Voor Diny…

‘Gelukkig heeft ze geen pijn’… ‘Maar geen adem krijgen is nog erger’… Die eerste constatering was afkomstig van Jac. De reactie daarop was van de huisarts. In een keer besefte Jac de volle ernst van de ziekte van zijn vrouw Diny. En kon hij zich, hoe moeilijk hij het ook vond, neerleggen bij haar besluit dat ze het moment van definitief afscheid zelf wilde bepalen.

Jac belde me of ik iets kon betekenen bij dat op handen zijnde afscheid. Dat stond een week later gepland, in overleg met de huisarts. Diny wilde dat afscheid graag zelf nog wel mee vormgeven, vertelde Jac. Dus maakten we voor de volgende dag een afspraak. Hun twee dochters Petra en Mieke zouden er dan ook bij zijn.

Diny zat rustig op de bank. Dat verraste me. Ik had een doodzieke vrouw verwacht in haar laatste dagen. Maar ze zat rechtop, volgens mij gewoon aan de koffie. Ze kreeg wel extra zuurstof via een doorzichtig slangetje bij haar neus. Dat was vijf jaar geleden noodzakelijk geworden vanwege steeds erger wordende COPD. Wat me opviel was de rust waarmee ze sprak. Maar het was vooral Jac die vertelde hoe een en ander in de tijd was gelopen. Zo nu en en dan vulden Diny of de dochters zijn verhaal aan of gaven een extra toelichting.

Opvallend en hartverwarmend vond ik de genegenheid en de liefde die tussen hen zichtbaar en voelbaar was. Regelmatig werd er een hand op de knie van de ander gelegd of een arm om de schouder geslagen. Ook de blikken naar elkaar spraken boekdelen.

Ik trof Diny op een goed moment, werd me verteld. Net na een middagdut had ze voldoende energie om zich te mengen in het gesprek. Maar ik hoorde dat de nachten heel anders verliepen. Een van de dochters vertelde dat wanneer Diny ‘s nachts in een hoestbui terechtkwam, Jac elke keer probeerde om haar zoveel mogelijk te ondersteunen. En dat gebeurde elke nacht meerdere malen.

Jac reageerde er ietwat ontwijkend op, maar het was duidelijk hoeveel hij met zijn vrouw begaan was. En nu zat hij naast Diny op de bank om haar afscheid door te spreken. Met de dochters. Met mij. En af en toe kwam kleindochter Tess opa of oma ook nog even knuffelen. De afscheidsdatum kwam elke dag wat dichterbij. We maakten de afspraak dat ik snel weer langs zou komen om hun verhaal te vertalen in een levensloop.

Dat tweede gesprek verliep eveneens in een ontspannen en liefdevolle sfeer. Opnieuw de kalmte die er van Diny uitging, maar ook de emotie die er zo nu en dan was, als de herinneringen wat tranen opriepen. Deze keer maakte ik aantekeningen en heb ik daarna thuis haar levensverhaal kunnen schrijven.

Dat, maar ook het aanwezig mogen zijn en getuige te zijn van wat er echt toe doet op zulke momenten, dat ervaar ik steeds als heel speciaal. Ik had in het eerste gesprek aangegeven dat ik een afscheidsbijeenkomst altijd probeerde af te sluiten met een zelfgemaakt gedicht, waarin ik het gevoel en de emoties van de ontmoetingen wilde vangen. Onder de indruk van de eerste kennismaking had ik thuis dat gedicht geschreven. Ik had Diny beloofd dat ik het nog aan haar zou laten horen. Bij de tweede ontmoeting heb ik het de familie voorgelezen. En juist bij die woorden brak Diny. Net als ik..

En toch, op een manier die ik moeilijk kan verklaren, voelde het allemaal op z’n plaats. Omdat het niet anders leek te kunnen en het zo moest zijn. We spraken nog over van alles en over niets. Na afloop heb ik Diny een hand gegeven, ter afscheid. Haar glimlach zie ik nog voor me.

Jac uitte zijn dankbaarheid door aan zijn dochter te vragen om iets voor me te pakken. Maar toen die zei, dat hij dat gewoon zelf moest doen, legde Jac uit dat hij voor Diny altijd koude schotel maakte. Dat vond ze het lekkerst. En daar maakte hij dan altijd veel te veel van, vertelde hij, dus ik moest maar een bakje meenemen. Zijn dochter kwam al aanlopen met een bakje. Ik heb er thuis heerlijk van genoten.

In de dagen die volgden zocht Diny, samen met Jac en de dochters de foto’s uit die bij haar afscheidsdienst getoond moesten worden. Ik heb daar toen de door haar gewenste muziek onder gezet. Langzaamaan waren alle voorbereidingen getroffen…

De dag dat Diny definitief afscheid nam, heb ik een aantal keren aan hen moeten denken. Hoe zou het met hen gaan? Überhaupt, hoe verloopt zo’n dag wanneer het zover is. Ik schreef die middag nog een kort gedicht dat ik hen stuurde als troost.

als de keuze is gemaakt
om niet meer
door te gaan met leven
als alle snaren
zijn geraakt
de laatste kussen
zijn gegeven

dan is er
dat kort moment
dat ik je naam
nog één keer zeg
waarna je niet meer
bij me bent

van zo dichtbij
naar heel ver weg
en ook al
lijkt het dan voorbij
toch ben je
voortaan
dicht bij mij

Een dag later sprak ik Jac, Petra en Mieke weer. Het afscheid, vertelden ze, was mooi, emotioneel en vooral heel indrukwekkend geweest. Ze hadden een zonnige ochtend samen gehad, met een drankje en sinds heel lang toch een sigaretje voor Diny. Die middag gaf Diny zelf aan dat het haar tijd was. Samen met Tess en Diny’s schoonzonen Sander en Joost omarmden ze Diny op het moment van het definitieve afscheid. En tegelijk met het moment dat in alle rust het leven uit haar week, voelden ze allemaal een lichtheid over zich heen komen. Een lichtheid, die de rest van de dag bij hen was gebleven, en waarvan ze hoopten dat ze die zouden blijven voelen. Maar een dag later was er toch ook de emotie van het verlies. We bespraken samen de verdere details van de afscheidsbijeenkomst.

Die kon maar  op een plek worden gehouden. Het Boscafé in de Kasteelse Bossen. Ooit eigendom van Jac en mede geëxploiteerd door zijn dochter. Diny was er jarenlang de stille kracht achter de schermen. Duizenden appeltaarten had ze gebakken. En ook de arretjescake was haar specialiteit. Het ging heel lang goed, totdat de COPD haar gezondheid steeds meer ondermijnde. Jac en Diny besloten de tijd die hen nog gegeven was aan elkaar en aan de kinderen en kleinkinderen te besteden. Het Boscafé werd overgenomen door Sven en Wouter. Diny heeft nog vaak een kop koffie met hen gedronken, en ook de rest van het gezin, heeft er nog heel vaak culinair genoten. Het speciale gevoel bij het Boscafé is altijd gebleven.

Het was dan ook de wens van Diny dat Sven en Wouter zouden helpen om haar in haar kist van het bospad naar het terras te dragen. Die kist had Jac, ook op verzoek van Diny, eigenhandig gemaakt. De kleinkinderen hadden er daarna mooie tekeningen op gemaakt. Hier en daar waren er dankbare woorden van afscheid op te lezen.

Het regende en het waaide die ochtend. De laatste dagen van Diny, samen met haar familie, was het schitterend weer geweest. Maar de ochtend van haar afscheidsdienst waren er buien en stond er een harde wind. Net voordat de dienst zou beginnen, bijna klokslag half elf, sloeg het weer om. De zon begon zelfs te schijnen.

Het werd een afscheidsdienst waar opnieuw de liefde duidelijk te voelen was. Het grote aantal gasten, waaronder zelfs vrienden uit Spanje en Kroatië, waren onder de indruk. Alles klopte, alsof Diny ook dit moment nog zelf geregisseerd had. Alle kleinkinderen ondersteunden kleinzoon Marijn, die het gedicht voorlas dat ik als troost op die bewuste vrijdag naar Petra geappt had.

Ook oudste kleinkind Tess las een verhaal voor. Tess die in het voorgesprek met Diny ‘zuster Tess’ werd genoemd, omdat ze oma heel veel ochtenden vóór schooltijd had bezocht om haar te helpen. Beide dochters spraken vol liefde over hun moeder. En tussendoor was er muziek die Diny mooi vond en foto’s uit haar leven. Het was een afscheid zoals Diny het zich had voorgesteld. Daar moest ze wel anderhalf uur zonneschijn voor regelen, maar dat deed ze dan ook overtuigend.  Eigenlijk zoals ze dat bij leven ook met haar appeltaarten deed: achter de (dit keer wolken)schermen maar met evenveel succes. Nee, met méér succes. Appeltaarten konden wel eens opraken. Maar Diny liet die ochtend zien dat ze er voortaan altijd zou zijn…

Hieronder het gedicht dat ik op het einde van de afscheidsbijeenkomst heb voorgedragen.

Diny,

vijftig jaar samen
de wereld verkend
en steeds op elkaar kunnen leunen

aan alle ideeën
opnieuw steeds gewend
jij deed méér dan alleen ondersteunen

besluiten en stappen
steeds samen genomen
genoten van alles dat kwam

maar dat ene besluit
dat was niet te voorkomen
zodat jij dat uiteindelijk ook nam

met de kracht van de eenvoud
en met liefde en troost
heb je iedere traan weggekust

en zolang dat het kon
elkaar geliefkoost
en toen ben je gegaan, zelfbewust

als er leven is daar
ja, dan zien we ons weer
en dat is het wachten wel waard

dan zijn we opnieuw dicht bij elkaar
en genieten we zeker een keer
van een hemelse appeltjestaart… 

Oranje klapstoel…

Ik heb getwijfeld of ik er opnieuw woorden aan vuil moest maken. Aan de oranje klapstoelen die een tijd terug de openbare ruimte ontsierden. Want ik had er al een keer eerder een korte reactie aan gewijd. Dat ik hoopte dat de opgeklopte berichtgeving over de ‘geheimzinnigheid’ omtrent de stoelen een goed doel zou dienen. Helaas..

Afgelopen dinsdag werd het ‘geheim’ onthuld. Imke Emons van BVNL Horst aan de Maas verklapte met een zelfvoldane glimlach dat haar partij de stoelen had laten vastketenen in de zestien dorpskernen van Horst aan de Maas. Ongevraagd legde ze uit waarom: ‘Omdat die symbool staan voor luisteren’. De orerende toon van de fractievoorzitter leek geen ruimte te bieden voor twijfel.

De ‘luisterstoelen’(?) waren vooral geplaatst omdat haar partij van naam verandert. BVNL wordt BVH. Wybren van Haga had het een jaar geleden al goed gevonden, vertelde Imke. BVH ging wel trouw blijven aan de landelijke BVNL maar wilde daar een lokaal tintje (oranje?) aan gaan geven. En ze vervolgde haar verklaring met een groot aantal algemeenheden die ze kenmerkend vond voor de nieuwbakken BVH. Dat liet ze opnieuw klinken alsof alleen BVH die geformuleerde doelen kon gaan waarmaken. Maar ze waren zo algemeen gesteld dat elke andere partij gedacht moet hebben: hè, maar dat doen wij toch ook? 

Zou Imke wat dat betreft in het verleden misschien te weinig naar die andere partijen geluisterd hebben? Enfin… Apropos ‘luisteren’. Met oranje klapstoelen? Ach, het zal er wel allemaal bijhoren. Maar een anti-climax vond ik het wel. Dan heb je in alle zestien kernen van Horst aan de Maas een klapstoel vastgeketend en dan leg je uit dat dat symbolisch is omdat je het belang van elke kern wilt vertegenwoordigen. En dan geef je vervolgens met veel bombarie je partij de nieuwe naam: ‘Belang van Horst aan de Maas’, maar dan afgekort als BVH. Met alleen de H van Horst. Of Hegelsom?  Mhm… hoe ‘zit’ het dan ineens met het belang van die andere 14 kernen? Er zijn kerkdorpen in Horst aan de Maas die voor minder hun ongenoegen hebben geuit, over de in hun ogen onterechte bevoordeling van de grootste kern. Of van Hegelsom. Ik weet het niet…

Maar om de actie niet helemaal in het water te laten vallen, stel ik voor dat BVH -als ze de komende raadsperiode zetels halen- vier jaar lang afwisselend plaats neemt op ál hun eigen oranje klapstoelen. Dan zijn ze in ieder geval nog ergens goed voor en hebben ze niet voor niets wekenlang de openbare ruimte van onze mooie gemeente ontsierd.

En HorstOnline, je mag deze column één op één overnemen. Geen probleem.

Samenloop Horst aan de Maas

Ik heb zaterdagavond 24 mei jl. tijdens de Samenloop Horst aan de Maas de kaarsenceremonie gepresenteerd. Tussen 22.00 en 23.00 uur mocht ik onder andere drie mensen kort interviewen. Zij vertelden hoe de ziekte kanker hun leven op de kop had gezet en hoe het hen daarna vergaan was. Korte ervaringsverhalen die indruk maakten. Naast muziek, mocht ik zelf een aantal van mijn gedichten voordragen.

De toeschouwers voor het podium en de wandelaars op het veld hoorden de verhalen, genoten van de muziek en luisterden naar de gedichten. Onder de toeschouwers waren mensen die al gewandeld hadden of die nacht nog gingen wandelen. Tot zondagmiddag 14.00 uur, want dan zouden er 24 wandel-uren op zitten. En elke meter leverde geld op. Geld ten behoeve van onderzoek om kanker te bestrijden.

De kaarsenceremonie begon met het ontsteken van een metalen hartconstructie. Zowel de vlammen als het hart zelf vormden krachtige metaforen voor de strijd tegen kanker. Het hart als symbool voor de emoties die met de ziekte gepaard konden gaan. Het hart dat sprongen van blijdschap kon maken wanneer de ziekte overwonnen werd. Maar ook kon overlopen van verdriet wanneer de ziekte overwon. 

Het ontsteken van de zon en daarna de maan, even later tijdens de kaarsenceremonie, accentueerde dat dubbele gevoel. Veel aanwezigen herkenden dat. En het was misschien ook wel de kern van het dialectgedicht ‘Vur iederiën’ dat ik ooit schreef. Ik las het voor aan het begin van de ceremonie.

Vur iederiën

Vur iederiën
deen ni mier is
ma aaltied
oonder ôs…

Vur iederiën
din in iën kier
inens ma
zoonder môs…

Vur iederiën
deen is gegaon
vur iederiën
di bleef bestaon:

Wet daat geej
mit iedere traon
Waat op oow wange schrieft:

Naat stripke zalt
‘ik halt vaan oow’
Daat is waat aaltied blieft…

En traon die zoë
na oonder sluit,
zörgt daat dur wer
waat moëis opbluit!

Ik zocht verder tussen de gedichten die ik eerder schreef, waarin ik het contrast tussen vreugde en verdriet verwerkt had. Ik vond het gedicht ‘De cirkel is rond’. Ooit ontstaan tijdens mijn werk als ritueelbegeleider.

Ik probeer altijd verhalen en emoties van nabestaanden te vangen in een gedicht. En hoewel die gedichten vaak heel persoonlijk zijn, merk ik dat er eigenlijk altijd ook wel een universele kant aan zit. Want iedereen krijgt ooit met afscheid te maken. En iedereen heeft dan de herinneringen aan betere tijden. Het gedicht ‘De cirkel is rond’ raakt aan dat thema. Een dochter verloor haar moeder. Eigenlijk jaren eerder al, beetje bij beetje, door dementie. Ook dit gedicht heb ik voorgedragen tijdens de kaarsenceremonie.

De cirkel is rond

jij veegde mijn tranen
ik poetste de jouwe
jij hebt me gedragen
ik kon op je bouwen

jij zag ons groeien
ik voelde je trots
jij liet ons bloeien
jij was onze rots

jij was het die troostte
jouw stem hoor ik nog
jij gaf ons de vrijheid
maar was er steeds toch

jij gaf ons je liefde
ik mocht van je houden
als dochters van moeders
ook in tijden van koude

want heel langzaam zag ik
je steeds meer verdwijnen
en zoals jouw ouders gingen
zo gaan nu de mijne

wat blijft is de band
die in liefde verbond
wat blijft zit in mij, mam
de cirkel is rond

En het laatste gedicht dat ik op het eind van de ceremonie voorlas, had ik speciaal voor de gelegenheid geschreven. De titel: Samenloop!

Samenloop

de diagnose 
wordt gesteld
en dan ineens
is het een feit
een donderslag 
die met geweld
een einde maakt 
aan zekerheid

je lichaam 
laat je in de steek
al wat er is
dat raak je kwijt
is het een jaar 
of maar een week
je leven lijkt 
beperkt in tijd

de dag verandert 
in een nacht
in elke traan 
proef je het zout
maar ondanks alles 
put je kracht 
uit iedereen 
die van je houdt

jouw weg die 
loop je niet alleen
hoe moeilijk 
elke stap ook is
je komt er samen 
wel doorheen
omdat elke stap 
er eentje is

het vuur wordt 
met elkaar beleefd 
in elke vlam 
brandt iets van hoop
dat is wat je 
de ander geeft
dat is de kracht 
van samenloop

Geluid van stilte…

Een afscheidsdienst in zijn ‘eigen’ Mèrthal. Henk Derks had het vóór zijn overlijden met zijn collega’s van de Mèrthal-bouwcommissie afgesproken. En ze hadden er werk van gemaakt, zijn collega’s. Een sfeervolle aankleding, waarvan zijn zoon Rogé een dag eerder de foto al zag, die ze hem geappt hadden. Die foto ontlokte Rogé de opmerking: ‘Het lijkt wel the Night of the Proms!

Ook daar was de Mèrthal ooit voor ingericht en de kans is groot dat Henk daar toen ook een rol in de voorbereiding heeft gehad. Henk was namelijk bij heel veel activiteiten betrokken. En niet alleen in de Mèrthal. Van zijn handigheid en technisch inzicht werd heel veel gebruik gemaakt. Henk vond het fijn om iets in die zin te kunnen bijdragen.

Het was druk. Het grote aantal stoelen bleek bij lange na niet genoeg voor het grote aantal aanwezigen. Alles was bezet en rijendik stonden ze rondom statafels om Henk de laatste eer te bewijzen. Op de trompetmuziek van ‘Il Silenzio’ begeleidde de familie Henk naar binnen. Hij kreeg een plek op het podium. Op een klein tafeltje stond zijn eigen trompet en iets verder weg zijn Puch-brommer. Links en rechts van het podium hingen twee grote schermen waar zijn foto op geprojecteerd was. Een mooie foto die zijn broer Jos nog niet zo lang geleden gemaakt had.

Op het tafeltje met zijn trompet stonden zes kaarsjes te wachten om door zijn kleinkinderen te worden aangemaakt. In leeftijd variërend van 4 tot 12. Ze vonden het best spannend, de een wat meer dan de ander, maar toen ik hen daarvoor vroeg, stonden ze er, alle zes. Met een aanmaakkaars liepen ze één voor één naar het tafeltje en ontstaken hun kaars. Voor opa. Je zag de concentratie op hun gezichten. Ik denk dat het applaus dat ik voor ze vroeg toen alle kaarsjes branden een ontlading voor hen was, maar ook wel extra indruk op hen heeft gemaakt. 

Daarna zagen ze foto’s van zichzelf voorbij komen, groot op de twee schermen, samen met opa. Het wakkerde hun emoties nog wat meer aan. Maar bij andere foto’s zag ik gelukkig toch ook zo nu en dan een lach op hun gezichtjes. De muziek onder die eerste fotoserie had Henk zelf nog mee uitgezocht. Met in gedachten zijn ziekteperiode vond hij Rollercoaster van Danny Vera wel een toepasselijk nummer.

Vlak voor aanvang van de dienst viel een van de twee beamers zo nu en dan even uit. Maar bijna meteen daarna kwam het beeld ook weer terug. Een onverklaarbaar technisch mankementje. Op een moment vlak voor aanvang dat het ook niet meer te verhelpen was. Je hoopt er dan het beste van. Maar ook tijdens de eerste fotoserie gebeurde het een paar keer.  Mijn ervaring is dat je onverwachte dingen het beste maar gewoon kunt benoemen. En misschien moest het ook wel zo zijn. Het was een mooie gedachte dat juist het telkens snel weer verschijnen van het beeld weleens aan Henk te danken zou kunnen zijn geweest..

De vrouw van Henk, Marianne, en hun twee zonen Rogé en Glenn, hadden alledrie hun herinneringen op papier gezet. Die verhalen had Henk, dagen vóór zijn overlijden, al gehoord en goed bevonden. Ook over de muziek waren ze het samen snel eens geworden. ‘The show must go on’ van Queen was een hele toepasselijke titel. En het ‘Roet zien de Roeze’ van TaaiTaai bleek op de mobiel van Marianne een gereserveerde ringtune, die alleen klonk  als Henk haar belde. Het vierde nummer waarop foto’s werden getoond heette ‘Het geluid van stilte’. Met een eigen nederlandstalige tekst bezong BenR precies de emoties van dat moment, op de muziek van ‘The sound of Silence’. In het plotselinge stille einde van het lied kwam het zachtjes snikken van de kleinkinderen nog intenser binnen…

Opa zal gemist worden. Vader zal gemist worden. Marianne zal hem gaan missen. Zijn broers en zussen zullen hem gaan missen. En heel veel organisaties en verenigingen zullen hem gaan missen. En toch… ‘the show must go on’… ondanks het geluid van de stilte. Ik denk dat Henk het ‘dóórgaan’ zijn jongens en zijn vrouw ook wel heeft meegegeven. Juist door de manier waarop hij in het leven stond. Rogé en Glenn herhaalden volgens mij allebei in hun verhalen de levensles die hun vader hen leerde: ‘Wat je voor een ander doet, komt ook weer bij je terug’. En die andere twee levenslessen mochten er ook zijn: Geen politie op de stoep en nooit vóór 02.00 uur thuiskomen, want dan maak je niks mee.

Henk is door zijn gezin na de dienst begeleid naar het informele samenzijn in ‘zijn’ Mèrthal. Zijn kleinkinderen liepen heel zorgvuldig met hun brandende kaarsjes achter opa aan. De kaarsjes kregen een plek op de kist van opa, tussen hun eigen met verf gekleurde handen die ze al eerder op de kist hadden gemaakt. De kaarsjes mochten ze houden, vertelde een medewerker van Han-Mark Arendse Uitvaartzorg me. Toen ik hen dat vertelde, terwijl ze lekker van hun broodjes genoten, waren de tranen al wat opgedroogd. De kaarsjes zullen thuis ook nog wel een keer aangaan. En dan zal er nog wel eens een traantje vloeien. Dat mag. Hoe graag je het soms ook anders zou willen, ‘the show must go on’… ondanks de stilte..

Heel veel sterkte voor iedereen die Henk gaat missen.

Met toestemming van Marianne, Rogé en Glenn, deel ik dit verhaal en hieronder het gedicht dat ik voor hen maakte en gistermiddag tijdens het afscheid heb voorgelezen.

Henk,

vol inzet, steeds gedreve
actief mit hiël veul zake 
daat ziede aalt gebleve
bijna aalles kösste make

gaer haadde oow zelf gerepareerd 
dao hedde ok hiël veul vur gedaon
ma toen ge aalles haat geprobeerd 
voongde ut tiëd um heer te gaon

vergaete, Henk, doon weej oow ni
aalle herinneringe blieve werm
hedde trouwes Tonny trug gezi?
en haaj zeej Rieny ôp dun erm?

dur ziën, vur andere en vur ôs
waat geej ôs aalt het veurgedaon
dao is ut in ‘t laeve um begôs
en zoë zulle weej ok verder gaon

Evenwicht…

dag van de arbeid
bijna iedereen vrij

alles wandelt heel zonnig
aan mijn tafel voorbij

niemand problemen 
nergens een lont

en net als de wereld
is mijn tafeltje rond

het wiebelt een beetje
plus een dansende stoel

of… is het de wereld
waar ik dysbalans voel

iedereen loopt
aan de wereld voorbij

op de dag van de arbeid
is bijna iedereen vrij…

Tom…

Naar schatting zo’n 450 mensen kwamen dinsdag 15 april in Maasbree bij elkaar om afscheid te nemen van Tom van den Heuvel. Tom overleed op woensdag 9 april, plotseling, zonder enige vooraankondiging. Hij was pas 44 jaar.

Eén dag na zijn overlijden zat ik vroeg in de avond bij het gezin. Overdag waren ze al met Ron Bosmans van Uitvaartverzorging Yvonne Vos in de weer geweest om de rouwkaart op te stellen. Wat moet je opschrijven als je nog vol ongeloof de waarheid onder ogen moet zien. Maar uiteindelijk was het gelukt. Ze lieten me de rouwkaart zien. Aan tafel zaten zijn vrouw Marjolein, hun kinderen Klin en Lize, Thom, de vriend van Lize, de ouders van Tom en Tom’s jongere broer Erik. 

Verslagenheid zag ik. Maar ook troost en steun voor elkaar. En een aanpakkersmentaliteit. Ze hadden al nagedacht over het afscheid, dat zo onherroepelijk op hen afkwam. Er was muziek waar Tom vaak naar luisterde, alleen of samen met hen, thuis of in de auto. Klin had op zijn Insta-pagina op woensdag het overlijden van zijn vader al gemeld. En op de Facebookpagina van Lize las ik hoe zij 9 april duidde als ‘de dag dat alles stil stond’. Honderden reacties bij allebei.

Er werden aan de keukentafel mooie verhalen verteld over Tom. En het werd al snel duidelijk dat het gezin die verhalen tijdens het afscheid op dinsdag 15 april zelf wilde vertellen. Ook meldde Klin dat hij met zijn muziekmaat Frenk bezig was om voor zijn vader een eigen nummer te schrijven. Een nummer waar ook Lize bij betrokken was. Marjolein zou zich gaan buigen over de foto’s die men graag wilde laten zien bij het afscheid. Over en weer werden de taken verdeeld. En nog meer verhalen gingen over tafel.

‘De eerste dagen is Tom nog gewoon hier’, zei Tom’s moeder op enig moment troostend tegen Marjolein. Erik voelde Tom’s aanwezigheid ook. Sterker nog. Hij sprak zelfs nog met hem, vertelde hij. Tom had hem laten weten dat hij ‘in eerste instantie heel erg schrok, maar dat hij zich nu al wat vertrouwder voelde’. ‘Zijn oma is bij hem’, voegde Tom’s moeder er nog aan toe. Hun sensitiviteit zorgde voor een speciale sfeer. 

Het was een sfeer die Marjolein emotioneerde. Hoe graag zou zij nu nog met Tom willen spreken. Juist omdat háár laatste contact met Tom woensdagmiddag was geweest via de telefoon. Hij zei dat hij een oplossing had bedacht voor een zakelijke uitdaging. ‘Ik vertel het je later wel’ waren zijn woorden. ‘Later’ was er echter niet meer van gekomen. Klin zag de tranen bij zijn moeder, stond op en sloeg een troostende arm om haar heen. 

Thom junior begeleidde me desgevraagd naar de kamer waar Tom opgebaard lag. Daar zag ik voorbeelden van wat in de verhalen al naar voren was gekomen. Zijn liefde voor zijn werk. Foto’s van momenten met zijn gezin. Met Marjolein, Klin en Lize. Lachend en genietend. Indrukwekkend, maar vooral heel stil. We gingen terug naar de keuken. Tom’s moeder vroeg me hoe Tom op me was overgekomen. ‘Vertrouwd’ was het woord dat in me opkwam.

De dagen die volgden kreeg het afscheid steeds meer vorm. Teksten werden geschreven en foto’s werden uitgezocht. Tussen de bedrijven door, want het gezin maakte vooral tijd voor al die mensen die het bericht van zijn overlijden hadden vernomen en verdrietig en vol ongeloof hun medeleven kwamen overbrengen. Tom’s netwerk bleek wijd vertakt. Hij had bij heel veel mensen een snaar geraakt, gewoon door te zijn wie hij was.

Tijdens het afscheid op dinsdag kwam dat allemaal samen. Zijn vader vertelde over zijn jeugd en noemde het voorbeeld dat Tom als zesjarige al voor de vuilniswagen uitging, met zijn eigengemaakte vuilniswagen en zelfgefabriceerde vuilniszakjes. Aan zijn moeder vroeg hij op latere leeftijd wat ze zou zeggen als mensen haar zouden vragen wat haar zoon deed en zij dan moest zeggen dat hij vuilnisman was. Zijn moeder zei hem dat ze zou zeggen dat hij een gelukkige vuilnisman was en dat hij z’n hart moest volgen. En dat deed hij.

Lize, Klin en Marjolein hadden ieder hun eigen verhaal. Zij steunden elkaar bij het vertellen over hun liefde voor Tom. Thom junior stond erbij om Lize extra te steunen. Het muzieknummer van Klin, Lize en Frenk dat volgde, maakte grote indruk. Erik’s broer zat nog vol vragen over het waarom en tussen zijn zinnen hoorde je de verslagenheid. Het was mooi om te zien dat zijn vrouw een arm om hem heen kwam leggen. Ik mocht vervolgens een van de eerste steunbetuigingen voorlezen die het gezin had gekregen. Die was van Martijn, maar het voorlezen daarvan was niet alleen bedoeld als dank voor zijn woorden, maar in zekere zin ook als dank voor al die andere uitingen van steun die het gezin had ontvangen.

Namens zijn vrienden haalden Sjors en Funs herinneringen op. Sjors kende Tom al vanaf de kleuterschool en herinnerde zich dat Tom op woensdagen nooit tijd had om te spelen, omdat hij dan met de echte vuilnismannen mee mocht op de wagen. Funs ging verder in op de vriendengroep van Tom, die nu zonder hem er heel anders uit zou gaan zien. Tom’s plek bleef voortaan leeg en het zou een stuk stiller worden. En na die woorden kregen ook zij applaus van iedereen die aanwezig was. De vrienden hadden een paar foto’s aangeleverd die hun gezamenlijk plezier lieten zien en zelfs één foto waar dat plezier mooie ronde vormen had aangenomen.

Na alle sprekers werden er foto’s op muziek getoond. Tijdens de voorbereiding van die fotoseries was me al opgevallen dat er heel veel foto’s bij waren waar Tom gearmd stond met anderen. Met zijn kinderen, met Marjolein, met zijn ouders, zijn broer, zijn vrienden, zijn collega’s. Het liedje van Neet oet Lottum, ‘Halt mich ens vast’ was daar bijvoorbeeld helemaal passend bij. En ook het beginnummer van de afscheidsbijeenkomst, ‘Hotel California’van de Eagles, was goed gekozen. Niet alleen omdat ze dat nummer vaak samen in de auto luisterden, maar ook door de laatste zin van de tekst: ‘You can check out any time you like, but you can never leave’. Een prachtige metafoor: Je kunt het leven wel los moeten laten op je 44ste, maar je zult nooit weg kunnen gaan uit het geheugen van hen die je achterliet. 

Het was een afscheid dat indruk maakte. Bij alle aanwezigen en ook bij mij. Op het eind van de samenkomst noemde ik Thom nog, die Tom van thuis uit op een speciale vrachtwagencombinatie naar Maasbree had gebracht en die Tom ook, samen met de familie, naar het crematorium in Blerick zou rijden. Buiten stond een rij kraanwagens opgesteld van collegabedrijven die Tom met groot materieel hun laatste eer kwamen bewijzen. De takelconstructies gebogen, zoals ook veel mensen in de lange erehaag hun hoofd bogen toen Tom voor het laatst voorbijkwam.

Ik had voor dit afscheid een persoonlijk gedicht gemaakt, dat ik met toestemming van het gezin heb voorgelezen en hieronder deel. En ook dit verhaal heb ik eerst het gezin laten lezen, voordat ik het hier heb gedeeld. Het afscheidsverhaal mag worden verteld. Hoe verdrietig de aanleiding ook is, hoe donker de dagen ook zijn, er zal altijd licht te zien zijn. ‘Nu ben je naar het licht’, was niet voor niets één van de zinnen die tijdens het lied van Klin en Lize op het scherm verscheen…

Tom,

zomaar ineens ben je gegaan
heel plotseling, niet uit te leggen
je had nog graag zóveel gedaan
maar niet de tijd, ons dat te zeggen

misschien dat iemand jou toch hoorde
al was het stil en donker in die nacht
maar liefde kan ook zonder woorden
een afscheidskus kan ook heel zacht

zijn er tuinen, Tom, waar jij nu bent?
en is er grond om te verzetten?
zijn er daar mensen die je kent?
die, toen je ging, ook op je letten?

je blijft bij ons, waar je ook gaat
en samen mét jou gaan we door
het voelt alsof je naast ons staat
wie weet, ga jij straks óns wel voor…


GvdM | 110425

Gedachtenisprentje…

Ger Peeters

Ik sprak Gertie en Ger op dinsdagochtend 11 maart. Op hun verzoek hadden we afgesproken om het over het afscheid van Ger te hebben. De voortschrijdende aftakeling door de ziekte Parkinson had een stadium bereikt waar Ger voor zichzelf de grens had gelegd. De grens van een menswaardig afscheid. Of, zoals Gertie die ochtend namens Ger vertelde: Afscheid nemen op een punt dat de kleinkinderen zich opa nog kunnen herinneren als een man waarmee ze samen spelletjes deden aan tafel. Ger was daar sinds de diagnose en de prognose vanaf het begin altijd heel stellig in geweest. ‘Ik ga niet áán Parkinson overlijden, maar mét Parkinson’.

Ik kwam Ger het laatste jaar zo nu en dan tegen, als hij zijn rondje maakte door het centrum van Horst. Bij elke nieuwe ontmoeting zag je het afbrekende effect dat Parkinson op hem had. Waar het aan het begin een nauwelijks opvallende vertraging was, veranderde dat in de loop van een jaar naar een complete afhankelijkheid van een rollator en desondanks toch nog vaak vallen. En toen op het laatst het lezen van boeken en het maken van de puzzels uit de krant niet meer mogelijk bleek door de aantasting van de oogspieren, was voor Ger de maat vol.

Samen met Gertie en hun twee zoons Patrick en Paul had Ger dat scenario al voor zichzelf uitgetekend. Op 18 maart moest het gaan gebeuren. Niet op 17 maart want dan was de nationale feestdag in Ierland, St. Patricksday. Dat wilde Ger zijn Ierse schoondochter Ruth niet aandoen. Dinsdag 18 maart moest het worden. Die dag was ook met de huisarts vastgelegd. Het weekend daaraan voorafgaand werd nog helemaal volgepland met bezoeken van familie en vrienden. Sommigen wisten hoe de vlag erbij hing, anderen schrokken van Ger’s keuze om de regie op relatief korte termijn in eigen hand te nemen.

Het vergt moed om überhaupt die keuze te maken, laat staan om dan de volgende definitieve stap met zoveel zelfbewustheid en berusting te zetten. Ger was er duidelijk in. En standvastig. Op 18 maart, om 14.39 ontving ik van Gertie een appje, waarin ze meldde dat  Ger was overleden. Een dag later vertelde Gertie me dat Ger, vóór het definitieve afscheid, nog een laatste keer met het gezin een spelletje wilde doen. Zo geschiedde en deze keer won Ger niet. 

Een dag later zat ik met Gertie, Patrick en Paul en hun partners Loes en Ruth, aan tafel om de afscheidsbijeenkomst met hen vorm te geven. Dela Uitvaartzorg was al in een vroeg stadium benaderd en de nodige afspraken en voorbereidingen waren al getroffen. De dienst stond gepland op zaterdag 22 maart. Ger had zelf de muziek uitgezocht die er bij zijn afscheid mocht klinken. Foto’s uit zijn leven kreeg ik diezelfde dag nog en wat me opviel toen ik daar compilaties van maakte op Ger z’n muziek, was de trots in zijn ogen bij opnamen waarbij ook zijn familie in beeld was.

Op de rouwkaart stond een mooie volzin: ‘Je hoeft niet zo sterk te zijn om iets vast te houden, maar je moet heel sterk zijn om iets los te laten’. Gevolgd door drie woorden: ‘In liefde losgelaten’. Slechts drie woorden, die eigenlijk alles zeggen. Je zou in eerste instantie denken dat het de woorden van Gertie, Patrick en Paul zijn. Maar evengoed zouden het de woorden van Ger kunnen zijn. Hoe sterk moest hij zijn? Of zit de kracht vooral in het samenspel? Zelfs vlak voor een afscheid?

De aula van Crematorium Boschhuizen in Venray bleek op dag van het afscheid te klein om het grote aantal aanwezigen te herbergen. Een deel vond noodgedwongen een plek in de ontvangstruimte en een aantal families in het buitenland keek via de livestream mee. Het was al snel duidelijk dat het van te voren ingeschatte aantal gedachtenisprentjes niet voldoende zou zijn. Dat bleek dus ook op het eind. Ger zou zelf die situatie waarschijnlijk hebben afgedaan met de opmerking ‘het is niet anders’. 

Het In Memoriam dat Gertie had geschreven en de herinneringen die Patrick en Paul tijdens de dienst deelden,  maakten indruk. Temeer omdat Ger zelf die verhalen zondag daarvoor al had gehoord. Net als de verhalen van de buren Ben en Annie en hele goede vrienden Frank en Marlie. Ik had op die zondag ook het gedicht klaar, waarmee ik als ritueelbegeleider normaal gesproken een afscheidsbijeenkomst besluit. Ook dat heeft Ger zelf nog gehoord, toen Gertie het aan hem voorlas.

Zoals gezegd, niet iedereen kon na het persoonlijke afscheid worden voorzien van een gedachtenisprentje. Ondanks mijn verzoek vooraf of men per stel met één prentje genoegen wilde nemen. Om die reden hieronder het prentje digitaal. En op verzoek van Gertie plaats ik daarna ook het gedicht dat ik speciaal voor Ger, en voor iedereen die Ger kende, heb geschreven.

Ger,

regelmaat en ritme
bepaalden steeds jouw leven
en dat is tot het allerlaatst
steeds het geval gebleven

je ziekte streepte dingen door
en telkens leverde je wat in
maar altijd ging jij er weer voor
elk einde werd een nieuw begin

met regelmaat en ritme 
bleef jij op beter hopen
je bleef zolang het ging
gewoon je rondes lopen

maar jij bepaalde zelf je grens
je leven lang al zelfbewust
je afscheid was je eigen wens
bij ritme en regelmaat past rust

wie je liefhad stond je bij
meer was er niet te zeggen
je liet jezelf, maar hen ook vrij
door je grens zelf te verleggen

het leven zonder jou gaat door
maar als het even niet meer gaat
dan kies ik in gedachten voor
jouw ritme en jouw regelmaat


GvdM | 160325

De ontmoeting…

Mijn ingeving om deze column te beginnen met de titel ‘Het afscheid van Jens’, kon ik eigenlijk meteen onderdrukken. Natuurlijk namen we afscheid van Jens op donderdag 9 januari 2025. Maar het was veel meer dan dat en het begon al dagen eerder bij de eerste ontmoeting met zijn familie. 

Jens was pas zeventien jaar. Zijn rouwkaart begon met prachtige volzinnen: Je ogen, je lach, je licht voor anderen, de schaduw in jou die niemand zag. Alles is anders zonder jou.

Ik kreeg de concept-rouwkaart al een kleine week eerder van Gerry Schers, die namens uitvaartverzorging Yvonne Vos de familie vanaf dag één begeleidde. De foto op de rouwkaart liet een sterke jongeman zien, bijna te groot voor het voertuig waar hij op reed. Hij keek lachend de camera in. Op de kaart was ook nog een voetbalactiefoto van Jens te zien. Opperste concentratie en gefocust op de bal. Twee foto’s. Een eerste kennismaking met Jens. 

Er stonden meer dan tien auto’s bij hun huis toen ik er mijn auto op de afgesproken tijd parkeerde. Er kwamen wat mensen naar buiten die de deur voor me open hielden. Binnen zag ik mensen in een kamer bij een gesloten blankhouten kist staan. Over de kist waren sjaals gedrapeerd van PSV en Borussia Mönchengladbach. Hier en daar was er wat op de kist geschreven. Rondom de kist was men vooral stil. Het voelde koud op de kamer. Het verdriet was er zichtbaar en voelbaar. De moeder van Jens kwam naar me toe. Doffe pijn zag ik in haar ogen. 

Ze wist dat ik zou komen, zei ze, terwijl ik haar wat onbeholpen condoleerde.. Wat zeg je tegen een moeder die haar zoon een dag eerder in een gesloten kist thuis gebracht zag worden… Samen liepen we de keuken in. Ook daar veel mensen. Sommigen stonden op het punt van vertrekken. Jens z’n vader was bij hen. Ook hem kon ik condoleren. En Gerry Schers was er nog. In haar ogen zag ik de emotie en tegelijk voelde ik dat uit haar handelen een kordaatheid sprak die nodig was in deze situatie. Al twee dagen was zij de familie tot steun en ook een dag later zou ze er weer zijn. Met die belofte ging ze naar huis.

Aan de keukentafel zat een zus van vader aan een laptop. In de huiskamer waren anderen bezig om het adressenbestand voor de rouwkaarten op orde te brengen. Een andere zus van vader leek die acties te coördineren. Uiteindelijk zaten we met z’n allen aan de keukentafel. De vader en moeder van Jens, de zus van Jens met haar vriend, de oma van Jens en de twee zussen van vader. Op de tafel stond een grote foto van Jens in een lijst. Nu moest ik wat gaan zeggen. Gaan uitleggen wat ik mogelijk zou kunnen betekenen. Maar het enige dat ik kon uitbrengen, was dat ik nog nooit in zo’n situatie had gezeten. Overrompeld door het verdriet dat ik bij iedereen zag en voelde. Mijn tranen vloeiden ook.

Achteraf denk ik dat juist die constatering van machteloosheid en dat onpeilbaar diepe verdriet, precies datgene was wat iedereen aan tafel voelde. Níémand had ooit in die situatie gezeten en toch zaten we daarvoor nu bij elkaar. Langzaamaan kwam het gesprek op gang. Woorden werden afgewisseld met tranen. De pijnlijke werkelijkheid van zijn niet te vatten afscheid werd met liefde omgeven. Het diepe verdriet soms afgewisseld met een mooie herinnering. Zo vreemd dat wat een paar dagen eerder nog een gezamenlijke ervaring was met Jens, nu ineens een herinnering genoemd moest worden. Niet te bevatten. Onwaarschijnlijk waar..

Alles wat werd verteld, werd door een zus van vader meegetikt op de laptop. Er bleken al een aantal afspraken te zijn gemaakt en zij wist precies in hoeverre die van invloed zouden kunnen zijn op de verdere invulling van de afscheidsbijeenkomst . Haar doelmatigheid leek soms haaks te staan op de emoties en toch voelde dat niet zo. Integendeel. Ik zou het, terugdenkend aan toen, gestold digitaal verdriet willen noemen. Nodig om grip te krijgen op een situatie die eigenlijk niet te begrijpen was. We spraken af dat zij degene zou zijn waarmee ik contact zou onderhouden over teksten en de verdere invulling van de afscheidsbijeenkomst. We besloten dat ik een dag later terug zou komen. Er was gewoonweg te veel emotie om in één gesprek te kunnen passen…

Een dag later opnieuw veel auto’s. En weer veel mensen, maar nu met een duidelijke taak, leek het. Binnen zaten een tiental vrienden van Jens. Ook bij hen verslagenheid. Tegelijk bleek er een grote eensgezindheid toen hen werd gevraagd of ze hun vriend zouden willen begeleiden op de dag van het afscheid. Ik heb hen kort gesproken over de muziek waar Jens naar luisterde. Een van hen stond desgevraagd meteen op om mijn visitekaartje in ontvangst te nemen. Hij zou me de titels mailen. Toen ze vertrokken, wensten zij een voor een met een knuffel de vader en moeder van Jens en zijn zus sterkte. Een vriend verliezen en er dan zó voor het gezin en voor elkaar kunnen zijn. Vanuit onmacht en onbegrip er toch wíllen zijn. Het was een indrukwekkend gezicht.

Het gezin wilde persé thuis afscheid nemen van Jens en daarvoor moest een grote loods worden ingericht op een manier die recht zou doen aan het laatste eerbetoon dat het gezin Jens wilde geven. Dat moest perfect zijn, ook omdat Jens een perfectionist was. Het moest een afscheid worden -hoe pijnlijk ook- waar Jens zélf trots op zou zijn, vertelde zijn vader me, met tranen in de ogen. Duidelijk werd dat zowel Jens z’n vader en moeder, zijn zus en ook zijn oma tijdens het afscheid over Jens wilden vertellen. Ook een neef van Jens en diens moeder kwamen aan het woord. Vanuit zijn vriendengroep was er behoefte om iets te zeggen. Net als bij SV Ysselsteyn, de voetbalclub waar Jens fanatiek lid van was. En de mentor van Jens wilde namens het Willibrordcollege graag spreken. 

Jens had een afscheidsbrief achtergelaten. Tijdens het tweede gesprek met de familie heb ik die op hun verzoek hardop voorgelezen, omdat nog niet iedereen aan tafel de brief gezien had. De papieren woorden van Jens zaten vol liefde. Maar ze leken de pijn nog meer te onderstrepen. Weer waren er tranen die we deelden.  Maar ondanks of misschien wel dankzij de tranen, kreeg de invulling van de afscheidsbijeenkomst steeds meer vorm. Er werden foto’s bij elkaar gezocht en de zus van Jens verzamelde korte filmfragmenten. Ik kon aan de slag. Met de muziek van de vrienden ontstond zo een viertal fotoseries en één filmcompilatie. Een dag later kon ik die aan de familie laten zien. Huilen en lachen wisselden elkaar weer af. Maar vooral was men dankbaar voor het resultaat en heel blij dat ze alles vóór de afscheidsbijeenkomst al hadden kunnen zien. 

Er gebeurde in een paar dagen ontzettend veel ter voorbereiding van een onvoorstelbaar mooi afscheid. Toch voelde al die inzet ook soms wat dubbel. Juist omdat het ontzettende en onvoorstelbare gebeurd was. Hoe fijn zou het zijn, vroegen zijn ouders en zijn zus zich herhaaldelijk af,  als al die maatregelen voor het afscheid niet nodig zouden zijn… en dan tegelijk het besef dat je het zo mooi mogelijk wil laten zijn. Voor Jens.

Het werd die donderdag van het afscheid heel erg druk. Het grote aantal stoelen en zitplaatsen aan statafels bleek bij lange na niet genoeg. De mensen die stonden, zagen als eerste hoe de vrienden Jens naar binnen begeleidden. Dat gebeurde op snoeiharde muziek van de Red Hot Chili Peppers. ‘Can’t stop’ was de veelzeggende titel. Veelzeggend, omdat Jens die muziek ooit had aangeraden aan zijn zus die voor een paardenwedstrijd (concours?) een stevig entreenummer zocht. ‘Dat is pas een goeie binnenkomer’, had Jens gezegd. En een stevige binnenkomer was het. 

Na het welkom aan alle aanwezigen, volgden er indrukwekkende woorden van mensen die heel dicht bij Jens stonden. Zijn oma, zijn zus, zijn ouders. Zijn neef en zijn tante, zijn mentor van het Willebrordcollege en zijn begeleider van de voetbalclub. Zijn vrienden. Iedereen belichtte een ander aspect uit het leven van Jens. Tussendoor waren de foto’s te zien die de woorden bevestigden. Op het eind namen alle aanwezigen persoonlijk afscheid van Jens. Een indrukwekkend lange stoet, die maar niet leek te stoppen.

Uiteindelijk bleven alle genodigden over, om op een informele manier Jens nog extra te gedenken. Midden in de loods kreeg Jens een plekje. De catering zorgde dat niemand iets te kort kwam. Op enig moment zou er een toost op Jens worden aangekondigd en tot die tijd werden er nog veel herinneringen opgehaald. Op het moment van de toost, viel de stroom uit. Bijna niemand merkte dat op, ware het niet dat de microfoon die ik vast had om de toost in te leiden, het ook niet meer deed. Maar misschien was dat juist wel mooier. Een streek van Jens op het goede moment? Hoe dan ook, we hebben op hem getoost, al had niet iedereen door de drukte op dat moment een drankje. Zijn vrienden wel, zag ik vanuit mijn ooghoeken. Goed volgetapte glazen bier. Jens zou er trots op zijn geweest.

En toch.. Het definitieve afscheid van Jens kwam steeds dichterbij. Alle aanwezigen vormden buiten op straat een erehaag. Opnieuw onder begeleiding van zijn vrienden verliet Jens in de rouwauto het huis waar hij zeventien jaar en nog wat maanden gewoond en geleefd had. Zijn ouders en zijn zus liepen achter hem aan. Zijn vader had het paard Cayenne aan de teugel. Dezelfde trots en waardigheid, als die ik op de eerste twee foto’s op de rouwkaart had gezien, zag ik symbolisch terug in Cayenne. Op het einde van de straat gaf zijn vader Cayenne over aan een goede vriend, die met Cayenne door de wei terugliep naar de stal. Jens en de familie reden door naar het crematorium. Maar met Cayenne bleef er ook een belangrijk deel van Jens thuis. Trots, sterk en waardig, net als Jens. Met schaduwen die op het eind niemand zag, waarschijnlijk omdat hij zelf niet wilde dat iemand die zag…

Het gedicht hieronder heb ik voor de familie gemaakt. Ik heb het voorgelezen op het einde van de afscheidsdienst. De laatste regels met trillende stem. De ontmoeting met Jens en zijn familie was ook een ontmoeting met mezelf en mijn emoties. Ik voelde me verbonden. Door Jens. Hij was een verbinder. Verbonden met iedereen, maar niet met zijn schaduwen. De schaduwen die niemand zag…

Jens,

al pak je miljoen ballen
die laatste bal
die leven heet
die moest je laten vallen

niet aan zien komen
onvoorstelbaar hard
ongehoord en niet gezien

die laatste bal
die levens tart
onhoudbaar zelfs misschien?

omdat, wát jij ook wilde
je steeds niet pakken kon?

de wereld die verstilde
toen jij je reis begon…

Even terug- en vooruitzien…

Het is alweer even geleden dat ik iets op mijn website heb gezet. Om precies te zijn op 2 november vorig jaar. ‘Lichtjesavond’ was de titel. Zojuist nog even teruggelezen. Sinds die laatste column heb ik mijn tijd mogen besteden aan het voorbereiden en begeleiden van een aantal indrukwekkende afscheidsdiensten. En in december vorig jaar, rond Kerst, heb ik samen met Marion Vervoort en Egbert Derix, viermaal onze voorstelling ‘Voor Kerst’ mogen brengen. Met veel voldoening kijk ik daar op terug, zowel op de voorstellingen als op de afscheidsdiensten die ik mocht begeleiden.

Dat ik op 1 mei vorig jaar mijn vaste baan bij de gemeente Horst aan de Maas heb opgezegd, daar heb ik nog geen dag spijt van gehad. In het begin was het even zoeken naar structuur, om te concluderen dat die er eigenlijk helemaal niet meer hoefde te zijn. Mijn voormalige werk bij team communicatie van de gemeente vulde ik sinds corona al veelal thuis in. Hybride werken heette dat: deels thuis en deels op kantoor. Elke ochtend van mijn 4-daagse werkweek logde ik van thuis uit in, om met mijn collega’s het nieuws van een dag eerder te duiden. Soms, als ik nu ‘s ochtends de krant lees, denk ik wel eens, dat ik eigenlijk die van gisteren moet pakken (grapje, (ex)collega’s!).

Ik vul mijn tijd nu met wat er op mijn pad komt. Dat zijn met een zekere regelmaat telefoontjes van uitvaartondernemers die me vragen of ik de familie van een overledene wil begeleiden om de afscheidsdienst samen met hen vorm te geven. Het komt ook voor dat ik met iemand die weet dat hij/zij binnen een bepaalde tijd komt te overlijden, samen zijn of haar afscheid bespreek. Ik voel me bevoorrecht dat ik dat mag doen en dat ik daar iets in mag betekenen.

Ik heb er weleens over nagedacht, wat dat precies is. Waarom wil ik, samen met de familie of met degene die gaat overlijden, woorden geven aan het verdriet van dat moment. Ik heb daar niet meteen een kant en klaar antwoord op, maar het heeft zeker te maken met de puurheid van de emoties. De echtheid ervan. Een eerste gesprek met de familie gaat over de realiteit van iets onoverkomelijks. De dagen die volgen gebeuren er dingen die er werkelijk toe doen, hoe onwerkelijk ze soms ook door nabestaanden worden ervaren.

Ik herinner me dat toen mijn vader overleed, ik het een dag later aan een broer van hem moest gaan vertellen. Ome Jan was mijn peetoom en hij woonde in een appartement, boven wat toen nog Modehuis Frans Theelen was. Toen ik daar aan wilde bellen, kwam aan de andere kant van de weg een hele klas kinderen van de Doolgaardschool voorbij, hand in hand, kwetterend en lachend. Dat beeld van die kinderen voelde onwerkelijk en tegelijk ook troostend. Ik weet nog dat ik heel bewust dacht: ‘goh, kijk, het leven gaat gewoon door’.

Verdriet om de dood en tegelijk blije herinneringen aan het leven. Ik zie het als een manier om door te kunnen gaan. Hoe moeilijk het soms ook is, verder gaan waar de ander is gestopt. Met de herinneringen die ander door te laten leven na de dood. Woorden geven aan die herinneringen, in een levensverhaal of in een afsluitend persoonlijk gedicht, dat is wat ik mag doen. Het voelt goed dat ik daar mijn tijd aan mag besteden. Daaraan… én aan andere dingen…

Bijvoorbeeld dat ik opnieuw een voorstelling en een podcast mag maken met Marion en Egbert. Dat is een hele prettige tijdsinvestering! Al iets voorbij zien komen over ‘Haar naam is Hanna’? Nee? Dan komt dat nog wel. Of anders even googlen. Dan kom je al snel op de site van ‘t Gasthoês, waar de voorstelling op 18 mei ‘s middags te zien zal zijn. Trouwens, in ‘t Gasthoês heb ik ook weleens afscheidsdiensten mogen begeleiden. Soms komen dingen samen en dat moet het zo zijn.. Dank voor het lezen.

Lichtjesavond…

Toen ik 1 november om ongeveer 18.30 uur thuis vertrok om naar Landgoed de Gortmeule te fietsen, hoorde ik de klokken van de Lambertuskerk luiden. De mis voor Allerheiligen begon. Toevallig had ik de aankondiging daarvoor gelezen in een facebookpost van deken Wilson Varela. Hij schreef daarin een mooie inleiding, waarin hij het onder andere had over de ‘eenvoudige houdingen van het hart: nederigheid, medeleven, zachtmoedigheid en zuiverheid.’ 

Bij het klokgelui in de donkere avond, op weg naar de Gortmeule, schoot me nog een gedeelte van zijn inleiding te binnen. Er stond nog iets van ‘We eren hen die ons zijn voorgegaan..’. Ik moest daaraan denken, op weg naar de Lichtjesavond. De avond was georganiseerd door Lotgenotenhorst.nl en Synthese en was bedoeld om nabestaanden samen hun geliefden te laten herdenken.  Boven verwachting hadden zich meer dan twintig personen aangemeld. 

Marius Janssen had me gevraagd om een bijdrage aan de avond te leveren. Hij en Toon Emonts zijn de dragende krachten van Lotgenotenhorst.nl. Wat zij doen, beschrijven ze prachtig op de homepage van hun site: ‘Fijn om er voor elkaar te zijn. Als vóór je kijken je bang maakt en als achter je kijken je triest maakt, kijk dan naast je, daar staan wij’. Die mooie volzin vertalen zij in het organiseren van wandelingen, groepsgesprekken en andere activiteiten, waarin het woord ‘samen’ steeds de rode draad vormt.

Zo ook de Lichtjesavond. Deze keer dus samen met Synthese, in de persoon van Anja Damhuis. Wat me deed besluiten om meteen ‘ja’ te zeggen, toen Marius me vroeg, was een onderdeel van hun programma, waarbij men naar de eeuwenoude eik zou wandelen. Of ik daar dan, als ik dat wilde, een korte tekst of een gedicht wilde voordragen. De eik. Geen onbekende plek voor mij. Bij daglicht, realiseerde ik me. Maar nu dus in de avond, met lichtjes. Ja, daar wilde ik graag mijn bijdrage aan leveren. 

En dus fietste ik gisteravond in de wat waterkoude donkere avondlucht naar de Gortmeule. Benieuwd naar hoe de avond zou gaan verlopen. Ter plekke trof ik Toon en Anja, en Pascal, de uitbater van de Gortmeule, buiten bij een knapperend houtvuurtje. Binnen zaten de eerste gasten al bij het warme haardvuur. Toen iedereen er was, gaf Anja uitleg over het programma van de avond.

Bij het vuurtje buiten kon iedereen een kaars aanmaken en de naam noemen van degene voor wie het lichtje bedoeld was. Daarna trok de stoet langzaam, met de kaarsen, in stilte naar de eik. Langs het pad had Pascal sfeervol lichtpotten neergezet ter markering. Onderweg bleven niet alle persoonlijke kaarsjes branden. Voor sommigen leek dat een kleine tegenvaller, maar ik dacht aan het gedicht dat ik voor de gelegenheid gemaakt had en vond het eigenlijk wel toepasselijk dat er wat kaarsen uitwaaiden…

Lichtjesavond…

wat nooit echt went
wordt samen waar
die eerste pas, het samen doen

het wordt herkend 
je ziet elkaar
hoe dat het was, ‘t gevoel van toen

het pad gelopen, 
naar de eik 
die boven kruis en bankje waakt

je mag weer hopen 
als je kijkt
naar alle stappen die je maakt

voor al wat jou
ooit overkwam
en misschien nooit zal overgaan

onthoud dan nou:
die éne vlam 
gaat altijd ook opnieuw weer aan…

Dit gedicht heb ik bij de eik voorgedragen. Voor een groep mensen met brandende en niet brandende kaarsen. En juist daardoor kreeg het gedicht nog meer de betekenis die ik er een paar dagen eerder in had gevoeld. In alle nederigheid accepteerde ik dat toeval. Ik hoopte dat het medeleven bij de aanwezigen over was gekomen. Daarna heb ik binnen bij de warme kachel nog met verschillende mensen gesproken. Voor zover ik zuiverheid en zachtmoedigheid kan definiëren, meende ik in die gesprekken daar wel aspecten van te herkennen.

Er zullen in de Lambertuskerk zeker ook kaarsen hebben gebrand. En wellicht zijn daar de begrippen ‘nederigheid’, ‘medeleven’, ‘zachtmoedigheid’ en ‘zuiverheid’ opnieuw aan de orde geweest, als ‘eenvoudige houdingen van het hart’. Bij de Gortmeule heb ik gisteravond die houdingen op mijn manier mogen ervaren, dankzij de aanwezigheid van de anderen. In alle eenvoud met elkaar.  Met kaarsen die uitgingen en weer werden aangemaakt. 

En… met zelfgebakken vlaai van Fien plus op het eind een oprecht pleidooi voor de zuiverheid van de natuur door Ton. Dus dank daarvoor, en dank aan Marius, Toon, Anja en Pascal en alle anderen die in het avonddonker op die mooie plek bij de Gortmeule hun licht hebben laten schijnen.