Verstild ritme…

Gisteravond ook naar ‘De beste zangers’ gekeken? Mijn favoriet was Stef Bos. Op dit moment heb ik Stef Bos via Spotify opstaan, terwijl ik dit schrijf. Het nummer heet ‘Verstild in steen’. Mooie tekst, maar dat is hem wel toevertrouwd. Ik vang er flarden van op. Nu ook. Mooie zinnen: ‘Mijn hart stond op, de angst verdween. Ik zag jouw naam, verstild in steen’. Ik moet denken aan de foto’s die ik pas maakte van het stenen kruis op het graf van mijn ouders. Ik heb er de afgelopen weken een paar keer bij stilgestaan.

Die zin uit het lied van Stef Bos komt op het eind nog een keer terug. Alleen eindigt hij dan, in plaats van ‘ik zag jouw naam, verstild in steen’, met ‘ik zag jou in alles, in alles om me heen’. Zijn woorden resoneren na. Prachtig hoe ritmisch raak de woorden klinken. En hoe ze binnenkomen. Ze raken aan het gevoel dat je soms kunt hebben, wanneer iemand waarvan je definitief afscheid hebt moeten nemen, evengoed nog ‘in alles om je heen te zien is’.

Nu alweer bijna twee weken geleden werd het ritme van mijn hart opnieuw met een schok tot de orde geroepen. De vierde keer. Al die keren wil je dat liever niet, maar nu ik de zin van Stef Bos opnieuw lees -‘Mijn hart stond op, de angst verdween’- dan is die zin eigenlijk ook wel wat van toepassing op die vierde keer. De angst die ik de eerste keer ervaarde, toen mijn hart ‘opstond’, leek twee weken geleden zo goed als verdwenen. Je kunt er honderd mee worden, zei de cardioloog na de eerste keer, en dat is ook mijn bedoeling.

Wat wel blijft, na elke keer dat ik van dysritmie naar ritme ben geschokt, is dat ik weer moet wennen aan het vanzelfsprekende van leven. Ik merk, ook nu weer door het luisteren naar Stef Bos en de associaties die de tekst oproept, dat ik verstild kan raken ‘door alles om me heen’. Het zijn die momenten van verstilling, waarin ook soms de angst even helemaal verdwenen is. Het is helaas nog geen continue staat van afwezigheid van de onzekerheid, maar toch. Het is een mooi begin, denk ik. Een begin om uiteindelijk het eind gelaten onder ogen te kunnen zien.

Maar wel pas als ik honderd ben! En dat ik dan met een schok van vreugde, het ritme van het leven als eindeloos ervaar. De verstilling zie in alles om me heen. Tijdloos.

stilleven

aan het begin
de woorden
wijden
om
op het eind
de zin
te zien van
verstilde
tijdloosheid

aan het eind
de woorden
mijden
om
van het begin
de zin
te zien van
gewilde
sprakeloosheid

Carnavalszaterdag…

Twee dagen, vrijdag en zaterdag, gaan vooraf aan de drie dolle dagen. Vrijdag was gisteren en vandaag is het zaterdag 2 maart. Op het plein in Horst staan waarschijnlijk weer duizenden mensen in de buitenlucht het feest te vieren. Een feest, waaraan ik gisteren dus al een begin heb gemaakt. Van pakweg drie uur ‘s middags tot ongeveer half twaalf ‘s avonds. Niet slecht voor een start. Het houten bierglashouderplankje aan mijn trom, dat een jaar droog had gestaan, is gisteren weer rijkelijk van vocht voorzien.

Nu, zaterdagmiddag, zit ik in alle rust thuis en tik dit verhaal. De drie dolle dagen beginnen weliswaar pas morgen, maar ik verwacht dat ik vanavond toch ook al even ga pre-proeven. Bovendien is Pip vandaag jarig. Een ‘vastelaovend-walsje’ is dan een mooie manier om die mijlpaal te bekronen. Moet ik haar vanavond natuurlijk nog wel tegenkomen, maar dat is elk jaar nog gelukt, dus dat zal deze keer ook wel voor elkaar komen.

Al heel wat jaren vier ik carnaval als trommelaar. Ik probeer zo ritmisch mogelijk mee te slaan op de muziek die wordt gedraaid. Zo nu en dan meen ik om me heen te kunnen zien dat het ritme van de muziek op deze manier nog net wat opzwepender wordt. En ik merk dat zelf slaan op een trom voor veel anderen ook een aantrekkelijke bezigheid is. Ik laat dat dan ook steevast gebeuren en heb om die reden een tweede instrument bij me, waar ik op dat moment op een andere manier het ritme mee kan aangeven.
kokiriko
Ik heb het moeten opzoeken, maar dat instrument is van japanse komaf en heet een kokiriko. Je moet het met twee handen vasthouden zodat je met soepele golfbewegingen uit de pols van links naar rechts en viseversa een ratelgeluid kunt produceren. Het lijkt heel eenvoudig, maar mijn ervaring -ook gisteren weer- is dat het niet zomaar lukt, als je de kokiriko voor de eerste keer vasthoudt. Voor wie het de komende carnavalsdagen een keer wil proberen heb ik een instructiefilmpje gevonden op YouTube…

Als mijn trommelstokjes in de handen van iemand anders liggen en ikzelf de kokiriko laat klinken, dan ontstaat er ter plekke een kleine ritme-sectie, die vaak aanstekelijk werkt op de directe omgeving. Meestal zijn dat vrienden of vriendinnen van de ‘inval-trommelaar’ dus succes is bijna vanzelfsprekend. Net als leedvermaak trouwens, wanneer het trommelgeheugen van de trommelaar na heel veel jaren toch wat gaten blijkt te vertonen. En op de muziek mee trommelen is van een andere orde dan op de juiste manier een roffel produceren. Dat laatste kan ík dan weer niet.

Afijn. Gisteren met de trom dus de vuurdoop gehad. Stokjes en vel hebben elkaar regelmatig ontmoet gisteren en dat zal vanavond wel weer gebeuren. Met wat aandacht de juiste plek opzoeken, een pilsje bestellen dat ik na één slok kan wegzetten in de speciale houder die naast mijn woodblock aan de trom bevestigd is, en dan trommelen. Luisterend naar de muziek zodat ik op het eind van het nummer ook de laatste slag op mijn trom kan geven. Dat tegelijk eindigen is van belang. Dan lijkt het net alsof het trommelen er ook echt bijhoort. Mijn beloning is dan meestal een tweede slokje van mijn pilsje, dat tot die tijd geduldig in de houder heeft gehangen.

Die houten houder is ooit nog door de opa van Pip in zijn werkplaats rondgeschuurd en van de nodige gaten voorzien. Eén gat, met een diameter van een bierglas en één gat met een diameter, zo groot dat het plankje bevestigt kon worden aan de trommel. Die opa is al een aantal jaren niet meer onder ons maar elk jaar moet ik even aan hem denken als ik mijn eerste bierglas in zijn houder zet. Of aan die houder mijn trom vasthoudt als ik ze los wil koppelen. Ook vanavond zal dat gebeuren. Als ik mijn trom even losmaak en wegzet om met opa’s kleindochter -mijn jarige dochter- een walsje te dansen.

En mocht ik haar, totaal onverhoopt en geheel onwaarschijnlijk, niet tegenkomen, dan bij deze alvast de hartelijke felicitaties en een zoen, live vanuit de studio van omroep Reindonk.