Wandelgedicht

Speels…

in de schaduw 
van mijn ronde
krijgt hier 
elk geluid een zin
klinkt het hinniken 
van paarden 
zingt het waaien 
van de wind
weinig woorden 
voor te vinden
want ik zit er 
middenin
voel verbinding 
met de aarde
en het speelse 
van een kind

Samenloop Horst aan de Maas

Ik heb zaterdagavond 24 mei jl. tijdens de Samenloop Horst aan de Maas de kaarsenceremonie gepresenteerd. Tussen 22.00 en 23.00 uur mocht ik onder andere drie mensen kort interviewen. Zij vertelden hoe de ziekte kanker hun leven op de kop had gezet en hoe het hen daarna vergaan was. Korte ervaringsverhalen die indruk maakten. Naast muziek, mocht ik zelf een aantal van mijn gedichten voordragen.

De toeschouwers voor het podium en de wandelaars op het veld hoorden de verhalen, genoten van de muziek en luisterden naar de gedichten. Onder de toeschouwers waren mensen die al gewandeld hadden of die nacht nog gingen wandelen. Tot zondagmiddag 14.00 uur, want dan zouden er 24 wandel-uren op zitten. En elke meter leverde geld op. Geld ten behoeve van onderzoek om kanker te bestrijden.

De kaarsenceremonie begon met het ontsteken van een metalen hartconstructie. Zowel de vlammen als het hart zelf vormden krachtige metaforen voor de strijd tegen kanker. Het hart als symbool voor de emoties die met de ziekte gepaard konden gaan. Het hart dat sprongen van blijdschap kon maken wanneer de ziekte overwonnen werd. Maar ook kon overlopen van verdriet wanneer de ziekte overwon. 

Het ontsteken van de zon en daarna de maan, even later tijdens de kaarsenceremonie, accentueerde dat dubbele gevoel. Veel aanwezigen herkenden dat. En het was misschien ook wel de kern van het dialectgedicht ‘Vur iederiën’ dat ik ooit schreef. Ik las het voor aan het begin van de ceremonie.

Vur iederiën

Vur iederiën
deen ni mier is
ma aaltied
oonder ôs…

Vur iederiën
din in iën kier
inens ma
zoonder môs…

Vur iederiën
deen is gegaon
vur iederiën
di bleef bestaon:

Wet daat geej
mit iedere traon
Waat op oow wange schrieft:

Naat stripke zalt
‘ik halt vaan oow’
Daat is waat aaltied blieft…

En traon die zoë
na oonder sluit,
zörgt daat dur wer
waat moëis opbluit!

Ik zocht verder tussen de gedichten die ik eerder schreef, waarin ik het contrast tussen vreugde en verdriet verwerkt had. Ik vond het gedicht ‘De cirkel is rond’. Ooit ontstaan tijdens mijn werk als ritueelbegeleider.

Ik probeer altijd verhalen en emoties van nabestaanden te vangen in een gedicht. En hoewel die gedichten vaak heel persoonlijk zijn, merk ik dat er eigenlijk altijd ook wel een universele kant aan zit. Want iedereen krijgt ooit met afscheid te maken. En iedereen heeft dan de herinneringen aan betere tijden. Het gedicht ‘De cirkel is rond’ raakt aan dat thema. Een dochter verloor haar moeder. Eigenlijk jaren eerder al, beetje bij beetje, door dementie. Ook dit gedicht heb ik voorgedragen tijdens de kaarsenceremonie.

De cirkel is rond

jij veegde mijn tranen
ik poetste de jouwe
jij hebt me gedragen
ik kon op je bouwen

jij zag ons groeien
ik voelde je trots
jij liet ons bloeien
jij was onze rots

jij was het die troostte
jouw stem hoor ik nog
jij gaf ons de vrijheid
maar was er steeds toch

jij gaf ons je liefde
ik mocht van je houden
als dochters van moeders
ook in tijden van koude

want heel langzaam zag ik
je steeds meer verdwijnen
en zoals jouw ouders gingen
zo gaan nu de mijne

wat blijft is de band
die in liefde verbond
wat blijft zit in mij, mam
de cirkel is rond

En het laatste gedicht dat ik op het eind van de ceremonie voorlas, had ik speciaal voor de gelegenheid geschreven. De titel: Samenloop!

Samenloop

de diagnose 
wordt gesteld
en dan ineens
is het een feit
een donderslag 
die met geweld
een einde maakt 
aan zekerheid

je lichaam 
laat je in de steek
al wat er is
dat raak je kwijt
is het een jaar 
of maar een week
je leven lijkt 
beperkt in tijd

de dag verandert 
in een nacht
in elke traan 
proef je het zout
maar ondanks alles 
put je kracht 
uit iedereen 
die van je houdt

jouw weg die 
loop je niet alleen
hoe moeilijk 
elke stap ook is
je komt er samen 
wel doorheen
omdat elke stap 
er eentje is

het vuur wordt 
met elkaar beleefd 
in elke vlam 
brandt iets van hoop
dat is wat je 
de ander geeft
dat is de kracht 
van samenloop

Geluid van stilte…

Een afscheidsdienst in zijn ‘eigen’ Mèrthal. Henk Derks had het vóór zijn overlijden met zijn collega’s van de Mèrthal-bouwcommissie afgesproken. En ze hadden er werk van gemaakt, zijn collega’s. Een sfeervolle aankleding, waarvan zijn zoon Rogé een dag eerder de foto al zag, die ze hem geappt hadden. Die foto ontlokte Rogé de opmerking: ‘Het lijkt wel the Night of the Proms!

Ook daar was de Mèrthal ooit voor ingericht en de kans is groot dat Henk daar toen ook een rol in de voorbereiding heeft gehad. Henk was namelijk bij heel veel activiteiten betrokken. En niet alleen in de Mèrthal. Van zijn handigheid en technisch inzicht werd heel veel gebruik gemaakt. Henk vond het fijn om iets in die zin te kunnen bijdragen.

Het was druk. Het grote aantal stoelen bleek bij lange na niet genoeg voor het grote aantal aanwezigen. Alles was bezet en rijendik stonden ze rondom statafels om Henk de laatste eer te bewijzen. Op de trompetmuziek van ‘Il Silenzio’ begeleidde de familie Henk naar binnen. Hij kreeg een plek op het podium. Op een klein tafeltje stond zijn eigen trompet en iets verder weg zijn Puch-brommer. Links en rechts van het podium hingen twee grote schermen waar zijn foto op geprojecteerd was. Een mooie foto die zijn broer Jos nog niet zo lang geleden gemaakt had.

Op het tafeltje met zijn trompet stonden zes kaarsjes te wachten om door zijn kleinkinderen te worden aangemaakt. In leeftijd variërend van 4 tot 12. Ze vonden het best spannend, de een wat meer dan de ander, maar toen ik hen daarvoor vroeg, stonden ze er, alle zes. Met een aanmaakkaars liepen ze één voor één naar het tafeltje en ontstaken hun kaars. Voor opa. Je zag de concentratie op hun gezichten. Ik denk dat het applaus dat ik voor ze vroeg toen alle kaarsjes branden een ontlading voor hen was, maar ook wel extra indruk op hen heeft gemaakt. 

Daarna zagen ze foto’s van zichzelf voorbij komen, groot op de twee schermen, samen met opa. Het wakkerde hun emoties nog wat meer aan. Maar bij andere foto’s zag ik gelukkig toch ook zo nu en dan een lach op hun gezichtjes. De muziek onder die eerste fotoserie had Henk zelf nog mee uitgezocht. Met in gedachten zijn ziekteperiode vond hij Rollercoaster van Danny Vera wel een toepasselijk nummer.

Vlak voor aanvang van de dienst viel een van de twee beamers zo nu en dan even uit. Maar bijna meteen daarna kwam het beeld ook weer terug. Een onverklaarbaar technisch mankementje. Op een moment vlak voor aanvang dat het ook niet meer te verhelpen was. Je hoopt er dan het beste van. Maar ook tijdens de eerste fotoserie gebeurde het een paar keer.  Mijn ervaring is dat je onverwachte dingen het beste maar gewoon kunt benoemen. En misschien moest het ook wel zo zijn. Het was een mooie gedachte dat juist het telkens snel weer verschijnen van het beeld weleens aan Henk te danken zou kunnen zijn geweest..

De vrouw van Henk, Marianne, en hun twee zonen Rogé en Glenn, hadden alledrie hun herinneringen op papier gezet. Die verhalen had Henk, dagen vóór zijn overlijden, al gehoord en goed bevonden. Ook over de muziek waren ze het samen snel eens geworden. ‘The show must go on’ van Queen was een hele toepasselijke titel. En het ‘Roet zien de Roeze’ van TaaiTaai bleek op de mobiel van Marianne een gereserveerde ringtune, die alleen klonk  als Henk haar belde. Het vierde nummer waarop foto’s werden getoond heette ‘Het geluid van stilte’. Met een eigen nederlandstalige tekst bezong BenR precies de emoties van dat moment, op de muziek van ‘The sound of Silence’. In het plotselinge stille einde van het lied kwam het zachtjes snikken van de kleinkinderen nog intenser binnen…

Opa zal gemist worden. Vader zal gemist worden. Marianne zal hem gaan missen. Zijn broers en zussen zullen hem gaan missen. En heel veel organisaties en verenigingen zullen hem gaan missen. En toch… ‘the show must go on’… ondanks het geluid van de stilte. Ik denk dat Henk het ‘dóórgaan’ zijn jongens en zijn vrouw ook wel heeft meegegeven. Juist door de manier waarop hij in het leven stond. Rogé en Glenn herhaalden volgens mij allebei in hun verhalen de levensles die hun vader hen leerde: ‘Wat je voor een ander doet, komt ook weer bij je terug’. En die andere twee levenslessen mochten er ook zijn: Geen politie op de stoep en nooit vóór 02.00 uur thuiskomen, want dan maak je niks mee.

Henk is door zijn gezin na de dienst begeleid naar het informele samenzijn in ‘zijn’ Mèrthal. Zijn kleinkinderen liepen heel zorgvuldig met hun brandende kaarsjes achter opa aan. De kaarsjes kregen een plek op de kist van opa, tussen hun eigen met verf gekleurde handen die ze al eerder op de kist hadden gemaakt. De kaarsjes mochten ze houden, vertelde een medewerker van Han-Mark Arendse Uitvaartzorg me. Toen ik hen dat vertelde, terwijl ze lekker van hun broodjes genoten, waren de tranen al wat opgedroogd. De kaarsjes zullen thuis ook nog wel een keer aangaan. En dan zal er nog wel eens een traantje vloeien. Dat mag. Hoe graag je het soms ook anders zou willen, ‘the show must go on’… ondanks de stilte..

Heel veel sterkte voor iedereen die Henk gaat missen.

Met toestemming van Marianne, Rogé en Glenn, deel ik dit verhaal en hieronder het gedicht dat ik voor hen maakte en gistermiddag tijdens het afscheid heb voorgelezen.

Henk,

vol inzet, steeds gedreve
actief mit hiël veul zake 
daat ziede aalt gebleve
bijna aalles kösste make

gaer haadde oow zelf gerepareerd 
dao hedde ok hiël veul vur gedaon
ma toen ge aalles haat geprobeerd 
voongde ut tiëd um heer te gaon

vergaete, Henk, doon weej oow ni
aalle herinneringe blieve werm
hedde trouwes Tonny trug gezi?
en haaj zeej Rieny ôp dun erm?

dur ziën, vur andere en vur ôs
waat geej ôs aalt het veurgedaon
dao is ut in ‘t laeve um begôs
en zoë zulle weej ok verder gaon

Toon en Truus…

Tijdens een bezoek aan Toon en Truus geraakt door hun verhalen. Mooi om te zien hoe zij dat samen bewaren en koesteren in zelfgeschreven boeken. Indrukwekkend.

Een gedicht als dank voor het goede gevoel dat zij me gaven. Voor Toon en Truus. En voor iedereen die het herkent..

naast vreugde
jarenlang de pijn
van steeds 
een beetje minder

toch, als ze er
dan niet meer zijn
blijft liefde 
de verbinder

hun veel te korte levens
met honderdduizend woorden
zo liefdelang beschreven 
dat engelen het hoorden…

elk woord
uit liefde opgediept
houdt vast 
wat er ooit was

letter voor letter 
uitgetypt

ik voelde 
dat ik liefde las…

Evenwicht…

dag van de arbeid
bijna iedereen vrij

alles wandelt heel zonnig
aan mijn tafel voorbij

niemand problemen 
nergens een lont

en net als de wereld
is mijn tafeltje rond

het wiebelt een beetje
plus een dansende stoel

of… is het de wereld
waar ik dysbalans voel

iedereen loopt
aan de wereld voorbij

op de dag van de arbeid
is bijna iedereen vrij…

Gedachtenisprentje…

Ger Peeters

Ik sprak Gertie en Ger op dinsdagochtend 11 maart. Op hun verzoek hadden we afgesproken om het over het afscheid van Ger te hebben. De voortschrijdende aftakeling door de ziekte Parkinson had een stadium bereikt waar Ger voor zichzelf de grens had gelegd. De grens van een menswaardig afscheid. Of, zoals Gertie die ochtend namens Ger vertelde: Afscheid nemen op een punt dat de kleinkinderen zich opa nog kunnen herinneren als een man waarmee ze samen spelletjes deden aan tafel. Ger was daar sinds de diagnose en de prognose vanaf het begin altijd heel stellig in geweest. ‘Ik ga niet áán Parkinson overlijden, maar mét Parkinson’.

Ik kwam Ger het laatste jaar zo nu en dan tegen, als hij zijn rondje maakte door het centrum van Horst. Bij elke nieuwe ontmoeting zag je het afbrekende effect dat Parkinson op hem had. Waar het aan het begin een nauwelijks opvallende vertraging was, veranderde dat in de loop van een jaar naar een complete afhankelijkheid van een rollator en desondanks toch nog vaak vallen. En toen op het laatst het lezen van boeken en het maken van de puzzels uit de krant niet meer mogelijk bleek door de aantasting van de oogspieren, was voor Ger de maat vol.

Samen met Gertie en hun twee zoons Patrick en Paul had Ger dat scenario al voor zichzelf uitgetekend. Op 18 maart moest het gaan gebeuren. Niet op 17 maart want dan was de nationale feestdag in Ierland, St. Patricksday. Dat wilde Ger zijn Ierse schoondochter Ruth niet aandoen. Dinsdag 18 maart moest het worden. Die dag was ook met de huisarts vastgelegd. Het weekend daaraan voorafgaand werd nog helemaal volgepland met bezoeken van familie en vrienden. Sommigen wisten hoe de vlag erbij hing, anderen schrokken van Ger’s keuze om de regie op relatief korte termijn in eigen hand te nemen.

Het vergt moed om überhaupt die keuze te maken, laat staan om dan de volgende definitieve stap met zoveel zelfbewustheid en berusting te zetten. Ger was er duidelijk in. En standvastig. Op 18 maart, om 14.39 ontving ik van Gertie een appje, waarin ze meldde dat  Ger was overleden. Een dag later vertelde Gertie me dat Ger, vóór het definitieve afscheid, nog een laatste keer met het gezin een spelletje wilde doen. Zo geschiedde en deze keer won Ger niet. 

Een dag later zat ik met Gertie, Patrick en Paul en hun partners Loes en Ruth, aan tafel om de afscheidsbijeenkomst met hen vorm te geven. Dela Uitvaartzorg was al in een vroeg stadium benaderd en de nodige afspraken en voorbereidingen waren al getroffen. De dienst stond gepland op zaterdag 22 maart. Ger had zelf de muziek uitgezocht die er bij zijn afscheid mocht klinken. Foto’s uit zijn leven kreeg ik diezelfde dag nog en wat me opviel toen ik daar compilaties van maakte op Ger z’n muziek, was de trots in zijn ogen bij opnamen waarbij ook zijn familie in beeld was.

Op de rouwkaart stond een mooie volzin: ‘Je hoeft niet zo sterk te zijn om iets vast te houden, maar je moet heel sterk zijn om iets los te laten’. Gevolgd door drie woorden: ‘In liefde losgelaten’. Slechts drie woorden, die eigenlijk alles zeggen. Je zou in eerste instantie denken dat het de woorden van Gertie, Patrick en Paul zijn. Maar evengoed zouden het de woorden van Ger kunnen zijn. Hoe sterk moest hij zijn? Of zit de kracht vooral in het samenspel? Zelfs vlak voor een afscheid?

De aula van Crematorium Boschhuizen in Venray bleek op dag van het afscheid te klein om het grote aantal aanwezigen te herbergen. Een deel vond noodgedwongen een plek in de ontvangstruimte en een aantal families in het buitenland keek via de livestream mee. Het was al snel duidelijk dat het van te voren ingeschatte aantal gedachtenisprentjes niet voldoende zou zijn. Dat bleek dus ook op het eind. Ger zou zelf die situatie waarschijnlijk hebben afgedaan met de opmerking ‘het is niet anders’. 

Het In Memoriam dat Gertie had geschreven en de herinneringen die Patrick en Paul tijdens de dienst deelden,  maakten indruk. Temeer omdat Ger zelf die verhalen zondag daarvoor al had gehoord. Net als de verhalen van de buren Ben en Annie en hele goede vrienden Frank en Marlie. Ik had op die zondag ook het gedicht klaar, waarmee ik als ritueelbegeleider normaal gesproken een afscheidsbijeenkomst besluit. Ook dat heeft Ger zelf nog gehoord, toen Gertie het aan hem voorlas.

Zoals gezegd, niet iedereen kon na het persoonlijke afscheid worden voorzien van een gedachtenisprentje. Ondanks mijn verzoek vooraf of men per stel met één prentje genoegen wilde nemen. Om die reden hieronder het prentje digitaal. En op verzoek van Gertie plaats ik daarna ook het gedicht dat ik speciaal voor Ger, en voor iedereen die Ger kende, heb geschreven.

Ger,

regelmaat en ritme
bepaalden steeds jouw leven
en dat is tot het allerlaatst
steeds het geval gebleven

je ziekte streepte dingen door
en telkens leverde je wat in
maar altijd ging jij er weer voor
elk einde werd een nieuw begin

met regelmaat en ritme 
bleef jij op beter hopen
je bleef zolang het ging
gewoon je rondes lopen

maar jij bepaalde zelf je grens
je leven lang al zelfbewust
je afscheid was je eigen wens
bij ritme en regelmaat past rust

wie je liefhad stond je bij
meer was er niet te zeggen
je liet jezelf, maar hen ook vrij
door je grens zelf te verleggen

het leven zonder jou gaat door
maar als het even niet meer gaat
dan kies ik in gedachten voor
jouw ritme en jouw regelmaat


GvdM | 160325

Na carnaval…

voor het eerst 
weer een terras
strak blauwe lucht 
stralende zon
‘t is net of carnaval 
dat gisteren was
heel lang geleden 
ooit begon..

confetti ligt nog 
op het plein
en hier en daar 
een beker
gisteren kon ik nog 
vanalles zijn
vandaag 
weet ik het zeker..

Zon en maan…

Geïnspireerd door alle activiteiten voor onze voorstelling en podcast ‘Haar naam is Hanna’ een ‘hoog over’-gedichtje.

Meer info over onze voorstelling? Kijk op https://www.gasthoes.nl/programma/haar-naam-is-hanna

terwijl de wolken over drijven
blijven zoeken naar de zon
daar heel kort wat over schrijven
en dan teruggaan naar de bron

als de sterren niet meer stralen
blijven zoeken naar de maan
en dat oneindig lang herhalen
tot licht en donker samen gaan

De ontmoeting…

Mijn ingeving om deze column te beginnen met de titel ‘Het afscheid van Jens’, kon ik eigenlijk meteen onderdrukken. Natuurlijk namen we afscheid van Jens op donderdag 9 januari 2025. Maar het was veel meer dan dat en het begon al dagen eerder bij de eerste ontmoeting met zijn familie. 

Jens was pas zeventien jaar. Zijn rouwkaart begon met prachtige volzinnen: Je ogen, je lach, je licht voor anderen, de schaduw in jou die niemand zag. Alles is anders zonder jou.

Ik kreeg de concept-rouwkaart al een kleine week eerder van Gerry Schers, die namens uitvaartverzorging Yvonne Vos de familie vanaf dag één begeleidde. De foto op de rouwkaart liet een sterke jongeman zien, bijna te groot voor het voertuig waar hij op reed. Hij keek lachend de camera in. Op de kaart was ook nog een voetbalactiefoto van Jens te zien. Opperste concentratie en gefocust op de bal. Twee foto’s. Een eerste kennismaking met Jens. 

Er stonden meer dan tien auto’s bij hun huis toen ik er mijn auto op de afgesproken tijd parkeerde. Er kwamen wat mensen naar buiten die de deur voor me open hielden. Binnen zag ik mensen in een kamer bij een gesloten blankhouten kist staan. Over de kist waren sjaals gedrapeerd van PSV en Borussia Mönchengladbach. Hier en daar was er wat op de kist geschreven. Rondom de kist was men vooral stil. Het voelde koud op de kamer. Het verdriet was er zichtbaar en voelbaar. De moeder van Jens kwam naar me toe. Doffe pijn zag ik in haar ogen. 

Ze wist dat ik zou komen, zei ze, terwijl ik haar wat onbeholpen condoleerde.. Wat zeg je tegen een moeder die haar zoon een dag eerder in een gesloten kist thuis gebracht zag worden… Samen liepen we de keuken in. Ook daar veel mensen. Sommigen stonden op het punt van vertrekken. Jens z’n vader was bij hen. Ook hem kon ik condoleren. En Gerry Schers was er nog. In haar ogen zag ik de emotie en tegelijk voelde ik dat uit haar handelen een kordaatheid sprak die nodig was in deze situatie. Al twee dagen was zij de familie tot steun en ook een dag later zou ze er weer zijn. Met die belofte ging ze naar huis.

Aan de keukentafel zat een zus van vader aan een laptop. In de huiskamer waren anderen bezig om het adressenbestand voor de rouwkaarten op orde te brengen. Een andere zus van vader leek die acties te coördineren. Uiteindelijk zaten we met z’n allen aan de keukentafel. De vader en moeder van Jens, de zus van Jens met haar vriend, de oma van Jens en de twee zussen van vader. Op de tafel stond een grote foto van Jens in een lijst. Nu moest ik wat gaan zeggen. Gaan uitleggen wat ik mogelijk zou kunnen betekenen. Maar het enige dat ik kon uitbrengen, was dat ik nog nooit in zo’n situatie had gezeten. Overrompeld door het verdriet dat ik bij iedereen zag en voelde. Mijn tranen vloeiden ook.

Achteraf denk ik dat juist die constatering van machteloosheid en dat onpeilbaar diepe verdriet, precies datgene was wat iedereen aan tafel voelde. Níémand had ooit in die situatie gezeten en toch zaten we daarvoor nu bij elkaar. Langzaamaan kwam het gesprek op gang. Woorden werden afgewisseld met tranen. De pijnlijke werkelijkheid van zijn niet te vatten afscheid werd met liefde omgeven. Het diepe verdriet soms afgewisseld met een mooie herinnering. Zo vreemd dat wat een paar dagen eerder nog een gezamenlijke ervaring was met Jens, nu ineens een herinnering genoemd moest worden. Niet te bevatten. Onwaarschijnlijk waar..

Alles wat werd verteld, werd door een zus van vader meegetikt op de laptop. Er bleken al een aantal afspraken te zijn gemaakt en zij wist precies in hoeverre die van invloed zouden kunnen zijn op de verdere invulling van de afscheidsbijeenkomst . Haar doelmatigheid leek soms haaks te staan op de emoties en toch voelde dat niet zo. Integendeel. Ik zou het, terugdenkend aan toen, gestold digitaal verdriet willen noemen. Nodig om grip te krijgen op een situatie die eigenlijk niet te begrijpen was. We spraken af dat zij degene zou zijn waarmee ik contact zou onderhouden over teksten en de verdere invulling van de afscheidsbijeenkomst. We besloten dat ik een dag later terug zou komen. Er was gewoonweg te veel emotie om in één gesprek te kunnen passen…

Een dag later opnieuw veel auto’s. En weer veel mensen, maar nu met een duidelijke taak, leek het. Binnen zaten een tiental vrienden van Jens. Ook bij hen verslagenheid. Tegelijk bleek er een grote eensgezindheid toen hen werd gevraagd of ze hun vriend zouden willen begeleiden op de dag van het afscheid. Ik heb hen kort gesproken over de muziek waar Jens naar luisterde. Een van hen stond desgevraagd meteen op om mijn visitekaartje in ontvangst te nemen. Hij zou me de titels mailen. Toen ze vertrokken, wensten zij een voor een met een knuffel de vader en moeder van Jens en zijn zus sterkte. Een vriend verliezen en er dan zó voor het gezin en voor elkaar kunnen zijn. Vanuit onmacht en onbegrip er toch wíllen zijn. Het was een indrukwekkend gezicht.

Het gezin wilde persé thuis afscheid nemen van Jens en daarvoor moest een grote loods worden ingericht op een manier die recht zou doen aan het laatste eerbetoon dat het gezin Jens wilde geven. Dat moest perfect zijn, ook omdat Jens een perfectionist was. Het moest een afscheid worden -hoe pijnlijk ook- waar Jens zélf trots op zou zijn, vertelde zijn vader me, met tranen in de ogen. Duidelijk werd dat zowel Jens z’n vader en moeder, zijn zus en ook zijn oma tijdens het afscheid over Jens wilden vertellen. Ook een neef van Jens en diens moeder kwamen aan het woord. Vanuit zijn vriendengroep was er behoefte om iets te zeggen. Net als bij SV Ysselsteyn, de voetbalclub waar Jens fanatiek lid van was. En de mentor van Jens wilde namens het Willibrordcollege graag spreken. 

Jens had een afscheidsbrief achtergelaten. Tijdens het tweede gesprek met de familie heb ik die op hun verzoek hardop voorgelezen, omdat nog niet iedereen aan tafel de brief gezien had. De papieren woorden van Jens zaten vol liefde. Maar ze leken de pijn nog meer te onderstrepen. Weer waren er tranen die we deelden.  Maar ondanks of misschien wel dankzij de tranen, kreeg de invulling van de afscheidsbijeenkomst steeds meer vorm. Er werden foto’s bij elkaar gezocht en de zus van Jens verzamelde korte filmfragmenten. Ik kon aan de slag. Met de muziek van de vrienden ontstond zo een viertal fotoseries en één filmcompilatie. Een dag later kon ik die aan de familie laten zien. Huilen en lachen wisselden elkaar weer af. Maar vooral was men dankbaar voor het resultaat en heel blij dat ze alles vóór de afscheidsbijeenkomst al hadden kunnen zien. 

Er gebeurde in een paar dagen ontzettend veel ter voorbereiding van een onvoorstelbaar mooi afscheid. Toch voelde al die inzet ook soms wat dubbel. Juist omdat het ontzettende en onvoorstelbare gebeurd was. Hoe fijn zou het zijn, vroegen zijn ouders en zijn zus zich herhaaldelijk af,  als al die maatregelen voor het afscheid niet nodig zouden zijn… en dan tegelijk het besef dat je het zo mooi mogelijk wil laten zijn. Voor Jens.

Het werd die donderdag van het afscheid heel erg druk. Het grote aantal stoelen en zitplaatsen aan statafels bleek bij lange na niet genoeg. De mensen die stonden, zagen als eerste hoe de vrienden Jens naar binnen begeleidden. Dat gebeurde op snoeiharde muziek van de Red Hot Chili Peppers. ‘Can’t stop’ was de veelzeggende titel. Veelzeggend, omdat Jens die muziek ooit had aangeraden aan zijn zus die voor een paardenwedstrijd (concours?) een stevig entreenummer zocht. ‘Dat is pas een goeie binnenkomer’, had Jens gezegd. En een stevige binnenkomer was het. 

Na het welkom aan alle aanwezigen, volgden er indrukwekkende woorden van mensen die heel dicht bij Jens stonden. Zijn oma, zijn zus, zijn ouders. Zijn neef en zijn tante, zijn mentor van het Willebrordcollege en zijn begeleider van de voetbalclub. Zijn vrienden. Iedereen belichtte een ander aspect uit het leven van Jens. Tussendoor waren de foto’s te zien die de woorden bevestigden. Op het eind namen alle aanwezigen persoonlijk afscheid van Jens. Een indrukwekkend lange stoet, die maar niet leek te stoppen.

Uiteindelijk bleven alle genodigden over, om op een informele manier Jens nog extra te gedenken. Midden in de loods kreeg Jens een plekje. De catering zorgde dat niemand iets te kort kwam. Op enig moment zou er een toost op Jens worden aangekondigd en tot die tijd werden er nog veel herinneringen opgehaald. Op het moment van de toost, viel de stroom uit. Bijna niemand merkte dat op, ware het niet dat de microfoon die ik vast had om de toost in te leiden, het ook niet meer deed. Maar misschien was dat juist wel mooier. Een streek van Jens op het goede moment? Hoe dan ook, we hebben op hem getoost, al had niet iedereen door de drukte op dat moment een drankje. Zijn vrienden wel, zag ik vanuit mijn ooghoeken. Goed volgetapte glazen bier. Jens zou er trots op zijn geweest.

En toch.. Het definitieve afscheid van Jens kwam steeds dichterbij. Alle aanwezigen vormden buiten op straat een erehaag. Opnieuw onder begeleiding van zijn vrienden verliet Jens in de rouwauto het huis waar hij zeventien jaar en nog wat maanden gewoond en geleefd had. Zijn ouders en zijn zus liepen achter hem aan. Zijn vader had het paard Cayenne aan de teugel. Dezelfde trots en waardigheid, als die ik op de eerste twee foto’s op de rouwkaart had gezien, zag ik symbolisch terug in Cayenne. Op het einde van de straat gaf zijn vader Cayenne over aan een goede vriend, die met Cayenne door de wei terugliep naar de stal. Jens en de familie reden door naar het crematorium. Maar met Cayenne bleef er ook een belangrijk deel van Jens thuis. Trots, sterk en waardig, net als Jens. Met schaduwen die op het eind niemand zag, waarschijnlijk omdat hij zelf niet wilde dat iemand die zag…

Het gedicht hieronder heb ik voor de familie gemaakt. Ik heb het voorgelezen op het einde van de afscheidsdienst. De laatste regels met trillende stem. De ontmoeting met Jens en zijn familie was ook een ontmoeting met mezelf en mijn emoties. Ik voelde me verbonden. Door Jens. Hij was een verbinder. Verbonden met iedereen, maar niet met zijn schaduwen. De schaduwen die niemand zag…

Jens,

al pak je miljoen ballen
die laatste bal
die leven heet
die moest je laten vallen

niet aan zien komen
onvoorstelbaar hard
ongehoord en niet gezien

die laatste bal
die levens tart
onhoudbaar zelfs misschien?

omdat, wát jij ook wilde
je steeds niet pakken kon?

de wereld die verstilde
toen jij je reis begon…

Nieuwe dingen…

een continue stroom 
gedachten
en heel veel vragen 
in mijn hoofd
die op een eigen 
antwoord wachten
dat door mijzelf 
ook wordt geloofd

ondanks de twijfels 
en die vragen
waar ik het antwoord 
niet op weet
blijf ik genieten 
van de dagen
en doe 
wat ik niet eerder deed