, zei ze me een tijd geleden. Ik snap wel waarom. Misschien dat ze het zelf niet zo ziet, maar ik weet bijna zeker dat die zin over haar gaat. Ik vond een foto van haar op internet en mogelijk schend ik zo de wet op de privacy, maar ik zag dat die foto op een site stond, waar Marian zichzelf voorstelt. Mocht u haar nog niet kennen, klik dan hier. Ze verdient het!

Hieronder de originele tekst van het lied en daarna mijn vrije vertaling ervan. Met dank aan Marian!

Nature Boy
(Liedje van Nat King Cole / Abbey Lincoln – tekst: Eden Ahbez)

There was a boy
A very strange enchanted boy
They say he wandered very far
Very far
Over land and sea
A little shy and sad of eye
But very wise was he

And then one day
A magic day he passed my way
And while we spoke of many things
Fools and kings
This he said to me

“The greatest thing you’ll ever learn
Is just to love and be loved in return”

Natuur jông…

dur waas oëit enne jông
bitje vremde ma vriendelukke jông
ze zagte daat heej vaan hiël wiet kwaom 
hiël wiet ovver land en ovver water
ietwaat verlaege, in de oëge en traon
ma waal mit de wiësheid 
vaan doezend jaor later

toen, ôp ennen magischen daag,
kruuste zich ôs waege heej
we sprooke ovver hiël veul dinge
ovver gekke spelle, liedjes zinge
en toen zâg heej dit taege meej:

“ut aallermoëiste
daat ge liërt misschien
is lief te hebbe en gelieft te ziën”