‘Word-painting’

Ik luister naar liedjes van de playlists van Cynthia. Ik heb ze net gedownload vanuit Spotify. Je kunt daar ‘vrienden’ kiezen, volgens mij afkomstig vanuit Facebook. Sommige van die vrienden blijken ook Spotify te gebruiken. Tenminste, dat denk ik, want achter hun namen zie ik ‘playlists’ staan. Zorgvuldig samengestelde muzieklijsten die ze hebben ‘gedeeld’ zodat anderen er ook gebruik van kunnen maken. Cynthia had er zo ook een aantal achter haar naam staan.

Van haar heb ik een viertal playlists bewaard. Een is vooral klassiek, twee andere lijken selecties van voorgaande jaren en één lijst heeft ze ‘tophits’ genoemd. Terwijl ik dit schrijf luister ik naar de muziek uit die lijst. Ik ben benieuwd naar haar muzikale voorkeuren. Waarom juist naar die van haar? Omdat Cynthia een nicht van mij is. De dochter van mijn zus Trudy. Ik heb nog wel meer nichten en neven, maar zij is speciaal.

Zonder de hele geschiedenis te willen toelichten -als ik dat al zou kunnen- wil ik heel kort uitleggen waarom Cynthia dat speciale plekje in mijn hart heeft. Mijn zus is jaren geleden namelijk gescheiden. Cynthia was toen nog in de peuter/kleuter-leeftijd. In eerste instantie kreeg Trudy de voogdij over Cynthia, maar omdat mijn zus bij herhaling gezondheidsproblemen van geestelijke aard het hoofd moest bieden, is uiteindelijk de voogdij overgegaan naar haar ex-man.

In de periode daarna heeft de nieuwe partner van Trudy’s ex jarenlang via een bezoekregeling het contact tussen Cynthia en mijn zus in stand gehouden. Niet altijd even gemakkelijk vanwege de wisselende gemoedstoestand van Trudy. Ook Cynthia zal wisselende indrukken van die tijd in haar herinnering hebben. Het heeft haar waarschijnlijk mede doen besluiten, toen ze meerderjarig werd, om het contact met haar biologische moeder te verminderen en uiteindelijk geheel te verbreken. Het is duidelijk dat wat ik hier in twee alinea’s zakelijk beschrijf, een wereld van emoties in zich herbergt.

Hoe graag zou ik de pijn en het verdriet van alles wat er gebeurd is willen kunnen wegnemen. Of invloed kunnen uitoefenen op wat er nu en in de toekomst nog staat te gebeuren. Maar dat kan ik niet. Zo goed en zo kwaad als het gaat begeleiden mijn broers en andere zussen in mindere tijden Trudy. Zo nu en dan heb ik via mail of facebook contact met Cynthia. In betere tijden, want die zijn er gelukkig ook, deel ik sommige gegevens met Trudy. Af en toe pluk ik een foto van Cynthia’s kat van het web en ja, ook Cynthia zelf heb ik zo al eens in een lijstje aan Trudy gegeven. Het bloed kruipt toch waar het niet gaan kan.

En nu dus haar muziek. Ik ben ondertussen een tweetal uurtjes verder en heb al een paar mooie titels voorbij horen komen. Ook flarden van teksten die ik heel vrij interpreteer naar de situatie die ik hierboven kort beschreven heb. Op het gevaar af dat het sentimenteel wordt, of emotioneel, wil ik toch een aantal van die passages opschrijven. Komen ze.

Een zin die de hele tijd al is blijven hangen komt uit het nummer Cleanin’out My Closet van Eminem. ‘…i’m sorry mama, i never meant to hurt you, i never meant to make you cry, but tonight i cleaning out my closet…’. Sinnead O’Connor: Nothing Compares To You en dan dit horen: ‘…tell me baby, were did I go wrong…’ of ‘…i know that living with you, baby, was sometimes hard…’. En het volgende nummer klinkt al -ik heb de shuffle-mode aanstaan- Me And Misses Jones: ‘…we got a thing going on… we both know that it’s wrong but it’s much to strong to let it go now… it hurts so much inside … she goes her way and i go mine…’. Pff. Ik weet het, zeer vrije interpretaties, maar toch. Muziek kan veel vertellen.

Run DMC: ‘…walk this way…’. Jennifer Rush: The Power of Love. ‘… whenever you reach for me, i’m gonna do all what i can…’ en ‘…cause i’m always by your side…’. ‘…sometimes i’m frightened but i’m ready to learn…’. Ik doe er nog een, want Jennifer is bijna klaar. En dat is Vangelis: Conquest Of Paradise. ‘…Mmm hmm hmm mmm…’. Een koor zingt ook tekst, maar die kan ik niet verstaan. Even googlen. ‘…In noreni per ipe; In noreni cora; Tira mine per ito; Ne domina…’. Tja. De uitleg? ‘These lyrics are an “invented” musical language, it’s called: “wordpainting” [pseudo Latin]’.

Een mooi, door toeval ontstaan, toepasselijk einde aan dit verhaal. Want je zou mijn verhaal ook een soort ‘word-painting’ kunnen noemen. En voor een deel zelfs ‘invented’, maar wel met een serieuze ondertoon. Opgedragen aan Cynthia. En aan Trudy. Niet om iets te veranderen, want dat kan ik niet. Maar wel om wie er iets in herkent een hart onder de riem te steken. Muziek en muziektekst kan heel troostend en veelzeggend zijn. Of je het wil horen is een tweede. ‘…One way or another…’ hoor ik Blondie zingen. Luister er zelf ook maar eens naar. Benieuwd wat jij er nog meer in hoort. Bedankt voor het lezen en Cynthia, bedankt voor je muziek!

Speciaal voor jou een afsluitend gedichtje, dat ik -serieus- heb geschreven ten tijde van de scheiding. Lang geleden dus al, maar ik heb altijd in mijn hoofd gehad dat ik het jou ooit nog een keer zou laten lezen. Bij deze.

Scheiden

Twee mensen houden van elkaar
twee mensen trouwen met elkaar
je streeft dan even naar een leven
je leeft dan zeven jaar dat leven
maar als dat jou niet ‘dat’ kan geven
is dat het eind dan van dat leven?

Twee mensen hielden van elkaar
twee mensen scheiden van elkaar
heel vaak, zie je, na zeven jaar
gaan dan drie mensen uit elkaar

Die derde mens, ontstaan uit twee
verbindt hetgeen gescheiden is
die derde mens bewijst daarmee
dat zeven jaar geen lijden is!

Zomerregen

Zittend in een rieten stoel
In m’n eentje op ’t terras
Huilend ventje loopt voorbij
Waar het anders zonnig was

Kijkend naar de natte boel
Neem ik een slokje van m’n glas
Knoei een beetje bier op mij
Maar toch niks natter dan ‘k al was

Zomer waar ik herfst in voel
Zelfs aan de overkant geen gras
In twintig letters op een rij:
Zomerreeg-en-winterjas

-bij Jan op ’t terras-

20130628-165404.jpg

Afscheid

Jaren geleden zag ze nog. Hoorde ze nog de stemmen van haar kinderen en kleinkinderen. Toen liep ze nog genietend door haar tuin, die elke zomer vol stond met bloemen. Het was haar lievelingsplekje. Daar leefde ze. Met liefde geteeld. In liefde gedeeld. Daar kleurde ze als het ware met de bloemen mee en ademde hun geuren in. En alles wat groeide en bloeide voelde zich liefdevol door haar gestreeld.Toen…

92 is ze geworden. De laatste zestien jaar in het donker omdat ze destijds in korte tijd nagenoeg blind werd. Een paar jaar geleden kwam daar de stilte bij, omdat haar gehoor steeds minder werd. En voor zover dat te zien of te merken was, leken ook haar herinneringen te vervagen. Op den duur herkende ze zelfs haar kinderen niet meer. Haar spraak werd meer en meer onverstaanbaar en er was uiteindelijk nauwelijks contact mogelijk. Zacht aaien of knuffelen ging nog wel, maar alleen als ze het toeliet. Van het definitieve afscheid lijkt ze nagenoeg niets te hebben gemerkt. Ze stopte op zaterdag met eten, dronk niet meer en hield op dinsdag rustig op met zijn. Moeder stierf. Haar negen kinderen waren er bij en gunden haar die rust. Het was goed zo. Maar toch…

Verstandelijk is er vrede met de situatie maar emotie laat zich daar niet door leiden. Vanzelfsprekend is er de kou van het loslaten. Maar gelukkig bij vlagen ook de warmte van het vasthouden. Ieder ondergaat het afscheid en het einde van het kind-zijn op z’n eigen manier. En dan mogen de zoute tranen van de één even in een schril contrast zijn met de zoete herinnering van de ander. Zo sterk als ze zestien jaar met z’n allen zijn geweest, zo kwetsbaar zijn ze nu individueel. Met z’n negenen zo op zichzelf aangewezen. Hun moeder –’ôs Moek’-  is dood. Geen ouders meer. Niet in deze wereld, althans.

Ze ligt opgebaard bij één van de kinderen thuis. Buiten in de tuin staat de houten deksel van haar kist. Aan de binnenkant ervan schrijven we lieve woorden. Tekenen we bloemen. Voor haar. Maar ook voor elkaar. Als morgen de kist dicht gaat wordt het licht niet donker. Integendeel. Want al snel zal ze het zien. Wéér zien, wellicht, omdat ze het waarschijnlijk gisteren al gezien heeft. Toen het werd opgeschreven. En gehoord, toen het werd gezegd. Omdat alles wat groeit en bloeit zich nu alweer liefdevol door haar gestreeld weet…

 

Het regende in juli.
De zon was dagen zoek.
Dat jij besloot op reis te gaan,
dat deed je goed, ôs Moek

Lang ongezien en ongehoord.
Te stil en te veel zwart.
Loop jij nu weer door tuinen en
strooit bloemen in ons hart

Het licht is geen beperking meer.
Geluid nooit meer te zacht.
Je hoort nu zelf, dichtbij de zon,
en kijkt naar ons, je lacht…

Poezieversje…

Pip

Welke wijze woordjes,
of iets wat je schrijft,
kun je bedenken,
voor liefde die blijft?

Een kus, op het voorhoofd,
die verdrietjes verdrijft?
Of een hand op de buik,
die de pijntjes wegwrijft?

Een miljoen woorden
en niets wat beklijft,
als mijn kus op jouw hand,
die verdrietjes verdrijft…

papa

Rust

Volksliedtraan
van Koreaan
sliding tackle
Afrikaan
noppenschoen
op enkelband
voetbalknie
en zwabberbal
oranjegek
kanariegeel
hup Mandela
Vuvuzela!
Och. Leeuwenhart
noch pantertrots
na week of drie
niks beter nie
wèl Van der Vaart
maar welvaart? Nee..
want voetbal ‘k nie
niks beter nie…

Capaciteiten

uitbouwen vanuit zekerheid
of groeien vanuit twijfel
Maar eh…
wie geeft het antwoord
als je jezelf vragen stelt…
als denken direct doen is
of doen zoals bedacht
dan eh…
geef ik het antwoord
op de vragen die je stelt…

Gewoon even lekker…

Kriebelzon
en ritselwind
Wiebeltand
en peuterkind
Rinkelroer
en koffiegeur
Zomerstoel
en wolkenkleur
Zwaluwdans
en harteklop
Hersenspin
en ruitjesdrop
Al die dingen
en nog meer
Autoloze zondag sfeer

Zijn stoel…

Owwe stool
wao geej in zoat
stiet boave
Pip speult tur nou i
gebroekt um aas opstapje
um hoegerop te kome
klumt dur op, zit dur i
verstopt zich tur achter..
en duk is ie leag..

Ik zeej oow nag zitte
veut teage elkaar, biën in en ruutje
sloogt oowen erm um daat megje vaan os
‘ni valle wah’…

Pip die ni zoag hoe geej dur oetzoagt
oow vel, geschilverd, leet los vaan oow gezicht
bestroald, verbrand, gespanne
heelde geej oos megje vast
Pip aaide oow ovver oow schriepel vel
en ik wet ut ni zeeker, ma ik denk daat ze en traon aaide

Weej zoate doa mit zien veeren
geej oowen erm um Pip
‘ni vallen wah…pak ze ma want mienen erm wuurt muuj…’
di stool stiet boave…

Jouw stoel
waar jij in zat
staat boven
Pip speelt er nu in
gebruikt hem als opstapje
om hogerop te komen
klimt erop, zit erin,
verstopt zich erachter
en heel vaak is ie leeg…

Ik zie je nog zitten
voeten tegen elkaar, benen in een ruitvorm
sloeg je arm om dat meisje van ons
‘niet vallen, hè…’

Pip die niet zag hoe jij er uitzag
je huid, geschilverd, liet los van je gezicht
bestraald, verbrand, gespannen
hield jij ons meisje vast
Pip aaide je over je gevoelige huid
en ik weet het niet zeker, maar ik denk dat ze een traan aaide

We zaten daar met zijn vieren
jij je arm om Pip
‘niet vallen, hè.. pak ze maar want mijn arm wordt moe…’
die stoel staat boven…