Germa’s vastenaovend…

Fred, Laura en Germa

Ik heb het gedicht ‘Germa en Fred’ voorgelezen, zoals ik Germa beloofd had. Voorgelezen op vrijdagavond 6 februari 2026, tijdens de presentatie van carnavalskrant de Klos. Het gedicht schreef ik op 7 december 2025 voor haar, met het voornemen om het in de Klos te laten publiceren. Dat voornemen en het gedicht heb ik haar geappt. Bijna per kerende post kreeg ik een appje terug, dat me ontroerde: ‘Geert, het is prachtig! Ik ben je zo dankbaar, zo ben ik er toch nog een beetje bij..’. Fred, haar partner, stuurde me een filmpje waarin Germa het gedicht zelf voorlas aan haar vriendin Laura. Ook bij het bekijken van dat filmpje voelde ik weer tranen prikken..

‘Dan ben ik er toch een beetje bij’.. Germa bedoelde de komende carnaval, waarvan ze wist dat ze dat feest niet meer zou halen. De eerste chemokuur om haar maagkanker en uitzaaiingen te bedwingen had niet het gewenste effect opgeleverd. Integendeel, ze was er eigenlijk alleen maar zieker van geworden. Toen de artsen een tweede chemokuur voorstelden, die enkel levensverlengend zou kunnen zijn, besloot Germa voor kwaliteit van leven te gaan inplaats voor kwantiteit. 

Vanaf dat moment pakte Germa de regie op de tijd die haar nog restte. Ze legde contact met Bob Noten Uitvaartverzorging en maakte afspraken met haar huisarts. Ik sprak Germa en Fred voor het eerst op 2 december vorig jaar, nadat Astrid van Rens, medewerker van Bob Noten, mij daarvoor benaderd had. ‘Ze kent jou’, had Astrid gezegd, ‘van het trommelen met carnaval’. Mijn vermoeden om wie het zou gaan werd bevestigd, toen ik Germa zag. Elke carnaval was er wel een moment dat we elkaar tegenkwamen. Zij kwam dan steevast vragen of ze even mocht trommelen. Vorige carnaval bleek de laatste keer te zijn geweest.

Germa had haar afscheidsdienst op papier al helemaal uitgewerkt. Haar levensverhaal had ze op twee manieren uitgeschreven. Puntsgewijs en als een lopend verhaal. De foto’s die ze graag getoond wilde hebben bij haar afscheid had ze al uitgezocht. De muziek die ze mooi vond, stond op een memorystick. Ze vertelde over haar wensen, staande en af en toe lopend, zichzelf enigszins ondersteunend aan een verrijdbare morfinestandaard. In overleg met Fred en haar huisarts werd een definitieve datum bepaald, waarop Germa haar lijden beëindigd wilde zien. Omdat ze geen afscheid wilde nemen op de verjaardag van Fred werd die datum over een weekend heen getild. Maar of ze die datum zou gaan halen, was nog maar de vraag. Germa leek het antwoord te kennen. Zij had de regie. 

Ik was onder de indruk van haar geestelijke kracht. Lichamelijk had ze heel weinig meer bij te zetten. Zitten was moeilijk en dankzij de morfine kon de pijn draaglijk worden gehouden. Maar tot op zekere hoogte, want ze wilde helder genoeg blijven om alles te regelen, wat ze graag nog zelf wilde regelen. Ze vroeg me of ik van al haar verzamelde voorwerk één geheel kon maken. Ik vertelde haar over mijn werkwijze en dat ik dat zeker voor haar kon doen. Ook noemde ik het gedicht, als een persoonlijke noot waarmee ik afscheidsdiensten meestal besloot. Dat zou ze heel fijn vinden, vertelde ze me.

Ik ben diezelfde avond aan de slag gegaan, wetende dat haar gezondheid heel broos was. Ik wist ook dat ze nog wel heel graag de complete inhoud van haar afscheidsdienst zelf wilde kennen. Allereerst zette ik de door haar uitgekozen foto’s samen met haar muziek in een vijftal presentaties. Een dag later hebben we die samen bekeken. Als je zelf de foto’s van je leven op muziek voorbij ziet komen, dan is dat een diep emotionele ervaring. Foto’s van haar kindertijd, met haar vriendinnen, de momenten met Fred en zijn kinderen. De foto’s van carnaval. We spraken daar samen nog over. Die zaterdagavond schreef ik een gedicht, dat ik weer een dag later met haar en Fred kon delen. Het gedicht dat haar afscheidsdienst op 15 december 2025 zou besluiten…

Germa,

natuurlijk ging het veel te vlug, maar 
misschien kijk je nu wel met ons mee

en heb je je ouders daar teruggezien
vloog je met hen al over zee

hoe is het daar waar je nu bent?
is carnaval er ook bekend?

stel dat je daar ook trommels ziet
waarop je hemels los kunt gaan

ja dan, zal ons verdriet van nu
straks zeker ook weer overgaan…

Ze was er blij mee, schreef Germa. Het gaf troost, zei Fred. En het is altijd fijn wanneer zo’n afsluitend gedicht, gebaseerd op het verhaal van degenen waarvoor het geschreven is, ook resoneert bij de betrokkenen. 

Maar Germa’s situatie liet me niet los. Diezelfde dag schreef ik een tweede gedicht over onze carnavals- en trommelontmoetingen. Dat gedicht heb ik vrijdag 6 februari, aan het begin van de Klospresentatie voorgelezen voor een 500-tal aanwezigen. Zoals ik haar en Fred had beloofd. En wie weet, was Germa er inderdaad ook een beetje bij. In ieder geval in gedachten.

Germa en Fred…

ik heb mien tróm ál bes wát jaor
en heb dur hiël veul óp gehouwd
en aalt, ás ik dán urges waor,
dá vulde dát ál gauw vertrouwd

zütjes beginne, ni te hárt
en bitje spienze, niemus kwaod?
dá langzaam vlotter, volle vaart
geconcentreerd en in de maot

hiël duk zaog ik eur ál vá wiet
dá waas ut áltied vaste prik
ur stilzwiegend ‘leuk dát ge dur ziet’
má in eur oege stoong: móg ik?

ze lüsterde iërs vur ze begós
en sloog dá langzaam ritmies mei
en hürde ze dát ut sneller mós
dá goof ze ‘t tempo ennen drei

helaas môs zeej vur áltiëd gaon
ut lot stook dur en stökske veur
ma ás ik ôp miën tróm goj slaon
is iëne roffel straks vur eur…

Walter…

Walter…

Gisteren condoleerde ik zijn zoon Stefan via de mail.

Hallo Stefan,

Ik had het gerucht in Horst al opgevangen maar las net de overlijdensadvertentie van je vader op Nu Horst aan de Maas. Mooie foto van hem, die jullie daar gekozen hebben.

Ik wil je bij deze van harte condoleren. Ik heb je vader heel vaak door Horst zien wandelen. Er heeft wat mij betreft altijd een soort mooie onaantastbaarheid rondom hem heen gehangen.

We zijn elkaar een paar keer tegengekomen bij Gember, maar daar zag ik hem ook regelmatig alleen binnenkomen en plaatsnemen. Bedachtzaam en erudiet. Mooie man…

Heel veel sterkte gewenst, vrijdag bij het afscheid.

Groet,

Geert van den Munckhof

Die vrijdag van het afscheid was vandaag, 6 februari. Op mijn vaste dagelijkse wandeling besloot ik een route te lopen die langs het huis van Walter ten Brink zou leiden. Als een soort stil eerbetoon aan de man, die de route van zijn huis naar het centrum van Horst zelf ook zo vaak gelopen had. Die ochtend was volgens de rouwbrief het besloten afscheid. Toen ik het pad naar zijn huis voorbij wandelde, zag ik al een paar mensen buiten met elkaar in gesprek. Het lange, mooie pad naar zijn huis. Ik heb daar ooit al wat over geschreven.

Dat ik er toen over schreef, en er ook een gedicht over maakte, had alles te maken met het gegeven dat zijn vrouw Hanni toen net overleden was. Over haar ziekteproces en over Hanni zelf heb ik ook ooit geschreven.

Die twee verhalen zijn tot stand gekomen op de plek, waar ik vaker schrijf, bij de oude eik en het kruis bij de Gortmeule. En ook vandaag besloot ik daar voorbij te wandelen. Ik herinnerde me momenten dat ik er op het bankje zat en dat Walter ten Brink me tegemoet liep, vriendelijk knikte, vertelde dat hij dat rondje vaker maakte, ter afscheid me een goededag wenste, en weer verder schreed. Met diezelfde mooie, vriendelijke onaantastbaarheid.

Nu zag ik van een afstand een auto bij de eik geparkeerd staan. Er stonden een paar fietsen en er waren drie personen bezig. Toen ik hen voorbij liep, sprak een van hen me aan. We raakten aan de praat en ze vertelden me waar ze mee bezig waren geweest. Laat ik het zo samenvatten, dat ze op die mooie plek een hele eervolle rituele handeling hadden verricht, die te maken had met de as van hun ouders.

Terwijl we spraken, kwamen Ton en Fien van de Gortmeule aangefietst. Ze stopten even omdat ze in een van de drie mannen een bekende zagen. Een kort gesprekje volgde. Ton en Fien bleken op weg te zijn naar het afscheid van Walter ten Brink, dus vervolgden hun weg. Ook ik liep verder en dacht na over de dingen die gebeurden. Over levenspaden die bewandeld werden. Paden waar ik nu zelf ook over liep. Letterlijk en figuurlijk. Gebeurtenissen die ‘op je pad’ komen.

Over het pad naar huize Ten Brink, waar Hanni ooit samen met Walter liep. Het pad, waar Hanni, na haar overlijden een laatste keer begeleid is door Walter en hun zoons Stefan en Guido met aanhang. Met in gedachten waarschijnlijk ook hun kinderen die ze bij leven al hadden moeten missen: Claudia, Maurits en Judith. En vandaag zou ook Walter over dat pad zijn laatste reis gaan maken. Het gezin zou hem daarin begeleiden, stond op de rouwkaart van Walter. Naar zijn laatste rustplaats bij Hanni op de begraafplaats in Horst.

Het gezin. Ik vergeleek de rouwkaart van Hanni, die 26 juni 2020 overleed, met die van Walter en zag dat ‘het gezin’ in zes jaar tijd ‘gegroeid’ is. Bij Hannie las ik Claudia(†), Stefan en Jenny, Luc en Martijn, Maurits(†), Claudia, Thomas, Judith(†), Guido en Mirjam, Casper en Amber. Op de rouwkaart van Walter had Martijn er een Sietske bij, Claudia een Kevin, Thomas een Loïs, Casper een Lieke en Amber een Arvind. Walter was volgens de kaart pa, schoonvader en ook trotse opa. Zoals Hanni destijds ma, schoonmoeder en trotse oma was. Weliswaar toen van iets minder ‘kleinkinderen’.

Hanni en Walter. Allebei in hun leven markante persoonlijkheden in Horst en ver daarbuiten. Hanni’s kleinkinderen, zes jaar geleden, zijn iets minder kleine kleinkinderen nu. Zij bewandelen hun eigen levenspaden. Daar was Walter trots op. En ik denk dat iets van die trots ook altijd heeft doorgeschenen in die mooie onaantastbaarheid die over hem heen hing, als je hem zag wandelen. Omdat hij begreep dat levenspaden weliswaar eindig zijn, maar toch altijd doorlopen…

Het afscheid van Frans..

Toen ik zijn foto zag, kwamen de herinneringen boven. Ik weet bijna zeker dat hij er ook bij was. Ik was een jaar of 16, 17 en zou met vrienden voor het eerst naar Bar de Saloon op het Wilhelminaplein gaan. Spannend, maar wij vonden onszelf stoer genoeg om dat te wagen. Er bleek een stevig feest gaande. Ik herinner me een rock & roll-sfeer. Stoere kerels stonden buiten al te vieren. We dachten ze te kunnen passeren, maar ze maakten ons onmiskenbaar duidelijk, dat we alleen met een vetkuif naar binnen mochten. 

Daar hadden ze een emmer water voor klaar staan, waar we ons hoofd in moesten dompelen. De grootste lol, kan ik me herinneren, toen ik dat weigerde. Want dat vonden ze ook prima. Maar ik kwam er vervolgens niet in. Ik meen me sommige van hen nog voor de geest te kunnen halen. En het zou me niet verbazen als ik daar Frans voor het eerst heb gezien.

Frans Houben. Hij was waarschijnlijk toen al vaste klant bij de Saloon. En toen die overging in ‘D’n Toepert’ zal hij daar mogelijk ook vaste klant geweest zijn. ‘D’n Toepert’ werd later ook ons stamcafé. Prachtige middagen en avonden hebben we daar doorgebracht, samen met eigenaar Jack Beerens. Volgens mij heeft Frans in die Toepert-periode daar wel eens achter de tap gestaan. En mogelijk heeft hij van Jack Beerens in die tijd wel Taekwondo-training gehad.

Jack Beerens kwam vanmiddag, vrijdag 23 januari, als laatste binnen in de grote zaal van ‘t Gasthoês. Hij had waarschijnlijk op Nu Horst aan de Maas de overlijdensadvertentie gelezen van Frans. Zijn vroegere klant, vriend en medewerker. Net als heel veel anderen wilde hij Frans de laatste eer komen bewijzen. Het was enorm druk. 

Op 14 januari was Frans in het ziekenhuis overleden. Een dag later belde Bob Noten of ik de afscheidsdienst wilde begeleiden. Van Frans Houben, las ik die avond, ongehuwd en geen kinderen. Zijn neef Guido regelde zijn afscheid en hem zou ik een dag later spreken. Hem alleen dacht ik, eventueel met zijn partner Viviënne..

Maar tot mijn verbazing trof ik een zeer uitgebreide familie delegatie aan. Frans z’n oudere broer, zijn twee zussen, een ervan met aanhang, dochters van een van de zussen, de weduwe van zijn overleden broer, twee kinderen van Els met hun partners. Els was de jaren eerder al overleden partner van Frans. En tussendoor liep er een kleine peuter rond, die zo nu en dan beziggehouden kon worden door de zoon van Guido, maar die ook duidelijk een eigen willetje had en zich zo nu en dan meldde aan de grote tafel, waaraan wij allemaal zaten.

Een zeer gemêleerd gezelschap dus, waarbij ik vanaf het eerste moment aangenaam getroffen werd door hun sterke onderlinge verbondenheid. Misschien wel door een gezamenlijk gevoelde verslagenheid. Want wat was er nou precies gebeurd? Frans, die twee weken eerder na wat aandringen toch maar zijn huisarts had bezocht. De diagnose was snel gesteld. Longontsteking én een nierbekkenontsteking. Een antibioticakuur moest meteen worden gestart.

Guido haalde de medicijnen op. Frans gaf hem nog zijn bankpasje mee én zijn pincode. Een dag later kreeg Guido geen gehoor bij Frans en gingen hij en Vivienne poolshoogte nemen. Ze vonden Frans thuis, verward en met gebaren wijzend naar zijn hoofd. Maar echt contact leek al niet meer mogelijk. Via 112 en de huisartsenpost zorgde een ambulance voor vervoer naar het ziekenhuis. Nog zwaardere medicijnen, omdat er na verder onderzoek ook sprake bleek van een hersenvliesontsteking. Dagen gingen voorbij, en in plaats van beter ging het steeds slechter met Frans. Op het eind bleef er medisch gezien maar één optie over: stoppen met de behandeling. Er was geen enkele levensverwachting meer.

Zou Frans het bij de huisarts al hebben aangevoeld, toen hij daar met klem had aangegeven niet naar een verpleegtehuis te willen? En niet gereanimeerd wilde worden, mocht het ooit zover komen. 

14 januari dus. En 23 januari namen we afscheid van hem. Op de bühne van het Gasthoes stond een prachtig gereviseerde Ford Mustang. Zijn eerste Ford Mustang, die hij in 1972 al had opgeknapt en tot in de puntjes steeds in tiptop conditie had gehouden. Buiten, vóór het Gasthoes stonden nog vier Ford Mustangs te wachten om Frans na het afscheid naar het crematorium te vergezellen. 

Alles viel op z’n plek. De liefde van Frans voor Frankrijk werd bij binnenkomst al benadrukt door franse orgeldeuntjes op de achtergrond. Meteen al anders dan anders en dat paste wel bij Frans, had ik uit de gesprekken begrepen. Bij het welkom heten van alle gasten was er ineens duidelijk het gekakel van kippen te horen. Een verrassende mobiele ringtone waarvan de eigenaar zelf meende dat ze haar mobiel toch echt uit had gezet. Zou Frans misschien…

Na het welkom heb ik de levensloop voorgelezen, die samen met de grote familiedelegatie tot stand was gekomen. Daarna hield zijn oudste broer Jan een emotionele toespraak. Hij noemde onder andere de partner van Frans, Els, die jaren eerder overleden was. Op de rouwkaart van Frans stond het duidelijk: Frans is nou wèr na zien Elske. De jaren met Els waren Frans zijn mooiste jaren. Zijn zus liet dat nog extra optekenen in de levensloop en Jan bevestigde dat nog een keer in zijn verhaal.

Na Jan sprak Vivienne, namens Guido en zichzelf. Toen Rick, die herinneringen van hem en zijn zus Loes beschreef. En de laatste spreker was de buurvrouw van Frans, Mischa, die namens de Loevestraatbuurt sprak. Na elke spreker waren er foto’s te zien, op muziek van Frans. Foto’s die zonder woorden precies dat lieten zien wat de sprekers over Frans verteld hadden. Ik mocht het afscheid besluiten met een gedicht, waarna iedereen persoonlijk afscheid kon nemen van Frans. De eerste 6.22 minuten met het prachtige nummer van Pink Floyd, Comfortably numb. 

Buiten vormde men een erehaag, vóór het Gasthoês en vóór de vier indrukwekkende Ford Mustangs. Toen Frans voor zijn laatste rit langzaam in een oldtimer rouwauto de erehaag naderde, startte één voor een de Ford Mustangs. Sommige met een indrukwekkend gebrul van de motor, anderen met een meer ingetogen zoemen. Ze volgden de rouwauto op zijn tocht naar het crematorium. Het leek alsof Ford Mustang zelf afscheid van Frans kwam nemen.

Het huilen van de Mustangmotoren overstemde even het stille verdriet van velen. Het applaus waaide Frans nog achterna. Sommigen gingen naar café de Beurs om nog meer herinneringen met elkaar te delen. Anderen gingen naar huis, waar ze misschien de gedachteniskaart nog een keer bekeken hebben, met daarop aan de ene kant foto’s van Frans en aan de andere kant steekwoorden die hem beschreven. 

Elke keer opnieuw ben ik onder de indruk hoe nabestaanden elkaar vinden en omgaan met hun verdriet. Ieder op zijn of haar manier, ook in de manier van voorbereiding naar het definitieve afscheid. De eerstvolgende zomerbrunch van de familie Houben zal Frans opnieuw gemist worden, net als bij de Kerstbrunch die in december al gepland staat. Met de hele familie Houben en iedereen die daar op een natuurlijke manier bij is aangesloten. Frans zal er in gedachten steeds bij zijn. Misschien dat hij de komende tijd nog wel ergens een aardige ringtone kan laten afgaan…

Hieronder nog het gedicht, waarmee ik de afscheidsdienst mocht besluiten.

Frans,

geej waart en bitje aas oow Mustangs
en sort vaan ruwe bolster, blanke pit
vá boete degelijk, sterk, en bitje kranks
má wao vaan binne hiel veul liefde zit

aaltiëd bezig en steeds haart gewaerkt
mit ut vakmanschap daat ow eige waor
ok toen geej ut zelluf waat minder köst
stoongde nag vur iederiën aaltied klaor

geej maakte moeie dinge meij
genoot vaan waat ut laeve bood
ge voongt hiël lichtig oowen dreij
ma ut ging neet aaltied aeve good

ierst Christine, möste verleeze
en daonao Els, ok vul te gauw
wiënig is oow zoë bespaard gebleve
ma ge bleeft oow zelluf aaltied trouw

geej praotte gaer, haat fantasie
en aal waas ut daan neet aaltied waor
ma vaan oow verhale woorte blie
en ge bleefs ze halde, oow wilde haor

tot ôp ut laatst hedde gestreje
ma tevurgefs, ut ging ni miër
zoë ziede vaan ôs weggegleje
zoonder oow môtte weej nou wiër

in ôs laatste minute, da wiëte we ut pas
stiët dur misschien ennen engel aan ôs bed 
aas daat zoë is, en daat môt waal has
haet oow familie, má ok Els ôp oow gelet…

Voor Diny…

‘Gelukkig heeft ze geen pijn’… ‘Maar geen adem krijgen is nog erger’… Die eerste constatering was afkomstig van Jac. De reactie daarop was van de huisarts. In een keer besefte Jac de volle ernst van de ziekte van zijn vrouw Diny. En kon hij zich, hoe moeilijk hij het ook vond, neerleggen bij haar besluit dat ze het moment van definitief afscheid zelf wilde bepalen.

Jac belde me of ik iets kon betekenen bij dat op handen zijnde afscheid. Dat stond een week later gepland, in overleg met de huisarts. Diny wilde dat afscheid graag zelf nog wel mee vormgeven, vertelde Jac. Dus maakten we voor de volgende dag een afspraak. Hun twee dochters Petra en Mieke zouden er dan ook bij zijn.

Diny zat rustig op de bank. Dat verraste me. Ik had een doodzieke vrouw verwacht in haar laatste dagen. Maar ze zat rechtop, volgens mij gewoon aan de koffie. Ze kreeg wel extra zuurstof via een doorzichtig slangetje bij haar neus. Dat was vijf jaar geleden noodzakelijk geworden vanwege steeds erger wordende COPD. Wat me opviel was de rust waarmee ze sprak. Maar het was vooral Jac die vertelde hoe een en ander in de tijd was gelopen. Zo nu en en dan vulden Diny of de dochters zijn verhaal aan of gaven een extra toelichting.

Opvallend en hartverwarmend vond ik de genegenheid en de liefde die tussen hen zichtbaar en voelbaar was. Regelmatig werd er een hand op de knie van de ander gelegd of een arm om de schouder geslagen. Ook de blikken naar elkaar spraken boekdelen.

Ik trof Diny op een goed moment, werd me verteld. Net na een middagdut had ze voldoende energie om zich te mengen in het gesprek. Maar ik hoorde dat de nachten heel anders verliepen. Een van de dochters vertelde dat wanneer Diny ‘s nachts in een hoestbui terechtkwam, Jac elke keer probeerde om haar zoveel mogelijk te ondersteunen. En dat gebeurde elke nacht meerdere malen.

Jac reageerde er ietwat ontwijkend op, maar het was duidelijk hoeveel hij met zijn vrouw begaan was. En nu zat hij naast Diny op de bank om haar afscheid door te spreken. Met de dochters. Met mij. En af en toe kwam kleindochter Tess opa of oma ook nog even knuffelen. De afscheidsdatum kwam elke dag wat dichterbij. We maakten de afspraak dat ik snel weer langs zou komen om hun verhaal te vertalen in een levensloop.

Dat tweede gesprek verliep eveneens in een ontspannen en liefdevolle sfeer. Opnieuw de kalmte die er van Diny uitging, maar ook de emotie die er zo nu en dan was, als de herinneringen wat tranen opriepen. Deze keer maakte ik aantekeningen en heb ik daarna thuis haar levensverhaal kunnen schrijven.

Dat, maar ook het aanwezig mogen zijn en getuige te zijn van wat er echt toe doet op zulke momenten, dat ervaar ik steeds als heel speciaal. Ik had in het eerste gesprek aangegeven dat ik een afscheidsbijeenkomst altijd probeerde af te sluiten met een zelfgemaakt gedicht, waarin ik het gevoel en de emoties van de ontmoetingen wilde vangen. Onder de indruk van de eerste kennismaking had ik thuis dat gedicht geschreven. Ik had Diny beloofd dat ik het nog aan haar zou laten horen. Bij de tweede ontmoeting heb ik het de familie voorgelezen. En juist bij die woorden brak Diny. Net als ik..

En toch, op een manier die ik moeilijk kan verklaren, voelde het allemaal op z’n plaats. Omdat het niet anders leek te kunnen en het zo moest zijn. We spraken nog over van alles en over niets. Na afloop heb ik Diny een hand gegeven, ter afscheid. Haar glimlach zie ik nog voor me.

Jac uitte zijn dankbaarheid door aan zijn dochter te vragen om iets voor me te pakken. Maar toen die zei, dat hij dat gewoon zelf moest doen, legde Jac uit dat hij voor Diny altijd koude schotel maakte. Dat vond ze het lekkerst. En daar maakte hij dan altijd veel te veel van, vertelde hij, dus ik moest maar een bakje meenemen. Zijn dochter kwam al aanlopen met een bakje. Ik heb er thuis heerlijk van genoten.

In de dagen die volgden zocht Diny, samen met Jac en de dochters de foto’s uit die bij haar afscheidsdienst getoond moesten worden. Ik heb daar toen de door haar gewenste muziek onder gezet. Langzaamaan waren alle voorbereidingen getroffen…

De dag dat Diny definitief afscheid nam, heb ik een aantal keren aan hen moeten denken. Hoe zou het met hen gaan? Überhaupt, hoe verloopt zo’n dag wanneer het zover is. Ik schreef die middag nog een kort gedicht dat ik hen stuurde als troost.

als de keuze is gemaakt
om niet meer
door te gaan met leven
als alle snaren
zijn geraakt
de laatste kussen
zijn gegeven

dan is er
dat kort moment
dat ik je naam
nog één keer zeg
waarna je niet meer
bij me bent

van zo dichtbij
naar heel ver weg
en ook al
lijkt het dan voorbij
toch ben je
voortaan
dicht bij mij

Een dag later sprak ik Jac, Petra en Mieke weer. Het afscheid, vertelden ze, was mooi, emotioneel en vooral heel indrukwekkend geweest. Ze hadden een zonnige ochtend samen gehad, met een drankje en sinds heel lang toch een sigaretje voor Diny. Die middag gaf Diny zelf aan dat het haar tijd was. Samen met Tess en Diny’s schoonzonen Sander en Joost omarmden ze Diny op het moment van het definitieve afscheid. En tegelijk met het moment dat in alle rust het leven uit haar week, voelden ze allemaal een lichtheid over zich heen komen. Een lichtheid, die de rest van de dag bij hen was gebleven, en waarvan ze hoopten dat ze die zouden blijven voelen. Maar een dag later was er toch ook de emotie van het verlies. We bespraken samen de verdere details van de afscheidsbijeenkomst.

Die kon maar  op een plek worden gehouden. Het Boscafé in de Kasteelse Bossen. Ooit eigendom van Jac en mede geëxploiteerd door zijn dochter. Diny was er jarenlang de stille kracht achter de schermen. Duizenden appeltaarten had ze gebakken. En ook de arretjescake was haar specialiteit. Het ging heel lang goed, totdat de COPD haar gezondheid steeds meer ondermijnde. Jac en Diny besloten de tijd die hen nog gegeven was aan elkaar en aan de kinderen en kleinkinderen te besteden. Het Boscafé werd overgenomen door Sven en Wouter. Diny heeft nog vaak een kop koffie met hen gedronken, en ook de rest van het gezin, heeft er nog heel vaak culinair genoten. Het speciale gevoel bij het Boscafé is altijd gebleven.

Het was dan ook de wens van Diny dat Sven en Wouter zouden helpen om haar in haar kist van het bospad naar het terras te dragen. Die kist had Jac, ook op verzoek van Diny, eigenhandig gemaakt. De kleinkinderen hadden er daarna mooie tekeningen op gemaakt. Hier en daar waren er dankbare woorden van afscheid op te lezen.

Het regende en het waaide die ochtend. De laatste dagen van Diny, samen met haar familie, was het schitterend weer geweest. Maar de ochtend van haar afscheidsdienst waren er buien en stond er een harde wind. Net voordat de dienst zou beginnen, bijna klokslag half elf, sloeg het weer om. De zon begon zelfs te schijnen.

Het werd een afscheidsdienst waar opnieuw de liefde duidelijk te voelen was. Het grote aantal gasten, waaronder zelfs vrienden uit Spanje en Kroatië, waren onder de indruk. Alles klopte, alsof Diny ook dit moment nog zelf geregisseerd had. Alle kleinkinderen ondersteunden kleinzoon Marijn, die het gedicht voorlas dat ik als troost op die bewuste vrijdag naar Petra geappt had.

Ook oudste kleinkind Tess las een verhaal voor. Tess die in het voorgesprek met Diny ‘zuster Tess’ werd genoemd, omdat ze oma heel veel ochtenden vóór schooltijd had bezocht om haar te helpen. Beide dochters spraken vol liefde over hun moeder. En tussendoor was er muziek die Diny mooi vond en foto’s uit haar leven. Het was een afscheid zoals Diny het zich had voorgesteld. Daar moest ze wel anderhalf uur zonneschijn voor regelen, maar dat deed ze dan ook overtuigend.  Eigenlijk zoals ze dat bij leven ook met haar appeltaarten deed: achter de (dit keer wolken)schermen maar met evenveel succes. Nee, met méér succes. Appeltaarten konden wel eens opraken. Maar Diny liet die ochtend zien dat ze er voortaan altijd zou zijn…

Hieronder het gedicht dat ik op het einde van de afscheidsbijeenkomst heb voorgedragen.

Diny,

vijftig jaar samen
de wereld verkend
en steeds op elkaar kunnen leunen

aan alle ideeën
opnieuw steeds gewend
jij deed méér dan alleen ondersteunen

besluiten en stappen
steeds samen genomen
genoten van alles dat kwam

maar dat ene besluit
dat was niet te voorkomen
zodat jij dat uiteindelijk ook nam

met de kracht van de eenvoud
en met liefde en troost
heb je iedere traan weggekust

en zolang dat het kon
elkaar geliefkoost
en toen ben je gegaan, zelfbewust

als er leven is daar
ja, dan zien we ons weer
en dat is het wachten wel waard

dan zijn we opnieuw dicht bij elkaar
en genieten we zeker een keer
van een hemelse appeltjestaart… 

Geluid van stilte…

Een afscheidsdienst in zijn ‘eigen’ Mèrthal. Henk Derks had het vóór zijn overlijden met zijn collega’s van de Mèrthal-bouwcommissie afgesproken. En ze hadden er werk van gemaakt, zijn collega’s. Een sfeervolle aankleding, waarvan zijn zoon Rogé een dag eerder de foto al zag, die ze hem geappt hadden. Die foto ontlokte Rogé de opmerking: ‘Het lijkt wel the Night of the Proms!

Ook daar was de Mèrthal ooit voor ingericht en de kans is groot dat Henk daar toen ook een rol in de voorbereiding heeft gehad. Henk was namelijk bij heel veel activiteiten betrokken. En niet alleen in de Mèrthal. Van zijn handigheid en technisch inzicht werd heel veel gebruik gemaakt. Henk vond het fijn om iets in die zin te kunnen bijdragen.

Het was druk. Het grote aantal stoelen bleek bij lange na niet genoeg voor het grote aantal aanwezigen. Alles was bezet en rijendik stonden ze rondom statafels om Henk de laatste eer te bewijzen. Op de trompetmuziek van ‘Il Silenzio’ begeleidde de familie Henk naar binnen. Hij kreeg een plek op het podium. Op een klein tafeltje stond zijn eigen trompet en iets verder weg zijn Puch-brommer. Links en rechts van het podium hingen twee grote schermen waar zijn foto op geprojecteerd was. Een mooie foto die zijn broer Jos nog niet zo lang geleden gemaakt had.

Op het tafeltje met zijn trompet stonden zes kaarsjes te wachten om door zijn kleinkinderen te worden aangemaakt. In leeftijd variërend van 4 tot 12. Ze vonden het best spannend, de een wat meer dan de ander, maar toen ik hen daarvoor vroeg, stonden ze er, alle zes. Met een aanmaakkaars liepen ze één voor één naar het tafeltje en ontstaken hun kaars. Voor opa. Je zag de concentratie op hun gezichten. Ik denk dat het applaus dat ik voor ze vroeg toen alle kaarsjes branden een ontlading voor hen was, maar ook wel extra indruk op hen heeft gemaakt. 

Daarna zagen ze foto’s van zichzelf voorbij komen, groot op de twee schermen, samen met opa. Het wakkerde hun emoties nog wat meer aan. Maar bij andere foto’s zag ik gelukkig toch ook zo nu en dan een lach op hun gezichtjes. De muziek onder die eerste fotoserie had Henk zelf nog mee uitgezocht. Met in gedachten zijn ziekteperiode vond hij Rollercoaster van Danny Vera wel een toepasselijk nummer.

Vlak voor aanvang van de dienst viel een van de twee beamers zo nu en dan even uit. Maar bijna meteen daarna kwam het beeld ook weer terug. Een onverklaarbaar technisch mankementje. Op een moment vlak voor aanvang dat het ook niet meer te verhelpen was. Je hoopt er dan het beste van. Maar ook tijdens de eerste fotoserie gebeurde het een paar keer.  Mijn ervaring is dat je onverwachte dingen het beste maar gewoon kunt benoemen. En misschien moest het ook wel zo zijn. Het was een mooie gedachte dat juist het telkens snel weer verschijnen van het beeld weleens aan Henk te danken zou kunnen zijn geweest..

De vrouw van Henk, Marianne, en hun twee zonen Rogé en Glenn, hadden alledrie hun herinneringen op papier gezet. Die verhalen had Henk, dagen vóór zijn overlijden, al gehoord en goed bevonden. Ook over de muziek waren ze het samen snel eens geworden. ‘The show must go on’ van Queen was een hele toepasselijke titel. En het ‘Roet zien de Roeze’ van TaaiTaai bleek op de mobiel van Marianne een gereserveerde ringtune, die alleen klonk  als Henk haar belde. Het vierde nummer waarop foto’s werden getoond heette ‘Het geluid van stilte’. Met een eigen nederlandstalige tekst bezong BenR precies de emoties van dat moment, op de muziek van ‘The sound of Silence’. In het plotselinge stille einde van het lied kwam het zachtjes snikken van de kleinkinderen nog intenser binnen…

Opa zal gemist worden. Vader zal gemist worden. Marianne zal hem gaan missen. Zijn broers en zussen zullen hem gaan missen. En heel veel organisaties en verenigingen zullen hem gaan missen. En toch… ‘the show must go on’… ondanks het geluid van de stilte. Ik denk dat Henk het ‘dóórgaan’ zijn jongens en zijn vrouw ook wel heeft meegegeven. Juist door de manier waarop hij in het leven stond. Rogé en Glenn herhaalden volgens mij allebei in hun verhalen de levensles die hun vader hen leerde: ‘Wat je voor een ander doet, komt ook weer bij je terug’. En die andere twee levenslessen mochten er ook zijn: Geen politie op de stoep en nooit vóór 02.00 uur thuiskomen, want dan maak je niks mee.

Henk is door zijn gezin na de dienst begeleid naar het informele samenzijn in ‘zijn’ Mèrthal. Zijn kleinkinderen liepen heel zorgvuldig met hun brandende kaarsjes achter opa aan. De kaarsjes kregen een plek op de kist van opa, tussen hun eigen met verf gekleurde handen die ze al eerder op de kist hadden gemaakt. De kaarsjes mochten ze houden, vertelde een medewerker van Han-Mark Arendse Uitvaartzorg me. Toen ik hen dat vertelde, terwijl ze lekker van hun broodjes genoten, waren de tranen al wat opgedroogd. De kaarsjes zullen thuis ook nog wel een keer aangaan. En dan zal er nog wel eens een traantje vloeien. Dat mag. Hoe graag je het soms ook anders zou willen, ‘the show must go on’… ondanks de stilte..

Heel veel sterkte voor iedereen die Henk gaat missen.

Met toestemming van Marianne, Rogé en Glenn, deel ik dit verhaal en hieronder het gedicht dat ik voor hen maakte en gistermiddag tijdens het afscheid heb voorgelezen.

Henk,

vol inzet, steeds gedreve
actief mit hiël veul zake 
daat ziede aalt gebleve
bijna aalles kösste make

gaer haadde oow zelf gerepareerd 
dao hedde ok hiël veul vur gedaon
ma toen ge aalles haat geprobeerd 
voongde ut tiëd um heer te gaon

vergaete, Henk, doon weej oow ni
aalle herinneringe blieve werm
hedde trouwes Tonny trug gezi?
en haaj zeej Rieny ôp dun erm?

dur ziën, vur andere en vur ôs
waat geej ôs aalt het veurgedaon
dao is ut in ‘t laeve um begôs
en zoë zulle weej ok verder gaon

Tom…

Naar schatting zo’n 450 mensen kwamen dinsdag 15 april in Maasbree bij elkaar om afscheid te nemen van Tom van den Heuvel. Tom overleed op woensdag 9 april, plotseling, zonder enige vooraankondiging. Hij was pas 44 jaar.

Eén dag na zijn overlijden zat ik vroeg in de avond bij het gezin. Overdag waren ze al met Ron Bosmans van Uitvaartverzorging Yvonne Vos in de weer geweest om de rouwkaart op te stellen. Wat moet je opschrijven als je nog vol ongeloof de waarheid onder ogen moet zien. Maar uiteindelijk was het gelukt. Ze lieten me de rouwkaart zien. Aan tafel zaten zijn vrouw Marjolein, hun kinderen Klin en Lize, Thom, de vriend van Lize, de ouders van Tom en Tom’s jongere broer Erik. 

Verslagenheid zag ik. Maar ook troost en steun voor elkaar. En een aanpakkersmentaliteit. Ze hadden al nagedacht over het afscheid, dat zo onherroepelijk op hen afkwam. Er was muziek waar Tom vaak naar luisterde, alleen of samen met hen, thuis of in de auto. Klin had op zijn Insta-pagina op woensdag het overlijden van zijn vader al gemeld. En op de Facebookpagina van Lize las ik hoe zij 9 april duidde als ‘de dag dat alles stil stond’. Honderden reacties bij allebei.

Er werden aan de keukentafel mooie verhalen verteld over Tom. En het werd al snel duidelijk dat het gezin die verhalen tijdens het afscheid op dinsdag 15 april zelf wilde vertellen. Ook meldde Klin dat hij met zijn muziekmaat Frenk bezig was om voor zijn vader een eigen nummer te schrijven. Een nummer waar ook Lize bij betrokken was. Marjolein zou zich gaan buigen over de foto’s die men graag wilde laten zien bij het afscheid. Over en weer werden de taken verdeeld. En nog meer verhalen gingen over tafel.

‘De eerste dagen is Tom nog gewoon hier’, zei Tom’s moeder op enig moment troostend tegen Marjolein. Erik voelde Tom’s aanwezigheid ook. Sterker nog. Hij sprak zelfs nog met hem, vertelde hij. Tom had hem laten weten dat hij ‘in eerste instantie heel erg schrok, maar dat hij zich nu al wat vertrouwder voelde’. ‘Zijn oma is bij hem’, voegde Tom’s moeder er nog aan toe. Hun sensitiviteit zorgde voor een speciale sfeer. 

Het was een sfeer die Marjolein emotioneerde. Hoe graag zou zij nu nog met Tom willen spreken. Juist omdat háár laatste contact met Tom woensdagmiddag was geweest via de telefoon. Hij zei dat hij een oplossing had bedacht voor een zakelijke uitdaging. ‘Ik vertel het je later wel’ waren zijn woorden. ‘Later’ was er echter niet meer van gekomen. Klin zag de tranen bij zijn moeder, stond op en sloeg een troostende arm om haar heen. 

Thom junior begeleidde me desgevraagd naar de kamer waar Tom opgebaard lag. Daar zag ik voorbeelden van wat in de verhalen al naar voren was gekomen. Zijn liefde voor zijn werk. Foto’s van momenten met zijn gezin. Met Marjolein, Klin en Lize. Lachend en genietend. Indrukwekkend, maar vooral heel stil. We gingen terug naar de keuken. Tom’s moeder vroeg me hoe Tom op me was overgekomen. ‘Vertrouwd’ was het woord dat in me opkwam.

De dagen die volgden kreeg het afscheid steeds meer vorm. Teksten werden geschreven en foto’s werden uitgezocht. Tussen de bedrijven door, want het gezin maakte vooral tijd voor al die mensen die het bericht van zijn overlijden hadden vernomen en verdrietig en vol ongeloof hun medeleven kwamen overbrengen. Tom’s netwerk bleek wijd vertakt. Hij had bij heel veel mensen een snaar geraakt, gewoon door te zijn wie hij was.

Tijdens het afscheid op dinsdag kwam dat allemaal samen. Zijn vader vertelde over zijn jeugd en noemde het voorbeeld dat Tom als zesjarige al voor de vuilniswagen uitging, met zijn eigengemaakte vuilniswagen en zelfgefabriceerde vuilniszakjes. Aan zijn moeder vroeg hij op latere leeftijd wat ze zou zeggen als mensen haar zouden vragen wat haar zoon deed en zij dan moest zeggen dat hij vuilnisman was. Zijn moeder zei hem dat ze zou zeggen dat hij een gelukkige vuilnisman was en dat hij z’n hart moest volgen. En dat deed hij.

Lize, Klin en Marjolein hadden ieder hun eigen verhaal. Zij steunden elkaar bij het vertellen over hun liefde voor Tom. Thom junior stond erbij om Lize extra te steunen. Het muzieknummer van Klin, Lize en Frenk dat volgde, maakte grote indruk. Erik’s broer zat nog vol vragen over het waarom en tussen zijn zinnen hoorde je de verslagenheid. Het was mooi om te zien dat zijn vrouw een arm om hem heen kwam leggen. Ik mocht vervolgens een van de eerste steunbetuigingen voorlezen die het gezin had gekregen. Die was van Martijn, maar het voorlezen daarvan was niet alleen bedoeld als dank voor zijn woorden, maar in zekere zin ook als dank voor al die andere uitingen van steun die het gezin had ontvangen.

Namens zijn vrienden haalden Sjors en Funs herinneringen op. Sjors kende Tom al vanaf de kleuterschool en herinnerde zich dat Tom op woensdagen nooit tijd had om te spelen, omdat hij dan met de echte vuilnismannen mee mocht op de wagen. Funs ging verder in op de vriendengroep van Tom, die nu zonder hem er heel anders uit zou gaan zien. Tom’s plek bleef voortaan leeg en het zou een stuk stiller worden. En na die woorden kregen ook zij applaus van iedereen die aanwezig was. De vrienden hadden een paar foto’s aangeleverd die hun gezamenlijk plezier lieten zien en zelfs één foto waar dat plezier mooie ronde vormen had aangenomen.

Na alle sprekers werden er foto’s op muziek getoond. Tijdens de voorbereiding van die fotoseries was me al opgevallen dat er heel veel foto’s bij waren waar Tom gearmd stond met anderen. Met zijn kinderen, met Marjolein, met zijn ouders, zijn broer, zijn vrienden, zijn collega’s. Het liedje van Neet oet Lottum, ‘Halt mich ens vast’ was daar bijvoorbeeld helemaal passend bij. En ook het beginnummer van de afscheidsbijeenkomst, ‘Hotel California’van de Eagles, was goed gekozen. Niet alleen omdat ze dat nummer vaak samen in de auto luisterden, maar ook door de laatste zin van de tekst: ‘You can check out any time you like, but you can never leave’. Een prachtige metafoor: Je kunt het leven wel los moeten laten op je 44ste, maar je zult nooit weg kunnen gaan uit het geheugen van hen die je achterliet. 

Het was een afscheid dat indruk maakte. Bij alle aanwezigen en ook bij mij. Op het eind van de samenkomst noemde ik Thom nog, die Tom van thuis uit op een speciale vrachtwagencombinatie naar Maasbree had gebracht en die Tom ook, samen met de familie, naar het crematorium in Blerick zou rijden. Buiten stond een rij kraanwagens opgesteld van collegabedrijven die Tom met groot materieel hun laatste eer kwamen bewijzen. De takelconstructies gebogen, zoals ook veel mensen in de lange erehaag hun hoofd bogen toen Tom voor het laatst voorbijkwam.

Ik had voor dit afscheid een persoonlijk gedicht gemaakt, dat ik met toestemming van het gezin heb voorgelezen en hieronder deel. En ook dit verhaal heb ik eerst het gezin laten lezen, voordat ik het hier heb gedeeld. Het afscheidsverhaal mag worden verteld. Hoe verdrietig de aanleiding ook is, hoe donker de dagen ook zijn, er zal altijd licht te zien zijn. ‘Nu ben je naar het licht’, was niet voor niets één van de zinnen die tijdens het lied van Klin en Lize op het scherm verscheen…

Tom,

zomaar ineens ben je gegaan
heel plotseling, niet uit te leggen
je had nog graag zóveel gedaan
maar niet de tijd, ons dat te zeggen

misschien dat iemand jou toch hoorde
al was het stil en donker in die nacht
maar liefde kan ook zonder woorden
een afscheidskus kan ook heel zacht

zijn er tuinen, Tom, waar jij nu bent?
en is er grond om te verzetten?
zijn er daar mensen die je kent?
die, toen je ging, ook op je letten?

je blijft bij ons, waar je ook gaat
en samen mét jou gaan we door
het voelt alsof je naast ons staat
wie weet, ga jij straks óns wel voor…


GvdM | 110425

Gedachtenisprentje…

Ger Peeters

Ik sprak Gertie en Ger op dinsdagochtend 11 maart. Op hun verzoek hadden we afgesproken om het over het afscheid van Ger te hebben. De voortschrijdende aftakeling door de ziekte Parkinson had een stadium bereikt waar Ger voor zichzelf de grens had gelegd. De grens van een menswaardig afscheid. Of, zoals Gertie die ochtend namens Ger vertelde: Afscheid nemen op een punt dat de kleinkinderen zich opa nog kunnen herinneren als een man waarmee ze samen spelletjes deden aan tafel. Ger was daar sinds de diagnose en de prognose vanaf het begin altijd heel stellig in geweest. ‘Ik ga niet áán Parkinson overlijden, maar mét Parkinson’.

Ik kwam Ger het laatste jaar zo nu en dan tegen, als hij zijn rondje maakte door het centrum van Horst. Bij elke nieuwe ontmoeting zag je het afbrekende effect dat Parkinson op hem had. Waar het aan het begin een nauwelijks opvallende vertraging was, veranderde dat in de loop van een jaar naar een complete afhankelijkheid van een rollator en desondanks toch nog vaak vallen. En toen op het laatst het lezen van boeken en het maken van de puzzels uit de krant niet meer mogelijk bleek door de aantasting van de oogspieren, was voor Ger de maat vol.

Samen met Gertie en hun twee zoons Patrick en Paul had Ger dat scenario al voor zichzelf uitgetekend. Op 18 maart moest het gaan gebeuren. Niet op 17 maart want dan was de nationale feestdag in Ierland, St. Patricksday. Dat wilde Ger zijn Ierse schoondochter Ruth niet aandoen. Dinsdag 18 maart moest het worden. Die dag was ook met de huisarts vastgelegd. Het weekend daaraan voorafgaand werd nog helemaal volgepland met bezoeken van familie en vrienden. Sommigen wisten hoe de vlag erbij hing, anderen schrokken van Ger’s keuze om de regie op relatief korte termijn in eigen hand te nemen.

Het vergt moed om überhaupt die keuze te maken, laat staan om dan de volgende definitieve stap met zoveel zelfbewustheid en berusting te zetten. Ger was er duidelijk in. En standvastig. Op 18 maart, om 14.39 ontving ik van Gertie een appje, waarin ze meldde dat  Ger was overleden. Een dag later vertelde Gertie me dat Ger, vóór het definitieve afscheid, nog een laatste keer met het gezin een spelletje wilde doen. Zo geschiedde en deze keer won Ger niet. 

Een dag later zat ik met Gertie, Patrick en Paul en hun partners Loes en Ruth, aan tafel om de afscheidsbijeenkomst met hen vorm te geven. Dela Uitvaartzorg was al in een vroeg stadium benaderd en de nodige afspraken en voorbereidingen waren al getroffen. De dienst stond gepland op zaterdag 22 maart. Ger had zelf de muziek uitgezocht die er bij zijn afscheid mocht klinken. Foto’s uit zijn leven kreeg ik diezelfde dag nog en wat me opviel toen ik daar compilaties van maakte op Ger z’n muziek, was de trots in zijn ogen bij opnamen waarbij ook zijn familie in beeld was.

Op de rouwkaart stond een mooie volzin: ‘Je hoeft niet zo sterk te zijn om iets vast te houden, maar je moet heel sterk zijn om iets los te laten’. Gevolgd door drie woorden: ‘In liefde losgelaten’. Slechts drie woorden, die eigenlijk alles zeggen. Je zou in eerste instantie denken dat het de woorden van Gertie, Patrick en Paul zijn. Maar evengoed zouden het de woorden van Ger kunnen zijn. Hoe sterk moest hij zijn? Of zit de kracht vooral in het samenspel? Zelfs vlak voor een afscheid?

De aula van Crematorium Boschhuizen in Venray bleek op dag van het afscheid te klein om het grote aantal aanwezigen te herbergen. Een deel vond noodgedwongen een plek in de ontvangstruimte en een aantal families in het buitenland keek via de livestream mee. Het was al snel duidelijk dat het van te voren ingeschatte aantal gedachtenisprentjes niet voldoende zou zijn. Dat bleek dus ook op het eind. Ger zou zelf die situatie waarschijnlijk hebben afgedaan met de opmerking ‘het is niet anders’. 

Het In Memoriam dat Gertie had geschreven en de herinneringen die Patrick en Paul tijdens de dienst deelden,  maakten indruk. Temeer omdat Ger zelf die verhalen zondag daarvoor al had gehoord. Net als de verhalen van de buren Ben en Annie en hele goede vrienden Frank en Marlie. Ik had op die zondag ook het gedicht klaar, waarmee ik als ritueelbegeleider normaal gesproken een afscheidsbijeenkomst besluit. Ook dat heeft Ger zelf nog gehoord, toen Gertie het aan hem voorlas.

Zoals gezegd, niet iedereen kon na het persoonlijke afscheid worden voorzien van een gedachtenisprentje. Ondanks mijn verzoek vooraf of men per stel met één prentje genoegen wilde nemen. Om die reden hieronder het prentje digitaal. En op verzoek van Gertie plaats ik daarna ook het gedicht dat ik speciaal voor Ger, en voor iedereen die Ger kende, heb geschreven.

Ger,

regelmaat en ritme
bepaalden steeds jouw leven
en dat is tot het allerlaatst
steeds het geval gebleven

je ziekte streepte dingen door
en telkens leverde je wat in
maar altijd ging jij er weer voor
elk einde werd een nieuw begin

met regelmaat en ritme 
bleef jij op beter hopen
je bleef zolang het ging
gewoon je rondes lopen

maar jij bepaalde zelf je grens
je leven lang al zelfbewust
je afscheid was je eigen wens
bij ritme en regelmaat past rust

wie je liefhad stond je bij
meer was er niet te zeggen
je liet jezelf, maar hen ook vrij
door je grens zelf te verleggen

het leven zonder jou gaat door
maar als het even niet meer gaat
dan kies ik in gedachten voor
jouw ritme en jouw regelmaat


GvdM | 160325

Even terug- en vooruitzien…

Het is alweer even geleden dat ik iets op mijn website heb gezet. Om precies te zijn op 2 november vorig jaar. ‘Lichtjesavond’ was de titel. Zojuist nog even teruggelezen. Sinds die laatste column heb ik mijn tijd mogen besteden aan het voorbereiden en begeleiden van een aantal indrukwekkende afscheidsdiensten. En in december vorig jaar, rond Kerst, heb ik samen met Marion Vervoort en Egbert Derix, viermaal onze voorstelling ‘Voor Kerst’ mogen brengen. Met veel voldoening kijk ik daar op terug, zowel op de voorstellingen als op de afscheidsdiensten die ik mocht begeleiden.

Dat ik op 1 mei vorig jaar mijn vaste baan bij de gemeente Horst aan de Maas heb opgezegd, daar heb ik nog geen dag spijt van gehad. In het begin was het even zoeken naar structuur, om te concluderen dat die er eigenlijk helemaal niet meer hoefde te zijn. Mijn voormalige werk bij team communicatie van de gemeente vulde ik sinds corona al veelal thuis in. Hybride werken heette dat: deels thuis en deels op kantoor. Elke ochtend van mijn 4-daagse werkweek logde ik van thuis uit in, om met mijn collega’s het nieuws van een dag eerder te duiden. Soms, als ik nu ‘s ochtends de krant lees, denk ik wel eens, dat ik eigenlijk die van gisteren moet pakken (grapje, (ex)collega’s!).

Ik vul mijn tijd nu met wat er op mijn pad komt. Dat zijn met een zekere regelmaat telefoontjes van uitvaartondernemers die me vragen of ik de familie van een overledene wil begeleiden om de afscheidsdienst samen met hen vorm te geven. Het komt ook voor dat ik met iemand die weet dat hij/zij binnen een bepaalde tijd komt te overlijden, samen zijn of haar afscheid bespreek. Ik voel me bevoorrecht dat ik dat mag doen en dat ik daar iets in mag betekenen.

Ik heb er weleens over nagedacht, wat dat precies is. Waarom wil ik, samen met de familie of met degene die gaat overlijden, woorden geven aan het verdriet van dat moment. Ik heb daar niet meteen een kant en klaar antwoord op, maar het heeft zeker te maken met de puurheid van de emoties. De echtheid ervan. Een eerste gesprek met de familie gaat over de realiteit van iets onoverkomelijks. De dagen die volgen gebeuren er dingen die er werkelijk toe doen, hoe onwerkelijk ze soms ook door nabestaanden worden ervaren.

Ik herinner me dat toen mijn vader overleed, ik het een dag later aan een broer van hem moest gaan vertellen. Ome Jan was mijn peetoom en hij woonde in een appartement, boven wat toen nog Modehuis Frans Theelen was. Toen ik daar aan wilde bellen, kwam aan de andere kant van de weg een hele klas kinderen van de Doolgaardschool voorbij, hand in hand, kwetterend en lachend. Dat beeld van die kinderen voelde onwerkelijk en tegelijk ook troostend. Ik weet nog dat ik heel bewust dacht: ‘goh, kijk, het leven gaat gewoon door’.

Verdriet om de dood en tegelijk blije herinneringen aan het leven. Ik zie het als een manier om door te kunnen gaan. Hoe moeilijk het soms ook is, verder gaan waar de ander is gestopt. Met de herinneringen die ander door te laten leven na de dood. Woorden geven aan die herinneringen, in een levensverhaal of in een afsluitend persoonlijk gedicht, dat is wat ik mag doen. Het voelt goed dat ik daar mijn tijd aan mag besteden. Daaraan… én aan andere dingen…

Bijvoorbeeld dat ik opnieuw een voorstelling en een podcast mag maken met Marion en Egbert. Dat is een hele prettige tijdsinvestering! Al iets voorbij zien komen over ‘Haar naam is Hanna’? Nee? Dan komt dat nog wel. Of anders even googlen. Dan kom je al snel op de site van ‘t Gasthoês, waar de voorstelling op 18 mei ‘s middags te zien zal zijn. Trouwens, in ‘t Gasthoês heb ik ook weleens afscheidsdiensten mogen begeleiden. Soms komen dingen samen en dat moet het zo zijn.. Dank voor het lezen.

Lies…

‘Lies nam zelfs afscheid met een glimlach’. Uit de verhalen van haar vier kinderen begreep ik dat die glimlach eigenlijk haar hele leven wel gekenmerkt had. Zaterdag 14 september was haar afscheidsdienst in het Peelmuseum in America. Ik mocht die dienst begeleiden en was bij de voorbereiding ervan betrokken. 

Die voorbereiding begon vier dagen daarvoor. Aan tafel in het huis waar Lies tot en met haar 92e jaar zelfstandig had gewoond. De laatste jaren weliswaar met hulp van haar kinderen, van haar buren en verschillende thuiszorginstanties, maar toch. Het was het huis dat haar man Noud destijds steen voor steen voor haar en hun gezin had gebouwd. Het huis waar ze vervolgens lang lief en leed hadden gedeeld. Het huis waar Lies, als een vanzelfsprekendheid, in haar eigen bed lag opgebaard.

Noud was dertien jaar eerder overleden. Een slag voor het gezin, maar Lies had met een bewonderenswaardige kracht haar leven weer opgepakt. En al snel was ook haar glimlach terug. Een lach die haar vier kinderen vanaf nu moesten gaan missen. Maar tegelijk een lach die na haar overlijden duidelijk een steun voor hen was. 

Het was mooi hoe aan die tafel de kinderen hun verhaal over hun moeder vertelden. Er klonk liefde doorheen. Liefde waarvan de diepte soms ook zichtbaar werd wanneer een herinnering hen tot tranen toe roerde. Ze vertelden over hoe Lies tot het laatst nog zelf blaadjes en afgewaaide takjes van het gazon plukte en naar de tuinkorf bracht. Over de toerritjes die ze met Lies maakten omdat ze daar zo van genoot, telkens weer. Vertrekkend vanaf de oprit liet ze al overduidelijk blijken hoe fijn ze het vond. ‘Ik geniet nou al’, zei ze dan.

Met de pakweg 100 foto’s die ik van haar kreeg, heb ik voor de afscheidsdienst vijf fotopresentaties gemaakt op muziek die Lies mooi vond. Foto’s van haar jongste jeugd tot aan foto’s die nog maar pas geleden waren gemaakt. Ik heb niet al die foto’s nog op het netvlies, maar op bijna alle foto’s was de glimlach van Lies te zien. 

Allevier haar kinderen deelden tijdens de dienst op een eigen manier hun herinneringen. Ook haar kleinzoon liet op een indrukwekkende manier horen wat Lies voor hem betekend had. Hij kreeg een spontaan applaus van het grote aantal aanwezigen. Men leefde mee met het verdriet en herkende de liefde. De broer van Lies had zijn bijdrage een titel meegegeven: Een goed mens is van ons heengegaan.

Het was een indrukwekkend afscheid. Losse, onverpakte bloemen sierden de kist van Lies. Het leek alsof ze in een tuin lag. Vóór en na de dienst zorgden de vrijwilligers van het Peelmuseum met veel inzet voor al het randgebeuren. Alles viel op z’n plek. Het was goed zoals het was. 


Een dag na de dienst fietste ik een grote ronde door de  regio. Ter hoogte van America fietste mij verrassend, maar alsof het zo moest zijn, de oudste zoon van Lies tegemoet. Hij vertelde dat hij een geïmproviseerd kruis had gemaakt dat hij zojuist geplaatst had bij het graf van Noud, waar Lies sinds gisteren ook bij lag. Opnieuw voelde ik de liefde van die actie. Hij had er zelfs twee ringen voor aan elkaar verbonden, vertelde hij trots. 

Ik besloot om ter plekke te gaan kijken. Duizend bloemen dekten het duograf toe. Ik zag het houten kruis en de verbonden ringen. Straks zou de grafsteen, waar al dertien jaar lang ook Lies haar naam in gegraveerd stond, het houten kruis gaan vervangen. Tot die tijd zou dit houten kruis ervoor zorgen dat iedereen kon zien dat Noud en Lies weer samen waren. Terwijl ik terugdacht aan een dag eerder, verscheen er een glimlach om mijn mond…

Lies,

oog voor al het mooie om je heen
gezien, gezin, gezongen en gezaaid
zijn wij nu zonder jou alleen
jouw blad is van de boom gewaaid

al dertien jaar je man gemist
toch plukte jij nog steeds je dag
en ook toen je wat minder wist
was er nog altijd steeds je lach

je hebt je leven vol geleefd
liefde gedeeld met al je kinderen
en hoeveel tranen het nu ook geeft
die liefde zal dus nooit verminderen

heb jij jouw Noud weer terug gezien?
toen jouw gezin dicht bij je stond?
met hem de hemel ingedanst misschien?
vandaar die glimlach om je mond?

elk blad dat van de bomen valt
elk takje op het gras
is vanaf nu herinnering
aan wie jij voor ons was

Luc…

Met drie collega’s begon hij aan de Volta Limburg Classic toertocht van 120 km in Zuid-Limburg. Een uur en 26 minuten later viel hij van z’n racefiets. Bijna meteen was er een arts bij hem, maar reanimatie mocht niet meer baten. De app die de tocht registreerde, stond stil bij 30,68 kilometer.

Hij stond nog midden in het leven. Had een eigen bedrijf, dat goed liep. Getrouwd met Cécile, twee dochters, Kim en Lisa. Een maand geleden was hij 53 jaar geworden. Op zondag 2 april jongsleden plotseling overleden, tijdens de uitvoering van zijn geliefde wielerhobby. Zomaar. Ineens. Zaterdag 8 april mocht ik zijn afscheidsdienst begeleiden. Het was een indrukwekkend samenzijn.

Cécile, Lisa en Kim, Luc’s zus en zijn vader sprak ik vier dagen eerder, op dinsdagmiddag 4 april. Luc was erbij. Hij was de avond daarvoor van het ziekenhuis in Maastricht naar huis gebracht. Er was obductie gedaan om de oorzaak van zijn overlijden te achterhalen. Het resultaat daarvan zou pas maanden later duidelijk worden, vertelde Cécile. We stonden bij Luc, die erbij lag alsof hij elk moment wakker kon worden.

Er heerste vooral nog een sfeer van ongeloof. Om de beurt riep een herinnering bij deze en gene weer tranen op. Lisa haalde een grote bruine knuffelbeer tevoorschijn, die een dag eerder door haar moeder was gekocht. ‘Dat was Luc’, zei Cécile, ‘n grote knuffelbeer’. Lisa hield hem stevig vast, terwijl nieuwe herinneringen werden opgehaald. 

Herhaaldelijk ging de deurbel. De ene keer werd de zoveelste bos bloemen bezorgd, de andere keer een pan soep, klaargemaakt door de buren. Cécile stond iedereen te woord, en bleef dat de dagen erna ook doen. Dat zorgde ervoor dat sommige zaken die geregeld moesten worden, wat in het gedrang leken te komen, maar het paste helemaal bij hoe zij en Luc in het leven hadden gestaan. Het leek voor Cécile de manier om Luc ‘levend’ te houden en samen met iedereen te verwerken dat dat niet meer zo was.

De afscheidsdienst werd gehouden in Chateau de Raay in Baarlo. In een sfeervolle grote ruimte en twee iets kleinere ruimten, waar men op beeldschermen de dienst kon volgen. Het bleek maar net groot genoeg om alle aanwezigen te kunnen herbergen. Geen stoel was onbezet en het merendeel van de aanwezigen woonde staande de dienst bij. Een grote delegatie van zijn werk was aanwezig om ‘hun’ Luc de laatste eer te bewijzen. Daarnaast familie, vrienden en bekenden. Een indrukwekkend aantal mensen.

Luc’s zus las de levensloop voor en hun vader sloot die af met een prachtige parabel over een rozenstruik. Cécile, Kim en Lisa bundelden hun kracht om samen in liefde over haar man en hun vader te vertellen. Op verzoek van Cécile heb ik de tekst voorgelezen, die Luc’s vader in de condoleancekaart had geschreven, in de nacht na het vreselijke bericht over zijn zoon. En ook de emotionele woorden van de moeder van Cécile, mocht ik voorlezen. Uit de verhalen van zijn collega’s en de vriendengroep werd nóg meer duidelijk wie Luc was en wat hij had betekend. En daarmee werd ook steeds duidelijker waarom er zoveel mensen bij zijn afscheid waren.

Behalve een gedachtenisprentje kregen alle aanwezigen na afloop van de dienst een bloeiend viooltje aangeboden. Dat was een mooi gebaar, dat Luc’s collega’s hadden bedacht. Het leverde een prachtig beeld op. Al die kleurrijke viooltjes in de handen van alle aanwezigen, die een lange erehaag hadden gevormd links en rechts van het stenen pad. Toen Luc door zes vrienden naar ‘De Kapel’ werd gedragen zag ik mensen in één beweging hun viooltje op de grond zetten om meteen daarna bij het langskomen van Luc en zijn familie te kunnen applaudisseren. Het was een soort van golf die aanhield, tot het moment dat Luc in ‘De Kapel’ was aangekomen.

Wat volgde was een informeel samenzijn. Luc was erbij. Op een symbolische en rustige plek, centraal in ‘De Kapel’, heeft zijn directe familie nog bij en met hem genoten van appelvlaai, zijn geliefde gebak. In de serre ernaast was thee, koffie, broodjes en -het kon eigenlijk niet anders- ook appelvlaai. Menige genodigde heeft zich misschien even verbaasd over dat ene stuk appelvlaai, dat pontificaal was neergezet op het donkerblauwe doek, waarin Luc was gewikkeld. Even maar verwonderd, om daarna ten volle te beseffen met hoeveel liefde dit ‘stilleven’ tot stand was gekomen. Luc hoorde er bij, hoort er nog steeds bij en blijft er bij horen. Omdat er altijd appelvlaai zal zijn. Én grote bruine knuffelberen…

Aan het einde van de dienst heb ik mijn gedicht mogen voordragen, waarmee ik ook deze terugblik wil besluiten. Voor Cécile, Kim en Lisa en alle familie, vrienden en bekenden, heel veel sterkte gewenst.

Weg…

je stapte zondag op je fiets
en bent gewoon op weg gegaan
de afstand deed je eigenlijk niets
je had het al zo vaak gedaan

je fietste dan van her naar der
genoot van zon en regen
maar nu ging je oneindig ver
ver weg, op onbekende wegen

is er een fietstocht naar de zon?
kun je rechtsaf nu, naar de maan?
je bent ver weg, maar blijft de bron
wel weg, maar nooit bij ons vandaan…