Ik heb getwijfeld of ik er opnieuw woorden aan vuil moest maken. Aan de oranje klapstoelen die een tijd terug de openbare ruimte ontsierden. Want ik had er al een keer eerder een korte reactie aan gewijd. Dat ik hoopte dat de opgeklopte berichtgeving over de ‘geheimzinnigheid’ omtrent de stoelen een goed doel zou dienen. Helaas..
Afgelopen dinsdag werd het ‘geheim’ onthuld. Imke Emons van BVNL Horst aan de Maas verklapte met een zelfvoldane glimlach dat haar partij de stoelen had laten vastketenen in de zestien dorpskernen van Horst aan de Maas. Ongevraagd legde ze uit waarom: ‘Omdat die symbool staan voor luisteren’. De orerende toon van de fractievoorzitter leek geen ruimte te bieden voor twijfel.
De ‘luisterstoelen’(?) waren vooral geplaatst omdat haar partij van naam verandert. BVNL wordt BVH. Wybren van Haga had het een jaar geleden al goed gevonden, vertelde Imke. BVH ging wel trouw blijven aan de landelijke BVNL maar wilde daar een lokaal tintje (oranje?) aan gaan geven. En ze vervolgde haar verklaring met een groot aantal algemeenheden die ze kenmerkend vond voor de nieuwbakken BVH. Dat liet ze opnieuw klinken alsof alleen BVH die geformuleerde doelen kon gaan waarmaken. Maar ze waren zo algemeen gesteld dat elke andere partij gedacht moet hebben: hè, maar dat doen wij toch ook?
Zou Imke wat dat betreft in het verleden misschien te weinig naar die andere partijen geluisterd hebben? Enfin… Apropos ‘luisteren’. Met oranje klapstoelen? Ach, het zal er wel allemaal bijhoren. Maar een anti-climax vond ik het wel. Dan heb je in alle zestien kernen van Horst aan de Maas een klapstoel vastgeketend en dan leg je uit dat dat symbolisch is omdat je het belang van elke kern wilt vertegenwoordigen. En dan geef je vervolgens met veel bombarie je partij de nieuwe naam: ‘Belang van Horst aan de Maas’, maar dan afgekort als BVH. Met alleen de H van Horst. Of Hegelsom? Mhm… hoe ‘zit’ het dan ineens met het belang van die andere 14 kernen? Er zijn kerkdorpen in Horst aan de Maas die voor minder hun ongenoegen hebben geuit, over de in hun ogen onterechte bevoordeling van de grootste kern. Of van Hegelsom. Ik weet het niet…
Maar om de actie niet helemaal in het water te laten vallen, stel ik voor dat BVH -als ze de komende raadsperiode zetels halen- vier jaar lang afwisselend plaats neemt op ál hun eigen oranje klapstoelen. Dan zijn ze in ieder geval nog ergens goed voor en hebben ze niet voor niets wekenlang de openbare ruimte van onze mooie gemeente ontsierd.
Ik heb zaterdagavond 24 mei jl. tijdens de Samenloop Horst aan de Maas de kaarsenceremonie gepresenteerd. Tussen 22.00 en 23.00 uur mocht ik onder andere drie mensen kort interviewen. Zij vertelden hoe de ziekte kanker hun leven op de kop had gezet en hoe het hen daarna vergaan was. Korte ervaringsverhalen die indruk maakten. Naast muziek, mocht ik zelf een aantal van mijn gedichten voordragen.
De toeschouwers voor het podium en de wandelaars op het veld hoorden de verhalen, genoten van de muziek en luisterden naar de gedichten. Onder de toeschouwers waren mensen die al gewandeld hadden of die nacht nog gingen wandelen. Tot zondagmiddag 14.00 uur, want dan zouden er 24 wandel-uren op zitten. En elke meter leverde geld op. Geld ten behoeve van onderzoek om kanker te bestrijden.
De kaarsenceremonie begon met het ontsteken van een metalen hartconstructie. Zowel de vlammen als het hart zelf vormden krachtige metaforen voor de strijd tegen kanker. Het hart als symbool voor de emoties die met de ziekte gepaard konden gaan. Het hart dat sprongen van blijdschap kon maken wanneer de ziekte overwonnen werd. Maar ook kon overlopen van verdriet wanneer de ziekte overwon.
Het ontsteken van de zon en daarna de maan, even later tijdens de kaarsenceremonie, accentueerde dat dubbele gevoel. Veel aanwezigen herkenden dat. En het was misschien ook wel de kern van het dialectgedicht ‘Vur iederiën’ dat ik ooit schreef. Ik las het voor aan het begin van de ceremonie.
Vur iederiën
Vur iederiën deen ni mier is ma aaltied oonder ôs…
Vur iederiën din in iën kier inens ma zoonder môs…
Vur iederiën deen is gegaon vur iederiën di bleef bestaon:
Wet daat geej mit iedere traon Waat op oow wange schrieft:
Naat stripke zalt ‘ik halt vaan oow’ Daat is waat aaltied blieft…
En traon die zoë na oonder sluit, zörgt daat dur wer waat moëis opbluit!
Ik zocht verder tussen de gedichten die ik eerder schreef, waarin ik het contrast tussen vreugde en verdriet verwerkt had. Ik vond het gedicht ‘De cirkel is rond’. Ooit ontstaan tijdens mijn werk als ritueelbegeleider.
Ik probeer altijd verhalen en emoties van nabestaanden te vangen in een gedicht. En hoewel die gedichten vaak heel persoonlijk zijn, merk ik dat er eigenlijk altijd ook wel een universele kant aan zit. Want iedereen krijgt ooit met afscheid te maken. En iedereen heeft dan de herinneringen aan betere tijden. Het gedicht ‘De cirkel is rond’ raakt aan dat thema. Een dochter verloor haar moeder. Eigenlijk jaren eerder al, beetje bij beetje, door dementie. Ook dit gedicht heb ik voorgedragen tijdens de kaarsenceremonie.
De cirkel is rond
jij veegde mijn tranen ik poetste de jouwe jij hebt me gedragen ik kon op je bouwen
jij zag ons groeien ik voelde je trots jij liet ons bloeien jij was onze rots
jij was het die troostte jouw stem hoor ik nog jij gaf ons de vrijheid maar was er steeds toch
jij gaf ons je liefde ik mocht van je houden als dochters van moeders ook in tijden van koude
want heel langzaam zag ik je steeds meer verdwijnen en zoals jouw ouders gingen zo gaan nu de mijne
wat blijft is de band die in liefde verbond wat blijft zit in mij, mam de cirkel is rond
En het laatste gedicht dat ik op het eind van de ceremonie voorlas, had ik speciaal voor de gelegenheid geschreven. De titel: Samenloop!
Samenloop
de diagnose wordt gesteld en dan ineens is het een feit een donderslag die met geweld een einde maakt aan zekerheid
je lichaam laat je in de steek al wat er is dat raak je kwijt is het een jaar of maar een week je leven lijkt beperkt in tijd
de dag verandert in een nacht in elke traan proef je het zout maar ondanks alles put je kracht uit iedereen die van je houdt
jouw weg die loop je niet alleen hoe moeilijk elke stap ook is je komt er samen wel doorheen omdat elke stap er eentje is
het vuur wordt met elkaar beleefd in elke vlam brandt iets van hoop dat is wat je de ander geeft dat is de kracht van samenloop
Ook daar was de Mèrthal ooit voor ingericht en de kans is groot dat Henk daar toen ook een rol in de voorbereiding heeft gehad. Henk was namelijk bij heel veel activiteiten betrokken. En niet alleen in de Mèrthal. Van zijn handigheid en technisch inzicht werd heel veel gebruik gemaakt. Henk vond het fijn om iets in die zin te kunnen bijdragen.
Het was druk. Het grote aantal stoelen bleek bij lange na niet genoeg voor het grote aantal aanwezigen. Alles was bezet en rijendik stonden ze rondom statafels om Henk de laatste eer te bewijzen. Op de trompetmuziek van ‘Il Silenzio’ begeleidde de familie Henk naar binnen. Hij kreeg een plek op het podium. Op een klein tafeltje stond zijn eigen trompet en iets verder weg zijn Puch-brommer. Links en rechts van het podium hingen twee grote schermen waar zijn foto op geprojecteerd was. Een mooie foto die zijn broer Jos nog niet zo lang geleden gemaakt had.
Daarna zagen ze foto’s van zichzelf voorbij komen, groot op de twee schermen, samen met opa. Het wakkerde hun emoties nog wat meer aan. Maar bij andere foto’s zag ik gelukkig toch ook zo nu en dan een lach op hun gezichtjes. De muziek onder die eerste fotoserie had Henk zelf nog mee uitgezocht. Met in gedachten zijn ziekteperiode vond hij Rollercoaster van Danny Vera wel een toepasselijk nummer.
Vlak voor aanvang van de dienst viel een van de twee beamers zo nu en dan even uit. Maar bijna meteen daarna kwam het beeld ook weer terug. Een onverklaarbaar technisch mankementje. Op een moment vlak voor aanvang dat het ook niet meer te verhelpen was. Je hoopt er dan het beste van. Maar ook tijdens de eerste fotoserie gebeurde het een paar keer. Mijn ervaring is dat je onverwachte dingen het beste maar gewoon kunt benoemen. En misschien moest het ook wel zo zijn. Het was een mooie gedachte dat juist het telkens snel weer verschijnen van het beeld weleens aan Henk te danken zou kunnen zijn geweest..
Henk is door zijn gezin na de dienst begeleid naar het informele samenzijn in ‘zijn’ Mèrthal. Zijn kleinkinderen liepen heel zorgvuldig met hun brandende kaarsjes achter opa aan. De kaarsjes kregen een plek op de kist van opa, tussen hun eigen met verf gekleurde handen die ze al eerder op de kist hadden gemaakt. De kaarsjes mochten ze houden, vertelde een medewerker van Han-Mark Arendse Uitvaartzorg me. Toen ik hen dat vertelde, terwijl ze lekker van hun broodjes genoten, waren de tranen al wat opgedroogd. De kaarsjes zullen thuis ook nog wel een keer aangaan. En dan zal er nog wel eens een traantje vloeien. Dat mag. Hoe graag je het soms ook anders zou willen, ‘the show must go on’… ondanks de stilte..
Heel veel sterkte voor iedereen die Henk gaat missen.
Naar schatting zo’n 450 mensen kwamen dinsdag 15 april in Maasbree bij elkaar om afscheid te nemen van Tom van den Heuvel. Tom overleed op woensdag 9 april, plotseling, zonder enige vooraankondiging. Hij was pas 44 jaar.
Verslagenheid zag ik. Maar ook troost en steun voor elkaar. En een aanpakkersmentaliteit. Ze hadden al nagedacht over het afscheid, dat zo onherroepelijk op hen afkwam. Er was muziek waar Tom vaak naar luisterde, alleen of samen met hen, thuis of in de auto. Klin had op zijn Insta-pagina op woensdag het overlijden van zijn vader al gemeld. En op de Facebookpagina van Lize las ik hoe zij 9 april duidde als ‘de dag dat alles stil stond’. Honderden reacties bij allebei.
Er werden aan de keukentafel mooie verhalen verteld over Tom. En het werd al snel duidelijk dat het gezin die verhalen tijdens het afscheid op dinsdag 15 april zelf wilde vertellen. Ook meldde Klin dat hij met zijn muziekmaat Frenk bezig was om voor zijn vader een eigen nummer te schrijven. Een nummer waar ook Lize bij betrokken was. Marjolein zou zich gaan buigen over de foto’s die men graag wilde laten zien bij het afscheid. Over en weer werden de taken verdeeld. En nog meer verhalen gingen over tafel.
‘De eerste dagen is Tom nog gewoon hier’, zei Tom’s moeder op enig moment troostend tegen Marjolein. Erik voelde Tom’s aanwezigheid ook. Sterker nog. Hij sprak zelfs nog met hem, vertelde hij. Tom had hem laten weten dat hij ‘in eerste instantie heel erg schrok, maar dat hij zich nu al wat vertrouwder voelde’. ‘Zijn oma is bij hem’, voegde Tom’s moeder er nog aan toe. Hun sensitiviteit zorgde voor een speciale sfeer.
Het was een sfeer die Marjolein emotioneerde. Hoe graag zou zij nu nog met Tom willen spreken. Juist omdat háár laatste contact met Tom woensdagmiddag was geweest via de telefoon. Hij zei dat hij een oplossing had bedacht voor een zakelijke uitdaging. ‘Ik vertel het je later wel’ waren zijn woorden. ‘Later’ was er echter niet meer van gekomen. Klin zag de tranen bij zijn moeder, stond op en sloeg een troostende arm om haar heen.
Thom junior begeleidde me desgevraagd naar de kamer waar Tom opgebaard lag. Daar zag ik voorbeelden van wat in de verhalen al naar voren was gekomen. Zijn liefde voor zijn werk. Foto’s van momenten met zijn gezin. Met Marjolein, Klin en Lize. Lachend en genietend. Indrukwekkend, maar vooral heel stil. We gingen terug naar de keuken. Tom’s moeder vroeg me hoe Tom op me was overgekomen. ‘Vertrouwd’ was het woord dat in me opkwam.
De dagen die volgden kreeg het afscheid steeds meer vorm. Teksten werden geschreven en foto’s werden uitgezocht. Tussen de bedrijven door, want het gezin maakte vooral tijd voor al die mensen die het bericht van zijn overlijden hadden vernomen en verdrietig en vol ongeloof hun medeleven kwamen overbrengen. Tom’s netwerk bleek wijd vertakt. Hij had bij heel veel mensen een snaar geraakt, gewoon door te zijn wie hij was.
Tijdens het afscheid op dinsdag kwam dat allemaal samen. Zijn vader vertelde over zijn jeugd en noemde het voorbeeld dat Tom als zesjarige al voor de vuilniswagen uitging, met zijn eigengemaakte vuilniswagen en zelfgefabriceerde vuilniszakjes. Aan zijn moeder vroeg hij op latere leeftijd wat ze zou zeggen als mensen haar zouden vragen wat haar zoon deed en zij dan moest zeggen dat hij vuilnisman was. Zijn moeder zei hem dat ze zou zeggen dat hij een gelukkige vuilnisman was en dat hij z’n hart moest volgen. En dat deed hij.
Lize, Klin en Marjolein hadden ieder hun eigen verhaal. Zij steunden elkaar bij het vertellen over hun liefde voor Tom. Thom junior stond erbij om Lize extra te steunen. Het muzieknummer van Klin, Lize en Frenk dat volgde, maakte grote indruk. Erik’s broer zat nog vol vragen over het waarom en tussen zijn zinnen hoorde je de verslagenheid. Het was mooi om te zien dat zijn vrouw een arm om hem heen kwam leggen. Ik mocht vervolgens een van de eerste steunbetuigingen voorlezen die het gezin had gekregen. Die was van Martijn, maar het voorlezen daarvan was niet alleen bedoeld als dank voor zijn woorden, maar in zekere zin ook als dank voor al die andere uitingen van steun die het gezin had ontvangen.
Na alle sprekers werden er foto’s op muziek getoond. Tijdens de voorbereiding van die fotoseries was me al opgevallen dat er heel veel foto’s bij waren waar Tom gearmd stond met anderen. Met zijn kinderen, met Marjolein, met zijn ouders, zijn broer, zijn vrienden, zijn collega’s. Het liedje van Neet oet Lottum, ‘Halt mich ens vast’ was daar bijvoorbeeld helemaal passend bij. En ook het beginnummer van de afscheidsbijeenkomst, ‘Hotel California’van de Eagles, was goed gekozen. Niet alleen omdat ze dat nummer vaak samen in de auto luisterden, maar ook door de laatste zin van de tekst: ‘You can check out any time you like, but you can never leave’. Een prachtige metafoor: Je kunt het leven wel los moeten laten op je 44ste, maar je zult nooit weg kunnen gaan uit het geheugen van hen die je achterliet.
Het was een afscheid dat indruk maakte. Bij alle aanwezigen en ook bij mij. Op het eind van de samenkomst noemde ik Thom nog, die Tom van thuis uit op een speciale vrachtwagencombinatie naar Maasbree had gebracht en die Tom ook, samen met de familie, naar het crematorium in Blerick zou rijden. Buiten stond een rij kraanwagens opgesteld van collegabedrijven die Tom met groot materieel hun laatste eer kwamen bewijzen. De takelconstructies gebogen, zoals ook veel mensen in de lange erehaag hun hoofd bogen toen Tom voor het laatst voorbijkwam.
Ik kwam Ger het laatste jaar zo nu en dan tegen, als hij zijn rondje maakte door het centrum van Horst. Bij elke nieuwe ontmoeting zag je het afbrekende effect dat Parkinson op hem had. Waar het aan het begin een nauwelijks opvallende vertraging was, veranderde dat in de loop van een jaar naar een complete afhankelijkheid van een rollator en desondanks toch nog vaak vallen. En toen op het laatst het lezen van boeken en het maken van de puzzels uit de krant niet meer mogelijk bleek door de aantasting van de oogspieren, was voor Ger de maat vol.
Samen met Gertie en hun twee zoons Patrick en Paul had Ger dat scenario al voor zichzelf uitgetekend. Op 18 maart moest het gaan gebeuren. Niet op 17 maart want dan was de nationale feestdag in Ierland, St. Patricksday. Dat wilde Ger zijn Ierse schoondochter Ruth niet aandoen. Dinsdag 18 maart moest het worden. Die dag was ook met de huisarts vastgelegd. Het weekend daaraan voorafgaand werd nog helemaal volgepland met bezoeken van familie en vrienden. Sommigen wisten hoe de vlag erbij hing, anderen schrokken van Ger’s keuze om de regie op relatief korte termijn in eigen hand te nemen.
Het vergt moed om überhaupt die keuze te maken, laat staan om dan de volgende definitieve stap met zoveel zelfbewustheid en berusting te zetten. Ger was er duidelijk in. En standvastig. Op 18 maart, om 14.39 ontving ik van Gertie een appje, waarin ze meldde dat Ger was overleden. Een dag later vertelde Gertie me dat Ger, vóór het definitieve afscheid, nog een laatste keer met het gezin een spelletje wilde doen. Zo geschiedde en deze keer won Ger niet.
Een dag later zat ik met Gertie, Patrick en Paul en hun partners Loes en Ruth, aan tafel om de afscheidsbijeenkomst met hen vorm te geven. Dela Uitvaartzorg was al in een vroeg stadium benaderd en de nodige afspraken en voorbereidingen waren al getroffen. De dienst stond gepland op zaterdag 22 maart. Ger had zelf de muziek uitgezocht die er bij zijn afscheid mocht klinken. Foto’s uit zijn leven kreeg ik diezelfde dag nog en wat me opviel toen ik daar compilaties van maakte op Ger z’n muziek, was de trots in zijn ogen bij opnamen waarbij ook zijn familie in beeld was.
Op de rouwkaart stond een mooie volzin: ‘Je hoeft niet zo sterk te zijn om iets vast te houden, maar je moet heel sterk zijn om iets los te laten’. Gevolgd door drie woorden: ‘In liefde losgelaten’. Slechts drie woorden, die eigenlijk alles zeggen. Je zou in eerste instantie denken dat het de woorden van Gertie, Patrick en Paul zijn. Maar evengoed zouden het de woorden van Ger kunnen zijn. Hoe sterk moest hij zijn? Of zit de kracht vooral in het samenspel? Zelfs vlak voor een afscheid?
De aula van Crematorium Boschhuizen in Venray bleek op dag van het afscheid te klein om het grote aantal aanwezigen te herbergen. Een deel vond noodgedwongen een plek in de ontvangstruimte en een aantal families in het buitenland keek via de livestream mee. Het was al snel duidelijk dat het van te voren ingeschatte aantal gedachtenisprentjes niet voldoende zou zijn. Dat bleek dus ook op het eind. Ger zou zelf die situatie waarschijnlijk hebben afgedaan met de opmerking ‘het is niet anders’.
Het In Memoriam dat Gertie had geschreven en de herinneringen die Patrick en Paul tijdens de dienst deelden, maakten indruk. Temeer omdat Ger zelf die verhalen zondag daarvoor al had gehoord. Net als de verhalen van de buren Ben en Annie en hele goede vrienden Frank en Marlie. Ik had op die zondag ook het gedicht klaar, waarmee ik als ritueelbegeleider normaal gesproken een afscheidsbijeenkomst besluit. Ook dat heeft Ger zelf nog gehoord, toen Gertie het aan hem voorlas.
Mijn ingeving om deze column te beginnen met de titel ‘Het afscheid van Jens’, kon ik eigenlijk meteen onderdrukken. Natuurlijk namen we afscheid van Jens op donderdag 9 januari 2025. Maar het was veel meer dan dat en het begon al dagen eerder bij de eerste ontmoeting met zijn familie.
Jens was pas zeventien jaar. Zijn rouwkaart begon met prachtige volzinnen: Je ogen, je lach, je licht voor anderen, de schaduw in jou die niemand zag. Alles is anders zonder jou.
Er stonden meer dan tien auto’s bij hun huis toen ik er mijn auto op de afgesproken tijd parkeerde. Er kwamen wat mensen naar buiten die de deur voor me open hielden. Binnen zag ik mensen in een kamer bij een gesloten blankhouten kist staan. Over de kist waren sjaals gedrapeerd van PSV en Borussia Mönchengladbach. Hier en daar was er wat op de kist geschreven. Rondom de kist was men vooral stil. Het voelde koud op de kamer. Het verdriet was er zichtbaar en voelbaar. De moeder van Jens kwam naar me toe. Doffe pijn zag ik in haar ogen.
Ze wist dat ik zou komen, zei ze, terwijl ik haar wat onbeholpen condoleerde.. Wat zeg je tegen een moeder die haar zoon een dag eerder in een gesloten kist thuis gebracht zag worden… Samen liepen we de keuken in. Ook daar veel mensen. Sommigen stonden op het punt van vertrekken. Jens z’n vader was bij hen. Ook hem kon ik condoleren. En Gerry Schers was er nog. In haar ogen zag ik de emotie en tegelijk voelde ik dat uit haar handelen een kordaatheid sprak die nodig was in deze situatie. Al twee dagen was zij de familie tot steun en ook een dag later zou ze er weer zijn. Met die belofte ging ze naar huis.
Aan de keukentafel zat een zus van vader aan een laptop. In de huiskamer waren anderen bezig om het adressenbestand voor de rouwkaarten op orde te brengen. Een andere zus van vader leek die acties te coördineren. Uiteindelijk zaten we met z’n allen aan de keukentafel. De vader en moeder van Jens, de zus van Jens met haar vriend, de oma van Jens en de twee zussen van vader. Op de tafel stond een grote foto van Jens in een lijst. Nu moest ik wat gaan zeggen. Gaan uitleggen wat ik mogelijk zou kunnen betekenen. Maar het enige dat ik kon uitbrengen, was dat ik nog nooit in zo’n situatie had gezeten. Overrompeld door het verdriet dat ik bij iedereen zag en voelde. Mijn tranen vloeiden ook.
Een dag later opnieuw veel auto’s. En weer veel mensen, maar nu met een duidelijke taak, leek het. Binnen zaten een tiental vrienden van Jens. Ook bij hen verslagenheid. Tegelijk bleek er een grote eensgezindheid toen hen werd gevraagd of ze hun vriend zouden willen begeleiden op de dag van het afscheid. Ik heb hen kort gesproken over de muziek waar Jens naar luisterde. Een van hen stond desgevraagd meteen op om mijn visitekaartje in ontvangst te nemen. Hij zou me de titels mailen. Toen ze vertrokken, wensten zij een voor een met een knuffel de vader en moeder van Jens en zijn zus sterkte. Een vriend verliezen en er dan zó voor het gezin en voor elkaar kunnen zijn. Vanuit onmacht en onbegrip er toch wÃllen zijn. Het was een indrukwekkend gezicht.
Er gebeurde in een paar dagen ontzettend veel ter voorbereiding van een onvoorstelbaar mooi afscheid. Toch voelde al die inzet ook soms wat dubbel. Juist omdat het ontzettende en onvoorstelbare gebeurd was. Hoe fijn zou het zijn, vroegen zijn ouders en zijn zus zich herhaaldelijk af, als al die maatregelen voor het afscheid niet nodig zouden zijn… en dan tegelijk het besef dat je het zo mooi mogelijk wil laten zijn. Voor Jens.
Het werd die donderdag van het afscheid heel erg druk. Het grote aantal stoelen en zitplaatsen aan statafels bleek bij lange na niet genoeg. De mensen die stonden, zagen als eerste hoe de vrienden Jens naar binnen begeleidden. Dat gebeurde op snoeiharde muziek van de Red Hot Chili Peppers. ‘Can’t stop’ was de veelzeggende titel. Veelzeggend, omdat Jens die muziek ooit had aangeraden aan zijn zus die voor een paardenwedstrijd (concours?) een stevig entreenummer zocht. ‘Dat is pas een goeie binnenkomer’, had Jens gezegd. En een stevige binnenkomer was het.
Na het welkom aan alle aanwezigen, volgden er indrukwekkende woorden van mensen die heel dicht bij Jens stonden. Zijn oma, zijn zus, zijn ouders. Zijn neef en zijn tante, zijn mentor van het Willebrordcollege en zijn begeleider van de voetbalclub. Zijn vrienden. Iedereen belichtte een ander aspect uit het leven van Jens. Tussendoor waren de foto’s te zien die de woorden bevestigden. Op het eind namen alle aanwezigen persoonlijk afscheid van Jens. Een indrukwekkend lange stoet, die maar niet leek te stoppen.
Uiteindelijk bleven alle genodigden over, om op een informele manier Jens nog extra te gedenken. Midden in de loods kreeg Jens een plekje. De catering zorgde dat niemand iets te kort kwam. Op enig moment zou er een toost op Jens worden aangekondigd en tot die tijd werden er nog veel herinneringen opgehaald. Op het moment van de toost, viel de stroom uit. Bijna niemand merkte dat op, ware het niet dat de microfoon die ik vast had om de toost in te leiden, het ook niet meer deed. Maar misschien was dat juist wel mooier. Een streek van Jens op het goede moment? Hoe dan ook, we hebben op hem getoost, al had niet iedereen door de drukte op dat moment een drankje. Zijn vrienden wel, zag ik vanuit mijn ooghoeken. Goed volgetapte glazen bier. Jens zou er trots op zijn geweest.
En toch.. Het definitieve afscheid van Jens kwam steeds dichterbij. Alle aanwezigen vormden buiten op straat een erehaag. Opnieuw onder begeleiding van zijn vrienden verliet Jens in de rouwauto het huis waar hij zeventien jaar en nog wat maanden gewoond en geleefd had. Zijn ouders en zijn zus liepen achter hem aan. Zijn vader had het paard Cayenne aan de teugel. Dezelfde trots en waardigheid, als die ik op de eerste twee foto’s op de rouwkaart had gezien, zag ik symbolisch terug in Cayenne. Op het einde van de straat gaf zijn vader Cayenne over aan een goede vriend, die met Cayenne door de wei terugliep naar de stal. Jens en de familie reden door naar het crematorium. Maar met Cayenne bleef er ook een belangrijk deel van Jens thuis. Trots, sterk en waardig, net als Jens. Met schaduwen die op het eind niemand zag, waarschijnlijk omdat hij zelf niet wilde dat iemand die zag…
Het gedicht hieronder heb ik voor de familie gemaakt. Ik heb het voorgelezen op het einde van de afscheidsdienst. De laatste regels met trillende stem. De ontmoeting met Jens en zijn familie was ook een ontmoeting met mezelf en mijn emoties. Ik voelde me verbonden. Door Jens. Hij was een verbinder. Verbonden met iedereen, maar niet met zijn schaduwen. De schaduwen die niemand zag…
Jens,
al pak je miljoen ballen die laatste bal die leven heet die moest je laten vallen
niet aan zien komen onvoorstelbaar hard ongehoord en niet gezien
die laatste bal die levens tart onhoudbaar zelfs misschien?
omdat, wát jij ook wilde je steeds niet pakken kon?
Het is alweer even geleden dat ik iets op mijn website heb gezet. Om precies te zijn op 2 november vorig jaar. ‘Lichtjesavond’ was de titel. Zojuist nog even teruggelezen. Sinds die laatste column heb ik mijn tijd mogen besteden aan het voorbereiden en begeleiden van een aantal indrukwekkende afscheidsdiensten. En in december vorig jaar, rond Kerst, heb ik samen met Marion Vervoort en Egbert Derix, viermaal onze voorstelling ‘Voor Kerst’ mogen brengen. Met veel voldoening kijk ik daar op terug, zowel op de voorstellingen als op de afscheidsdiensten die ik mocht begeleiden.
Dat ik op 1 mei vorig jaar mijn vaste baan bij de gemeente Horst aan de Maas heb opgezegd, daar heb ik nog geen dag spijt van gehad. In het begin was het even zoeken naar structuur, om te concluderen dat die er eigenlijk helemaal niet meer hoefde te zijn. Mijn voormalige werk bij team communicatie van de gemeente vulde ik sinds corona al veelal thuis in. Hybride werken heette dat: deels thuis en deels op kantoor. Elke ochtend van mijn 4-daagse werkweek logde ik van thuis uit in, om met mijn collega’s het nieuws van een dag eerder te duiden. Soms, als ik nu ‘s ochtends de krant lees, denk ik wel eens, dat ik eigenlijk die van gisteren moet pakken (grapje, (ex)collega’s!).
Ik vul mijn tijd nu met wat er op mijn pad komt. Dat zijn met een zekere regelmaat telefoontjes van uitvaartondernemers die me vragen of ik de familie van een overledene wil begeleiden om de afscheidsdienst samen met hen vorm te geven. Het komt ook voor dat ik met iemand die weet dat hij/zij binnen een bepaalde tijd komt te overlijden, samen zijn of haar afscheid bespreek. Ik voel me bevoorrecht dat ik dat mag doen en dat ik daar iets in mag betekenen.
Ik heb er weleens over nagedacht, wat dat precies is. Waarom wil ik, samen met de familie of met degene die gaat overlijden, woorden geven aan het verdriet van dat moment. Ik heb daar niet meteen een kant en klaar antwoord op, maar het heeft zeker te maken met de puurheid van de emoties. De echtheid ervan. Een eerste gesprek met de familie gaat over de realiteit van iets onoverkomelijks. De dagen die volgen gebeuren er dingen die er werkelijk toe doen, hoe onwerkelijk ze soms ook door nabestaanden worden ervaren.
Ik herinner me dat toen mijn vader overleed, ik het een dag later aan een broer van hem moest gaan vertellen. Ome Jan was mijn peetoom en hij woonde in een appartement, boven wat toen nog Modehuis Frans Theelen was. Toen ik daar aan wilde bellen, kwam aan de andere kant van de weg een hele klas kinderen van de Doolgaardschool voorbij, hand in hand, kwetterend en lachend. Dat beeld van die kinderen voelde onwerkelijk en tegelijk ook troostend. Ik weet nog dat ik heel bewust dacht: ‘goh, kijk, het leven gaat gewoon door’.
Bijvoorbeeld dat ik opnieuw een voorstelling en een podcast mag maken met Marion en Egbert. Dat is een hele prettige tijdsinvestering! Al iets voorbij zien komen over ‘Haar naam is Hanna’? Nee? Dan komt dat nog wel. Of anders even googlen. Dan kom je al snel op de site van ‘t Gasthoês, waar de voorstelling op 18 mei ‘s middags te zien zal zijn. Trouwens, in ‘t Gasthoês heb ik ook weleens afscheidsdiensten mogen begeleiden. Soms komen dingen samen en dat moet het zo zijn.. Dank voor het lezen.
Toen ik 1 november om ongeveer 18.30 uur thuis vertrok om naar Landgoed de Gortmeule te fietsen, hoorde ik de klokken van de Lambertuskerk luiden. De mis voor Allerheiligen begon. Toevallig had ik de aankondiging daarvoor gelezen in een facebookpost van deken Wilson Varela. Hij schreef daarin een mooie inleiding, waarin hij het onder andere had over de ‘eenvoudige houdingen van het hart: nederigheid, medeleven, zachtmoedigheid en zuiverheid.’
Bij het klokgelui in de donkere avond, op weg naar de Gortmeule, schoot me nog een gedeelte van zijn inleiding te binnen. Er stond nog iets van ‘We eren hen die ons zijn voorgegaan..’. Ik moest daaraan denken, op weg naar de Lichtjesavond. De avond was georganiseerd door Lotgenotenhorst.nl en Synthese en was bedoeld om nabestaanden samen hun geliefden te laten herdenken. Boven verwachting hadden zich meer dan twintig personen aangemeld.
Marius Janssen had me gevraagd om een bijdrage aan de avond te leveren. Hij en Toon Emonts zijn de dragende krachten van Lotgenotenhorst.nl. Wat zij doen, beschrijven ze prachtig op de homepage van hun site: ‘Fijn om er voor elkaar te zijn. Als vóór je kijken je bang maakt en als achter je kijken je triest maakt, kijk dan naast je, daar staan wij’. Die mooie volzin vertalen zij in het organiseren van wandelingen, groepsgesprekken en andere activiteiten, waarin het woord ‘samen’ steeds de rode draad vormt.
Zo ook de Lichtjesavond. Deze keer dus samen met Synthese, in de persoon van Anja Damhuis. Wat me deed besluiten om meteen ‘ja’ te zeggen, toen Marius me vroeg, was een onderdeel van hun programma, waarbij men naar de eeuwenoude eik zou wandelen. Of ik daar dan, als ik dat wilde, een korte tekst of een gedicht wilde voordragen. De eik. Geen onbekende plek voor mij. Bij daglicht, realiseerde ik me. Maar nu dus in de avond, met lichtjes. Ja, daar wilde ik graag mijn bijdrage aan leveren.
En dus fietste ik gisteravond in de wat waterkoude donkere avondlucht naar de Gortmeule. Benieuwd naar hoe de avond zou gaan verlopen. Ter plekke trof ik Toon en Anja, en Pascal, de uitbater van de Gortmeule, buiten bij een knapperend houtvuurtje. Binnen zaten de eerste gasten al bij het warme haardvuur. Toen iedereen er was, gaf Anja uitleg over het programma van de avond.
Bij het vuurtje buiten kon iedereen een kaars aanmaken en de naam noemen van degene voor wie het lichtje bedoeld was. Daarna trok de stoet langzaam, met de kaarsen, in stilte naar de eik. Langs het pad had Pascal sfeervol lichtpotten neergezet ter markering. Onderweg bleven niet alle persoonlijke kaarsjes branden. Voor sommigen leek dat een kleine tegenvaller, maar ik dacht aan het gedicht dat ik voor de gelegenheid gemaakt had en vond het eigenlijk wel toepasselijk dat er wat kaarsen uitwaaiden…
Lichtjesavond…
wat nooit echt went wordt samen waar die eerste pas, het samen doen
het wordt herkend je ziet elkaar hoe dat het was, ‘t gevoel van toen
het pad gelopen, naar de eik die boven kruis en bankje waakt
je mag weer hopen als je kijkt naar alle stappen die je maakt
voor al wat jou ooit overkwam en misschien nooit zal overgaan
Dit gedicht heb ik bij de eik voorgedragen. Voor een groep mensen met brandende en niet brandende kaarsen. En juist daardoor kreeg het gedicht nog meer de betekenis die ik er een paar dagen eerder in had gevoeld. In alle nederigheid accepteerde ik dat toeval. Ik hoopte dat het medeleven bij de aanwezigen over was gekomen. Daarna heb ik binnen bij de warme kachel nog met verschillende mensen gesproken. Voor zover ik zuiverheid en zachtmoedigheid kan definiëren, meende ik in die gesprekken daar wel aspecten van te herkennen.
Er zullen in de Lambertuskerk zeker ook kaarsen hebben gebrand. En wellicht zijn daar de begrippen ‘nederigheid’, ‘medeleven’, ‘zachtmoedigheid’ en ‘zuiverheid’ opnieuw aan de orde geweest, als ‘eenvoudige houdingen van het hart’. Bij de Gortmeule heb ik gisteravond die houdingen op mijn manier mogen ervaren, dankzij de aanwezigheid van de anderen. In alle eenvoud met elkaar. Met kaarsen die uitgingen en weer werden aangemaakt.
En… met zelfgebakken vlaai van Fien plus op het eind een oprecht pleidooi voor de zuiverheid van de natuur door Ton. Dus dank daarvoor, en dank aan Marius, Toon, Anja en Pascal en alle anderen die in het avonddonker op die mooie plek bij de Gortmeule hun licht hebben laten schijnen.
Het is ondertussen 8 jaar geleden dat mijn zus een van de eerste gasten was van het toen net geopende hospice Doevenbos. Ze verbleef er maar twee dagen. Twee dagen die ik me nog heel goed kan herinneren. Het was een wat grijze dag in mei toen we samen vanuit haar kamer naar buiten keken. Er slingerde een pad van rode stenen door het pas ingezaaide grasveld. In die groene waas van het opkomend gras stonden de machtige kastanjebomen, zacht wuivend in de wind.
De laatste maanden van haar leven spraken we er weleens over. Ze geloofde dat ze onze ouders weer terug zou zien, als het zover zou zijn. Ik hoopte dat met haar mee. Nu, in haar kamer in het hospice, kwam dat moment steeds dichterbij. Daaraan dacht ik, toen we samen, net aangekomen in het hospice, naar buiten keken. Ik dacht aan het op handen zijnde en niet te vermijden afscheid dat zich in deze kamer zou gaan voltrekken. En zij, zij zag regendruppels vallen op de stenen.
Zou zij in die regendruppels nog iets anders hebben gezien? Iets anders hebben gevoeld? Zou het haar kracht hebben gegeven, dat ze haar vader en moeder in haar hart had bewaard? Dat haar herinneringen aan onze ouders en de overtuiging dat ze die terug ging zien, sterker waren dan de onzekerheid van het naderende einde? Waardoor zelfs regendruppels meer aandacht konden krijgen dan haar afnemende gezondheid. En al was het een momentopname, haar hart leek er even heel vol van te zijn: Het regent…
Helaas ging de aftakeling door haar ziekte vervolgens zo snel dat ze de wind niet meer door de kastanjebomen heeft zien waaien. Geen regendruppels meer op de stenen heeft zien vallen. Misschien heeft ze dat nog wel gehoord. Of heeft ze er -palliatief gesedeerd- nog over gedroomd. Over de regen, over de zon, over haar ouders. Ik hoop het voor haar.
Mijn zus had onze ouders in haar hart bewaard. Het gaf haar kracht tijdens haar laatste dagen in ons midden. En ondanks dat we met pijn in ons hart afscheid moesten nemen van haar, heeft ze mij ook doen realiseren dat wat je in je hart bewaard, je ook kracht kan geven. De kracht om toch nog regendruppels te kunnen zien, zelfs als alles uitzichtloos is.
Vandaag is ‘hart’ gekozen als thema voor deze bijeenkomst. Lucie heeft daar al mooie woorden aan gewijd.
Als je afscheid moet nemen van iemand die je lief is, dan raakt je dat in je hart. Het is een gevoel dat je alleen maar herkent als je het daadwerkelijk hebt meegemaakt. Het ging je aan het hart om je dierbare in de laatste levensfase langzaam te moeten loslaten. Met heel je hart heb je hem of haar in die periode misschien nog wel begeleid. Mogelijk was je er zelfs bij toen de laatste ademzucht het moment markeerde dat het hart stopte met kloppen.
Met pijn in het hart heb je misschien de laatste woorden gewisseld. En als je die woorden niet meer hebt kunnen wisselen, omdat het afscheid jou en iedereen die achterbleef heeft overvallen, dan benadrukt de gedwongen stilte de pijn in het hart nog eens extra. Met je hoofd kun je het onvermijdelijke nog wel beredeneren, maar je hart beredeneert niet. Je hart voelt.
Om die reden wordt van het hart gezegd, dat daar het gevoel huist. Bij een afscheid zijn dat gevoelens van verdriet. Woorden als ‘hartepijn’, ‘hartzeer’ of ‘hartverscheurend’ proberen dat gevoel te omschrijven maar meestal schieten die woorden te kort. Sommige emoties laten zich nu eenmaal heel moeilijk in woorden vangen.
Want tegelijk is het hart ook de plek waar gevoelens van geluk worden ervaren. Tegenover ‘pijn in het hart’ staat dat het ‘hart kan overstromen van geluk’. Een hart dat op enig moment ‘pijnlijk geraakt wordt’ is in staat om op andere momenten toch weer ‘een sprongetje van blijdschap’ te maken. Diep in je hart is er een plek waar de herinneringen aan je dierbare worden bewaard. Hoe diep je ook in je hart geraakt was bij zijn of haar afscheid: de herinneringen blijven levend.
Met de hand op mijn hart kan ik uit eigen ervaring vertellen dat een afscheid pas echt een afscheid is, als er in het hart geen plaats meer is voor herinneringen. Mijn herinneringen aan mijn zus houden haar in leven, ze heeft een plekje in mijn hart, dicht bij mijn vader en moeder. Ze zijn er niet meer en toch blijven ze bestaan. Elke dag na die ene dag. Acht jaar geleden bij mijn zus en nog veel langer geleden wat mijn ouders betreft. En ik weet nu: hoe moeilijk het gisteren ook was, vandaag wordt hoe dan ook beter. Zelfs als het dan regent, kun je daar met heel je hart van genieten.