Vijftig liter potgrond in Oeganda

Vijf euro voor een zak potgrond van Jong Nederland Horst. Als ik er drie had gekocht, dan had het me slechts 13 euro gekost. Geen geld. Tenminste, in symbolische zin. En in die stemming was ik vanmiddag, toen de bel ging en er een welp van Jong Nederland zijn ingestudeerde verhaaltje afstak. Heet dat trouwens welp, vraag ik me af, terwijl ik het opschrijf? Afijn. Hij stelde zich voor als iemand van Jong Nederland, terwijl ik, over hem heen kijkend iemand van de Jong Nederland-leiding zag aanbellen bij de buren. In de tijd dat de welp voor mij één zak ging ophalen, hoorde ik de buurvrouw zeggen dat ze geen zak nodig had. Ze werd vriendelijk bedankt en toen kwam de welp al terug om mijn zak te brengen. 50 liter potgrond. Die heb ik op dezelfde plek laten neerzetten, waar ik door een andere welp vorig jaar ook een zak potgrond heb laten neerzetten: tegen de schutting van onze fietsenstalling. Vorig jaar stond die zak er zo lang, dat menigeen maandenlang gedacht moet hebben dat we de zak vergeten waren. Met andere woorden, het leek alsof we er niks mee konden en 50 liter potgrond voor nop hadden ingekocht. Ook vandaag schoot dat beeld even door mijn hoofd, toen ik vijf euro in de handen stopte van die welp van Jong Nederland. Ik stelde me mijn hoofdschuddende vrouw al voor, die opnieuw bevestigd zou worden in haar vermoeden dat ik dit soort plaatselijke initiatieven aan de deur maar heel moeilijk kan weigeren. Het zij zo. Want wat is vijf euro, als de waarde ervan, opnieuw symbolisch gezien, vele malen hoger is. Hoe zo, vraagt u zich af?

Ik zal het proberen uit te leggen. Mijn stemming tijdens de koop was een beetje gekleurd door een actie van mijn zoon van veertien, gisteravond laat. Hij had via YouTube de Kony 2012 film bekeken. De oproep daarin om de boodschap te verspreiden had hij ter harte genomen, en om een paar minuten voor middernacht kreeg ik een mail van hem met een link naar de film. ‘Neem aub de tijd’, schreef hij in zijn mail, ‘om deze film te bekijken’. De film was bedoeld om uiteindelijk de tiran Joseph Kony op te laten pakken, die al twintig jaar ongestraft zijn gang kon gaan in Oeganda. Vanmorgen heb ik samen met hem die film van een half uur bekeken. Indrukwekkende beelden. De visualisatie van twee partijen in een geanimeerd logo van een olifant en een ezel, die in elkaar geschoven, samen het beeld vormden van een vredesduif. Een mooie boodschap. Versterkt door de strak geregisseerde beelden van de film, waar de filmmaker ook zijn eigen jonge zoon onderdeel van had gemaakt. Het was een indrukwekkend half uurtje, samen met mijn eigen zoon.

En dan vallen, zoals zo vaak, dingen samen. In de Limburger een artikel over de actie rondom Kony, waarin Oegandezen hun twijfels uitspreken over de internet-aandacht. In de Volkskrant een ander artikel waar juist de impact van de wereldwijde actie wordt onderstreept. In een week tijd meer dan 60 miljoen kijkers, dat is niet niks. Volgens het artikel een voorbeeld hoe de wereld, in het digitale tijdperk, aan het veranderen is. Later op de middag wat tweets, onder andere van Jelle Corstius. Hij twittert naar aanleiding van een artikel in de Newyork Times: ‘probleem met anti-Kony campagne is dat het conflict al voorbij is, er geen kindsoldaten meer zijn en dat Kony niet meer in Oeganda is’. Hij citeert verder een Oegandese journalist die de film ziet “als de zoveelste  poging van een buitenstaander die probeert een held te zijn door het redden van Afrikaanse kinderen”.

Tja, opnieuw twee kanten aan één medaille. Waar kies je voor? Waar gaat het om? Wie heeft gelijk? Vragen, waarvan ik u het antwoord schuldig blijf, maar die nodig zijn om u even mee te nemen in mijn stemming ten tijde van de koop van 50 liter potgrond. Weet u nog? Daar was het om begonnen…

U kunt het geloven of niet, maar achteraf heb ik de koop gerechtvaardigd met de symboliek van zaaien en oogsten. Als je niet zaait, kun je ook niet oogsten. En andersom, als je niet wil oogsten –en dat mag uiteraard- dan hoef je ook niet te zaaien. Door 5 euro te zaaien, kan Jong Nederland blijven oogsten. Hele platte symboliek, ik geef het toe, maar het kan ook dieper. Goede grond hebben om iets goed te kunnen laten groeien. Die symboliek zit al in 1 liter potgrond, laat staan in vijftig! Een boodschap overbrengen die in een week tijd 60 miljoen mensen bereikt, dat is, om maar in stijl te blijven, geen zaad op de rotsen. En net zo goed hou je dan nog miljarden mensen over, waar het zaadje niet zal ontkiemen. Betekent dat, dat je dus niet moet zaaien? Nee. Integendeel. Iets groeit ook als je er geen weet van hebt. En het groeit goed, als er een goede voedingsbodem is. Wat er vervolgens met de oogst gebeurd, is vraag twee. Onze zak potgrond zal wel weer maanden blijven staan tegen de schutting. 50 liter overbodigheid. Maar wel met potentie. Er zit groeikracht in, ook als we er niks mee doen.

De mail gisteravond van mijn zoon naar mij, is tegelijkertijd naar een vijftigtal anderen uit zijn contactpersonenlijst gegaan. Als er daarvan maar tien de boodschap doorsturen, dan groeit het verhaal verder. Met heel veel kracht naar één stem: een stem die zegt dat we met z’n allen één zijn, als we dat willen. Als we de wil hebben om het te laten zien. Door een mail door te sturen, door zelf actie te ondernemen, door een zaadje te planten. In symbolische zin, in cyberspace, maar ook in real life. Als het moet in 50 liter potgrond. Maar groeien zál het!

Zanger Rinus en Romana

Waarschuwing. Klik niet op een link met als omschrijving ‘Kersthit van Zanger Rinus’. De link bevat namelijk de kersthit van Zanger Rinus.

Twee regels tekst, 117 tekens, en dus perfect passend op Twitter. Ik las het bericht vanmiddag en moest er stevig om lachen. Ik ken de kersthit van Rinus niet, maar deze in twee zinnen gevangen antireclame had alles in zich. Kort, pakkend, een fikse portie humor en enorm veel inhoud. Inhoud die niet alleen afhankelijk is van het wel of niet kennen van de kersthit. Het andere repertoire van Rinus draagt ook bij. Ik heb ooit een youtube-filmpje gezien van het lied: ‘Met Romana op de scooter’. Behalve Rinus schittert in dat filmpje ook Romana. Ze is dansend aanwezig en dat is knap omdat talent volledig áfwezig is.

En toch, het is vermaak in meer dan één betekenis. Allereerst vermaken Rinus en Romana zich zelf. Ik heb vanmiddag ook een interview bekeken van hen beiden, en met dat plezier zit het wel snor. Het vermaak gaat echter verder. Er zíjn mensen die van deze muziek houden. Rinus komt uit Drachten en daar heeft hij wel eens 1200 euro voor een optreden in een disco gekregen, vertelde hij na een kort en pijnlijk twijfelmoment openhartig aan de interviewer. Ik verwacht dat de discotheekeigenaar voor dat bedrag ook Romana er bij kreeg en dan is het dus echt een schijntje. Het aantal hits op YouTube voor Rinus en Romana loopt namelijk in de miljoenen. Echt waar! ‘Verliefd op het meisje van de oliebollenkraam’ is 1.083.432 keer bekeken, terwijl het nummer ‘Jij mag eerder rijden’ met 958.963 héél hard op weg is naar de miljoen. En bij die aantallen heb ik nog niet die twee keer meegerekend, die ik vanmiddag heb gekeken.

Alom vermaak dus en dat gaat zelfs verder dan het artistieke. Neem de commentaren op Rinus en Romana en op hun liedjes. Het lijkt wel alsof miljoenen er een hobby bij hebben. Commentaar geven via social media. De reacties variëren –en dan zeg ik het heel netjes- tussen aan de ene kant ‘afbreken tot aan de enkels’ en aan de andere kant ‘de hemel in prijzen (en dan niet letterlijk bedoeld). Wat te denken van de reactie die vanmiddag om 13.00 uur werd weggeschreven: ‘Ik krijg een bloedneus van die muziek’. Of een paar dagen geleden deze creatieve: ‘en daarom mag iemand zijn kind geen Rinus noemen’. Geniale reacties, die je uiteraard niet al te letterlijk moet nemen. Maar waar ligt de grens?

Minder ludiek is al het hijgerige hyena- en aasgiercommentaar. Wat opvalt is dat het vaak misselijkmakende commentaar al heel snel niet meer over het liedje van Rinus lijkt te gaan. De reagluurders draaien en kronkelen binnen de kortste keren als pieren in een potje, zuur om elkáár heen en proberen aldoende elkáár te overtreffen in zowel dom- als grofheid. Dat is vermaak van een hele andere orde. Miljoenen beleven er plezier aan, dus wie ben ik dan om dat te veroordelen?

We zijn een volk van onbehagen, lees ik al maanden in de krant. Ook vandaag weer vertelt filosoof Govert Derix erover. Opvallende zin in dit verband: ‘de eigenlijke crisis van onze tijd is dat de manieren om het onbehagen onder bedwang te houden steeds minder goed functioneren’. Gebrek aan impulsbeheersing en een toename van frustratie beschrijft Derix. Zie hier het mengsel, waarmee voor een deel het succes van Rinus en Romana verklaard wordt, maar ook de negatieve reacties op zoiets onschuldigs als ‘kiele, kiele, kiele, een auto heeft vier wielen’.

Ach, ik ben in een milde bui. Vooralsnog van dit alles de humor maar inzien en vooral blijven focussen op waar het eigenlijk, in de kern, om gaat. Want hoeveel plaatsvervangende schaamte je ook voelt bij een filmpje van een buikdansende Romana, er valt ook wat te zeggen van de serieuze inzet en de puurheid van haar aanwezigheid. Het enthousiasme van Rinus. De overtuiging in zijn stem. De ritmische (jawel) knikjes van zijn hoofd op de muziek. Zijn zuivere bedoelingen. Zeker bij aanvang van zijn zangcarriëre leken die tenminste zuiver. Z’n bedoelingen hè, ik heb het niet over zijn stem…

Als ik nog een keer naar Romana op de scooter kijk (óp naar de miljoen!) dan is het er opnieuw. Weer dat plaatsvervangend gevoel van schaamte. Wat… ís… het… slecht…. Terwijl tegelijk de miljoenen medegluurders, waar ik er één van ben, geen haar beter zijn. Plaatsvervangende schaamte, die veel meer zegt van mij en al die anderen, dan van Rinus en Romana. Want een auto heeft toch gewoon vier wielen? Nou dan? En je hoeft toch niet te kijken? Het is kiele, kiele, kiele, maar het moet kunnen… Rinus rules, Romana rocks…!