Beweging…

denk niet aan
hoe het worden zal
vergeet gewoon
hoe het ooit was

geniet van nu
de bank, de eik
de zon, de wind
het wuivend gras

dat mij beweegt
maar ook verstild
het groet me als
de schaduw trilt

waar ik nu ben
daar zijn zij ook
in mijn gedachten
schaduwrijk

Twijfel…

een boom liet al zijn wortels los
om zo een brug te maken
de wind die had hem overtuigd
dat hij zo verder zou geraken

want hoe lang stond hij al niet daar
steeds vast geworteld in de grond
werd het geen tijd, zo blies de wind
dat hij iets anders voor zich vond

uiteindelijk ging hij dus maar om
hoewel hij nog wat twijfels had
en zag, toen hij gevallen was
waar wortels waren, een groot gat

daar had de boom niet aan gedacht
een brug dat was dan wel gelukt
maar miste hij niet juist zijn kracht
zo, van zijn wortels losgerukt…

Askleur…

gegroeid op as van wie als kind
misschien hier vluchtig heeft gestaan

een paardebloem, nu luchtig grijs,
klaar om zijn vrucht te laten gaan

wuift zachtjes op de warme wind
naar wat hier nooit voorbij zal gaan

zelfs niet als al haar wensen ooit
uit zijn gekomen en ik voldaan

hier in de schaduw van de eik
de askleur van die bloem bekijk

John…

Zaterdagochtend. Ik zit bij Grøn op het terras. Kan net, met een dikke jas, een warme sjaal en een hete kop Earl Grey thee. Het is best druk op het plein en in de winkelstraten. Centrale plek is nog steeds de bloemenzee, vlak bij de kerk. Acht dranghekken vormen nu een halve cirkel er om heen, waar carnavalsdinsdagochtend nog drie dranghekken voldeden om die plek te markeren. Sindsdien moest er blijkbaar steeds een dranghek bij, om plaats te bieden aan de alsmaar groeiende cirkel van bloemen, tekeningen, kaarten en kaarsen. Aan sommige dranghekken hangen oranje sjaals, die wapperen in de wind. 

Elke dag na die fatale maandagavond kwamen er bloemen bij. Ze liggen er nog allemaal. Zouden het er duizend zijn, vraag ik me af. Duizend bloemen. Minstens. En hoeveel lichtjes waren het in de glazen potten op de route van de stille tocht? Zou iemand van de duizenden wandelaars ze toen geteld hebben? Weet iemand van de organisatie hoeveel het er waren?

Ook tussen de bloemen zie ik lampjes staan. Rode waxinelichthouders steken prachtig af bij de kleurenpracht van het bloemenpalet. Ik zit er te ver van af om te zien of er daadwerkelijk kaarsjes branden. Waarschijnlijk wel.

Steeds stoppen er mensen. Ze staan letterlijk stil bij het gebeuren. Een moeder met twee peuters lijkt de woorden te zoeken om haar kroost uit te leggen waarom er zóveel bloemen op één plek liggen. Zij weet het. Zoals heel Horst het weet. Heel Horst en ver daarbuiten. Maar hoe geef je woorden aan iets waar geen woorden voor zijn. Ik zie dat ze haar best doet. De kinderen wijzen met hun handjes naar de vele kleuren die ze zien. Elke bloem vertelt een verhaal.

Dan zie ik John. Hij stopt er ook. Kijkt, stapt af en zet zijn fiets op de standaard. Hij stapt over de denkbeeldige grens van de andere halve cirkel, bukt zich en zet, voor zover ik het kan zien vanaf mijn plek, een plantje terug tussen alle andere bloemen. Daar laat hij het bij. Staat weer op, pakt zijn fiets, loopt er nog een paar passen mee, voorbij de bloemen, stapt op en rijdt weg, nog één keer omkijkend. Naar iemand anders die net aankomt? Of denkend aan iemand die nooit meer aan komt?

Het raakt me. Ik bestel nog een een kop thee en probeer te omschrijven waar ik zojuist getuige van was.

stil fietst hij naar de duizend bloemen
stapt af en kijkt, vervuld van pijn
besluit één plantje te verleggen
waarom dat kan hij je niet zeggen
ook niet waarom het zo moest zijn

nog even kijkt hij naar de kleuren
zijn mond stelt, in een stil gebed,
de vraag hoe het nu verder moet
wat is er nog dat er toe doet…
en toch…
dat éne plantje teruggezet

‘Voor Guus’

O, micron…

thee op terras
bij Jan en Monique
koekje erbij
en mooie muziek

het houdt ons wel bezig
maar niet van de straat
straalkacheltje aan
zonnetje-surrogaat

denk je toch bijna bij jezelf
wat was ‘t wat er mis was
en hoor je ‘have yourself
a merry little christmas’…

GvdM | 181221