Witte klaver…

witte klaver bij mijn voeten
op het veld wordt hard gewerkt 
wuivend gras lijkt me te groeten
alsof het mij heeft opgemerkt

vanaf het bankje bij de eik
spreekt elke spriet dezelfde taal
wat ik ook hoor of waar ik kijk
‘t past allemaal in één verhaal

een houtduif vliegt aan me voorbij 
heeft niks te willen, niks te moeten
heel even past dat ook bij mij
en bij de klaver aan mijn voeten…

Vogelnestje…

een vogelnestje
in een struik
bewogen
door een straffe wind

wel of niet meer
in gebruik
voordat ik hier
mijn plek weer vind

kijk om me heen
de bank, mijn schoen
een tuiltje tulpen
in het groen
ooit eens met rozen
gemarkeerd

onlangs opnieuw
gebloemd, geëerd

de wind vraagt
aan het groene gras
te buigen naar wat
ooit eens was
een vogelnestje
kwetsbaar, rijk

een plek voor altijd
bij de eik…

Seizoenen…

En één dag later, strofe drie nog iets verfijnder…

de eik die maakt zich alweer klaar
voor weer een nieuw en vruchtbaar jaar
door nu haar bladeren te geven
om straks opnieuw te kunnen leven

het knispert om me, dor en bruin
er kraakt een blaadje op mijn kruin
de zon van links, de wind opzij
de roze klaver rechts van mij

het takje op mijn schouder voelt
alsof zelfs dat zo is bedoeld
het lijkt verval, weer terug naar aarde
maar dood wordt leven en houdt waarde